zondag 14 december 2014

stelt paal en perk (23):

Al sinds mijn prille kindertijd doe ik er veel aan om af en toe bijzonder te zijn. Uit te blinken. 'Tine Uniek' wou al heel lang een soort label aan mijn tenen zijn. Die eigenheid, dat karakter zat hem lange tijd vooral in mijn gedachten. Ik was ervan overtuigd dat ik anders over de dingen nadacht. Dat ik anders naar de wereld keek. Dat mijn woorden op andere plekken neer dwarrelden. Ik was best trots op mijn eigenheid.

Maar toen het kleine meisje groter werd, viel al heel snel op dat ze ook fysiek anders zou zijn. Niet alleen sleet ik mijn puberjaren met een bril met daarin glazen die zelfs door een doorwinterd taekwondo beoefenaar niet in stukken konden worden geslagen. Jarenlang woonden beugels in mijn mond. En ook heel snel op mijn borstkas. Huidkleurige, beige en witte beugelbeha's waren volgens mijn moeder de enige mogelijkheid om mijn borstjes te verpakken. Ze bestelde die via een catalogus en ze werden keurig thuis bezorgd. Ik kon er eigenlijk best mee leven. Ik was niets anders gewend. Lezers die niet over mijn borsten willen lezen, stoppen best hier. Want nu volgt een ware ontboezeming. Na dit te lezen zal je ze nooit meer zonder dit in het achterhoofd bekijken. 

De eerste echte keer dat ik geconfronteerd werd met mijn aparte fysionomie was toen ik in mijn conservatoriumtijd voor een voorstelling uit de kleren moest. Het staat mijn klasgenoten (en docenten) (en publiek) wellicht nog helder voor de geest. Ik was in paniek thuisgekomen en had aan mijn moeder gezegd: 'Ik moet voor een examen in mijn ondergoed op scène staan! Ik moet nu naar een lingeriewinkel! Want ik wil me niet schamen om wat mijn borsten dragen. De andere borsten zijn zo mooi verpakt!' Mijn moeder nam me voor het eerst in mijn leven mee naar een lingeriewinkel. Een nieuwe wereld ging voor mij open: wat een veelvoud aan kleuren en modellen! Hoe had mijn moeder al dit fleurigs voor mij verborgen kunnen houden? Maar mijn enthousiasme smolt onmiddellijk als sneeuw voor de zon. Er bleek in die hele winkel slechts één model te zijn dat me paste. Dat ene model kon de verkoopster me in het wit en in het knaloranje aanbieden. Wit wou ik niet op mijn veel te bleke huid. Dus schafte ik dat oranje ding aan. Monden vielen open. Er was verbazing alom. Ongemak. Wat een lef! Wat een daad! Hoe durfde ik me zo fel te vertonen! 

Daarna bedacht ik dat het misschien aan de lingeriewinkel in kwestie lag. Dus ik zocht steeds nieuwe winkels aan. Maar steeds werd ik geconfronteerd met het feit dat ik wel heel bijzondere bulten had. Almaar moest ik mijn lef te samen rapen om een zaak binnen te stappen en om hulp te vragen. De menukaart leek iedereen bijzonder aanlokkelijk, maar elke keer trok ik ontgoocheld de winkeldeur achter me dicht met de woorden: 'Hier zien ze me niet meer terug.' Een verkoopster liet zich er ooit over uit toen ik een jaar of twintig was: "Heb je nooit gedacht om dààr wat aan te laten doen?" En er moest toch nog zoveel aan mijn lichaam groeien.

Toen bewerkte ik het boek 'Roodborstje' van Frieda Joris en plakte mijn eigen ontboezemingen tussen de getuigenissen over borstkanker. Ik speelde bij Theater Taljoor en met die voorstelling gingen we heel Vlaanderen door. Door de gesprekken met de vrouwen achteraf besefte ik dat mijn borsten moest koesteren. Dat ik me er niet hoefde voor te schamen. Dat ze waren zoals ze waren. Dat ik er blij mee kon zijn. Het was na zo'n voorstelling dat ik werd aangesproken door een lingerieverkoopster. Ze deelde me discreet mee dat ik de verkeerde beha's droeg. Dat had ze door het jurkje dat ik droeg op scène gezien, Dus ging ik daarna natuurlijk naar haar winkel. Ze hielp me heel erg goed en het was de eerste keer dat ik opgelucht een lingeriewinkel verliet. Helaas ging ze niet zo lang daarna met pensioen. Haar opvolgster wist niet wat ze met de kemel in mij aan moest. En mijn zoektocht kon opnieuw beginnen.

Opeens bemerkte ik de voordelen van online-shoppen. Geen verkoopsters met tactloze opmerkingen of verschrikte blikken. Ik kon gezellig in mijn eigen huis een borstenparia zijn. Ik kocht mooie verpakkingen met een paar simpele klikjes. De schaamte, die ik overigens alleen bij verkoopsters ervoer, was helemaal verdwenen. Gelukkig maar! Boezems, in welke maten ook,  zijn er om mee uit te blinken.

Nu had ik al heel erg lang een sportbeha willen hebben. Maar het is een feit dat voor vrouwen met grote borsten weinig schokbestendigs bestaat. Wat eigenlijk heel erg onlogisch is. Sinds ik bij 'Les Figurettes Fénoménales' dans was ik dus zoekende naar extra stevige materialen. Ik had gehoord van een 'cupmaatje' dat zij goed geholpen was in een lingeriewinkel in de buurt. Dus trok ik mijn schaamteschoentjes uit en reed naar die winkel. Hoopvol. Enorm hoopvol. Te hoopvol.  De verkoopster vertelde me, naar mijn boezem kijkend, uitpuilend in het kleine model dat ze voor mij had geschat: 'Dàt had ik nooit van je verwacht!' En ook hier pasten mijn bulten, na veel zwoegen en zweten, maar in één model. Er waren drie mogelijke kleuren te bestellen. Die moesten helemaal vanuit de fabriek komen. Ik bestelde dan maar meteen twee exemplaren. Dagen keek ik naar mijn bestelling uit. 

Gisteren was het zover: ik kreeg het verlossend telefoontje. Opgelucht reed ik naar de winkel. Een stommiteit! Op zaterdag is het daar blijkbaar overdruk. Ze verkopen er ook andere kleren. Dus moest ik met de twee gigantische exemplaren aan kapstokken de hele winkel door. Natuurlijk kwam ik daar een elfjarige leerling van mij tegen. Gezellig shoppend met zijn moeder. Mijn kop werd even rood als dat kolossale ding dat hij in zijn blikveld kreeg. Beschaamd maar dapper zette ik de weg naar de kassa door. Er stond een lange rij. En na mij vormde zich een mogelijk nog langere rij. 

Het kassameisje was knullig en onervaren. Ze moest een paar keer de hulp inschakelen van het andere kassameisje in verband met de aanschaf van mijn 'behaatjes' (zoals ze noemde). Blijkbaar stond de maat niet in de kassacomputer en zo kwam het dat ze een vijftal keer heel indiscreet mijn cupmaat aan de hele wachtrij meedeelde en er steeds maar de nadruk op vestigde hoe uniek en ongewoon mijn borsten waren. Daarna sukkelde ze aardig om de twee exemplaren in een veel te klein zakje te verbergen. Terug in de auto stond het huilen me nader dan het lachen.

In mijn gedachten haalde ik ze er van af. Die schaamheuvels boven mijn ribbenkast. Waarvoor had ik ze eigenlijk nog nodig? Vielen ze op een dag maar gewoon op de grond. Waren ze er maar helemaal nooit geweest. Dat is natuurlijk wel wat overdreven. Er zijn medische ingrepen. Er zijn mogelijkheden om ze normaler te laten lijken als je niet van te dichtbij kijkt. 

Natuurlijk maak ik het mezelf niet makkelijker om hierover te schrijven. Misschien vestigen jullie voortaan jullie aandacht nog meer op mijn bijzondere bos hout voor de deur. Misschien kom ik zo in het vizier van borstenfreaks terecht of word ik door één of andere circus meegenomen en in een kooi tentoongesteld  Dan is dat zo. Ik hoef geen troost of bemoedigende woorden in de zin van 'jij bent ook mooi.' Maar het zou me heel wat lijken als er iemand is die zich hierin herkent. Een boezemvriendin. Of dat een collectioneur van vrouwenborsten me soortgelijke borsten als de mijne kan laten zien. Of dat ik via deze weg in aanraking kom met een zelfhulpgroep voor vrouwen met te unieke borsten. En aan alle jonge meisjes schrijf ik: wens jullie zelf niet al te veel kameel. Ik wenste het mezelf misschien te veel.




zondag 23 november 2014

stelt paal en perk (22):

Deze week zag ik - net als zoveel anderen - de reportage 'Oe ist' in Koppen (*) waarin Kamagurka op onderzoek gaat naar het psychisch welbevinden in de provincie West-Vlaanderen.   Het doen alsof is een  algemeen syndroom van deze tijd.

Laten we er geen doekjes om winden. Laten we die doekjes varen. Doen alsof is waar het in een maatschappij als de onze om gaat. We verbergen onze probleempjes met een laagje foundation of een maskertje. 'Alles goed?' 'Alles goed!' We passen ons aan in alle omstandigheden. We zijn kameleons van emoties geworden. Bij sommige mensen kan je droevig zijn. Bij andere moet je vrolijk zijn. We vlakken ons humeur af met wat een richtlijn wordt: "Alles kits. Maar niet heus."

Natuurlijk hoeft niet iedereen je zorgen te weten. Of je grootste angsten. Je zwaarste gevoelens. Maar het is al erg geworden dat we dit blijkbaar niet meer aan onze naaste naasten kunnen zeggen. Velen moeten tegenwoordig naar professionele mensen stappen om het hart te luchten omdat men het simpelweg niet meer kwijt kan tegen zijn allerliefsten. Omdat die er geen oren naar hebben. Of omdat ze er niet mee overweg kunnen. Of omdat men ze niet nog extra wil belasten. Andere mensen vreten hun eigen hart in stilte op.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb helemaal niets tegen psychologen of tegen het feit dat mensen professionele oren zoeken bij hun woorden. Ik heb iets tegen die nepheid die zo zwaar op onze schouders drukt. Alles netjes. Alles prima. Alles stralend. Alles heerlijk nep. We kunnen zoveel schijn niet aan.  Stel je het eens voor: hoe verlichtend het zou het zijn om gewoon zonder die schijn op onze schouders gewoon thuis onszelf te zijn. Ik geef toe: het zou wel wennen zijn. Maar hoe heerlijk helder zou het zonder al die leugens of die onopgeloste vragen zijn. 

Eerlijk gezegd: soms vraag ik het me serieus af: als al mijn lichamelijke gebreken heerlijk weggevaagd zouden worden: zou ik dan opeens meer van deze wereld zijn? Als mijn huis meer op een toonzaal zou lijken in plaats van op mijn huis: zou ik dan echt waar meer waard zijn in deze maatschappij? Zou ik dan gelukkiger zijn?

We moeten lachen. Vooral lachen. Altijd lachen. Omdat dat hoort. Hoe vaak heb ik niet gehoord, als mensen foto's van me maken, of ik niet kan lachen. 'Maar ik lach...' zeg ik dan meestal. Ik lach niet standaard de tanden bloot.  Lachen zit niet in geforceerde lippenfrons. Ik hoef mijn tanden niet te tonen als ik vrolijk ben. Lachen zit meer in mijn ogen.

Met grote ogen kijk ik soms naar televisieprogramma's waarin koppels een andere look wordt gegeven. Die koppels zijn meestal op een punt gekomen waarin ze niet zo bijzonder meer gelukkig zijn met elkaar. Na een complete restyling worden ze altijd weer verliefd op elkaar. Ik wil die koppels wel eens zien na een week: zonder make-up, zonder professionele kapper in hun badkamer, cameraloos en met hun nieuwe outfit in de was.  Verandert de inhoud, naast een tijdelijke boost aan zelfvertrouwen, ook mee?  Uiterlijke schijn, mooie verpakking: we doen er allemaal aan mee.We doen allemaal alsof. We spelen allemaal toneel.

In dit leven begeef ik me het liefst tussen mensen bij wie ik mezelf kan zijn. Ik geef het toe: ik gebruik ook shapewear, een vleugje make-up af en toe. Kortom: ik ben ook met mijn verpakking bezig. Maar bij hen kan ik de vraag 'Ca va?' zo eerlijk beantwoorden. Of ze weten zonder antwoord hoe ik me voel. Omdat vrienden dat zien. Ze hebben begrip voor mijn nukken en grillen. Ze worden mijn zeuren niet moe en leggen mij geen limieten op. Ze zijn blij als ik blij ben. Om mij. Ze begrijpen dat ik even niet aanspreekbaar ben. Ze leggen mij geen schuldgevoel op mijn nek nep te zijn. En wat zij doen voor mij, probeer ik zo goed mogelijk ook voor hen te doen. Niet uit plichtsbesef maar omdat het simpelweg goed voelt dat te doen.

Let wel: soms dan zit het vol met echtheid dat ik het even niet meer opslorpen kan: 'even buiten werking' wil ik dan met grote letters op mijn hart schrijven. En 'morgen werkt het weer.'  Echt!


(*) Voor wie de uitzending niet zag: Oe ist - Koppen

vrijdag 7 november 2014

stelt paal en perk (21):

Ja, ik ben bang! Bang voor heel veel dingen. Bang om minder te verdienen. Mijn rekeningen niet meer te kunnen betalen. Bang om langer te moeten werken. Bang om zonder stroom te zitten. Bang om mijn job niet meer te kunnen uitoefenen. Bang om met de feestdagen alleen te zijn. Bang voor oorlog: een bom op ons hoofd. Bang om vergeten te worden. Genegeerd. Bang om spijt te krijgen geen kinderen te hebben ooit. Bang om te parkeren in een grootstad. Bang om te sterven zonder afscheid. Bang om mijn verstand te verliezen. Mijn geheugen. Mijn vrienden. Mijn familie. Mijn passie. Mijn vrijheid in wat ik mag eten. Bang om ziek te worden. Bang om van te trap te vallen en niemand die me op tijd zal vinden. Bang om te verbitteren. Bang om op te drogen. Bang om dat gat in de ozonlaag. Bang om een tsunami aan stommiteiten. Bang voor algehele oppervlakkigheid. Bang voor apathie. Bang voor radicalisering, criminaliteit, verloedering en armoede.

Zoveel angst in één lijf. En elke dag komt er wel iets bij. Dat ik met al die vrees niet alleen ben, is te merken aan deze wereld. Alles bewijst het. Vooral het nieuws. Maar ook een blik in de straat. In de stad. In het hart. Met schrik in het ik, doet men de vreemdste dingen. Men slaat tilt. Men ontploft. Men zegt de dingen verkeerd. Men slaat de bal mis. Men wordt overgevoelig. Men zondert zich af. Men bijt. Men verdwijnt. Men slaat verbijsterd om zich heen. Men vecht. Men strijdt. Men stort in. Terecht.

Angst is van alle tijd. Vroeger was men bang om naar de hel te gaan. Men had het geloof nodig om zijn zonden af te kopen. We geloven almaar meer in onszelf. In feiten. Steeds minder in de ander. Laat staan in een god. We geloven in geluk. Het almaar verlangen naar geluk. Geluk als hedendaagse hemel. Doe dit, laat dat en je zal gelukkig zijn.

 Ik ben niet bang om mezelf te zijn. Ik ben niet bang dat kunst ooit zal ophouden met bestaan. Ik ben niet bang dat er geen lieve anderen meer zijn. Ik heb geloof in hoop. In woorden. Beelden. In ontroering. In fantasie. In droom. In slaap. In kussen. In knuffels. In een glimlach van oor tot oor. In samenwerken. Ik hou me recht aan kannetjes thee. Aan fijne gesprekken. Het zien groeien van mensen. Het zien bloeien. Ik ben dapper door de zon. De maan. De regen zelfs. De vogels. De katten. De liefde. Muziek. Wijn. Een dansje. Een lichtje in de verte. Een landschap. Ik geloof in verrassing. In het slijten. In het kunnen dragen.

Ik ben momenteel niet bang dat de kruimels geluk ooit niet meer voor het grijpen zullen zijn. Maar als angst mij op een dag toch zo heeft verblind, geen snipper geluk meer te zien, dan is daar mijn hel. Dan is het voor mij gedaan. Dan haal ik misschien het journaal. Als martelaar.

maandag 3 november 2014

Droom (40)

In de nacht barstte de hel los. De hel was als volgt: alles en iedereen maakte ruzie. Mijn bankier en ik. De tafel en de stoel. De thee en het kopje. Maar vooral met mij. Uitgejoeld liep ik door mijn straat. Ik joelde terug. "Ga zélf terug van waar je komt!" riep ik. Toen viel er een gigantische stilte over mijn droom. Zo eentje om te snijden met een vlijmscherp mes. Ik werd opeens vloeibaar en stroomde over de stoep uit als een hele grote plas. Iemand riep: "Het is klaar!" En alles was weer vrede.

Droom (39)

Ze zag vannacht elk hoekje van Het Grote Falen. Er was werkelijk niets waarin ze slaagde. Ze mislukte zich te pletter bont en blauw. Het resultaat is dat ze een loser baarde: een grote nietsnut trof ze onder lakens. Hij blèrt verfrommeld tussen de slapen. Aai haar. Klop haar schouder. Verstop een hart onder haar riem. Draag haar lief op al de handen. Sukkels moeten meer nog dan de sterren Het Glimmen Van De Dingen blijven zien.

Droom (38)

Tine ging vannacht naar een feest waarbij ze een expliciete dresscode gekregen had: burlesque. Weken had ze daar naar uitgekeken want ze had een mooie outfit bij elkaar gesprokkeld, waar ze zich toch goed in voelde. Toen ze daar uiteindelijk met de nodige poses haar entree maakte, bleek dat ze als enige 'verkleed' was. De anderen hadden gewoon chique outfits aan met één van de letters van 'burlesque' als corsage op hun borst gespeld. Ze viel behoorlijk uit de toon en werd uiteindelijk (met outfit en al) roze geverfd. De ober van dienst grimeerde een varkenssnoet op haar blozende tronie. "Het is niet roze." zei een strenge stem in haar hoofd. "Het is magenta." De anderen sisten: "Interpretatie is alles, Tine! Interpreteer!"

Droom (37)

Ik mocht vannacht in een ondergrondse kelder optreden tussen oude bekenden. 'Wie is die lompe trut in pyjama?' En: 'Sinds wanneer heeft poëzie dit verdiend?' Verstoten verdween ze uit de backstage-ruimte. Aan de andere kant stond een simpele houthakker die zei: 'Trek het je niet aan! Het bos mort maar heeft nood aan sjofele pyjama's.' Hij rolde mij op en dankte God.

Droom (36)

Tine zat vannacht in een restaurant en bestelde een portie magere troost. 'Alweer?' zei de ober. 'We hebben ook lekkere stuitjes.' 'Nee, magere troost met een beetje van die zure spijtazijn,' hield ze dapper vol. Maar toen opeens werd ze een stoel. 'Ik had u nog zo gewaarschuwd,' zuchtte de ober. 'Die stuitjes hadden u niet zo vastgeroest.' Hij nam haar vast en gooide haar op een grote stapel kapotte stoelen en siste: 'Zelfs zure spijtazijn is hier niet te krijgen.' Ze viel in partjes uit elkaar en weende bitter.

Droom (35)

Ze voelt wanhoop in haar dromen nu ze vannacht werd voorgesteld aan de broer van de Roemeense buurman, die zich aan de voordeur aanbood met een briefje: 'Ik niet hier voor liefde. Maar wil naast broer woon. Heb geld. Ik bij jou woon?'

Droom (34)

Ik kroop met een rok op een paard om de koninklijke familie te vermaken. Toen die in de handen klapte, zuchtte het paard: 'Laat mijn manen nu maar los. Ik ga naar de frituur. Ik hou meer van paardenworst dan van lompe elegantie.'

Droom (33)

Ze droomde dat ze vannacht op zoek ging naar een hond. Toen men haar vroeg waarom ze die hond wilde, zei ze: 'Ik wil langere benen en een doel om voor te leven.' Ze voelt zich bijgevolg een hoopje zieligheid op korte pootjes. Een teckel als een muffe worst. En enkel lucht om van te houden.

Droom (32)

Ze ging vannacht voor het eerst naar de universiteit. Ze verdwaalde grandioos in het lesrooster, in het gebouwencomplex, maar vooral in wat er werd gezegd. 'Wat zegt ie?' vroeg ze aan haar buren terwijl de prof op zeer academische wijze zijn neus begon te snuiten. Onzichtbaar in de troep, werd ze geweerd. 'Hé, ik ben hier!' brulde ze. Zelfs in de cafetaria werd ze niet gehoord. Toen ze eindelijk een WC vond, stond er op haar deur: 'Wie dit kan lezen, is niet van deze wereld.' 'Dat klopt,' hoorde ze zichzelf op de toiletpot zeggen. 'Ik ben niet van hier. Ik ben van droom en adem. Niet van verstand en slim papier.' Toen loste ze op tot een soort van oude ziel, die bij het ontwaken tot in het licht door de gordijnen was te zien.

Droom (31)

Ik hoorde afgelopen nacht levensechte schoten. Daarenboven zag ik een wapperend gordijn. Dat helemaal vanzelf bewoog. De waanzin steekt mijn nachtmerries wellicht binnenkort voorbij.

Droom (30)

Ze schopt en slaat zo om zich heen in haar slaap dat geen elke droom naast haar wil komen liggen. Wel doemen ze als zware gevaartes op haar af en persen angstzweet uit haar lijf en leden. Dromen als een knoflookpers. Wanneer slaapt ze weer haar denken beter?

zondag 2 november 2014

Hymne à l'amour

Ondanks de zonnige temperaturen, begeef ik me nu op erg glad ijs. Sommige tradities moeten in ere gehouden worden.  Jaarlijks, rond één november schrijf ik een stukje. Over wie er niet meer zijn. Vandaag heb ik besloten om het over de liefde te hebben. En zielen. Onnoemelijk veel goeie zielen. Want naast de obligate chrysanten, draait een kerkhofbezoek voor mij toch altijd om liefde. Liefde om al die zielen die ooit een lijf hadden dat nu niet meer van deze wereld is.

Laat me duidelijk zijn: ik hou niet meer van doden dan van levenden. Al is mijn liefde voor de eeuwige afwezigen zuiverder. Ik plaats hen toch op een soort van voetstuk. Als ik aan een zerk of een gedenkplaatje sta en daar doelbewust ben naartoe gestapt, welt een stroom aan fijne herinneringen uit mijn gedachten op. Geen wrok of wantrouwen. Nu komt het gladde stukje waar ik U in het begin voor gewaarschuwd heb. Levenden vind ik lastiger op een voetstuk te plaatsen... Almaar meer. Dat me dat niet meer zo goed lukt, ligt aan het feit dat er in de loop van de jaren een soort wantrouwen onder mijn borstkas is gaan groeien. Het blokkeert automatisch mijn zin tot minnen. Want ik wil niet weer nodeloos een stukje kwijt.

Ik zie de mensen om mij heen graag: familie en vrienden. Mijn hart is daarvoor groot en bezield genoeg. Toch is voorzichtigheid geboden: hoe ouder ik word, hoe meer ze me ontglippen in andere levens dan de mijne. Daar ben ik niet boos om. C'est la vie. Wellicht is het iets wat anderen in eenzelfde situatie (zonder partner en kinderloos) ook ervaren. Het maakt me voorzichtiger en eigenlijk ook wat grimmiger. Ik ben niet bang dat ik het straks zonder chrysanten zal moeten doen. U komt me dan toch jaarlijks wel een keer bezoeken? Feit is: ik wil ook levend bloemen.

Gisteren dacht ik aan mijn moeder. Al meer dan drie jaar kijkt ze naar mijn vader uit. Alles in haar zegt dat ze hem nog altijd thuis verwacht. Natuurlijk  mis ik hem ook. En al valt missen niet te vergelijken: haar gemis is onvoorwaardelijker dan het mijne. Het zou me niet verbazen dat ze nog elke dag zijn naam zegt voor ze gaat slapen. Dat ze zijn kant van het bed onbeslapen laat en met de herinnering aan zijn lijf wakker wordt. Dat ze haar boterhammen smeert, zoals hij wou dat ze dat voor hem deed. Ze leeft op na een periode van diepe rouw, maar het gemis blijft. Al voelt het minder zwaar. En dat, mijn lieven: dat is onverslijtbare liefde. Iets wat ik mis en wat komende weken steeds meer aan mij zal knagen.

Want vergeet het niet: de periode van herfst tot na nieuwjaar is er een die zwaar kan vallen bij eenlingen zoals ik. Net zoals het vallen van het blad, vallen wij op in ons alleen. Dit zeker tot na  Nieuwjaar. Brrr, die dagen en de onvermijdelijke vraag: "Wat doe jij met de feestdagen?" Wij houden daar niet van omdat het gemis van wie er niet is dan groter is. Wij willen geen medelijden. Alleen het begrip om af en toe nors en droef te zijn. En naast die bloemen ook iemand aan onze voeten. Bezield en onvoorwaardelijk. Zo moeilijk kan het toch niet zijn? Wij zijn vrij en om te stelen.

Vanochtend merkte ik bij het ontwaken een hartje op mijn arm. Mijn nichtje had het er gisteren op getekend. Een lieve kleinigheid waar ik blij van werd. Maar zo zou liefde moeten zijn: spontaan bij het wakker worden. Een lieve kleinigheid, een fijne gedachte en blij. Blij...


PS: Vorige stukjes over Allerheiligen vind je hier.

donderdag 16 oktober 2014

stelt paal en perk (20):

Cijfers en ik: wij vloeken samen - luid en onverstoorbaar - al van in de beginjaren van het tellen. Tellen lukt wel. Zolang het nog met vingers kan. Of met streepjes. Een rekenmachine desnoods. Af en toe oefen ik mijn hoofdrekentalent door in de winkel in het hoofd een brute som te maken van de prijs van alles wat ik in mijn winkelwagentje gooi en wonderwel klopt dat meestal. Ongeveer. Het is vooral het onthouden van cijfers waarmee ik behoorlijk flater tot een dikke nul. Op sommige dagen vergeet ik mijn eigen leeftijd en laat ik me al een jaar langer verhuisd zijn.  Met deze afwijking valt best te leven.

Maar waar ik wel een punthoofd van krijg, is dit: momenteel is er een trend aan de gang om punten in het onderwijs te schrappen. In plaats daarvan werkt men met kleurtjes, stickertjes, sterren,... Als motivatie van dergelijke quotatiesystemen oppert men altijd dat punten demotiverend kunnen werken. Dat ze zwakkere kinderen ontmoedigen en slimmere leerlingen op een voetstuk zetten. Op zich kan ik er wel inkomen. Hoewel ik daar in mijn persoonlijk leven nooit een punt van gemaakt heb. In de lagere school was ik bij de sterkste leerlingen, in de middelbare school bungelde ik achteraan. Het toenmalige PMS (nu CLB) adviseerde toen dat als ik een hoger percentage wou, dat ik dan gewoon van school moest veranderen. Dat de punten nu eenmaal lager lagen in de school waarin ik zat. Voor mij was het geen optie. Ik moest niet opeens betere punten hebben. Punten waren wat ze waren: ik was nu eenmaal beter in taal, voordracht en godsdienst dan in rekenen, turnen of tekenen. Ik bleef even hard studeren en kwam altijd bij de laatste troep over de eindstreep: so what? Dat was het punt niet. Ik was een bofkont: in mijn opvoeding werd ik hiervoor niet gestraft. Ik moest niet met hobby's stoppen als ik een onvoldoende haalde. Ik had geen mobiele telefoon die afgepakt kon worden. Punten waren geen pijnpunt. Zolang ik ze maar eerlijk toebedeeld kreeg. Dat moet gezegd. In het andere geval ben ik nog steeds een driftig dikkopje.

Er zullen wel voor- en nadelen genoeg op te sommen zijn tegen een puntensysteem bij kinderen. Maar wat ik me eerlijk gezegd wel afvraag is of dat allemaal niet een beetje hypocriet is in deze huidige tijden. Nog steeds geraak ik niet wijs uit het systeem van studiepunten in het hoger onderwijs, dat volgens mij almaar ingewikkelder wordt. Men wil een rijbewijs met punten invoeren. En nooit eerder moest ik zoveel scores geven voor bewezen diensten. Gisteren nog kocht ik een mobiele telefoon. De verkoper vertrouwde me toe dat ik een smsje zou krijgen, waarin ik zijn service punten zou moeten geven. En dat ik als ik een negen of tien gaf, dat ik dan kans maakte om een iPhone te winnen. Ik voelde me opeens dat meisje dat ooit in mijn lagere klas zat en een trampoline van haar ouders zou krijgen, als ze meer dan tachtig procent zou hebben. In gedachten begon ik al te springen.

Ik heb de indruk dat we kinderen almaar serieuzer gaan nemen. Volwassen worden dan weer verkleuterd met 'leukjes'. Met duimpjes. Zoals in de kleuterklas. Echt. 'Dikke duim, Tineke! Dat heb je goed gedaan!'. Serieus: ik ken een volwassen vrouw die verdrietig wordt als ze op een dag geen Facebookduimpjes krijgt. Er zijn nog nooit zoveel wedstrijden geweest op televisie: er worden bedjes uitgedeeld. Mensen krijgen punten op sfeer en gezelligheid. Op de cuisson van hun asperges. Volwassenen staan als opgedirkte aapjes op een podium en gaan voor duizenden kijkers op de knietjes met de vraag 'please' een smsje te willen sturen. Om hen te laten winnen. Vrijwillig allemaal.

Met aandrang zou ik durven vragen om me nog eens een ouderwets punt te geven voor dit matig opstelwerkje want die iPhone zal ik wel niet verdienen. (Een negen of een tien voor zijn werk, lijkt me toch wel veel. Ik kan me niet herinneren dat ik ooit honderd procent kreeg.)  Nu ik eraan denk, dat meisje toen, als puntje bij paaltje kwam, heeft ze haar trampoline nooit gekregen, ook al haalde ze uiteindelijk tachtig komma vijf procent. Omdat haar ouders er eigenlijk vanuit gegaan waren dat ze nooit tachtig procent kon behalen en dat ze helemaal geen trampoline konden betalen. Dat meisje was er heel lang boos en wrokkig om. Onlangs zag ik een foto van haar op Facebook verschijnen. Ze had een trampoline gekocht voor haar kinderen. Ik zag haar erbij stralen en natuurlijk gaf ik haar mijn duimpje.  Ik had er wel meer willen geven, maar helaas laat dit medium maar één duimpje per persoon toe.

woensdag 8 oktober 2014

De kunst de zee in een glas te vangen

Het is duidelijk! Kunst wordt beetje bij beetje gekortwiekt tot een mistroostige legbatterijkip. Ik word daar droevig en kwaad om. Al een hele tijd geleden schreef ik hier een stukje over (*). Meer hoef ik daar ook niet over te zeggen. Meer wil ik daar ook niet over kwijt. Of ik verglijd in zeer slibberige golven waarin ik mezelf een stuk verlies. Er is hierover trouwens tegenwoordig al genoeg zinnigs over geschreven en gezegd.

Maar ik bedacht dat ik, simpele duif, er toch wat aan wou doen, want ik zal toch wel niet de enige zijn, die in deze tijden bespaart op kledij, restaurantbezoek, reizen,... maar zelden op cultuur. Ik koop het in elk geval nooit bij de witte producten. Waarom? Omdat het iets met me doet wat geen enkel ander materiële aankoop doet: het maakt me rijker als mens. Het geeft me meer zin in dit leven. Het maakt mijn denken lichter.

Daarom wil ik wat proberen te doen. Ik haal een oud project van onder het stof. Elke week wil ik een vleugje cultuur in je virtuele postvak gooien, een verlichtend stapeltje woorden of een bijzondere foto, een verrassende tip, een link naar muziek... Helemaal gratis en voor niks. Geen zelfpromotie. Want wat zou het zonde zijn als we allemaal zouden moeten wachten op de koopjesperiode om eens en mooi schilderij te kunnen zien of om een prachtig gedicht te lezen!

Italo Calvino schreef ooit, zoveel jaar terug: 'Poëzie is de kunst de zee in een glas te vangen." Laat het ons proberen: om die zee in een glas te vangen, alvorens ze wordt weggetrokken over de venijnige stekelige rand van deze wereld omdat men liever droog wil leven.

Omdat het er wél toe doet!
Echt!

Schrijf je in voor dit initiatief via:  zee.in.een.glas@gmail.com.
Een houvast. Wellicht.
Uitschrijven kan altijd.


(*) Dat stukje is hier te lezen.



vrijdag 26 september 2014

ZOMERZAND: eindbalans

Beste lezer,


Nee: ik gaf het zomerzand niet op. Ik kwam alleen niet meer aan bloggen toe met al dat brieven schrijven. In totaal schreef ik in één maand tijd vijfenvijftig brieven! Dat schrijven had ik misschien wat onderschat: brieven schrijven vergt energie en tijd. Maar ook veel naaktschrijverij! Daarnaast vergat ik natuurlijk dat vakantie meer dan schrijven is: het is ook reizen, schoonmaken, vriendentijd,...

Het was goed om te doen. Al mis ik nog een dikke twintigtal wederbrieven. Elke dag stap ik nog met een bonzend hart naar mijn brievenbus. Twee brieven werden als 'vermist' opgegeven, maar werden uiteindelijk toch bezorgd. Minstens nog ééntje is ergens op de dool.

Welke uitdagingen ik nog allemaal voor mezelf in petto had? In willekeurige volgorde:

* Mezelf voor een aperitiefje uitnodigen. * Tussen twee honden gaan zitten. * Regenwormen spelen (en verliezen). * Twee uur aan in mijn eentje aan een toog gaan zitten zonder leesvoer. * Een liedje zingen in een Schots café. * Aan een Schot het geheim van de rok vragen. * In een fietstaxi zitten. * De vuile was ophangen in Gent. * Daten met een Tindermatch. * Verjaardagen en jubileums van familieleden serieuzer nemen en feliciteren. * Durven vragen aan 'vreemden' om op mijn bagage te letten zodat ik naar het WC kon. * Knipogen naar een treinreiziger. * Een hele dag brieven schrijven. * Spontaan mijn voorgevel ontgroenen. * Tussen voetbalsupporters gaan zitten zonder enig besef van wie speelde. * Mosselen voor mezelf maken zonder frietjes! * Een hele dag in training rondlummelen.

Er komt nog een staartje aan het briefproject. Gauw.




vrijdag 8 augustus 2014

ZOMERZAND: DAG 42

Hoezee! Hoezee! Vandaag bracht de postbode een eerste brief voor mij mee! Dat was helaas niet de enige post die ik kreeg. Naast de enveloppe met de kwispelende vierpoters vond ik ook 'een aanslagbiljet inzake onroerende voorheffing'. Vrees niet, ik heb daar geen gemene dingen mee gedaan. Maar wat ik zeggen wou. Een enveloppe. Een enveloppe die is al cadeaupapier! Gulzig scheur ik die open. Zelfs die van het aanslagbiljet. Ik denk dan misschien onbewust dat ik een prijs win als ik de snelste ben met openen. Een fikse korting zou wel mooi zijn als beloning.  Maar die eerste brief! Die eerste handgeschreven brief! Ik maakte hem zo voorzichtig open dat hij perfect gelijmd kan worden teruggestuurd met het opschrift: 'Bestemmeling onbekend'. Maar dàt ga ik natuurlijk niet doen. Die brief. Die eerste brief verdiende zachte handen en geduld. En dat is mij, ongeduldig trappelend meisje van twaalf,  zowaar gelukt!

Geduld en het meisje. Dat loopt voor geen meter. Wachten is één van die dingen waarvoor ze geen brevet kreeg. Toch slaagt ze er meestal wel in te blijven zitten en zuchten. Of om veel te lang op één been te staan. Maar tijdens dat wachten ging er dan zoveel door haar heen, dat ze wellicht een maand ouder geworden is van al die activiteit in haar lijf. Het zal dus ongeduld zijn waar ze (veel te vroeg) aan zal sterven. Dat is nu al zeker. Wuif haar dan rustig na en zeg in de maat: 'Ga maar, ga maar. Al het wachten is voorbij. Voorbij.'

Ga ik dit nog doen? Ik weet niet of het vol te houden is met de brieven die ik nog zal krijgen. Ik zal het proberen. Voorzichtig. Beheerst. Maar bovenal heel teder. 





Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 41

Hier volgt iets tricky. Een bekentenis. Iets waar ik me eigenlijk voor schaam. Ik schreef het al eerder: ik heb het daten opgegeven. Maar in een uiterst zwak moment deed ik vandaag iets wat ik anders nooit zou doen. Ik downloadde een datingapp die Tinder heet. Tsss. Daar gaan we wéér. Noem het geen jagen. Of wanhoop. Eerder een kriebeltje aan mezelf om wat meer mijn eigen wereld uit te gluren. Ik amuseer me in die eigen wereld. Heb veel vrienden. Maar alleen is uiteindelijk maar alleen.  Tinder dus. Het is niet eens mijn ding. Ik zoek helemaal niet graag. Ik word liever gevonden. En nu moet ik met mijn wijsvinger de hele tijd over 'nope' wrijven. 'Nope'. 'Nope'. 'Nope'. Al meer dan vijftig keer. Soms een twijfelachtig hartje. Als die persoon dan toevallig ook een hartje voor mij aanveegde, hebben we een match en dan pas kunnen we chatten.  Vreemde wereld. Maar het is alvast de eerste keer in heel mijn leven dat ik het gevoel heb rijen mannen bij een eerste indruk te moeten afwijzen met één enkele veeg. Toch een beetje macht in al die zieligheid.  Brrr.

Het meisje durft het niet altijd toe te geven dat ze eigenlijk best soms eenzaam is. Want eenzaam klinkt als bejaard, muf behangpapier en kleffe koekjes. Als bezoek dat niet langskomt. Als tijd die bijna stil staat. Als een grijze lange baard. Het klinkt als verdriet. Als hopen stof. Verspilde wijn. Verzuurde melk. Ze kan zo uren verder gaan. Zo lang dat ze op den duur alleen maar eenzaam ziet. Maar het meest van al die tijd is ze het gelukkig niet.

Zal ik dit nog doen? Zucht. Ik wil dit al helemaal niet doen. Ik hoor niet op die dingen thuis. Maar ik zal het wellicht wel nog een keer proberen. Als het niets wordt. Tegen Kerst aan. Dan slaat het gevoel van dat meisje vast weer toe. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 40

Vandaag had ik eigenlijk geen dag willen noemen. Na een slapeloze nacht had ik me met moeite samen kunnen rapen. De trappen af. De trappen op. De trappen af. Douchen. Veel meer zat er niet in. Een dag waarop ik op mijn stoel en even op mijn bank geplakt was.  Twee brieven had ik te schrijven. Toen schreef ik een mailtje naar een Iraanse schrijver die daartoe opgeroepen had in zijn toneelstuk.  De mail gaat over konijnen en beren. Meer hoeft u daarover niet te weten. En dan bedacht ik: 'Ik doe het gewoon!' en schreef een mail in een harig soort van Engels naar de organisatoren van The Edinburgh Festival Fringe. Met een idee tot klein project dat ik daar zal uitvoeren als ik daar ben. Ik lichtte mijn klein bescheiden project toe en vroeg toestemming of het mocht. En of ik er hun virtuele platformen mocht voor gebruiken. 'Lef,' dacht ik, 'groeit niet aan de bomen.'

(Mijn idee? Kort. Maar minder harig. Het thema van het festival is 'Unboring'. Tijdens het festival ga ik gewoon als mezelf. Niet als attractie. Maar ik ga oproepen via Twitter en Facebook om mij daar ter plekke aan te spreken 'to unbore myself'. Sociale media gebruiken om mij wat extraverter op te stellen alleen op reis. Op zak ga ik een dobbelsteen hebben. Die krijgen ze van me. Naargelang de ogen van de dobbelsteen die ze werpen,  ga ik dingen doen, die ik anders nooit zo in een vreemd land zou durven. Die dingen laat ik hier nog even in het midden.  Maar ze zullen ook niet zo spectaculair zijn.) 

Het meisje zou zo graag wat vlotter praten. Zo in het begin. Na een tijdje lukt het als vanzelf. Maar die eerste uren met een ander zijn meestal zo introvert dat ze een erwtje wordt in dat gesprek. Een bolletje zwijgen zonder oogcontact. Kon ze maar wat meer een prei zijn. Of een wilgenboom. Maar nee, die eerste uren is zij een erwt, die vaak genadeloos wordt geplet.

Ga ik dit nog doen? Plannen broeien constant in mijn hoofd. De kans dat ik nog zoiets doe, is heel erg groot.

(UPDATE: twee dagen later krijg ik een fijne mail van de organisatie. Ze zijn laaiend enthousiast en zien het in hun programma passen. Ik mag ongestoord hun sociale media inpalmen. Nu MOET ik het wel doen. :-) )



Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 39

Omdat de taart van gisteren mislukt was, moest ik dus naar de bakker toe. Daar vind ik het altijd lastig in te schatten hoeveel gebakjes ik mijn gasten mag aanbieden zonder dat het overdadig lijkt, maar ook niet té berekend. Vier gebakjes dus voor twee personen. Natuurlijk waren er twee gebakjes te veel. Net als een koelkast vol met veel te veel. Normaal zou ik - als de gast vertrokken is - in dat zwarte gat van weer alleen - wel eens pogen om de restjes dessert naar binnen te stouwen. Maar dat bekomt me eigenlijk altijd slecht. Bovenop al  die restjes drank. Dus beloofde ik mezelf die stukjes weg te schenken. Dapperder dan je denkt, beste lezer! Gisteren schreef ik: ik eet niet veel taart. Maar in de nasleep van het gastvrouw spelen durf ik wel eens over bepaalde grenzen te gaan... De gebakjes bracht ik met de fiets naar een vriendin, die me er een derde van een fles cava voor in de plaats gaf. Dat is nog eens een ruil! Niet?

 Het meisje leerde al snel delen in haar leven. Dat moet als je onder broers en zussen samen bent. Dan deel je aandacht, zitplek, kleren, liefde en eten. Je krijgt genoeg. Je zeurt niet om een groter stuk als je de kleinste bent. Je deelt. Toen het meisje opeens in haar eentje was, leerde ze het delen af. Er was ook niemand om de stukje aan te geven. Tot ze zag dat er meer was dan broers en zus.  Dat er een hele wereld was die hoopte op een deeltje van de koek. Er is nog altijd samen. Er is nog altijd meer.

Zal ik dit nog doen? Natuurlijk! Alles beter dan weggooien. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.




















ZOMERZAND: DAG 38

Bezoek. Dan bak ik graag een cake. Maar weet je wat ik een probleem van cakedeeg vind? Dat is dat het zo kruimelt. Vandaag hoopte ik op minder kruimels dan de keer daarvoor. Wat ik niet verwachtte is dat er geen enkele kruimel van mijn cake te schrapen was. De cake was zwart en hard alsof ik er nog nooit één in mijn leven gebakken had. Dat komt ervan om minder kruimels in het beslag te denken...

Het meisje en taart. Meestal denkt men die twee samen. Alhoewel ze eigenlijk weinig taart achter de kiezen heeft en nog minder in de handen. Ze bakt het graag en eet het graag, maar niet overmatig. Teveel taart schaadt niet alleen wat mensen wel eens een lijn pogen te noemen. Het schaadt ook de smaak. Van taart moet zo nu en dan worden gegeten.  Dan is ze pas lekker. Dat is de enige gelijkenis tussen het meisje en de taart. Niet het schaden. Wel het lekkere. Met mate.

Ga ik dit nog doen? Tja. Zoiets doe je niet met opzet, denk ik toch altijd. Het zal me nog wel vaker overkomen. De lekkerste taart kan ook best een keertje niet te vreten zijn. Zelfs een taart heeft wel eens een slechte dag.



Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 37

Vandaag is zo'n zondag waarop je vrolijk wakker wordt en denkt: 'Tom Waits en koffie!' Een sigaret zou mooi  geweest zijn enkel voor de pose. Zo'n  zondag dus.  Er zou gewerkt moeten worden aan je mini-koertje, zoals het stilaan officieel is gaan heten. Want morgen krijg je bezoek dat van mooie dingen houdt en die koer van jou is aan verfraaiing toe. Spinnenwebben ruimen. Een schuurbeurt of drie. Een herschikking. Een beetje kleur. Nu moet je weten dat dat koertje heel erg klein is. Anders noemde ik het toch zelf niet eerst een mini-koer. Zo klein is het dat je er amper kan in draaien. Laat staan alles verplaatsen. Maar na het schrijven van mijn dagelijkse brief (ik hou stand), begin ik toch met iets van moed. En het resultaat is wel in orde, vind ik zelf. Ik kan nu ook niet toveren...



Het meisje houdt van gras. Van bloemen en geuren. Toch koos ze ervoor geen tuin te hebben omdat ze ooit een tuin had en die niet onderhouden kon. Dààr was ook geen beginnen aan. Twee verlengkabels had ze nodig voor de grasmachine en dan nog kwam ze niet toe. Stel je voor: wat een gedoe! Bobbels en bulten, vallend fruit en veel te nieuwsgierige buren. Nu ze geen tuin meer heeft, ontdekt ze dat ze toch wel naar iets soortgelijks verlangt. Ze kocht bloemen en planten. Echt en nep. Ze probeert haar kruidenpotjes niet te laten sterven en ze kleurde de muren zuiders geel. Is het genoeg? Bijlange niet. Maar een tuin. Een echte tuin? Nee, die wil ze eigenlijk nog altijd niet.

Ga ik dit nog doen? Ja. Dat spreekt. Steeds een beetje meer zoals het moet.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 36

Dit jaar had ik geen echte Theater Aan Zee-plannen. Wat op zich opmerkelijk is. Normaal is dat het eerste wat ik in mijn zomer plan. Dat had helemaal niets met het programma te maken, maar met iets in mijn lijf dat even genoeg had van Theater en Poëzie (want dat kreeg dit jaar ook een uitgebreid programma). Dat kan. Dat is geen schande. Kortom: er zat uiteindelijk teveel vertraging op het reserveren. En tegen dat ik dan toch weer zin had: was het meeste wat ik had willen zien al uitverkocht. Toch liet ik me op (met plezier hoor) optrommelen om mee te gaan naar een voorstelling van een vriendin van een vriend. Op een Provinciaal Domein. Buiten. In de vlakke zon. Het was een boeiende voorstelling. Maar dit stukje wil geen recensie zijn. Eerder het verslag van mijn heldhaftigheid. Ik voelde de bui al hangen toen ik in de verte keek: grote metalen paarden. Genoeg voor iedereen in het publiek één. En inderdaad: als sluitstuk moesten wij op stuk voor stuk op een metalen hobbelpaard kruipen van twee meter hoog. Zonder trapje. Omhoog. Dat ging nog. Wonderbaarlijk voor iemand die de bok niet eens over geraakte. Zelfs niet in slow motion.  Terwijl ik op de rug van het schommelpaard zat, kon ik mijn aandacht niet meer bij de voorstelling houden. Ik dacht alleen maar: 'Hoe geraak ik hier af? Met mijn bokkenpootjes en mijn gebrek aan soepelheid?' Ik zweette niet alleen door de zon. Enfin: uiteindelijk hebben die vriend en iemand uit het publiek me geassisteerd om zonder kleerscheuren af te kunnen stijgen. De schrik werd doorgespoeld. En toen we uren later naar huis reden, zonder paard, dat spreekt, hadden we nog twee extra voorstellingen kunnen meepikken die minder acrobatie van me verlangden. Maar mijn dijen deden nog twee dagen zeer. Alsof ik niet alleen in gedachten op een echt paard gezeten had. Nooit meer.

Het meisje heeft het niet zo voor paarden. Behalve zee- en stokpaardjes dan.  De dag dat ze toch een paard op moest, zal ze niet zo licht vergeten. Eenmaal op de rug moest ze zo zweten dat het paard de sporen nam. Het sloeg op hol. De duinen in. Ze werden geen van beiden ooit terug gezien. Zweten op een paard is dus te vermijden.

Ga ik dit nog doen? Ik vrees van niet.  Maar de kans dat dit nog een keertje moet, is zo klein dat het dan wellicht één of andere déjà vu zal zijn. 

(Gelukkig geen foto van mij op dat paard. Om aan te tonen hoe hoog het werkelijk was, kijk maar eens naar onderstaande afbeelding uit de krant.)



Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 35

'Vijf' rijmt niet voor niets op 'Wijf'. Denk ik. Toen ik me vandaag voor de beeldbuis plantte voor Zender Vijf, bedacht ik mezelf in pyjama voor de buis met een grote bak ijs. Even ter verduidelijking: ik zat niet in pyjama en ik had geen grote bak ijs... Echt niet. Ik besloot eens lekker Bridget Jones te zijn. Na elkaar waren er een stuk of vier melige programma's. Vond ik. Het ergste was een John Travolta die als engel Michaël een hond weer levend maakte. Ik heb het met grote ogen aangezien. En dan het besef: zelfs met al die potten crème nog geen volleerd wijfje te zijn. 

Het meisje hield eigenlijk altijd al van loom televisiekijken. Alleen was daar nooit echt veel mogelijkheid toe. Want ze had maar twee zenders die af en toe op het scherm verschenen als de antenne niet in staking was.
Daarenboven moest ze altijd naar bed voor de grootste pret begon. Dat kon ze altijd horen boven, als de anderen weer tot in haar bed moesten lachen. Nu kan ze het als ze het wil. Zittend.  Loom en lui. Onbeweeglijk. Niets om erg gelukkig van te worden. Maar in gedachten leeg te kunnen lopen tot een niets. Een niemand. Een onbenul. En merken dat het op het scherm nog erger is. Dat je nog de beste van de nietsen bent. Dat is iedereen wel eens gegund.

Zal ik dit nog doen? Ja. Ongetwijfeld. Zoiets gebeurt in vlagen. Gelukkig niet alle dagen.


Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 34

Vandaag stond ik een winkel waar je altijd tegen betaling verrassende voordeligheden kan halen. In de aanbieding waren dag- en nachtcrème van een product dat ik alleen van in de reclames ken, Meestal zijn die vrouwen die het daar demonstreren jong en mooi en ongelofelijk glad. Omdat ik de raad gekregen had om ook eens wat aan mijn gezicht te doen, bedacht ik dat het nu wel kon. Zo verrassend voordelig. Dag en Nacht! En eentje aan de halve prijs! Dat scheelt een pak. Dagcrème kocht ik al. Maar gebruikte ik wekelijks. Zelfs soms maandelijks. En natuurlijk zag ik dan ook geen verschil. Nu  wel veel duurder. Smeren ga ik voortaan doen. 's Ochtens. 's Avonds. Ik ben nu al zo woestaantrekkelijk, maar met die crèmes word ik vast niet te weerstaan.

Het meisje lijkt soms een kop te hebben. Maar men zegt veel liever 'hoofd.'. Een hoofd dat ze er niet kan afschroeven. Ze zou het wel kunnen ruilen, denkt ze. Tegenwoordig kan je je hele lijf al voor een ander kwijt. Maar dat kan niet zonder rijke man. Waarom zou ze ook? Ruilen is vaak iets anders krijgen. Iets wat behoorlijk slecht kan zitten.  Te ruim. Te smal. Te grijs. Dan maar beter die eigenheid behouden. Extra in de watten leggen. Van jezelf is er maar één.

Zal ik dit nog doen? Wellicht wel. Het is een beetje verslavend dat smeren. Voortaan als ik uit logeren ga, neem ik twee extra potten mee.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 33

Vroeger schreef ik 's zomers pakken brieven. Op zelfgemaakt briefpapier. Op WC-papier. Op wit papier dat ik dan deskundig in scheve puzzelstukjes verknipte. Er was nog geen computer. Enkel een tikmachine met een lint. Er was nog geen gsm. Als je een vriendin wou ontmoeten moest je eerst haar telefoonnummer opzoeken in een heel dik boek. Elke middag stond ik trouw aan de brievenbus te wachten op de postbode die dan af en toe een brief voor me in ruil had. Een minstens even gekke brief. Of een iets minder vrolijke. Maar echt saai zijn zelfgeschreven brieven nooit. In een vlaag van nostalgie bedacht ik vandaag dat ik elke dag van augustus minstens één brief zou moeten schrijven. Met de hand. In vulpen. Al was het maar om weer dat schrijven aan te leren. En om weer als vanouds op wacht te kunnen staan. Op een antwoord. Op een verwennerijtje van papier.

Het meisje houdt van brieven die met de hand gekriebeld zijn. Maar zelf kriebelt ze tegenwoordig alleen maar boodschappenlijstjes. 'Lieve winkel,' schrijft ze dan. 'Mag ik alsjeblieft drie zakken kattenbakkenvulling? Ook heel graag zes flesjes bier. Doe er ook maar blokjes kaas bij. En een nieuwe tandenborstel. Als het niet teveel moeite is, had ik ook graag een broodje voor in de oven. En een zestal appeltjes om heerlijk in te bijten. Mag het, alsjeblieft?' Maar op het lijstje kan ze enkel 'kattenbaknvllng, bier (6), bl kaas, tandenborst, br ovn en appel 6' lezen. Ze krabbelt lieve briefjes tot onleesbare bevelen.

Ga ik dit nog doen? Ja! Brieven schrijven zou een nationale sport moeten zijn!  

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 32

Huisruil. Wie kent het niet? Meestal ruilen mensen van huizen om een land. Verandering van lucht. Ik ken huizenruil tot nu toe van horen zeggen. Het leek me onmogelijk dat iemand me dat ooit zou kunnen voorstellen: 'Hé, gaan wij eens een paar nachten van huizen ruilen?' Maar het onmogelijke deed zich toch voor. Een vroegere huisgenote (ze kent mijn zin voor orde dus) wou graag met haar man mijn huis bewonen. Twee nachtjes maar. Twee nachtjes maar? Voor mij bijzonder wel. Alsof het een maand betreft. Want wie je in je huis laat wonen, ziet elk hoekje van je huis. Vandaag maakte ik een lijstje op met bijzonderheden van mijn huis. Een soort praktisch huishoudelijk reglement. Wat een uitdaging voor mij (wie mij persoonlijk kent, zal dit zeker weten) ! Na dit werk (als het huizenruilen meevalt) mag het misschien nog een keer... Misschien wel graag. Kom,  logeer enkele dagen in Menen, terwijl ik de bladeren uit uw zwembad haal of liedjes voor uw vogelspin kweel. 

Het meisje kent haar huis. Ontzettend goed. In haar huis is ze eigenlijk het liefst alleen. Niet alleen omdat gasten dan haar rommel zien. Maar ook omdat haar huis best wel eigen is. Zo eigen als haar lade onderbroeken. Maar ze kan best wel zonder huis. Voor even. Wat als een ander haar huisje op de schouders neemt? Voor net zo even. Past het dan nog als ze terug over de deurmat stapt? Vast wel. Een huis hecht zich enkel aan de schouder van wie een thuis in het wil zien.

Ga ik dit nog doen? Dat kan ik pas weten als de huisruil afgelopen is. Nu werden enkele plannen gemaakt en lijstjes. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 31

Volgende uitdaging kwam gewoon op mijn weg. Spontaan. Samen met een vriendin zat ik een restaurantje te eten. Op een gegeven moment moest ze naar het toilet en toen ze terugkwam zei ze: 'Dit geloof je niet! Er zit een poedel naast het toilet!' Natuurlijk geloofde ik dat niet. Langs één kant wou ik dat wel met mijn ogen zien, maar aan de andere kant, dacht ik toch: 'Plassen naast een poedel doe ik liever niet.'  Natuurlijk moest ik na enkele glazen wijn en water - natuurlijk! - ook naar het toilet. Angstig schoof ik langs de toonbank naar het toilet. Ik opende de deur en inderdaad: tegenover de pot stond een rode polyesteren poedel. Gelukkig! Hij leefde niet! Wat niet leeft kan ook niet bijten. Maar ik weet niet of jij dit al deed: oog in oog met een beest urineren is toch wel wat intimiderend. Zeker als het niet verpinkt.

Het meisje doet  ook dingen die alle meisjes ook moeten doen. Ademen bijvoorbeeld. Of slapen. Eten en drinken. Maar natuurlijk doet ze ook zoiets dagdagelijks als plasjes maken. Anders zou ze geen levend wezen zijn. Over plasjes wordt in het algemeen gezwegen. Plasjes zijn privé. Zo privé dat ze in bijna geen enkel boek of film voorkomen. Tenzij in een uitzonderlijk nood. En meestal als plasjes mannelijk zijn.
Dat schijnt grappiger te zijn. In elk geval: plasjes maken doen meisjes liever alleen. Soms met andere meisjes voor de deur. Oog in oog plassen meisjes liever niet. Zelfs niet met een hond.

Ga ik dit nog doen? Het eten was lekker daar. Het restaurant is ook niet eens zo ver van de deur. Het is het einde van de wereld niet. Maar wel een beetje vreemd...

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

maandag 28 juli 2014

ZOMERZAND: DAG 30

Voor het eerst in mijn leven deed ik ziekenhuisslofjes aan. Gelukkig was dit niet in een ziekenhuis, maar in een boekenkamer. Toen ik naar mijn voeten keek, voelde ik me groter dan ik ben. En vooral: mijn verbeelding toch wat kleiner. 

Het meisje leeft op vreemde voeten. Dan heeft ze het niet over tenen of over de vorm. Maar over hoe die voeten in de wereld staan. Toen die voeten op een dag de fantasie van anderen mocht bevoelen, bedacht ze haar eigen fantasie opeens heel klein. Al die woorden. Al die letters aan haar voeten. En nog veel te veel leesvoer om haar verbeelding mee te voeden.

Ga ik dit nog doen? Geen idee of de kans me nog een keer zal worden aangeboden me op het gladde ijs van schrijvers te begeven.



Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 29

Voor sommige films ben ik op voorhand bang. Niet omdat ze een overdaad aan nepbloed en geschreeuw bevatten, maar omdat ze me zo door elkaar schudden dat ik er beduusd en heel onrustig bij achterblijf. Ik heb dat bijvoorbeeld met 'A Clockwork Orange'. Ik mag daar niet alleen naar kijken. Ik moet daarbij als het ware in iemands hand kunnen knijpen en dan kunnen zeggen: 'Zo, dit was film en die is nu voorbij.'  Maar soms - heel soms - in een jaar, overvalt een drang tot zelfkwelling mijn voor-de-buis-verblijf.  Dan moet ik bijvoorbeeld 'Silence Of The Lambs' voor de twintigste keer zien en bijgevolg als de dood zijn bij het slapen door al die spanning in mijn lijf. Vandaag keek ik naar een film, waarvoor ik op voorhand was gewaarschuwd: 'Niet voor gevoelige kijkers met zelfs maar een plukje moedergevoel'. 'We need to talk about Kevin'. Maar ik keek toch. Alleen. Met toch een vleugje spijt.

Het meisje is geen moeder. Maar is het vaak dat als ze een moeder ziet, dat ze zich zelf daarin kan zien. Dan kan ze huilen om een kind dat niet echt in haar armen ligt. Maar bij de buren bijvoorbeeld. Of op tv. Of in de winkel. Ze moedert eigenlijk mee met feitelijke moeders. Zonder barensweeën voelt ze ook de pijn van een dochter die ongelukkig in een psychiatrische instelling zit. Of het verdriet van een moeder die de gevolgen van een moordende zoon ziet.  Ik wil niet pretenderen dat ik hetzelfde voel, maar ik voel mee. Zodat de pijn van de moeder dan wellicht wat lichter wordt om te dragen. En het meisje zich almaar zwaarder wordt, van al dat moedergevoel dat ze moet dragen.

Ga ik dit nog doen? Ja. Zeker. Ik ken mezelf als geen ander.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.



ZOMERZAND: DAG 28

Nadat ik ooit één spiksplinternieuwe auto veel te kort in mijn bezit had, geef ik auto's graag een tweede of een derde (zelfs een vierde) leven. De auto waar ik nu mee rijd, is er eentje die ik nooit zelf zou kopen. De meesten mensen schrikken als ze mij in combinatie van mijn auto zien: alsof zo'n klein onhandig vrouwtje niet in een grote auto hoort. Terwijl de kleinste mannetjes hun gestalte schaamteloos op vier wielen trachten te compenseren. Enfin: de auto waar ik nu mee rijd, is een erfstuk. Toen mijn vader begin 2011 is overleden, mocht ik het stuur dat veel te weinig onder zijn handen had gesleten, overnemen. Mijn vader was een bange chauffeur. Hij hield niet van lange reizen. Zijn eigen laatste reis, duurde wellicht om die reden ook heel kort. Als ik in die auto rij, lijkt het altijd alsof hij toch nog een stukje met mijn veel langere avontuurlijkere ritten meereist. Dan zie ik in gedachten vaak dat hij zich angstig aan iets vasthoudt. Of dan zeg ik wel eens luid: 'Zo, dat je hier zo met je auto zou komen, had je dat nog wel gedacht?' Vandaag moest ik iets doen, waarvoor ik al een tijdje vreesde: voor die auto van mijn vader het doodsvonnis ondertekenen. Teveel kosten aan zijn ingewanden. Teveel gevaar op de weg.

Het meisje had een vader. Zoals elke meisje. Dat is niet gek. Of vreemd. Of buitengewoon. De vader speelde ooit in een fanfare. Zelfs nog een heel tijdje toen het meisje daar al was. De vader glom trots zoals zijn instrument als hij de straat op mocht. Marcherend. Het meisje stapte heel kort ook even voor hem uit als trommelaar. Even trots en glimmend. Maar niet lang daarna, werd de fanfare uit elkaar gehaald. Het trommelkorps ontbonden. De vader moest met gebogen hoofd de fanfare verlaten voor groter talent dat op zijn stoel kwam zitten. Vanaf die dag glom hij wat minder. Het meisje vond vlug iets anders om bij te blinken. Maar de vader was meer gehecht en trotser. Er blonken tranen in zijn ogen als hij de klank van blazers op de radio of op zijn grammofoonplaten hoorde. Meer dan vijftien jaren luisterde hij niet meer. Hij kon het niet meer. Dat durfde hij niet. Maar toen hij opeens opa was, had hij een auto met CD's. Met de ramen en het dak open, reed hij met fanfaremuziek rondjes op het terrein. De kleinkinderen zwaaiend en toeterend uit de ruiten en het dak. Hij lachend trots om zijn zelfgekweekte fanfare die hem nooit zou uitfluiten. Zoals dit verhaaltje begon: het meisje had een vader. De vader die verdween. Maar het verlangen te marcheren en bij muziek te glimmen bleef.

Ga ik dit nog doen? Ik zal wel nog ooit een auto moeten achterlaten of afgeven. Maar nooit meer een auto van mijn vader. Als klein eerbetoon en grote hommage rij ik deze laatste dagen met fanfaremuziek rond. Hij moest eens weten...

Meer info over deze rubriek? Klik hier.


ZOMERZAND: DAG 27

Tekenen. Nooit een sterk punt van mij geweest. Ik geloof dat ik nog steeds een boom teken zoals ik dat kleuter deed. Hetzelfde met huizen, katten en mensen. Mensen hebben meestal gewoon een stokje als lijf en een druif als hoofd. Het plezier van tekenen is mij nooit doorgegeven. Vandaag daagde een vriendin mij uit om haar portret te tekenen. In ruil gaf ze mij in tweevoud terug. Ik kon er best om lachen. Het resultaat? Dat is niet echt zo beschamend om te zien. Ik zie meer dan een druif. Meer dan het driehoekje als neus en lijntjes als haren. Maar een portret van die vriendin? Nee, dat is het uiteindelijk niet geworden...

Geef het meisje een potlood en ze legt die onder haar onderlip. Meer kan ze er niet mee doen. Prutsen en kriebeltjes. Dat lukt. Meer niet. Dus als er op een dag toch een echte lijn uit dat potlood vloeien moet, begint het meisje zo te zweten dat ze alle lijnen met kleine fijne zweetdruppeltjes besproeid en die op hun beurt gaan vloeien tot een grijze vloed op haar hand die ze overal onbeschaamd mee naartoe neemt. Soms tekent ze haar lijf zo grijs dat het bijna als een bejaarde is. Kleine houterige lijntjes.

Ga ik dit nog doen? Misschien wel. Zo erg was het allemaal niet. Toch? :)




Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 26

Vandaag schreef ik een brief. Dat is op zich natuurlijk niet echt een uitdaging. Brieven schrijven doe ik al sinds ik brieven schrijven kan. Eerder schreef ik ook al aan onbekenden. Maar vandaag schreef ik een onbekende man, waarvan ik denk dat zijn openlijke commentaar op FB (op mij gericht) niet zo aardig was bedoeld.  Al weet je dat natuurlijk nooit echt zeker met die smileys. Enfin ik schreef, maar volgens mij heeft hij nog niet gelezen. (De brief staat hieronder ergens met de titel 'stelt paal en perk'. Wie me openlijk becommentarieerd mag ook een openlijke bal terug verwachten.)

Het meisje heeft er altijd van gehouden zich in een brief te wentelen. Om en om. Tot alle letters op haar lijf stonden. En de witregels in het hoofd. Maar wat ze zelf schreef, daar weet ze soms niet waar die woorden zijn gebleven. Hoeveel brieven wachten nog steeds op een antwoord? Hoeveel brieven leven in haar dromen een eigen leven: misschien kwamen ze nooit aan en zweven nog steeds ergens in de lucht of drijven als flessen in het water. Verloren post. Of post die je verliezen laat. In de oppervlakkigheid van dit bestaan.

Ga ik dit nog doen? Wellicht wel. Ik weet niet veel. Maar ik moet vaker worden gelezen.


Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 25

Een paar dagen geleden werd ik uitgedaagd door een vriendin om mijn banden te leren oppompen. Dat ontstond uit een band die behoorlijk lek leek. Dus voortaan moest ik die banden wat in de gaten leren houden. Natuurlijk vergat ik vandaag te checken. Ik schrok toen ik een leegte onder auto voelde. Ik reed naar een tankstation waar ik wat ik van haar leerde, nogmaals uitvoeren kon. Maar wat bleek: te laat! De band was al naar de vaantjes... 'Zelf een band vervangen', riepen vrienden. 'Dat is nog eens een uitdaging!' Toegegeven: ik begon er zelfs niet aan. Dus ik belde iemand waar ik eigenlijk gewoon al heel lang voor betaal en stond hem bij toen hij met zijn takelwagen mijn auto kwam aangesneld. Wat bleek? De klus leek nog moeilijker dan ingeschat. De man had het er maar moeilijk mee. Het type banden van mijn auto bleken de eenvoudigste nog niet.

Het meisje houdt van ballonnen. Van luchtmatrassen. Zakjes. Dingen die ze vol adem kan proppen. Alsof het kleine staalkaartjes van haar leven zijn: 'Kijk eens, welke lucht ik uit kan blazen!' Op kampen vroeger, blies ze zonder pomp ook de matrassen van de anderen op. Tot ze licht werd in het hoofd. Ze herinnert zich ook eens een lading van ballonnen die ze met haar adem had gevuld. Maar niet alles vult zich met een adem. Als iets lek is bijvoorbeeld. Of kapot. Of gewoon allergisch aan een adem. Dat is jammer. Ze spaart niet graag een zucht, een zee van lucht. Ze deelt zo graag haar adem.


Zal ik dit nog doen? Ik vrees van wel. Banden gaan wel vaker stuk. En onhandigheid blijft vaak in linkerhanden hangen. Helaas. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 24

Het avontuur van de majorettes kent een ongekend succes. De boekingen stromen binnen. En raad eens: ik vind het heerlijk! Vandaag werden we op een podium gedropt. Met wel meer dan dertig spots op ons gericht en meer dan twee honderd paar ogen. En toen dacht ik: ik doe het gewoon. Ik tilde gewoon mijn hele jurkje omhoog en toonde mijn billen alsof de doodnormaalste zaak van de wereld was. 

Het meisje heeft een lijf. Dat is een onontkenbaar feit. Een lijf waarin ze vaak verdwijnt. Omdat dat al van voor de geboorte was bepaald: een lichaam is een altaar waar je je altijd voor moet schamen. Ze bedenkt vaak dat ze met een grote dosis schaamte is verwekt. Met praktisch alle kleren nog aan. Met blinddoek. Onder de zwaarte van een laken. Al weet ze eigenlijk wel zeker dat het niet zo was. Ze is het product van een warme zomer. Maar het lijkt zo'n mooi excuus voor alle blos die uit haar lijf is weggelopen.

Zal ik dit nog doen? Dat is moeilijk te voorspellen, maar ik gok op nog veel JA's. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 23

Vandaag kwam ik terecht in een heus hindernissenparcours. Een vriendin had dit niet speciaal voor mij geregeld, maar ze vond wel dat ik me door een tafel in de gang moest wringen om tot in haar huis te komen. Niet eenmaal, maar andermaal. Meer zelfs. Ook de rit in de auto verliep behoorlijk op de fijne bank der niet-elegantie. Omdat het slot van de deur van de passagier kapot was, moest ik over handrem en versnellingspook door. 'Echt iets voor jou,' zei ze. Terwijl ik in haar camera keek.

Het meisje denkt heel soms terug met heel veel heimwee aan de tijd waarin ze nog een elastiekje was. Soepel legde ze haar benen in de nek en kroop gedegen door het oog van de naald. Soms vreesde ze wel het knappen van het lijf tijdens al dat rekken en veren. Het kapot springen in de ruimte. Om zich dan op handen en voeten bij elkaar te rapen. Dat heeft ze nooit moeten ervaren. En dat is dan weer een geluk. Stuk is stuk. Zeker voor een elastiek.


Zal ik dit nog doen? Hoogstwaarschijnlijk wel. Auto's met kapotte sloten zijn me niet vreemd. Al komen ze steeds minder voor. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 22

Vandaag was de dag van grote hitte. Zweten. Zweten. Zweten. Belangrijk doel dat ik me vandaag heb gesteld: proberen niet te smelten.

Het meisje had altijd al van suikergoed willen zijn. Het liefst in marsepein. Maar omdat ze dat zo lekker vindt, zou ze niet van zichzelf kunnen blijven. En dat is wel lastig. Vooral als je naar buiten gaat. Want anderen moeten niet weten dat je met jezelf een strijd van bijten voert. Op dagen dat ze zich zo plakkerig met zichzelf verbonden voelt, blijft ze dus veilig binnen op de bank. Waar ze met water en ook vaak met een boek, stukjes uit zichzelf kan bijten. Maar erger nog dan eigen tanden, is het gebit van de zon dat gulzig hitte over suiker strooit. 

Ga ik dit nog doen? Het zal wel moeten, dit is het einde van de zomer nog niet.


Meer info over deze rubriek? Klik hier.

woensdag 23 juli 2014

stelt paal en perk (19)

Beste,

De wegen van de sociale media zijn ondoorgrondelijk. Dat weet U net zo goed als ik. Vandaar ook dat ik U zo vlotjes kan bereiken. De reden waarom ik U contacteer betreft een reactie die U hebt geschreven onder een foto van een bonte bende majorettes. Eén van hen ben ik. Jawel, die rechtse. De superrrrrrrste, zoals u met een guitige smiley omschreef. Bedankt alvast voor het compliment. Het is altijd fijn om superrrrrrr bevonden te zijn. Zeker door onbekend heerschap.

U moet weten dat ik met de toetreding tot het prettige clubje 'Les Figurettes Fénoménales' een serieuze drempel over ben moeten stappen en dan is een compliment als dit zeer zeker welkom. Zoals iedere vrouw die er op deze aardbol rondloopt, zit ik vol complexen en daarnaast heb ik een behoorlijk coördinatieprobleem. Mezelf is zo'n strak jurkje wringen inclusief netkousen en daar dan ook nog mee naar buiten komen, vergt lef en al die pasjes vragen enorm veel energie. Ik heb die lef en energie gevonden. En hoe! Dat het loont en U me blijkbaar super vindt, dat vind ik mooi.

Wat ik graag van U zou willen weten, is wat U met die smiley bedoelde? Vindt U me daarnaast ook grappig? Of was uw opmerking slechts een grapje? Als u me grappig zou vinden, dan vind ik dat fantastisch. Ik ben ook best een grappige vrouw. Dat mag ik van mezelf wel zeggen. Ik zit ook al ruim vijfendertig jaar met mijn gezelschap opgescheept. En vaak bezorg ik mezelf een ontzettende lachstuip. Maar ook anderen ontlok ik vaak een glim- of bulderlach. Het is een mooie gave om mensen te doen lachen in deze wereld. Humor is van onschatbare waarde geworden.  Maar als uw opmerking als grapje bedoeld is, wil dat zeggen dat U me helemaal niet superrrrrrr vindt. Dat is uw recht. Niet iedereen kan me geweldig vinden. Ik zou het er maar druk mee hebben. Dan rest de vraag waarom U dit blijkbaar openlijk wil verkondigen. Als ik dat zou doen, ben ik er wellicht een halve dag mee bezig. Teveel mensen zijn niet naar mijn zin.

Ik geef het grif toe. Toen ik voor het eerst openlijk als majorette over de straat marcheerde, pakte ik me niet alleen in shapewear en outfit in. Ook plakte ik een olifantenvel op mij. Want  zoals ik hierboven schreef: ik ken mezelf bijzonder goed. Ik kijk ook vaak in een spiegel. Zelfspot is me niet vreemd. Ik ken de zwaarte van mijn lichaam. Dat verbaast U wellicht niet. Ik kan er ook moeilijk om heen. Om die zwaarte. In een tijd waarin maatje achtendertig de wereld domineert, ben ik de olifant. Of het nijlpaard zoals U belieft. Daar neem ik ook stilaan vrede mee. Maar om één of andere reden was ik toch bang om reacties te horen in het publiek in de aard van: 'Moet je kijken naar die dikke!' Of  'Dat die durft mee te doen...' Die reacties zijn er. Dat weet ik. Zo zit de mensheid bij ons in elkaar.

Diëten: ik ken ze. Sporten doe ik minstens drie maal in de week. Mijn tweejaarlijkse bloedwaarden, daarmee maak ik wellicht de helft van de westerse bevolking jaloers mee.  In een maatschappij als deze, waarin men steeds maar ideaal moet zijn, zou ik naar een plastisch chirurg kunnen stappen. Maar dat is duur en waar stopt het dan?  Of ik zou ook gewoon binnen kunnen blijven. Of ik zou een maagring kunnen laten steken. Maar ik zag al resultaten van zo'n ding: een vrouw wordt er vaak opeens tien jaar ouder mee en wat moet ik in godsnaam met al dat hangend vel? Handig bij het marcheren is dat zeker niet. Kortom: ik heb besloten dat ik gewoon de imperfectie die ik ben, zal blijven. Dat ik niet meer naar 'normale modezaken' kan, maar naar 'gespecialiseerde' daar neem ik vrede mee. Dat mijn fitnessinstructeur me als een ware schandvlek in zijn zaak vol afgetrainde lichamen ziet, vind ik niet fijn. Maar ik fitness eigenlijk doodgraag...

Vrede.  Weet U, dat is waarover het te weinig gaat. Tegenwoordig is men zo met nepheid en correcties bezig, dat de wereld om perfectie lijkt te draaien. Maar het aardse bestaan gaat net daarom naar de vaantjes. Dat ziet U toch ook in het journaal? Uit pure koppigheid. Uit egocentrisme. Uit de angst niet mee te tellen en uit te boot te vallen. Men moordt, doodt omdat iemand anders is of in een andere god gelooft. De wereld is wel wat meer dan wat complexen waard. Denk ik. Dus als men mijn lijf uitfluit, doet dat me dat eigenlijk heel weinig. Calorieën zijn geen synoniem voor mijn geluk of eigenwaarde. Ik word ongelukkiger bij het horen van de actualiteit: dat de wereld naar de knoppen gaat, terwijl teveel mensen dagelijks voor hun eigen veel te kleine spiegel staan.

Deze tekst had U wellicht niet verwacht, toen U spontaan een foto met een bonte bende majorettes becommentarieerde. Hopelijk zit U er niet mee verveeld. Mocht U toch een ongemakkelijk gevoel hebben, wil ik U best op een ijsje of een taartje trakteren. En ik? Ik eet dan gewoon gezellig met U mee.

Hartelijk,
Superrrrrrrr Tine








zaterdag 19 juli 2014

ZOMERZAND: DAG 21

Smeltweer en autorijden. Nooit een goeie combinatie. Zeker niet bij mij. En al helemaal niet met traag, stilstaand verkeer rond mij. Mijn auto heeft een schuifraam in het dak. En nu deed ik iets wat ik normaal echt nooit zeker doe: achter mij stond een knappe motorrijder en ik begon spontaan te fluiten. Ik? Fluiten naar mannen? Dat kan niet anders dan een kleine zonnesteek zijn. Op de radio klonken oude nostalgische discohits. Het kan vast nog gekker, dacht ik. Kom op, meezingen en je handen naar buiten. Et voilà! De file was ineens een stukje minder saai. Voor even. Daarna stak de schaamte op en ging de rij opeens vooruit.

Het meisje zingt vooral inwendig. Dan zie je haar vingers en haar hoofd bewegen. Haar heupen ook soms. Heel soms. Heupen schudden zat niet met een adequate handleiding in haar bouwpakket. Zingen kan ze ook uitwendig. Dagelijks hoort ze hoe dat klinkt. Dan houdt ze een privé-concert. In haar dromen zit de tribune dan vol met noeste fans die haar met bloemen en vooral veel liefde overladen. Was zingen maar wat meer gewoon. Dan kon ze zingend haar boodschappenlijstje bij de slager en haar bakker overlopen. Maar helaas, dan keek men al gekker dan men nu al kijkt. Zingend is het leven rijker.

Ga ik dit nog doen? Wie weet. Het was niet eens zo gênant. Denk ik. :-)

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 20

Vandaag werd ik wakker op de plek waar ik gaan slapen was. Niet zo zeldzaam. Maar een bouwwerf dus. Een bouwwerf waar ik al een beetje mijn handen uit de mouwen had kunnen steken. Ik had rond die bouwwerf al een klein mondje Frans gesproken met de terrasbezoekers van het cafeetje naast het huis van mijn broer. Ik was naar de apotheek gegaan om zalf tegen brandwonden en had mijn mannetje kunnen staan. Ook een boeketje voor mijn zus in de bloemenwinkel lukte aardig in het Frans. Maar nu moest ik nog de taal der glasvezelwol leren. En geloof me: die zal ik niet zo vlug vergeten. Opdracht was om een hele berg oude en versleten glasvezelwol in zakken te proppen voor het containerpark. Ik dacht dat dit klusje in een uurtje wel geklaard zou zijn. Helaas was dat buiten de taal van dat stekelig goedje gerekend.

Het meisje voelt zich soms wat kwetsbaar en gevoelig. Lange tenen heeft ze ook. Maar vandaag is het alsof ze in een bak vol mini-glassplintertjes is gevallen. Dat die splintertjes haar hele lijf omgeven alsof ze eigenlijk een heel geniepige cactus is. Zo eentje die in eerste instantie niet prikt, maar later voor een rode uitslag zorgt en uren branderig blijft jeuken. Aw! Had ze maar een wolk om zich in te wentelen. Een bad vol verkoelende zalf. Aw!

Ga ik dit nog doen? Glasvezelwol ga ik in elk geval niet meer met blote armen proberen te begrijpen. Lange mouwen. Een overall desnoods. Als kers op de taart droomde ik dat ik een relatie kreeg met een sadistische nudist die me in mijn slaap in een laag van glasvezelwol rolde. Aw! Dus.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 19

Ik vroeg om uitdagingen en kreeg er één van mijn grootste broer. Hij heeft weet van de linkerhanden van zijn kleine zus en haar gebrekkige gebrek het werk in puin te zien. Vandaar dat hij me uitnodigde om hem enkele dagen te komen helpen bij zijn verbouwingen. Wellicht dacht hij dat ik er van tussendoor zou muizen, maar het leek mij een goed idee. Ik reed twee uur (wat een fantastische weg!) langs Waalse wegen en kreeg weer heimwee naar de tijd waarin ik elke zomer Waalse wegen zag. Ik had geen idee waar ik terecht zou komen en volgde vol spanning mijn gps (die het weer deed). Eenmaal ter plekke parkeerde ik (zonder probleem) op een pittoreske markt met eromheen schattige vlaggetjes. Het huis van mijn broer bleek minder schattig: maar een oord van stof en vooral een grote rommelzooi aan werk. Handen uit de mouwen dus!

Het meisje werd geboren zonder baksteen in de maag. Een huis is een huis. Een thuis is beter, maar kan niet elk huis een thuis worden als de leukste mensen van de wereld er wonen? Of de grappigste? De fijnste? De creatiefste? Ze weet dat een huis start met een plan. En dat die plannen niet zo simpel zijn. Dat er vergunningen moeten komen. Dat er allerlei specialisten aan te pas komen. Maar in welke volgorde en wanneer een bouwval een huis wordt, heeft ze enkel maar van horen. Het huis naast haar huidige thuis bijvoorbeeld. Dat werd in enkele maanden weer een mooi huis in plaats van een krot. Dat kon ze maanden horen. Nu staat ze voor in een huis dat er van buiten best wel thuis uitziet, maar van binnen vooral stort. Na ruim een dag opruimen, vegen, opruimen, tegels naar binnen sjouwen, kabels trekken, ladders opklimmen, gyproc-plafond ophouden, schoonmaken, bouwpuin sorteren,... bleek er zich een hele mooie kamer te ontvouwen. Eentje die ze best had willen houden om er af en toe te slapen en vooral: een thuis van te maken.

Ga ik dit nog doen? Ja. Maar niet vanzelf en spontaan. En zeker niet zonder regie en bevelen. Anders zorgt mijn moedeloosheid in combinatie met mijn onhandigheid voor uren voor me uit te staren en mezelf (en werkenden) te vervelen.


Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 18

Soms besluipt mij het absurde idee dat ik niet lekker ben. Ik kan daar verder ook niet veel aan doen. Maar telkens in de zomer weet ik het weer: mijn bloed is blijkbaar heerlijk. Afgelopen nacht dacht ik: 'Kom maar op! Ik kan er wel weer tegen!' Na enkele beten, had ik natuurlijk al weer spijt. Liever ben ik smaakloos dan overheerlijk. Natuurlijk zijn er middeltjes. Maar de beesten die mij bijten zijn geen mug of vlieg. Ik word het liefst door spinnen opgeslurpt. En daar valt bijzonder weinig aan te doen. Muggen en vliegen zijn er ook, die zoemen enkel heel irritant als je dromen wilt. Vannacht dacht ik: 'Ik ga niet verder slapen, alvorens ik helemaal ben opgegeten.' In mijn gedachten schoot er weinig van mij over. Piekeren, draaien, wentelen, krabben, slaan, licht aanmaken, licht uitdoen, opstaan, zalf opsmeren, mezelf met lakens mummificeren, te warm hebben, draaien, piekeren, wentelen, krabben,...  Ik daagde mezelf uit mijn slaap op te offeren aan wie me had gebeten.

Het meisje houdt van slapen. Het liefst samen, maar uit gebrek aan ander, slaapt ze al maanden weer alleen. Dat heeft z'n voordelen: zo snurkt ze voortaan zonder gêne en rolt zonder hindernis van links naar rechts. Doch: alleen is maar alleen. Dus toen ze op een avond voor het slapengaan tot één of andere godheid had gebeden dat ze nu wel eens in gezelschap dromen wou, zond die één of andere godheid bont gezelschap naar beneden in gedaantes van een mug, een vlieg en een spin. 'Daar heeft ze voor gebeden,' zei hij terwijl hij in zijn vuistje lachte. En zij had spijt. Zo zonder zonde. Zonde!

Ga ik dit nog doen? Liever niet, maar de zomer is nog te jong en dus vrees ik het ergste. Ik was deze ochtend geen twintig cent waard. Een gezicht dat helemaal opgezwollen stond, alsof ik door de beesten geslagen werd in plaats van door ze werd gebeten.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 16

Vandaag hield ik samen met Bernhard Christiansen op uitnodiging van Kunstenfestival Watou 'garderOOObe' acht uur open. Voor dat 'garderOOObe-project' schrijven Bernhard en ik aan de hand van kleine flarden aan de lopende band gedicht en stukjes proza. Hoofddoel is het zeemzoete te mijden en het absurde met open armen toe te laten. We doen dat à la tête du cliënt. Zonder voorbereiding. Improviserend. Elke keer als we de 'garderOOObe' achterlaten zijn we letterlijk leeg. Maar we doen het graag: het is intensief en we krijgen best soms dingen uit onze vingers getikt waar we trots op zijn. Uitdaging van vandaag, wist ik niet op voorhand: we hadden ons écht aan een broodje verwacht. Of een koffiekoek desnoods. Maar we kregen geen enkele hap aangeboden. Aangezien het met de honger al zondagnamiddag was, was er ook geen enkele slager open voor een homp gehakt. En de bakker met de taartjes was te ver om zomaar even weg te lopen. Enfin: acht uur non-stop schrijven zonder eten... Wat zou dat geven?

Het meisje houdt ervan om eten in haar mond te proppen. Wie haar ziet, denkt aan volle mond en altijd snoep, maar op zich klopt dat niet. Ze eet evengoed een berg van kersen.  Of een stapel boterhammen met kaas. Maar niet voortdurend. Trek komt bij haar in onregelmatige vlagen. Ze heeft het eens getest: een paar dagen niet te eten. Dat lukte natuurlijk net niet. Afijn, vandaag ging het meisje acht uur heel erg drukkend schrijven met alleen haar ontbijt als brandstof  in haar lijf. Gelukkig was dit ontbijt uitgebreider dan op andere dagen: broodjes met ei en kaas, yoghurt met verse bessen, een sapje en een halve theepot thee. Maar zou dit voldoende zijn bij dat overvloedig tegen tijdsdruk schrijven? Denken en concentratie vergen energie! Net als je afsluiten van de wereld. Het meisje schreef en schreef haar lijf steeds leger. Op den duur hing haar vel tot aan haar enkels. Magere knoken die eens in haar weelderige dijen staken. Net op tijd slaagde ze erin zich weer met eten op te pompen. Anders was ze er vast niet meer. En dat verlies was voor elk meisje een verdriet. Of niet?

Ga ik dit nog doen? Wellicht zal het me nog overkomen. Maar Bernhard en ik zullen toch wat aan onze afspraken doen. Of een bordje voorzien met: 'Gelieve deze dieren wél te voederen.' Ergens voorbij het dieptepunt van concentratie - tussen slappe lach en gewoon willen slapen - kwam een vriend langs die ons chocolade toestak met de woorden: 'Misschien kunnen jullie dit wel gebruiken.' Dat konden we inderdaad. 


Meer info over deze rubriek? Klik hier.


dinsdag 15 juli 2014

ZOMERZAND: DAG 17

Wie mij kent, weet inmiddels dat ik een groot probleem heb met parkeren of me in een vreemde stad op vier wielen te manoeuvreren. Meer nog: ik probeer het met alle macht uit de weg te gaan. Als ik het toch een keertje probeer, loopt dat meestal af met kleren die uitwringbaar zijn en mijn lijf helemaal in rode bulten. Of soms overkomt het me - dat is echt - dat ik na uren transpireren en zuchten gewoon weer naar huis ga rijden. Benzineverspilling. Verspilde auto-slijtage. Maar vooral alweer een paar jaar minder voor mijn hart. Vandaag reed ik zo eventje naar Rijsel. In het centrum van de stad. Met een gps die me in de steek liet! En ik had zowaar geluk. Na het moment van nu-echt-naar-huis-te-willen-keren vond ik een parkeerplek. Van onder mijn borst voelde ik zowaar iets als kwispelend geluk.

Het meisje verplaatst zich al een hele tijd op wielen. Van die wielen heeft ze opvallend minder blaren. Maar ook: van die wielen kwam er ook steeds meer meisje. Eén van de moeilijkste dingen aan die wielen is dat ze moeilijker tot stilstand komen dan twee benen. Twee benen kan je bijna overal parkeren. Zeker in een stad. Al kan het meisje die benen ook niet te lang parkeren. Dan gaat ze zweten. Al gaat dit stukje niet over ledematen, maar over het parkeren van vier wielen. Op zich hoeft het parkeren geen probleem te zijn. Op de meeste dagen kan ze het probleemloos. Op andere dagen, vooral met muizenissen in het hoofd, krijgt ze auto niet tussen de andere dingen in dit leven. Dan rijdt ze liever door en door en door. Als het zou kunnen, zou ze de hele wereld rondrijden om gewoon weer thuis te komen. De kans dat ze haar vier wielen enkele meters van haar huis kwijt kan, is ook groot. Maar ze kent de weg. De buren haar schaamte. De wielen giechelen haar vaak ongetwijfeld na: 'Watje!'

Ga ik dit nog doen? Ja. Rijden in een stad en vooral parkeren is iets wat ik keer op keer moet leren.




Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 15

Wie deze blog leest (maar wie leest dit eigenlijk allemaal?), kan veel van mij lezen dat misschien wel heel erg dicht bij mij staat. Maar wees niet bang: te bloot ga ik zelden gaan. Dat zit niet in mijn genen. Vandaag heb ik in mijn gastvrouwrol (zie post hieronder) een logeerkamer gemaakt. Dat was ik aan mijn logé verplicht. Vorige keer moest hij een matras tussen rekken wringen. Op de bank daar past geen enkele gast die groter is dan anderhalve meter. Niet iedereen past naast me in een bed. Enfin: een logeerkamer gemaakt. Dat wil zeggen: een kamer vol rommel leeg gemaakt en gepoetst, een groot luchtbed opgepompt en opgemaakt alsof het een echt bed betrof. Lampje erbij. Krukje. Stoeltje. Gordijn opgehangen. Kortom: een eenvoudige gastenkamer. Met uitzicht. Op het mooie plein.

Het meisje houdt er eigenlijk wel van om samen te ontbijten met een eitje. Met twee koppen en broodjes kaas. Met sapjes. Met zoete potjes. Vers fruit en boter. Muziekje op de achtergrond. Maar het komt zo weinig voor. Of als het voorkomt, is er weinig tijd. 'God of Iemand Anders,' smeekt ze soms, 'geef me een mannelijke jongen die ook na de koffie blijft.' Maar dat komt helaas maar weinig voor. Daarom kocht ze, voor in geval van nood, een pop die zitten blijft de hele dag. 's Avonds neemt ze hem mee de trappen op en 's ochtends komt hij met haar mee naar beneden. Ze hebben nooit woorden. Maar ze heeft er wel wat aan. Als ze zijn stilte beu is, bergt ze hem weer eens een tijdje op en denkt: 'Later. Later.'

Ga ik dit nog doen? Eén logeerkamer is voldoende. Meer investeren in extra kamers hoeft voor alsnog niet. Het is hier enkel een klein hotel als ik dat wil. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 14

Gastvrouwen moeten zich goed voorbereiden. Elke keer als er iemand op bezoek komt, met de bedoeling hier ook te slapen (want dat weet je niet altijd op voorhand), ruim ik op. Met mate. Het opruimen zelf blijkt altijd  verdoezelen.  En nooit geraak ik rond met alle hoeken in alle kamers. Omdat ik morgen bezoek ontvang, dat drie nachten blijft hangen, wil ik er wat meer werk van maken. Mijn huis is na afgelopen weken een heel erg groot rommeltje! Opruimen, meid! Go!

Het meisje met de twee katten verzamelt in een week veel haar. Na enkele weken, hoopt het haar zich op in grote bergen. Bergen die zo hoog zijn, dat wie op de top zit, de hele straat kan overzien. Dus is het zaak om dat haar op tijd op te zuigen. Of te verbranden. Op te ruimen: desnoods. Het raam uitgooien. Op een dag was het meisje vergeten om de grote heuvel op te ruimen. En ze vergat en ze vergat dat maar. Tot ze het niet meer zag: dat haar. Maar ze voelde het des te meer. Op haar armen. Op haar lippen. Opeens leek ze zelfs tapijt te hebben. Toen ze zelf bijna in de grote berg verdween, merkte ze het met een grote schok op en schrok alle haren in een vreetbui op.

Ga ik dit nog doen? Ja. Dat moet. Zo kan ik onbeschaamd mensen onverwacht ontvangen in mijn huis. Een huis is vaak te groot om het enkel met jezelf en twee katten te delen. Er is altijd wel een hoekje waarin een logeetje past. Of een verdwaalde vriend.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

vrijdag 11 juli 2014

ZOMERZAND: DAG 13

Mijn auto en mijn onhandigheid zijn soms een wat gevaarlijke combinatie. Al valt dat eigenlijk goed mee. Veel ongevallen waren niet mijn deel. Parkeren blijft lastig in sommige omstandigheden. Vooral als ik meerijders heb, durf ik wel eens te panikeren (samen met hen). Een grote handicap is al een hele tijd dat ik bijzonder weinig technisch vernuft heb om mijn auto op een goeie manier te soigneren. Zo merkte ik ineens dat mijn achterband wat lekker dan de andere banden leek. Vandaag werd ik door een vriendin uitgedaagd om mijn banden van mijn auto (onder haar kennersoog) zelf op te pompen bij het benzinestation in haar buurt. Zo worden kleine vrouwtjes meer en meer onafhankelijk...

Meisjes verbeelden zich vaak een hoofd met minder verstand. Als ze iets niet denken te kunnen, kunnen ze het gewoonweg niet. Daarom is het goed dat meisjes soms iets leren. Dat ze door de knieën gaan om over een schouder mee te kijken hoe de ander iets doet en het dan zelf ook eens te proberen. Dat ze meer kunnen dan ze denken, is dan de constatatie. Hun borstjes zwellen dan heel even tot borst. En wat onbegonnen werk leek, bleek eenvoudig. En na een tijdje is ook dat aangeleerde, eenvoudige maar heerlijke kost.



Zal ik dit nog doen? Natuurlijk! Dat ik dit nog niet eerder kon. Wat een gemakkie!

Meer info over deze rubriek? Klik hier.


ZOMERZAND: DAG12

Deze zomer was de eerste in heel wat jaren, waarin ik eigenlijk amper iets had gepland. Er was nog geen vooruitzicht op een reisje. Op één of andere manier had ik het nodig om juli in te stappen onder het motto: 'Ik zal wel zien.' Vorig jaar zat ik in Schotland en kwam enkele uren in Edinburgh terecht tijdens het Festival Fringe en stond verwonderd over zoveel sfeer. Ik beloofde mezelf terug te gaan. In mijn eentje. Maar ik heb veel lef nodig voor zoiets. Alleen reizen werkt enorm confronterend maar maakt je zoveel rijker. Vandaag boekte ik met klein hartje vier nachten Edinburgh in een appartement dat ik met drie onbekenden mag delen (brr?), mijn eerste vlucht met Ryanair en een brochure van het theaterfestival. Dit kan niet fout lopen. 

Het meisje trekt er eigenlijk niet zo graag op uit. Maar eens ze ergens is, voelt ze zich wel thuis. Het is de weg naar de eindbestemming. Het geregel. Het reserveren. De vlucht. Dat alles maakt haar zwaar. Want er zal maar iets fout lopen bij dat organiseren. Bij dat boeken. Bij dat voorspel op een reisje. Liever staat ze met op één been met de neus in de lucht en maakt een reis in haar hoofd. Of 's nachts vertrekt ze per droom en meestal zorgeloos naar bestemmingen die ze anders niet voor mogelijk houdt. In gedachten heeft ze wel altijd een koffer staan: want meisje rijmt op reisje. En bang zijn duurt nooit lang.

Zal ik dit nog doen? Dat is nu nog moeilijk te voorspellen. De laatste keer dat ik alleen op reis ging is inmiddels vijf jaar geleden. Dat viel toen mee. Of het geboekte nu zal meevallen, daar twijfel ik eigenlijk niet zo sterk aan, maar je weet zoiets nooit helemaal zeker...

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

woensdag 9 juli 2014

ZOMERZAND: DAG 11

Vandaag daagde ik mezelf uit om niet te vergeten het oud papier buiten te zetten. Wat een slappe uitdaging, zal de lezer denken. En wellicht is dat ook zo. Ware het niet dat Tine al een paar maanden vergeten was om het papier buiten te zetten. In mijn stad neemt de vuilnisdienst slechts één keer per maand papier mee. De stapel werd niet meer te overzien. 

Het meisje houdt van papier. Om te ruiken. Om te aaien. Om te vullen. Om te lezen. Maar eenmaal opgestapeld in hoopjes, papieren zakken en dozen is het niet meer om aan te zien. Zielige treurende tenen van een boom die woest om het bekken van het meisje groeien. Tot ze niet meer kan bewegen. Tot ze niet meer de deur uit kan op avontuur. Drie vierde van dat papier heeft ze trouwens niet eens gelezen omdat het ongevraagd in de brievenbus sloop. Of als verpakking van iets diende dat heel snel moest worden gegeten.
Het meisje gruwt van het woud van oud papier.


Ga ik dit nog doen? Ik zal proberen het papier niet meer te vergeten. Of dingen eerder weg te gooien in plaats van het weken op de keukentafel te laten slingeren. Proberen. Beloven kan ik niet.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.