zondag 21 augustus 2011

Lourdesreis als statusupdate: voor wie hier op zat te wachten

*** ziet heel vroege hemelvaartlucht *** vreest voor bejaarden *** is opgelucht dat ze lang niet de jongste is *** hoort de buschauffeur/gids in de microfoon puffen en met de vinger wijzen *** zit meer dan elf uur gekneld tussen Neil Diamond en Demis Roussos *** kijkt naar een film met de titel 'Bernadette' en weet dat die film vijf dagen zal duren *** kan de snelheid van het restaurantpersoneel niet bijhouden *** hoort haar moeder boven de airco snurken *** gaat voor de eerste keer voorbij tientallen bedelende zigeuners die een modernere gsm hebben dan de hare *** beseft dat ze op een andere planeet is *** ziet een nonnetje dat zo uit een film van Louis De Funès lijkt weggeplukt haar autootje op een hellend vlak parkeren *** merkt dat er werkelijk een hele maagdenmarkt bestaat *** niest op Heilige Grond en voelt zich enorm gezegend *** brandt kaarsjes op aanvraag *** is troostende hand *** krijgt iets te eten waarvan de één zegt dat het kalkoen is en de ander konijn en het blijkt kalf te zijn *** mist wijn *** voelt zich zelf een stukje Pyreneeën als ze Lourdes in het klein te zien krijgt *** ziet afschilferende graven en denkt: "zo is het ook met gemis"  *** ziet haar moeder de hand van een oermens zoeken *** is getuige van een nepverschijning *** zit opeens in een wedstrijd als een andere Vlaamse gids over de meute roept:"Kom, we moeten voorbij deze groep!" maar ze is blij dat de forse dame uiteindelijk de strijd moest staken omdat ze in het deurgat van een gevangenis blijft steken *** wist nog niet dat een rolstoel lekke band kan krijgen *** ergert zich aan haar buurman in bus en aan tafel en aan het feit dat ze nog vier dagen naast hem zitten moet *** stapt tot haar verbazing mee in een optocht met overal kaarsjes *** is daar toch van onder de indruk *** denkt: "duizenden mensen met duizenden stille wensen" *** slaapt zich in het zweet *** zit bovenin een dubbeldekker die zich door de haarspeldbochten wurmt alsof de Pyreneeën één groot pretpark is *** doet op een gegeven moment tegen alle principes in toch een schietgebedje *** rijdt door een dorpje dat meer poppen dan inwoners telt *** trappelt tussen de koeienvlaaien op de Col d'Aspin *** is de muzakjes op de bus kotsbeu *** staat op Spaanse bodem en gaat samen met haar moeder als enige van de bus niet mee gaan eten *** ontdekt Bossòst en is blij een keer geen wijwatervaten te zien *** ziet strings boven het hoofd van haar moeder *** eet eindelijk nog eens een broodje *** en de onverwachte tentoonstelling: 'hoe een dorpje creatief om gaat met crisis' en ziet allerlei recyclage-materiaal in de lucht bengelen alsook enkele afgekloven varkenspoten *** denkt blij: "Terwijl de anderen ingetogen Spaanse Port proeven en Spaans Konijn vreten, zien wij hoe ruim honderden jongeren uitgelaten een duik nemen in een gigantisch schuimfestijn" *** zingt op een bankje hardop 'A Horse With No Name' terwijl de Spaanse en Franse automobilisten naar haar knipogen *** past hoeden en stapt ongeneneerd met een gekocht exemplaar op de bus terwijl anderen fronsen met grote pakken Port *** gaat deze keer naar kaarsjes in de regen kijken *** trekt een sprintje als een oud mannetje op wielen haar een vuurtje vraagt *** ziet hoe een grote kaars voor haar uitgedragen wordt *** hoort haar moeder een priester om een gust vragen waar ze zelf volkomen achterstaat *** wordt opvallend veel aangeproken als ze in de buurt van Het Heiligdom staat *** ziet billen in luipaardmotief trapje voor trapje een kruisweg opknielen *** verwondert zich over een handelaar die zijn eigen zeepjes als rommel aanprijst *** stapt voorbij een 'winkel' met embryo's en ziet in het deurgat een oude priester voorlichtingsles geven *** bewondert een grote stenen afbeelding van Theresia van Lisieux waarvoor de eigenaar van de antiekwinkel ongeneerd een jachtgeweer heeft geëtaleerd. Als ze hiervan een foto wil maken, komt de eigenaar haar stampvoetend verjagen *** spreekt de verkeerde moeder aan *** verkondigt haar moeder het geloof in stenen *** krijgt een paarse baret op het hoofd gezet en koopt hem *** stapt binnen in een ondergrondse basiliek die zo groot is als een voetbalveld en die tevens als schuilkelder voor alle inwoners van Lourdes dient *** is overrompeld door de hoeveelheid blauwe zeiltjes op wielen en laat spontaan een kreet van bewondering door de basiliek galmen *** herkent iemand die ze liever niet wil herkennen als dirigent *** trekt haar moeder weg van zoveel confrontatie *** is een uur te vroeg voor het laatste avondmaal *** zit op een terrasje tussen allerlei verpleegsters, nonnen en rolstoelen *** ziet hoe Popeye haar flesje opendraait *** nipt van haar sapje terwijl de muggen haar om de oren slaan *** weet dat ze over vijf uur op de bus naar huis zit *** ziet op de klok dat ze over drie uur weer op de bus naar huis zit *** wordt wakker met de luide tonen van een wake up call en hoort haar moeder tegen de automatische stem praten *** hangt de wallen onder haar ogen dan maar over de oren *** zit in een slapende bus *** doet dan ook maar een tukje *** hoort hoe er gevochten wordt om Troje *** mist de kuiten van Brad Pitt *** leest zich wakker *** ziet hoe haar moeder met drukletters PORNO schrijft *** krijgt een lunchpakket waarin vier zakjes chips zitten *** leert haar moeder wat een sudoku is *** streept dan maar 'bikinilijn' door in haar woordzoeker *** heeft dan maar dag gezegd *** vond thuis tot haar verbazing zeven piepende kittens onder een laken *** liet een vloek weergalmen die ongetwijfeld tot in Lourdes zal geraken.

maandag 8 augustus 2011

stelt paal en perk (3):

Een grafzerk staat niet elke dag op je boodschappenlijstje. Wat is dat een groot geluk. Want buiten het feit dat daar natuurlijk veel emotie bij komt kijken, is het ook moeilijk te verkrijgen. Natuurlijk kan je een grafzerk bestellen bij een begrafenisondernemer. Dat kan best. En daar is eigenlijk helemaal niets op tegen. Maar sommige mensen verdienen een graf dat je maar zelden ziet. Eentje op maat, zeg maar. Dat kan om verschillende redenen. In dit geval bijvoorbeeld omdat je geen natuursteen meer zonder handen van die man kan zien. Dat hij zelfs de bruutste steen kon laten leven. Dus je maakt een tekening. Of je zoekt een model dat in de buurt komt en fotografeert dat. En dan ga je met die schets of foto naar een winkel die natuursteen verkoopt. Je ziet meteen: dit is het niet. Een grote winkelruimte vol tegels en geslepen rotsen. Maar je denkt, terwijl je naar de kokette verkoopsters kijkt: "Ah, vooroordelen... Daar sta je naast je moeder met de foto en die verkoopster. Je doet je verhaal en doet je zoektocht uit de doeken. Je zoekt een steen. Niet zomaar een steen. Dé steen. En zij zegt: "Dàt doen wij al lang niet meer. We zijn modern en doen nu vooral vloer." En dan verwijst ze je naar de koer. Dat we daar eens kunnen zoeken. Daar staan nog resten. Her en der. Eenmaal op de koer zie je keurig en netjes rijen bakken geslepen natuursteen staan. We vragen iemand die daar werkt om raad. Maar hij lacht en zegt: "Ja, dat was vroeger. Maar kijk gerust eens rond." Je kijkt rond en rond. Een half uur loop je tussen de rijen en de heftrucks rond. Maar net zoals verwacht: je vindt niet wat je zocht. Op de terugweg zit je wat kwaad naast je moeder die de foto's in haar hand omklemt en je zegt: "Wees blij, dat we daar niets vonden. Zo'n onvriendelijke steen zou nooit bij hem gepast hebben." En dan zien we opeens een klein oud bordje met daarop 'grafkapper'. Je zegt: "Zullen we?" Je moeder schudt het hoofd. Maar je dringt aan en zegt: "We kunnen het toch eens vragen?" Je volgt het bordje en we zien wat saaie zerken. En dan staan we opeens tussen allerlei resten steen in plassen. Niemand te zien. Dus we lopen door die plassen met die stenen en je denk: "Dit had hij moeten zien..." Hier geen nette rijen bakken. Hier een stapeltje en daar een hoop. We moeten erom stralen. We zien niet wat we zoeken en gaan terug naar de auto. Maar dan denken we: "Laten we gewoon eens aanbellen." We zoeken en vinden de bel. Een mevrouw roept ons binnen. Ze ziet de foto en weet meteen wat ze moet zoeken. Het bureau is stoffig. Je ziet briefjes overal verspreid. Je ziet een paar pantoffels. Je ruikt koffievlekken. Ze neemt de tijd, toont trots de foto's van kapwerk van haar man en brengt ons bij hem. Zijn hemd is half dicht en op sommige vreemde plekken open. Hij heeft een kop die bijna onverstaanbaar spreekt. Zijn handen hard. Hij reageert meteen enthousiast. Hij brengt ons naar een stapel ruwe mooie stenen, die we nog niet eerder zagen en belooft om de bovenste tegen volgende week op te schonen en te kappen tot een voorbeeld dat we dan kunnen bestellen. Hij is merkbaar blij dat hij nog een keer naar hartelust een ruwe vorm mag kappen. "En vind je het toch niet mooi, zit er dan maar niet mee. Dan zet ik hem hier weer neer. En dan bestel ik wel een andere blok voor jullie. Ik zoek voor hem de beste steen." Karakter zoekt karakter. Geslepenheid is leeg.

zondag 7 augustus 2011

Over het oplossen in de dingen

Het vergt moed soms om alleen naar buiten te komen. Als het regent bijvoorbeeld. Of als de plassen in je denken staan. Dan kan je jezelf verplichten een paraplu te zoeken. De druppels van je af te slaan. De deur toch uit te gaan. Niet altijd is dat goed. Natte schoenen stappen eenzamer dan je op pantoffels doet. Zo kan je jezelf de deur uitpraten. Verder nog: de trein op. Omdat je aan je ticket denkt. En de drang tot kijken toen je dat kaartje hebt geboekt. Dus vind je jezelf wat later in het raampje van de coupé. Wie goed kijkt, ziet hier de eerste tekenen van de naderende oplosbaarheid. Vaak wordt dan gedacht dat dat de snelheid van het treinen doet. Maar sla toch niet die bal verkeerd! Dapper stap je later met grotere passen dan normaal een tribune tegemoet. Er is nog plaats. Natuurlijk. Helemaal bovenaan. Dus moet je door de mensen heen om op een laatste rij te schuifelen. Je bent die eerste in de rij en zoekt de middelste stoel. Maar omdat dan de wilde haarbos van je onderbuur in je blikveld prikt, kies je toch de stoel daarnaast. De zaal stroomt vol. Maar de plaatsen naast je blijven opvallend leeg. Onderaan worden stoelen voor extra publiek aangesleept. Het enige wat je kan denkt, is roepen. "Hier is plaats!" Even denk je aan je oksels te moeten ruiken. Of fantaseer je je hoofd vol zwarte builen. Maar dan bedenk je: "Neen, ik zit er niet. Ik zit er pas voor wie me ziet." De theatervoorstelling doet je monkelen, glunderen, blinken, blozen, schrikken, slikken, smelten,... Maar onzichtbaar knijpt geen hand terug of deelt niemand anders je plots opgekomen verdriet. Iedereen merkt wel een rinkelende telefoon op. De meesten horen ook een man in pak in z'n mobieltje roepen. Of dat stel meeuwen op het dak. Maar jij, opgelost tot lege vlek, zit met je handen in je nek de woorden van de acteurs te bevoelen. Je ligt zelfs op hun lippen. Zeker als ze het hebben over een man die geen plaats inneemt. Je voelt je aangesproken. En als de lichten doven voel je de drang om op te staan. Niet om weer tot mens te stollen. Omdat men staand bewondering laat zien. Je doet het. Maar je staat alleen. Met zittende klappende handen om je heen. Dan stap je later met diezelfde grotere passen terug naar het treinstel toe. Gezien worden is niet echt een doel voor ogen maar doet men soms alsof men jou niet ziet? Ben je echt te nietig voor een blik? In de coupé op weg naar huis zit een man die behoorlijk in z'n eentje aanwezig is. Hij roept de hele tijd een naam. Hij schreeuwt en drinkt en bazelt. En jij denkt: "Laat me toch nog even opgelost blijven." Want dat zou je nu van pas komen. En op dat moment staart hij je aan en roept: "Schiettekatte!" En jij denkt: "Ik ben er weer." Om daarna de rol te spelen van de iemand die slechts spiegels ziet.

donderdag 4 augustus 2011

Ooit (4)

Ooit liep ik helemaal alleen onbevreesd door de donkere steegjes van de nacht. Soms werd ik in die steegjes aangesproken. Mijn gezicht schijnt lief te zijn. Zeker als het licht van een straatlantaarn één mijner kaken aait. Nu gebeurde het dat ik op een keer aangesproken werd door een zwarte medemens. (Dat hij zwart is in dit geval van belang, vandaar dat ik zijn huidskleur specificeer.) Eerst schrok ik heel erg, want ik had hem niet gezien totdat hij voor me stond en lachte. Hij sprak me in het Engels aan, zodat ik me even een filmpersonage voelde. En inderdaad: het gesprek dat volgde, is er eentje om op een filmdoek te zien. (We zien een heel klein meisje. Eén straatlantaarn aait haar linkerkaak. Naast haar wandelt een zwarte medemens. Het meisje neemt kleine stapjes. Ze ziet er niet angstig uit.) HIJ: Hi! You're beautiful. ZIJ: Really? I bet you say that to all the girls. HIJ: Yes. I must admit I like girls. But you are really beatiful. ZIJ: Oh. HIJ: Please don't be afraid of me. ZIJ: I'm not afraid of you. HIJ: We have another colour, you know. ZIJ: I know. HIJ: But we have the same blood. ZIJ: Oh. De situatie die er op volgde, was dat HIJ met ZIJ mee liep. Hij vertelde dat hij haar graag als vriendin wilde. Dat ze zo lief was. En schattig. Meer wilde hij niet. Zei hij. "Just friends." Zij, in mijn persoon, naderde haar eindbestemming. En eerlijk gezegd had ze helemaal geen zin om haar adres kenbaar te maken aan de man. Ook niet om een voet tussen de voordeur te krijgen. Dus begon ze zich een beetje zorgen te maken. "Hoe raak ik hem kwijt," dacht ze. Opeens zei hij weer: "I must admit I like girls." Toen flapte ze het er uit: "Me too!" Zijn mond viel open. "I'm a lesbian!" zei ze. Hij verbleekte in het maanlicht. "Oh, you do it with girls?" vroeg hij geschrokken. "Yes!" zei ze. "You don't do it with boys?" "Oh, no!" zei ze met een vieze grimas op het lichtjes beschenen gezicht. En weg was hij. "But we have the same blood..." fluisterde ze hem nog na. Daarna werd deze filmster weer gewoon mezelf. Trots sloeg ik me op de schouder en zei: "Kom, en nu gaan wij iets drinken. Mannen begluren." Die nacht ging ik voor het eerst alleen op café. Dat hadden we wel verdiend.

TINE ZIET (196): Kerstgevoel

Hoewel het paard van Sinterklaas nog maar vers uit Belgenland verdwenen is, waaien de wapperende kerstmannetjes alweer olijk aan de ramen. ...