maandag 28 mei 2018

TINE ZIET (119): Lilium

Tot mijn grote verrassing las ik vorige week in deze krant dat ook ik als inwoner van Menen een kunstwerk van ereburger Johan Tahon in huis kan halen. Gratis en voor niks in ons Cultureel Centrum te vinden. Helaas hoorde ik ook al dat het nog even wachten is, voor ik Lilium een plekje kan geven in mijn huis, want blijkbaar is de eerste lading al op. Dat doet me eigenlijk wel een groot plezier. Dat wil namelijk zeggen dat mensen nog wel degelijk kunst in huis halen. Zelf heb ik wel wat schilderijen en foto’s aan mijn muren hangen, maar eerlijk is eerlijk: veel geld heb ik daar niet aan besteed. Ik vind het wel altijd indrukwekkend om échte kunst bij iemand thuis of in de wachtkamer te zien. Ooit neem ik misschien een grotere hap uit mijn financieel budget. Liever besteed ik dat nu aan een museumbezoek of een goed boek.  Het meisje dat Tahon aan onze stad heeft geschonken lijkt een eenvoudig traktaat.  Niets is natuurlijk minder waar. Ze houdt ons bezig. Ik vraag me bijvoorbeeld af waar Lilium een plek zal krijgen. In mijn eigen huis, maar ook bij U. Staat ze op uw dressoir? Of op uw nachtkastje? Of eindigt ze ongeopend in een lade als een of ander verzamelobject? Krijgt ze een plekje onder een stolpje? Wordt ze dagelijks omvergestoten door de kat? Met andere worden: wat krijgt Lilium te zien van onze stad? Het zou mooi zijn moesten we allemaal massaal ons exemplaar fotograferen en deze foto’s met elkaar gaan delen. Dan zien we allemaal kleine stukjes Menen. Heerlijk experiment lijkt me dat!

Zelf ben ik er nog niet uit waar ik Lilium ga plaatsen. Ze wandelt nog voorzichtig in gedachten. Ik gok op een of andere hoogte want ik heb zo’n avontuurlijke knabbelkat. Of misschien in mijn slaapkamer waar ze toch dichter bij mijn dromen is. Of in mijn werkkamer als lieve lichte muze. Wellicht moet ik toch weer wat opruimen alvorens ze een plek wordt toegewezen, want het zou toch ook mooi zijn dat ze ook door het bezoek wordt opgemerkt. Kunst is mooier als het wordt gedeeld. En zo krijgt haar bestemming weer een extra doel. Zou ze dat voelen, dat ook al is ze gratis, sommigen echt wel moeite voor haar doen? 


(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 25/05/18)

dinsdag 22 mei 2018

TINE ZIET (118): Gevoelens


Vrijdagavond was ik voor een vernissage in de Kazematten in Ieper. Toen het half acht was, bedacht ik dat ik de Last Post eigenlijk nog nooit bewust had meegemaakt. Als kind wel eens op Bosklassen, herinner ik me. Nog nooit met het volwassen besef dat ik nu soms heb. Ik besloot er dus naartoe te gaan en stond er in een grote mensenzee van bliepjes. Ik kon eigenlijk niets zien van de hele ceremonie. Behalve dan als ik op de schermpjes van de omhooggestoken mobieltjes keek. Het was geen dagdagelijkse Last Post. Er was een fanfare. Er waren allerlei afgevaardigden. Er was een doedelzak. Een kort gedicht. En eerlijk waar: het greep me bij de keel. Meer dan ik eigenlijk van mezelf had verwacht. Toen de Last Post werd geblazen, liepen de tranen over mijn wangen. Is dat dat volwassen besef? Dat je meer wordt geraakt? Wordt een vel dunner met de jaren? Indien dat zo is, dan lucht het mij in feite op. Nog niet zo lang geleden dacht ik nog dat bitterheid mijn deel zou zijn bij het kweken van grijs haar. Dat eelt een laag zou leggen op gevoel.  Maar misschien heb ik het vooralsnog mis. Misschien valt gewoon niet te voorspellen hoe huid als bejaarde is.

Donderdag ga ik normaal voor het eerst naar een woonzorgcentrum in Izegem. Een vriendin van mij begeleidt daar een Contactkoor. In een Contactkoor zing je samen met mensen die dement zijn. Samen zingen kan ze uit hun isolement halen. Het lijkt me heel erg confronterend om te doen. Voorspellen kan ik niet goed. Maar ik weet nu al dat dit me ook weer week zal maken. Ik zal beslist ook ervaren wat samen zingen met de huid van de bewoners van het woonzorgcentrum zal doen. 
Wellicht verschilt dit ook van mens tot mens en is dit niet te voorspellen aan de hand van levensjaren.

Ik denk nu aan een jongen die ik zag vrijdag bij de Menenpoort. De kauwbewegingen van zijn kaken verklapten me dat hij een grote kauwgum in zijn mond had. Hij stond er onverschillig bij te kijken en haalde zijn schouders op. Zo was ik wellicht ook op zijn leeftijd. Alhoewel. Maar ik hoop zo hard dat hij eens terugkomt later en zal schrikken van een eigen traan en dat hij ooit mag ervaren dat zelfs een ver verleden haartjes op het lichaam overeind kan laten staan.



(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 18/05/18)



vrijdag 18 mei 2018

Mijn eerste keer zingen in een contactkoor


Gisteren reed ik naar ’t Pandje in Izegem. Dat is een woonzorgcentrum voor chronisch zorgbehoevenden. Vriendin Anneloor is daar muziektherapeute. Haar job bestaat eruit om via muziek contact te maken met te bewoners. Meestal gebeurt dat in individuele sessies of in kleine groepjes. Zelfs op het sterfbed maakte ze voor de bewoners muziek. Eén keer per maand dirigeert ze daar het contactkoor “De Pandomientjes”. Een contactkoor is een koor waarin dementerenden samen met familie, personeelsleden en vrijwilligers zingen. Via het zingen van liedjes worden de bewoners uit hun isolement gehaald. Muziek is een fijne manier om terug te reizen naar een tijd waarin nog herinneringen aanwezig zijn. Anneloor nodigde me uit om eens naar een repetitie te komen en uit volle borst mee te zingen.

Ik arriveerde als derde in de cafetaria. Pianist Luc was druk bezig om alle slagwerkinstrumenten uit te stallen. Er was al een vrijwilliger aanwezig die altijd aanwezig is. Het personeel begeleidde een dertigtal bewoners naar de zaal. Veel looprekjes en rolstoelen, maar er was plaats voor iedereen. We waren uiteindelijk met een veertigtal zangers. De koekjes en de flessen Elixir werden op de toog gezet en de zangstonde kon beginnen. De bewoners kozen de liedjes. Van ‘Que sera sera’ naar ‘Le plus beau tango du monde’. Ik kende niet alle liedjes, maar dat bleek niet erg. Ik zong mee. Zo goed ik kon. Ik hielp pagina’s omdraaien en praatte af en toe met mijn olijke buurman, die verkondigde dat hij een supergoede zangstem had, maar na enkele liedjes toegaf dat zijn gehele familie veel beter kon zingen dan hij. 

Het was natuurlijk aandoenlijk. Sommige mensen reageerden amper, maar werden dan enkele zinnen ‘wakker’. Er werden zelfs enkele danspasjes gezet. Soms moesten mensen worden getroost. Voor de pauze kwam een inwonende pater aan het woord. Hij vertelde over oorlogsliedjes. Hij zong er eentje uit de eerste Wereldoorlog en twee uit de tweede Wereldoorlog. Het was opmerkelijk dat die liedjes ook meteen werden meegezongen. Ik kende er zelfs eentje van! ‘Wie heeft er suiker in de erwtensoep gedaan?’ Daarna was het tijd voor een klein Elixierke en een koekje. Mijn eerste Elixer ooit trouwens!

Na de pauze werden nog een viertal liedjes gezongen. De zangstonde werd afgesloten met een vaarwellied. En daarna werden de bewoners weer naar hun leefgroep gebracht. Ik hielp en kon zo een blik werpen op het woonzorgcentrum. De fijne kappershoek. Ruime kamers. Grote ramen. Ik hielp de cafetaria terug op orde zetten en babbelde nog kort even na. Een mooie ervaring! Ik merkte wel al dat ik me wellicht teveel zou gaan hechten, mocht ik daar maandelijks naartoe gaan. 
Het lijkt me een fijne plek om zachtjes te gaan. Maar bovenal lijkt het beroep van Anneloor een heerlijk lichtpunt in een wegdeemsterend bestaan.

maandag 14 mei 2018

TINE ZIET (117): Moederdag

Zondag vierden wij onze moeder. Omdat ze er na zeventig jaren nog is. We deden dat in de grote tuin van mijn broer.  Hij had er vlagjes opgehangen. Er was dessertbuffet. Maar bovenal was er mijn moeder die eigenlijk niet graag in de belangstelling staat. Nu wou ze het toch zelf dat feest. Wellicht omdat ze zelf gewoon blij is dat ze ondanks haar medisch dossier nog leeft. Dit was voor haar haar ‘moederdag’. Nu zondag hoeft er niets. We waren met z’n allen samen met tantes en ooms en dat was wat ze wou. Natuurlijk was ze ook blij met de orchidee, de ruiker bloemen, de cadeaubon en de tekst die de kleinkinderen lazen, maar meer uit de winkel hoeven we voor haar niet meer te halen.

Het spijt me, lieve zelfstandigen. Vergeef mij, winkelketens: ik doe met die commerciële opdringerigheid niet mee. ‘Vergeet de moeders niet!’ las ik al te vaak de voorbije dagen. Hoe komt men erbij dat wij hen zouden vergeten? Wekelijks ga ik bij haar op bezoek. Ik geef het toe: ik koop te weinig cadeaus voor haar, maar zit liefde nu echt in een cadeau? De dag dat ik mijn moeder ben vergeten, ben ik er zelf niet meer. Nu ik ben er mij terdege van bewust: er zijn wellicht wel kinderen die hun eigen ouders vergeten. Maar of zij dan die tekst in het uitstalraam gaan lezen en denken: ‘Ach, laat ik maar eens een ruikertje rozen doen voor mama!’ betwijfel ik ten zeerste. Daarna vieren uw etalages weer een vader om daarna weer in de koopjesperiode te belanden. Ik neem het u niet kwalijk, u volgt ook alleen de maat van de koopseizoenen. Misschien is het een idee om ook voor tantes en nonkels zo’n dag te organiseren. Voor singles. Voor kippetjes net als ik zo zonder kuikens en zonder haan. Voor wezen. Voor transgenders. Voor eenbenigen. Voor mensen met een bril. Voor bedlegerigen. Zo zouden er nog meer dagen zijn waarop u extra kan verdienen. Dat gun ik U. Want u verdient toch ook gewoon uw brood.

Op elke dag past wel een feestje. Vandaag bijvoorbeeld vier ik met een extra schepje honing mijn eerste zomerse insectenbeet! Al jeukt het wat in mij: driewerf hoera! Jochei! Maar zolang ik leef, shop ik een beetje zoals mijn moeder: met mate.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 11/05/18)


maandag 7 mei 2018

TINE ZIET (116): Blootje


Deze dagen loop ik mezelf weer wat voorbij met een teveel aan activiteiten. Het is druk op het werk en in mijn hoofd en bovenal zijn er gewoonweg veel te veel leuke activiteiten gepland met mijn familie en in mijn stad. Daardoor komt het dat ik soms niet op mezelf lijk. Daardoor komt het ook dat ik gisteren in de broodjeszaak een ‘blootje’ bestelde in plaats van een broodje. Een ‘blootje tropico’. Met rode wangen verliet ik haastig de zaak en ik bedacht dat mijn verspreking misschien ook niet zo toevallig was. Misschien snakte ik naast het gewone broodje ook naar een tropisch eiland waar ik schaamteloos kan ontspannen. We hadden de zon even op haar hoogtepunt, ze verdween en liet een lightversie van zichzelf achter om ons aan op te laden. We hebben het weer koud, de benen worden weer bedekt en we jammeren weer in plaats van ons gewillig uit te strekken in het groene van het gras. Verlangen we niet allemaal stiekem naar een ‘blootje tropico’?

Terwijl ik dit schrijf vallen regendruppels uit de lucht. Ik hoor het water kletteren tegen mijn ruit en ik zit op mijn eigen eiland in mijn huis. De avond valt. De kat snort naast me en wiebelt een klein beetje vervaarlijk met haar staart als ik haar aai. Op mijn hoede ben ik en ik geef het toe: ik denk al vaag aan morgen en wat er van me zal worden verwacht. Ik geniet nog van de rust die me vandaag nog gegund is. Straks ga ik dobberen in een zee van de meest bizarre dromen. Dat weet ik nu al, zo gaat het al jaren. Wie eens vrijwillig wil figureren in mijn nachtelijk onderbewustzijn mag gerust auditie komen doen. Maar kom dan achteraf niet bij mij klagen over welke rol je daar werd toebedeeld. In mijn dromen loopt er werkelijk niets gesmeerd.

Wat een bekentenissen hier! Eigenlijk zet ik me wekelijks voor jullie in mijn blootje bedenk ik hier aangekleed. Ik bepaal alleen welk stukje ik van mezelf laat zien. Wie niet kijken wil, hoeft me niet te lezen. Dat ik tot deze dit stukje kom dankzij een doodgewoon verstrooid belegd broodje met ananas, kaas, cocktailsaus en hesp. Nu ben ik natuurlijk heel erg nieuwsgierig naar wat een ‘blootje préparé’ in mijn hoofd zal doen.  Ik hou jullie vanzelfsprekend op de hoogte!

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 04/05/18)