donderdag 31 december 2015

Brief aan mijn postbode

Menen, 31/12/'15
op mijn zolder, 09:00
Soundtrack van 'Il Postino'

Gegroet postbode,

Wellicht had U dit niet verwacht. Maar een brief naar U schrijven kon toch niet uitblijven.

In 2015 bezorgde ik U extra werk. Dit omdat ik elke dag een brief wou schrijven. Elke dag één brief van vier kantjes. Dit moet U toch wel gevoeld hebben in uw tas... Alhoewel: wat is nu ook één brief? Eén brief en eventueel een wederbrief.

Zo op dit einde van dit project wil ik U bedanken. U deed het toch maar! Bijna alle brieven werden keurig afgeleverd. Zo nu en dan is er eentje spoorloos verdwenen. Maar op 365 brieven viel dat eigenlijk wel goed mee. Zegt men dat U wel eens? Dat U uw werk eigenlijk wel goed doet? Vroeger kwamen brieven gemiddeld minder op hun bestemming. Postduiven werden uit de lucht geschoten of vlogen toch grandioos verloren.

Let op: ik heb het werk wel wat verlicht. Soms speelde ikzelf voor postbode. Vooral in Menen. Die brieven wou ik zelf in de bus deponeren. Het viel me op dat dat geen makkelijke kwestie is. Brievenbussen zijn vaak lastig te bereiken of ze openen niet goed. Zelf heb ik er een blauwe vinger aan overgehouden en een licht beschadigde vingernagel. Meer gelukkig niet.
Mag ik U verklappen dat U desgevolg mijn held bent? Mijn held op wielen! Door weer en wind. Volop in het roekeloos verkeer. Tegen een opgelegde tijd.

Vele mensen verklaarden mij gek omdat ik elke dag een brief wou schrijven. Hoeveel moeite is dat allemaal toch niet? Waarom nog brieven schrijven als het per sms, mail en chat zoveel sneller kan? Waarom nog voor postzegels betalen als het gratis via kabel kan of spotgoedkoop via masten?

Charme is het antwoord. Een "Neen" tegen eenheidsworst. Want het is waar: dit project heeft me veel woorden, inkt en ook wel tijd gekost. Daar moet ik niet over liegen. Dat is bijvoorbeeld te merken aan mijn ramen. Die moeten namelijk dringend gezeemd worden. Dat ziet U ook wel als U aan mijn raam passeert. Maar ik, Tine, zeemde niet. Ik schreef brieven en likte met opgetrokken neus enveloppen dicht.

Ook de lezers kostte het veel moeite om mijn handschrift te ontwarren. Dat kan U met uw eigen ogen ontwaren. Een gemiddelde klachtenmail leest veel vlotter....

Het is ook waar dat postzegels niet goedkoop zijn. Ik kan besparen op papier, inkt en enveloppen maar niet op zegels.  Witte producten bestaan er in BPOST nog niet. Er bestaan wel luxe-postzegels. Dat wist ik eigenlijk nog niet. Ik had het niet moeten doen, maar ik heb het toch even uitgerekend. Zo'n ruime €250 ben ik kwijt aan het postkantoor. Dat valt al bij al wel mee.
Het is een flinke stapel van mijn kleren. Een goedkoop weekendje weg. Veel flessen wijn. Een stapeltje dienstencheques waarmee ik een poetstvrouw mijn ramen had kunnen laten lappen. Maar ik heb geen spijt: het was goed besteed.

Weet U, voordat ik aan dit project begon, kreeg ik een beetje een hekel aan U. U bracht mij enkel nog facturen, 'persoonlijke' reclameboodschappen en af en toe een vrolijk geboortekaartje. Meer niet. Toen bedacht ik dat als ik zelf geen brieven schreef, niemand dat naar mij zou doen. Dus ik begon. Vol goede moed. En het zal U niet verbazen: sinds ik weer schrijf, krijg ik ook weer af en toe een heuse brief. Of kaartjes. Wat een heerlijkheid is dat toch! Het is alsof ik weer dat meisje ben dat vroeger altijd op de uitkijk stond tot U onze bus naderde. Als de klep nu kleppert, springt mijn hart op. Ik schrijf lieve boodschappen voor U neer. Ik neem U weer in mijn denkbeeldige spreekwoordelijke lange armen.

En dat, mijn lieve postbode, is het toch waar het om gaat? Of maakt U dat niet uit? Er steekt weer blije post in uw tas. Lieve woorden gaan via uw handen tot bij een ander.
Of heb ik U belast? Dat mensen door mijn brieven een klein beetje meer gaan schrijven, valt U dat extra zwaar? Dan vind ik dat erg, maar het spijt mij niet. Echt niet.

Brieven zijn kleine cadeautjes. Ze maken blij, ze beroeren,... Een beetje meer glimlach bij het ontbijt of bij thuiskomst. Een beetje extra gevoeligheid. Een lief gebaar. Een brief is meer dan zomaar woorden op papier.

Kinderen zouden op school weer brieven moeten leren schrijven. Jongeren nog meer: voor hen is een brief iets muf. Maar ze vergeten of weten niet dat je op een brief kan slapen. Dat de woorden dan via de oren naar binnensluipen en daar blijven hangen. Dat ze blijvender zijn dan mails, chats en smsjes ooit zullen zijn. Dat een brief meer dan nostalgie ook toekomst is.

Ik sluit deze brief af met de belofte dat ik zal blijven schrijven. Dat ik de rij in de postkantoor zal blijven volgen. Dat ik voor de zoveelste keer zal zeggen dat ik alleen maar postzegels wil, geen kaart voor online-aankopen, geen rekening,... Dat ik in de romantiek van echte brieven blijf geloven. 

Bedankt en van harte een gelukkig nieuwjaar gewenst!

Hartelijk,
Tine

dinsdag 8 december 2015

Poëzie Memorie

Vanaf donderdag 28 januari start de Poëzieweek onder het motto 'Jaren die druppelend versmelten'. Hiermee staat de week in het teken van herinneringen. Omdat ik een zwak heeft voor herinneringen, wil ik me dit jaar inzetten om je fotografische herinneringen te vereeuwigen met woorden.

 Bezorg me 1 foto (geen digitale - maar een waarlijke échte foto - mag print zijn) die je herinnert aan iets heel bijzonders. Stop bij de foto 3 woorden die met de herinnering te maken hebben, de plaats waar de foto is genomen, je naam en je mailadres of postadres. Dan ga ik met je foto aan de slag en probeert je memorie op mijn eigen poëtische manier te verwoorden.

Op zondag 31 januari kan je tussen 10u en 20u bij me langskomen in 't pAnd van Boegie Woegie. Daar kan je je onbeschadigde foto ophalen. Ik zal daar persoonlijk de tekst voorlezen die ik bij je foto geschreven heb. Die krijg je naast je foto mee naar huis: twee herinneringen om te blijven koesteren.

Aangezien dit een heus titanenwerk kan worden om al die memories op papier te vereeuwigen vraag ik om VOOR zondag 17 januari alles binnen te leveren. Iedereen mag deelnemen met één foto. Wie een foto aflevert, wordt ZEKER verwacht op 31 januari om alles persoonlijk op te halen.

Je kan ook wat blijven plakken in 't pAnd. Je kan er nog iets drinken. Je kan er naar de herinneringen van anderen luisteren en er worden ook nog andere dichters en muzikanten uitgenodigd voor een klein optreden. Daar wordt later nog meer info over meegedeeld.

Wil je mijn brein sponsoren voor geleden werk, zal het mogelijk zijn om daar ter plekke een kleine vrije bijdrage in de hersenpan te stoppen.

Foto's inleveren kan aan mij persoonlijk of via de brievenbus van 't pAnd van Boegie Woegie (Grote Markt 16, 8930 Menen)

maandag 23 november 2015

Jess FM

Sinds enkele weken kom ik wekelijks met mijn zoetgevooisde stem in Decibels, het zaterdagavondprogramma van Jess FM. Telkens rond 17u30 zalf ik toch een beetje de ether. Al wekt mijn stem wellicht ook soms irritatie op.

Wie mijn interventies tot nu miste, kan ze hier opvissen.

donderdag 12 november 2015

Hartenjager

Vanaf vandaag centraliseer ik mijn datingavonturen. Voor wie geïnteresseerd is. Ik zal er hier verder weinig aandacht aan besteden. Ervaring leert dat mensen het soms gênant vinden om hier over dat onderwerp te moeten lezen. Daarom filter ik het voortaan op een aparte blog. Daar kan je je aanmelden om een bericht te ontvangen als ik een nieuwe datingpost publiceer.

http://hartenjager.blogspot.be/

vrijdag 16 oktober 2015

Laatste Oproep: Schrijf elke dag een brief!

Op 1 januari ben ik ermee begonnen en nog steeds schrijf ik naarstig. Bijna elke dag gooi ik één of meer brieven de wijde wereld in.

Het kostte me al een paar pakken schrijfpapier. Eén pen. Meer dan vijftig inktpatronen en heel wat postzegels. Maar bovenal een stapel woorden. Over wolken. Over een klok die te hard tikt. Over wat die dag bijzonder voor me was of niet. Geen literaire meesterwerkjes . Maar vast wel boeiend om later in een dikke map te verzamelen en te lezen door wie mij graag ziet.

Er zijn mensen die me gek verklaren dat ik zoveel minuten in een enveloppe steek. Dat ik verkleurende inkt boven het elektronisch postverkeer verkies. Dat is hun recht. Ik weet dat ik met mijn brieven mensen aan het lachen breng. Of ze beroer. Of dat ik ze met vraagtekens achter laat. En daar doe ik het voor. Zoveel haast. Zoveel spoed. Dan doet een echte brief eens goed. In de enveloppe zit meer dan papier. Ik bezorg de postbodes weer het echte werk en laat ze fluiten met groeten in de linkerbovenhoek.

Natuurlijk is het leuk om een briefje terug te krijgen, maar terugschrijven is geen must. Niemand moet zich verplicht voelen om mij een enveloppe terug cadeau te doen, Inmiddels heb ik een paar vaste correspondenten. Ook na mijn jaar, zal ik die correspondentie blijven verzorgen. 

Nog een kleine negentig brieven te gaan. Omdat ik oorspronkelijk 365 verschillende brievenbussen wou bereiken, graag nog deze allerlaatste oproep, hierna vraag ik het niet meer: wie wil een brief van mij? Een echte. Of wie wil een brief van mij cadeau doen? Dat kan gerust ook. Ik schrijf naar bekenden en onbekenden. Wie de moeite deed om terug te schrijven, mag natuurlijk nog een wederwoord verwachten. 

Wil je zelf nog eens het plezier ervaren van een ambachtelijke brief in je handen? Word je graag weer terug geslingerd naar de tijd waarin je op kamp een briefje kreeg van het thuisfront? Of wil je iemand die je kent dit plezier doen? Meld je dan aan in mijn virtuele brievenbus en als de postduif een beetje mee wil, dan valt er nog voor het einde van 2015 een stapel inktblauwe woorden op je deurmat. 


Elias Canetti schreef dit ooit:'Niemand is eenzamer dan hij die nog nooit een brief gekregen heeft.'




woensdag 9 september 2015

Performance Bat-Wevelgem

Droom (53):

Enkele uren geleden werd ik in slaap met de dood bedreigd door een vrouw die mijn handen lelijk vond. 'Dood zijn die gedrochten beter.' Ze haalde haar schietijzer van onder haar jurk en ik had andere lichaamsdelen met haar kunnen delen die ze misschien wel de moeite waard vond in dit leven. Maar ik was laf en nam de benen.

Droom (52):

In mijn dromen hadden we geluk. We aaiden het, gaven het een naam en maakten er een foto van. Toen was het stuk. Wisten wij veel dat geluk niet in album past of op de kast.

Droom (51):

Vannacht stroomde het hele huis vol water. Radeloos vluchtte ik almaar een verdieping hoger. Toen zelfs mijn zolder langzaam volstroomde, kon ik niets anders dan verdrinken tussen inktblauwe woorden en papier. Mijn katten zaten op het dak. Mijn vrienden die de situatie via webcams volgden, zeiden: 'Als ze nu maar had leren zwemmen of een redder als man gehad. Zo'n echte David Hasselhoff. Dan had dit nooit kunnen gebeuren.' Ze flitsten hun webcams uit en gingen treuren om het einde van mijn noodlottige verhaal.

Droom (50):

Deze nacht was ik hoogzwanger. Een buik als een ballon. Ik vond het fijn totdat ik bevallen moest. Een vriendin kwam erbij en stelde me op mijn gemak: 'Ik deed dit al zo vaak.' Ze ging tussen mijn benen staan en ik beviel uiteindelijk van een hoopje ingewanden. We deden alsof dat een kindje was of we wisten niet beter. Zo zie je maar dat vissen kuisen in je gedachten kruipt als je eventjes niet kijkt. Het kindje heette trouwens Gwendolien.

woensdag 26 augustus 2015

Groeten uit Menen: Mijn stadhuis

Een mooier sluitstuk van mijn reisje kon ik zelf niet verzinnen. De reis in Menen begon ik met een brief aan mijn stad. Vandaag werd ik naar aanleiding van die brief uitgenodigd om van dichtbij kennis te maken met mijn stadhuis. Hoe rond kan een cirkel zijn?  Ik werd persoonlijk ontvangen door de burgemeester en kreeg een rondleiding. Wat natuurlijk een hele eer is en ook wel bijzonder want ik kan me voorstellen dat een burgemeester wel andere dingen aan het hoofd heeft dan een inwoner uit te nodigen voor een praatje op een doordeweekse woensdag.

Het hoeft niet gezegd dat ik eigenlijk wel een beetje zenuwachtig was om dat grote kantoor binnen te gaan. Ik kreeg een kopje koffie aangeboden en mocht plaatsnemen op de bank. Een zachte bank, dat moet gezegd. Maar waar praat je in godsnaam over met de burgemeester? Natuurlijk ga ik niet het hele gesprek uit de doeken doen. Dat kan niet de bedoeling zijn. We hadden het uiteindelijk over gewone dingen. Over mijn brief. Over hoe ik hier in Menen terecht gekomen ben. Over het stadsbeeld. Over zwerfvuil. Over verscheidenheid in mensen. Maatschappelijk engagement. Het kopje koffie zonder koekje werd gezoet met enkele fijne anekdotes. Wat natuurlijk minstens even gezellig is.

Ze toonde me ook twee duivenjongen in de bloembak aan haar raam. Twee duiven hebben daar blijkbaar eitjes uitgebroed. Ook zonder nest voelen ze zich beschut tussen de geraniums. Ook toonde ze trots een kindertekening die ze vandaag kreeg. Een van de eerste spontane tekeningen die ze mocht ontvangen in haar taak als burgemeester.  De kleurrijke tekening pronkt nu op de schoorsteenmantel.

Verder toonde ze me de schepenzaal en de ruimte waar de maandelijkse gemeenteraad door gaat. De trouwzaal. De houten planken aan de trappen kraken. Wat een bijzonder mooi gebouw is dit toch! De meeste mensen, kennen net als ik gisteren, alleen de gelijkvloerse verdieping met daarin alle diensten: de loketten.  De mooie binnenkoer. De bogen.

Uiteindelijk durfde ik toch te vragen wie de nummers van de beiaard kiest. Ik vraag het me al weken af waarom Miley Cyrus soms in het Belfort op haar sloopbal hangt. En wat haar link met Menen is. Of het misschien een nummer is dat een schepen heeft verkozen in een soort van Beiaardtop-drie. Maar dat blijkt helaas niet zo: jammer, ik had wel willen weten wie een boon voor Miley heeft.

Het voelde toch een beetje als wandelen in een kasteel als ik een uur later de trap naar beneden daal. Aan de muur hangen al de mannelijke voorgangers van de burgemeester in lijstjes aan de muur. Ze kijken me aan zoals burgemeesters horen te kijken. Statig. Maar best wel een beetje grijs. De vrouw in mij is toch wel blij met het idee dat de volgende foto in de rij een vrouw zal zijn.

Als ik thuis ben, krijg ik een bericht van de kabinetsmedewerker van de burgemeester. Dat ze een briefje voor de deur van het kantoor vond, dat wellicht uit mijn zakken kwam. Ik kreeg een gescand exemplaar van het kleinood te zien. Het blijkt een kladbriefje te zijn met adressen en telefoonnummers op. Ik vertel haar dat het briefje weggegooid mag worden en excuseer me voor het feit dat ik nu zelf zwerfvuil achter liet. En dan nog wel zo open en bloot. Natuurlijk word ik vergeven.

Soms zou een mens het wel eens durven vergeten dat een burgemeester ook maar mens is. Een mens die ontroerd kan zijn door duivenjongen naast het bureau. Of door een spontane kindertekening.  Maar wel een mens die in een kader past. Van een gebouw. Van een stad. Een uithangbord. Iemand die niet alleen in belang van die stad denkt, maar ook doet. Verantwoordelijkheid moet nemen.

Mijn reis door mijn stad zit er natuurlijk nog niet helemaal op. Maar deze zomer toch bijna. Ik hoop nog veel dingen te ontdekken hier. Wie denkt mij nog iets bij te brengen, mag me nog steeds uitnodigen. Er zijn nog zoveel aspecten in deze stad. En tijd voor uitstapjes zat.

Ik hoop dat mijn lezers net als ik genoten hebben van mijn wandelpad door Menen. En dat dit toch een voorbeeld mag zijn om eens verder dan een eigen neus lang is naar een stad te kijken.

woensdag 12 augustus 2015

Groeten uit Menen: Leven op wieltjes

Wie in Menen woont, heeft haar vast al gezien: Mireille. Samen met haar honden Airco en Mieke. Het leven van Mireille verloopt op wieltjes. Toen ze hoorde van mijn reis in Menen werd ik door haar uitgenodigd om samen met haar boodschappen te doen, te koken en te eten, omdat ze me wou tonen dat ze een gewoon leven leidt, ook al zit ze in een rolstoel.

'Ik werd spastisch maar fantastisch geboren,' lacht ze terwijl we naar de winkel gaan. Kort daarvoor werd ik binnengelaten door haar hond Airco. Nu loop ik naast Mireille in haar rode rolstoel met Airco naast haar. Ikzelf voor de gelegenheid ook met wieltjes: ik heb een trolley bij me waar de boodschappen in horen. Het is al knap lastig voor mij om niet te haperen met dat ding...   'Als je met een beperking geboren wordt, kan je twee dingen doen: je kan bij de pakken blijven neerzitten, je hoofd laten hangen en geen hoop meer zien. Maar je kan ook alles op alles zetten om het beste te maken van de situatie. Dat probeer ik heel erg te doen. En dat lukt! Ook al loopt het niet altijd op rolletjes.'

We zijn het warenhuis binnen en Airco helpt Mireille met een paprika. De hond neemt de paprika in zijn bek en legt die in de trolley. Er zijn veel dingen waar ze niet bij kan. Ik help haar wat, maar Airco doet toch veel werk. Mensen reageren heel erg verschillend bij de aanblik van Mireille en haar hond. Al voor het eerste rek wil een vrouw de hond aaien. Sommige mensen kijken vlug de andere kant op. Anderen blijven gefascineerd kijken. Sommigen ergeren zich zelfs omdat ze met haar rolstoel en hond te veel plaats inneemt. 'Eén keer reed ik een warenhuis binnen en iemand vroeg me mijn boodschappenlijstje. 'Ik haal het wel,' zei een mevrouw. Ze bedoelde het misschien wel aardig, maar ik wil zelf mijn boodschappen doen,' zegt Mireille.

Alles wat de hond aanraakt, neemt ze ook mee naar huis. Als we alles gevonden hebben, gaan we naar de kassa. Airco legt enkele spullen op de kassaband. Het blikje kokosmelk valt een paar keer op de grond. De kassierster reageert rustig. De man achter ons zoekt een snellere kassa op.

Samen verlaten we het parkeerterrein. Ik vraag of ze vaak negatieve reacties krijgt. Ze vertelt over boze oude vrouwtjes die naar haar roepen dat ze teveel plaats inneemt. Over agressieve reacties omdat ze op de weg moet rijden in plaats van op het voetpad. 'Maar dat is vaak te smal. Of er staat een bord in de weg.' Ook zegt ze dat ze een keer vast stond op de parkeerplaats, dat de hond om hulp blafte, maar dat de meesten haar gewoon negeerden of bijna omver reden. Uiteindelijk was er toch één persoon die door had dat ze in nood verkeerde en haar hielp. Of ze krijgt verwijten omdat haar hond zijn behoefte doet op het gras, maar Mireille kan niet uit de stoel om de poep te verwijderen. 'De wet voorziet ook dat wie een hulphond heeft, niets kan opruimen.'  'Soms gaan mensen er ook maar meteen van uit dat ik mentaal beperkt ben. Zo vroeg een dame eens of ik mijn lief wel mocht zoenen van mijn begeleider. Ik geef dan meestal wel een gepeperd antwoord terug. We zijn allebei volwassen!'

Het lijkt me allemaal best heftig. Maar Mireille blijft lachen. Ze is bijna nooit thuis.  Ze gaat naar festivals. Ze is stapelverliefd op haar Patrick. Ze studeert aan Syntra West voor Dierenasielmedewerker. Ze volgt een cursus 'hondeninstructuur'. Ze doet karate. Ze zwemt. Ze maakt haar eigen dromen waar. Ook al heeft ze daar een begeleider voor nodig. En vrijwilligers die haar naar de activiteiten willen rijden.

Binnenkort gaat ze in haar eigen huis wonen in Kortrijk. Een huis dat volledig aan haar is aangepast. In het appartement dat ze nu woont, is ze nog teveel afhankelijk. Dat blijkt ook als we samen koken. Kasten en kookplaten die te hoog zijn. Ze nodigt me ook uit om in haar nieuwe woning te komen eten.  Terwijl we eten, bedenk ik toch dat  Menen toch een bijzonder krachtige persoonlijkheid zal verliezen. Want ik weet het wel zeker: uit de power van Mireille kunnen we allemaal wat leren!

Je kan haar volgen via: https://casadelmami.wordpress.com/.







maandag 10 augustus 2015

Groeten uit Menen: Proper Goed (Veerkracht4)

In mijn zoektocht naar 'een ander Menen dat ik al ken', botste ik gelukkig op Jan. Hij nodigde me uit om een dagje mee te draaien in Proper Goed, de wasserij van Veerkracht4. Terwijl mijn eigen  was nog gesorteerd moet worden, mijn kleren in de kast nodig dienen opgevouwen,  mijn strijkijzer nog ergens in een kartonnen doos zit, ging ik deze ochtend vroeg naar Proper Goed in de Wervikstraat.

De wasserij is een sociale werkplaats. Sociaal omdat ze werk biedt aan wie moeilijk werk vindt. De job in de wasserij is een mooi opstapje naar meer. Proper Goed krijgt vuil wasgoed binnen van OCMW-rusthuizen in Groot-Menen en levert die proper terug af.

Vandaag stond ik op de werkvloer met Mahesh, Vladimir, Adel, Vera, Roseline en Aza. Zes mensen van een andere komaf. Elk met hun eigen verhaal. Met hun cultuur.

Mijn eerste taak bestond uit het vouwen van handdoeken en het effen leggen van washandjes. Later mocht ik ook sokken sorteren, onderbroeken opplooien, slaapkleedjes vouwen, kleren aan kapstokken hangen, een beetje hemden strijken, heel veel zak- en handdoeken machinaal strijken en opvouwen.

Als de was binnenkomt, wordt ze gesorteerd door Vera. Na het sorteren, stopt ze de trommels vol. Na afloop haalt ze alles eruit en stopt het in de droogtrommel. Dan pas komt de bak met linnen bij ons terecht. Bij 'ons' dat zijn de vouwers en de strijkers. Bij 'ons' daar hoorde ik dus vandaag bij. 

Ik viel natuurlijk meteen op door mijn amateurisme in wasgoed vouwen. Zo moest ik toch heel goed kijken hoe een herenonderbroek moest opgevouwen worden. Tot grote hilariteit zette ik de gulp op de achterkant van het pakje textiel, hoewel de masculine anatomie me toch niet vreemd is. Hemdjes kreeg ik lastig mooi uit de kreukels. En later bleek ook nog eens mijn onkunde in het strijken. Wat voor alien kon ik toch zijn? Ik: buitenbeen.

Op elk stukje wasgoed een etiketje met naam. Je weet van wie je een waslapje in je handen hebt. Je weet van wie het-tot-op-de-naad-versleten-marcelleke  is en terwijl ik daar de intiemste stukken textiel stond op te vouwen die André en Annie zo dichtbij omvatten en aanraken, bedacht ik dat dit iets heel bijzonder is. Hier in deze wasserij wordt deze was gestreeld: secuur. Elk stukje textiel wordt met het nodige respect behandeld. Alsof niet alleen de handdoek wordt beroerd maar daarmee ook het vel van André.

Er vormen zich grote stapels opgevouwen was, die Abdel keurig in een rekje legt. Alle inwoners van de rusthuizen hangen daar met hun naam uit. Hij legt een pyjamabroek bij Gerard, een topje bij Claudette.

Vera vertelde dat het raar is als er iemand sterft. Dan moeten ze het kartonnen bordje weggooien en dan komt er bijna onmiddellijk een andere naam. 'Door zo vaak het wasgoed van iemand te wassen, krijg je daar een soort van band mee. Hoewel we soms pas een foto van ze zien als ze zijn overleden, in de krant, lijkt het toch alsof we ze ze kennen: we kennen hun lijf, hun vlekken,...' 

En terwijl ik zie hoe Vladimir en Aza met een zekere vorm van tederheid hemden staan te strijken, vraag ik me af of de André's, Annies, Gerards en Claudettes weten waar hun wasgoed is. Dat Roseline met liefde hun namen vastnaait. Dat Mahesh als een goede vader over de werkvloer schuifelt. Dat Vera hun vlekken sorteert. En Abdel hun namen stilaan vanbuiten weet. Hier in deze wasserij zijn ze in goede handen.

Tijdens de pauzes werd het ijs meer en meer gebroken. Bij het eten werden er foto's van kinderen, kleinkinderen en mannen getoond. Van zwembadtaferelen. Er werd getelefoneerd, patience gespeeld, ook gezwegen. Uiteindelijk werd ik gevraagd hoe oud ik ben. Ze schrokken allemaal dat ik al zesendertig ben. Zonder kinderen. Zonder man. Maar vooral van het feit dat ik op zo'n leeftijd nog zo klungelde met was. Vladimir wou me persé leren strijken, alsof hij mij zeggen wou:  'Als jij kan strijken, krijg je ook een man.'

Wanneer de werkdag erop zat, vroeg hij bezorgd of ik ook rugpijn had. Dat had hij ook de eerste dag. Hij nam me even bij mijn schouderbladen vast en masseerde heel kort.

Deze dag begon wat vroeg en stroef. Maar als ik naar huis reed, bedacht ik dat ik in acht uur tijd los gekneed ben. Niet alleen door die korte massage, maar door wat ik daar voelde en zag: beroering in grote trommels wasgoed. Respect voor wie dit dagelijks met zoveel zorg in anonimiteit doet. Verscheidenheid in zwijgen. Eenzaamheid in gaten in onderbroeken.  En echt waar, veel te veel zakdoeken.





donderdag 6 augustus 2015

Groeten uit Menen: Kraaiveld Lauwe / Willem Vermandere

Mijn reis in Menen speelde zich afgelopen week voorlopig in Menen zelf af. Maar ook Rekkem en Lauwe maken deel uit van Menen. Daarom nodigde Linda mij uit om eens met haar een wandeling te maken in Lauwe, langs de kant van het Kraaiveld.

Samen met Linda en kleinzoon Linus stapte ik vandaag langs de maïsvelden van het Kraaiveld. Ik kwam in een waar verleden terecht, want Linda kruidde de wandeling met anekdotes uit haar kindertijd. Ze kent die buurt dan ook als de beste. Ze had het over een jachthuis dat er niet is. Een manège die nu leeg staat. Kortom veel vervlogen geschiedenis die nog steeds zijn sporen heeft in het Kraaiveld.

Middenin tussen de velden kregen we een indrukwekkende kijk op Menen/Rekkem. We konden vandaag zelfs de Kemmelberg zien liggen. Lauwe ligt dus hoger dan Menen, Rekkem, Moeskroen, Roncq, Halluin,... Het is best bijzonder om vanuit de maïs en onder een blauwe lucht met heerlijke wolken een blik te werpen op zo'n fantastisch landschap zonder daarvoor een uitkijktoren te moeten beklimmen. 

Een man wist onderweg te vertellen dat Willem Vermandere ooit geschreven heeft dat het Kraaiveld zijn lievelingsplek in Lauwe is.




Langs de grens van Rekkem en Lauwe liepen we weer terug. Er zijn hier nog aardeweggetjes. Ik werd er eigenlijk ook best nostalgisch van. Linda vertelde boeiend over haar grootouders. Over haar ouderlijk huis. Over de weg van huis naar school. Over haar Chirojeugd. Ze wandelde deze namiddag eigenlijk met haar kleinzoon en mij een soort weg van haar leven af. 

We wandelen via het kerkhof langs een prachtige veldbloemen naar de kerk. Daar is een tentoonstelling van Willem Vermandere te zien. Hij is ereburger van mijn stad. Lauwe is zijn geboorteplaats. Tot eind september hangen in de St-Bavokerk verrassende werken. Verrassend? Ja. Meer nog: ik durf ze zelfs aan te bevelen.




Ik ken zijn muziek. Alsook zijn beeldhouwwerken. Zowel in Beveren-Leie (mijn vroegere woonplek) en in Menen staan twee robuuste werken van hem, waar ik eigenlijk niet voor val. Maar dit is toch wat anders...

Vermandere licht zijn tentoonstelling van tekeningen, prenten en schilderijen op zijn eigen manier in met een bladje papier. Daarop staat te lezen dat uitleg bij zijn werken niet hoeft. 'Laat liever de vogeltjes van uw verbeelding los, volg mijn kronkels en krabbels, mijn hand danst en doet de verf zingen, er ontstaan vreemde creaturen, die mekaar zoeken en verliezen, omhelzen en wegduwen. Ach, ik weet het ook niet wat mij bezielt. Ik heb het gemaakt. Is dat nog niet genoeg? Mijn handen weten het... Ik niet.'

Ikzelf zie gezichten die gemist worden. Gezichten die falen. Gezichten die bedroefd zijn. Gekweld. Die gezichten stapelen zich op tot een soort boom. Een gedachtenwolk. Onrust. Ze fascineren. Intrigeren. Enorm.



In het gastenboek schreef ik: 'Op deze mooie zonnige dag liep ik langs maïsvelden en kleine aardewegen, bedekt met mooie verhalen uit het Lauwe van toen, naar deze tentoonstelling. De vogels van mijn verbeelding kwinkeleerden. Hier in deze kerk zongen ze verrassende melodieën: vrolijke, maar ook veel verdrietige, bange liedjes. De kronkels van vandaag zal ik niet gauw vergeten. De gezichten aan de wand aai ik met mijn wimpers rust toe.'

Na deze poëtische expeditie in Lauwe dronken we nog een kopje. Linus Fristi, Linda koffie en ikzelf muntthee. 

We zouden dit meer moeten doen.  

maandag 3 augustus 2015

Groeten uit Menen: Een les in engagement

Het hoeft niet onder stoelen en banken gestoken te worden: mijn reisje in Menen was toch vooral een plezierreisje.  Maar zoals ik eerder schreef in mijn verslag over het bezoek aan Menen Wald: 'Reizen is klimmen en dalen. In klimmen zit innerlijk vertragen en in dalen plezier.' Het kan geen kwaad om af en toe wat minder vrolijks te zien. Ik bezocht het Rode Kruis Opvangcentrum en dus ook Menen Wald. Voor de rest van de tijd had ik vooral toch veel dalen in de trip door mijn stad.

Daarom was ik blij met de uitnodiging van Agnes. Ze wou me meenemen naar het Serge Bertenpark en naar de Wereldwinkel. 'Die twee plekken passen allebei in het verhaal van solidariteit,' schreef ze.

Langs de Wereldwinkel passeer ik vaak. Ik denk er alleen zo weinig aan om daar iets te kopen. En als ik er aan denk, dan is de winkel gesloten. Agnes vertelde over eerlijke handel. Al te vaak denk ik aan de goedkoopste. Zo ben ik eigenlijk wel opgegroeid en daarenboven heb ik maar één portemonnee...

Misschien zou men op verpakkingen van bijvoorbeeld chocolade in plaats van de voedingswaarde kunnen aangeven hoeveel een cacaoboer aan een reep verdient. Dan kocht ik wellicht meer fairtradechocolade. Want ik geef het toe: ik denk daar veel te weinig aan.  Ik denk zelden: 'Waar komt dit nu vandaan? Hoe is het gemaakt?' Als het maar smaakt. In de Wereldwinkel kan je niet anders dan daar bij stil te staan.

Het is niet de bedoeling dat dit stukje een reclamespot wordt, maar ik zal er in het vervolg toch wat meer aan denken. Vooral bij cadeautjes en wijn.

Daarna fietsen we naar het Serge Bertenpark. De naam Serge Berten leek ik te herkennen. Ik wist alleen niet wie het was. Als Menenaar is dat toch straf. Ook al woon ik hier nog geen vier jaar. 
Een verdwenen pater in Guatemala. Het zal je zoon maar wezen. Hij trachtte daar voor een goede zaak te vechten, maar daar werd hij niet voor beloond. Nee, in een betoging is hij opgepakt. En nooit meer terug gezien. Jaren later is er nog geen enkel spoor.

In het park staat een herdenkingszuil voor hem. 


Het is een triest verhaal over een man uit Menen die zich engageerde voor een betere wereld. Zo lopen er niet zo vaak meer rond. Terwijl we bij de zuil staan komt er een man met een hond langs die begint te praten. Hij heeft Berten nog gekend. Het is bijzonder goed dat Menen en zijn inwoners aan hem blijven denken. Dat hij na drieëndertig jaar wanhopig zoeken nog steeds wordt gemist. 

We sluiten onze voormiddag af met een wandeling in het park.



Wat ik kon opmaken uit het verhaal van Berten is dat hij wel zo'n prachtig park verdient. En dat onder het genot van een prachtige parkwandeling soms iets diepers schuil kan gaan  Dat schoonheid van bomen, gras en lucht niet voldoende is om het goede te zien. Er is ook nog het engagement van de mens. 






Groeten uit Menen: Petanque

Nog maar net bekomen van de nieuwste avonturen in de visserij kwam ik het VanderMerschplein opgelopen. Ik zal het maar bekennen: ik was behoorlijk vermoeid en verschroeid van al die avonturen tijdens mijn reis in Menen. Ik had twee bereide forellen bij die we niet opgegeten kregen om uit te delen aan de petanqueploeg die daar aanwezig was. Ze mochten het aantal forellen raden dat we vingen...

Uiteindelijk kregen Fré en Niels elk een forel mee. Als dank mocht ik een rondje petanque meespelen in hun ploeg. De ploeg van de Oude Zakken. Onze tegenstanders waren de Jonge Veulens of het Jong Geweld (?)  van de club. Ik werd tot voorzitter gebombardeerd en voelde me even ongemakkelijk tot bleek dat ieder lid in hun club voorzitter is. Ze zijn dan ook de 'Petanqueploeg van de Voorzitters'.

Het duurde even voordat ik de bedoeling van het spel kende: het blauwe kleine balletje proberen te raken: de but.  Of ballen van de andere ploeg verder weg te rollen. Maar dan moet je nog met de ballen kunnen gooien. Mijn werptechniek had iets weg van bowlen met een vishengel, denk ik. Toch slaagde ik erin om de ploeg van de Oude Zakken niet te laten verliezen. En geef toe, dat is ook wel wat.

Het scorebord was een zeer ingenieus systeem met bierflesjes en andere materialen, waarvan ik eerst dacht dat het gewoon rommel was. De leden van de club hebben het duidelijk voor ballen. Metalen maar ook voor andere soorten. Tijdens het werpen wordt er kwistig met songteksten gegooid. Elk lid heeft zijn eigen tactiek en techniek. De voorzitters komen op zeer onregelmatige tijdstippen samen. Alles hangt af van het weer en de tijd. Er is drank, sfeer en ambiance.

Het is een mooie club. Het was in elk geval heel wat om interimvoorzitter te zijn. Als ik niet zo in vislucht was gewenteld, vermoeid en roodverbrand was ik van blijdschap in armen gesprongen in plaats van het offreren van een een onhandig vuistje en een slappe overwinningshand. Nu voelde het toch alsof ik verslagen naar huis liep. Maar ik besef nu: ik won. En ook: Menen heeft ballen! En hoe!

Groeten uit Menen: Vissen

Toen ik een verlanglijstje opstelde met de dingen die ik graag eens zou doen, stond vissen er vanzelfsprekend bij. Vissen spreekt tot de verbeelding. Tot de mijne althans. Mijmerend op een stoeltje zitten wachten tot de dobber beweegt. Volgens mij klaart met vissen de chaos in het denken op. Het beeld van de mijmerende stille visser doet me aan mijn grootvader denken, ook al zag ik hem nooit vissen. In gedachten vertoefde hij mijmerend aan de Leie met een hengel in zijn hand.

Stephanie ging vroeger vaak vissen met haar ouders en ze stelde me voor om met mij te gaan vissen samen met haar dochter Louise. Ria werd hierdoor ook aangesproken en ging ook mee. Stephanie regelde via haar vader alle benodigde materialen inclusief vergunning om er een prachtige dag van te maken.

De zondag begon met een aperitiefje op het plein. Daarna haalde Stephanie de persen uit de auto en leerde ons de eerste essentiële vistechnieken: de hengel uitwerpen. Dat bleek al bij het begin geen evidente kwestie. Ria viste naar een boom en ik viste vooral slappe lach. Het was ook voor de voorbijgangers een vreemde kwestie: Luchtvissen? Boomvissen? Misschien wordt het zelfs een nieuwe traditie te gaan hengelen op het plein.



Daarna werd het toch ernstig. We reden met de auto naar de 'Aux joyeux pêcheurs'. Net op de grens van Menen en Halluin. Rond de vijver zaten heel wat vissers. Het was er stil en Ria en ik bedachten dat de vijver wel een goed overzicht bood op alle vissers en dat iedereen ons geklungel dus zou kunnen zien. Er was geen weg terug.  Gepakt en gezakt met frigobox, klapstoeltjes, visgerei en toch wel ernst, slopen we langs de vissers, de geketende bok en loslopend pluimvee naar een plekje met schaduw. De amateur in ons was wellicht op meters afstand te ruiken.

We installeerden ons en kregen net bezoek van Parijsgangers die ons wel eens wilden zien vissen. Ik stond net klaar om mijn eerste 'lancé' te doen met een maïskorrel aan mijn haak. Op het moment dat ik mijn hengel over mijn schouder zie vliegen, bemerk ik de trui van Ria aan mijn haak in plaats van de maïs. Die komt zoals het hoort met de lancé keurig in het water terecht. Hilariteit alom. Die trui in die allereerste lancé is dan ook het enige wat ik kon vangen die dag. Helaas. Het zorgde wel voor de gênantste maar ook grappigste uithaal van de dag. De andere vissers hadden de mol aan de vijver ook meteen ontdekt. Maar met die ene lancé, hadden de forellen ons ook door: hier is er teveel kabaal om zomaar in een wurmpje te bijten.


Daarna liep er nog van alles mis. Een stuk dobber raakte los. De hengel van Louise raakte helemaal verstrikt.  We lieten ons niet kennen en visten dapper voort, al durfde ik na die eerste lancé nooit meer echt goed te werpen.

We kregen het bezoek van Davey die uiteindelijk ook begon te vissen. Daarna kwam er een man langs die ons tips gaf om alles wat beter te doen. 'Nicht goet!' zei hij vaak. Hij nam dan de hengel uit mijn handen . En 'Da ist goet!' als hij het zelf deed. Hij verklapte dat we het voortaan met twee bananenwormen moesten doen in plaats van met één. Maar het bleef maar mislukken. Toen hij voor mij de zoveelste maal op rij mijn vishaak in het water lanceerde, deed hij dat aan de kant van de vijver. En hij ving er één! Met mijn pers! We mochten de vis houden en gooiden hem in het palliatieve net.

Intussen kreeg Stephanie van de eigenaar van de put een andere hengel aangeboden. Blijkbaar had hij haar zien klungelen met de lijnen en met mijn gehengel en dacht hij zoiets van 'acharme!' Het is uiteindelijk met die hengel dat Stephanie één vis gevangen heeft. Net nadat een medevisser ons vijf vissen cadeau deed.

Toen we alles hadden opgeruimd moesten we de gevangen vissen nog uit het palliatieve net halen. We moesten ze doodkloppen. Ook hier sprong uiteindelijk een vriendelijke visser bij, want de vissen stonden op het punt om weer in de vijver te springen. Het was wel even stil bij dat kloppen. Ter nagedachtenis van die forellen neuriede ik even: 'Die Forelle'.



Met een gevuld zakje buit reden we naar het huis van Stephanie om de forellen op te eten. We moesten ze eerst nog leren kuisen. We vonden een filmpje van een zeer jonge jongen die ons toonde hoe we een forel moesten schoonmaken. Als Viskid het kan, dan wij toch ook? En ja hoor, het lukte! Niet zonder opgetrokken neus en af en toe een 'eeeeeh!' Dank je wel, Viskid!




Daarna bereidden we de vis met kruiden en legden die op de barbecue. Laat me toe om nog even te vermelden dat ik nooit eerder een forel at. Ik vraag nooit vis waarin ik de vorm van de vis nog kan zien. Ik heb altijd schrik voor een vissenkop op mijn bord. Maar ik had deze keer geen probleem om de vis smakelijk op te eten. Lekker!



Ik mag dan wel geen goede hengelaar zijn, ik hou van vissen. Al is het maar om naar te kijken. En te zwijgen. Dit was een heerlijke dag waarin ik letterlijk en figuurlijk veel grenzen ben overgestoken. Geklungeld, jawel maar vooral heb genoten. Ik hoop heel erg dat ik met die eerste lancé mijn toegang tot visvijvers niet heb verspeeld. Dat er geen lijsten bestaan met mijn foto erbij en daaronder in grote letters VERBODEN!





Groeten uit Menen: Pietjesbakken

Soms kan je gewoon je grenzen verleggen door eens een ander café binnen te stappen dan datgene waar je normaal naartoe zou gaan.  Maar zoiets doe ik niet alleen, want het is toch lastig als je helemaal niemand kent. Karine en Waf hadden me uitgenodigd om eens mee te gaan naar de Cosmopolite. Ik ben daar heel vaak voorbij gefietst en gewandeld, maar ik durfde niet eerder naar binnen te gaan. Ook al ziet het er eigenlijk wel heel erg gezellig uit.

Ik had al van een paar mensen gehoord dat een 'Picon van Léonce' echt wel een aanrader is. Dus vroeg ik die dan ook aan Lorenzo, de zoon van Léonce die het café van haar heeft overgenomen.  Léonce zelf was ook aanwezig en ik meende toch wat trots te bespeuren in haar glunderende ogen.
Na enkele slokken van dit heerlijke drankje kwam het gesprek al gauw op Pietjesbakken. Ik kende het spel niet, maar, lieve mensen, nu ken ik het wel. Maar misschien zeg ik dat beter niet te luid, anders word ik nu door elke Menenaar uitgedaagd en heb ik veel te veel 'twee beentjes' aan mijn been.

We hebben toch enkele rondjes gespeeld en ik heb maar twee rondjes moeten geven. Dus dat viel eigenlijk wel mee. Maar misschien was dat beginnersgeluk of werd ik gespaard van een lege portemonnee. Bedankt alvast daarvoor, Karine, Waf en Jeremy.

Het is eigenlijk wonderlijk: zo'n bak met drie dobbelstenen. Hoe eenvoudig simpel kan het zijn. Ik heb al altijd erg van gezelschapsspelletjes gehouden. Een avondje aan de pietjesbak zorgt voor meer plezier dan een avondje achter mijn computer. De omgeving en de traktaten maken de boel losser zodat je je medespelers na enkele rondjes als kameraden ziet.

De terminologie in het spel is best wel even wennen. 'Je piet uithalen!' klinkt opeens wel raar. Voor alle zekerheid hield ik het toch maar bij één picon.


zondag 2 augustus 2015

Groeten uit Menen: Jess FM

Het is een traditie geworden om in dit reizen door mijn eigen stad in een soort van teletijdmachine te stappen die mij naar mijn kindertijd terug flitst. Ook bij dit uitstapje kan ik niet anders dan terug te denken aan de radio in mijn jongere jaren. Eten op zondag was steevast met 'Opera & Belcanto'. Bij het ouder worden luisterde ik stiekem naar 'De Lieve Lust' en het 'Leugenpaleis'. Terugreizen van de zee was met de bijzondere stem van Lutgart Simoens en haar brieven.  In bad op zaterdag met 'Ochtendkuren' en daarna naar boven met mijn cassetterecorder en een lege cassette naar de 'Top 30' om er de leukste liedjes op te nemen. Vaak ook met de laatste woorden van de presentator erbij.  En af en toe een jingle die ik niet had ingeschat. Altijd radio.

Bij het ouder worden werd mijn liefde voor de radio ingehaald door de liefde voor muziek. Ik wou zelf bepalen wat ik hoorde. Aangezien ik niet erg veel CD's had, werd ik mijn keuze op den duur toch zat. Ik schakelde weer over naar radio. Maar ik luisterde anders. Ik begon meer op de stem van de presentatoren te letten. Ik kon me ergeren aan een timbre. Aan een zeurderige toon. Mocht ik nog cassettebandjes in huis gehad hebben, ik zou nu juist de stemmen opgenomen hebben in plaats van de muziek. Radiopresentatoren waren opeens iets magisch. Hoe deden ze dat toch? Waarom klonken ze anders op de radio, dan als ik ze hoorde praten op televisie?

Daarom was ik ook heel erg blij dat ik door Tessa en Suzanne werd uitgenodigd voor hun radioprogramma 'Decibels' op de lokale radio Jess FM.  Zo kon ik eens binnengluren in die wereld van magie. Ze vroegen me om stukjes tekst mee te brengen naar de studio die ik linkte aan de playlist, maar ze vertelden me dat ik ook gewoon kon meepraten. Tessa wachtte me op. Ze was heel relaxed en had blijkbaar geen stress voor het feit dat ik vandaag een sidekick was. Suzanne kwam erbij en we konden beginnen. Ik kreeg een koptelefoon op mijn hoofd en werd voor een microfoon geïnstalleerd. En daar gingen we. Tine Moniek on air.

Zelf heb ik geen enkel moment het gevoel gehad dat ik zenuwachtig was. Ik voelde me daar in die studio heel erg op mijn gemak. Ik weet natuurlijk niet hoe het allemaal wel klonk, maar ik denk wel dat ik kan stellen dat ik nog niet vaak zo rustig was met een microfoon voor neus en lippen.

Intussen was technicus Kris ons komen vergezellen. Er werden pintjes bovengehaald en de toon was nog meer gezet. Als enige twee vrouwen in het presentatorenteam staan Tessa en Suzanne wel heel erg goed hun mannetje. Tussen het presenteren door werd er warempel aan acrobatiek gedaan door mijn mede-presentatoren, er werd over baardgroei en dikke buiken gesproken. Over camera's en vreemde berichten in de mailbox. Ik dacht op een gegeven moment: 'Dat zouden de luisteraars ook wel eens mogen horen.'  

De tijd is werkelijk voorbij gezoefd. Ik heb dit ontzettend graag gedaan. Heel erg welkom was ik daar. Zo voelde het toch. On air. Op wolkjes.  Met veel plezier heeft deze airhostess met Jess FM gevlogen.






zaterdag 1 augustus 2015

Groeten uit Menen: Improviseren met een Blauwe Maan

Naar de sterren kijken in het gras. Wie doet dat nog? Voor mij is dat toch heel erg lang geleden. Hoe graag ik ook naar de hemel kijk: zomaar op mijn rug gaan liggen om naar de hemellichamen te kijken: ik deed het in mijn leven toch te weinig. Toen ik zag dat er een Blauwe Maan in de lucht zou hangen, improviseerde ik in de rapte een 'kijk-naar-eens-naar-de-maan-happening'.

Dan loop je daar rond in je eigen stad. Het is donker. Je hebt een fleece-dekentje op je schouders gedrapeerd en in je handtas zit een fles wijn. Je weet niet wie er allemaal zal zijn. De batterij van je gsm is leeg en je moet bekennen toch een beetje op je ongemak te zijn.  Het nadeel van afspreken aan een kerk die eigenlijk een rotonde vormt, is dat je elkaar niet onmiddellijk vindt. Na een avontuurlijke wandeling waarbij je dacht: 'In het slechtste geval is die fles gewoon een wapen,' vind je je kompanen voor de nacht: Patricia, Rütger, Roxanne, Fred en Gertjan. 

Je wandelt samen naar het grasveldje van de RITO. Daar installeer je je richting maan, al is die nog niet te zien. Het duurt niet lang voor ze een glimp van haar laat ontwaren. Ze schijnt verlegen en bedekt zichzelf met avondwolken. Of daagt ze je uit? 

Het kijken naar een maan die langzaamaan verschijnt, is magisch. Ook al is ze natuurlijk niet blauw. Sterren zoeken, die misschien kunnen vallen, is iets wat me met z'n allen toch meer zouden moeten doen. 

Dat dit nachtelijk tafereeltje wat mager beschreven is en toch enkele details mist, heeft te maken met het feit dat volle flessen leeg werden en sommige dingen op sterk water beter het daglicht niet zien... Maar ook dat, lieve vrienden, is vakantie. In Menen. In Poelkapelle. In Parijs of in Wenen. 

Dan maar een liedje:



vrijdag 31 juli 2015

Groeten uit Menen: Pottendraaien

Als kind ploeterde ik graag in het zand en in de modder. Ik hield ervan om met mijn vingers in de aarde te wroeten om kleine insecten of zo tevoorschijn te woelen. Als het dikke vlinderpoppen waren, stopte ik meteen en liep huilend naar binnen.

Knutselen heb ik echter nooit graag gedaan. Om een of andere reden was ik er ook echt niet goed in. Altijd kreeg ik de opmerking dat ik te slordig was. Of  riep men subtiel: 'Wat is dat?' Momenteel staat er een echt kunstwerkje van mij te kijk in de Giftshop van De Figuranten. Wat het voorstelt? Laat ik dat vooral niet vertellen. Het was wel een bijzonder creatief idee, maar ik heb geen handen om die ideeën uit te werken.

Toen Freze me vroeg of ik geen zin had om deze week een potje te leren draaien, dacht ik aan klei (en bijgevolg aan aarde) : tof! Maar bovenal aan gestuntel: aw! Toch zei ik natuurlijk volmondig ja. Eigenlijk zag ik het mezelf al vaker doen in gedachten. Als oudere Tine. In een huisje in de Ardennen of in Frankrijk. Vraag me niet waarom maar bij pottendraai-fantasieën ben ik altijd ouder en ben omgeven door bomen die hier niet staan. Sommige mensen denken bij pottendraaien aan een romantische film, die ik nog niet zag. 'Ghost.'  Ik ken alleen die ene scène. Maar daaraan dacht ik in het atelier van Freze niet. 

We liepen over het tuinpad naar het atelier. Ze vertelde heel rustig over klei, over wat ze precies ging doen. Ze toonde me voor hoe zij een pot maakt.  Natuurlijk zien die dingen er makkelijker uit dan ze werkelijk zijn. Ik was dus heel erg op mijn hoede toen ik op haar krukje ging zitten. Een handdoek op mijn schoot gedrapeerd: 'Niet tegen de klei, die komt overal te hangen, maar vooral tegen het opspattend water,' zei Freze. In gedachten werd ik een golem, dat kon haast niet anders met mijn onhandigheid.

De klei voelde aangenaam. Zeker met wat water erbij. Het voelde nieuw, maar wel vertrouwd. Ik zou hierbij de vergelijking kunnen maken met een aanraking van een nieuw lijf, maar dat doe ik beter niet. Terwijl dat bolletje klei in mijn handen draaide, kwam er een bizar soort rust over mij. Het was alsof ik door die draaiplaat werd gemasseerd. Doordat je je handen  heel dicht bij elkaar voelt, is het iets dat heel erg persoonlijk voelt. Wat daar gebeurt, gebeurt door mij. Klei voelde in dit stadium niet als een materie, maar als een iets dat groeit, dat beweegt,... En nee, niet pervers. 

Ik beken het maar: ik was in het begin wat overmoedig. Ik bedacht dat ik bijna klaar was. Tot de bal klei dan toch een knoeiboel werd. Ook de tweede moest worden gereanimeerd. Het was pas bij de derde dat het lukte, al moest Freze een paar keer mijn handen vastpakken en helpen om de pot te laten groeien tot wat die uiteindelijk geworden is.

Ik ben er best blij mee en trots. Misschien zien jullie mij nog met kleisporen op het lijf want ik ga nog een keer terug. Vanaf nu heb ik pottenbakkerskleren in mijn schuif. 

Dat ik dit leuk zou vinden, kon ik raden. Alleen niet hier en nu in Menen. Want hé, ik ben nog jong. Ik heb nog zoveel te leren. 











donderdag 30 juli 2015

Groeten uit Menen: Rode Kruis Opvangcentrum

Het heeft een tijd geduurd vooraleer ik wist dat er een opvangcentrum is in Menen. Ik schrok daar zelfs een beetje van. Ik weet dat ik toen het vreselijke woord 'asielcentrum' in mijn mond nam. Een woord als 'asiel' doet mij denken aan beesten. Aan tralies. Aan gevangenschap.

Gedurende de tijd dat ik hier woon, kwam ik vaak in de buurt van het centrum. Ik ging er al eens naar een toneelvoorstelling kijken. Maar hoe gaat het er aan toe in zo'n huis? Wat doet het eigenlijk? Jessie nodigde me uit om eens langs te komen. Ze leidde me rond en ik luisterde met open mond.

Het opvangcentrum dat vroeger een klooster was, biedt een voorlopige thuis. Het is in feite één grote wachtkamer voor mensen op de vlucht. Op een netelige manier arriveerden ze in België. De weg hier naartoe was vaak wreed en onmenselijk. Hoe uitzichtloos moet een situatie niet zijn om die stap te nemen?  Alles achter te laten en kost wat kost een nieuwe plek te bereiken? Ze vragen een verblijfsvergunning aan en in de tussentijd tussen een 'ja' of een 'nee' krijgen ze een plek toegewezen. In dit geval moesten ze naar Menen. 

In Menen is er plaats voor 78 bewoners. Het is een relatief klein centrum.  Als ik er binnenstap spelen er kinderen aan de trap. Ze klampen zich vast aan Jessie. Er vertrekt net een groep mannen om te voetballen. Er heerst een zomerse sfeer. In de ontspanningsruimte speelt de tv, maar iedereen kijkt naar wat anders: het schermpje van de gsm, een computer, naar wij die binnen komen. Er is in de keuken een vrouw aan het koken. De wasmachines draaien. Af en toe wandelt iemand door de gang. 

De volwassenen lijken niet veel te praten. Dat is ook moeilijk: er zijn veel verschillende talen. De kinderen aan de trap ratelen maar door en lachen. Er is geen muziek. Er is een prachtige tuin, daar zit niemand behalve een stenen Maria en katten die in de afvalbak graaien. Er is een biljartzaal. Ik grap nog 'een men's cave'. Maar er staat ook een kappersstoel. 

Wie hier woont krijgt wekelijks wat zakgeld. Wie klusjes doet zoals de gang schoonmaken, krijgt extra. Wie de toiletten poetst, krijgt meer. Er is geen wereldkeuken. Traditionele Vlaamse kost. Geen halal. Af en toe zijn er activiteiten: voetbal, lezingen,... Ze krijgen lessen Nederlands. 

De plek voelt wel als een gezellig huis. Maar voor hen is het nog lang geen thuis. Ze wachten vol spanning in een land dat appelmoes eet met worst. Ze missen en dromen. Ze zijn in een tussenfase terechtgekomen. En ook al is de sfeer niet mistroostig, eerder gelaten: wat gaat er om in hun hoofd? Wat zijn hun verhalen? Waarom zijn ze niet gewoon welgekomen?

Elke vrijdagavond is er 'De Kosmopoliet'. Een wereldcafé. Vanaf 19u is iedereen daar welkom. Onder een drankje kan je er naar muziek van de bewoners luisteren. Er wordt gepraat. Wie gaat er eens (morgen?) met mij mee?

Groeten uit Menen: Grensgeval De Barakken

Vaak doen Menenaren er zelf wat lacherig over. Ikzelf ook wel, dat geef ik grif toe. De Barakken. Meestal klinkt het als een brakke zure brok in de pap.

Voor wie Menen niet kent: de Barakken is een wijk tussen de Leie en de Franse Grens. Vooral de winkelstraat is bekend. In het weekend wemelt het er van de Noord-Fransen die goedkoop emmers tabak komen inslaan. Maar naast de tabakswinkels zijn ook heel veel boetiekjes. Slagers. Bakkers. Chocolatiers. Ik overdrijf niet als je er op een zonnige zondag echt op de koppen kan lopen.

Normaal laat ik er me er niet zo veel zien. Het gebeurt dat ik er bezoek mee naar toe neem, omdat het best wel indrukwekkend is. Bevreemdend zelfs. Mijn tante zei het ook: 'Het is hier drukker dan in Blankenberge!' En dat, lieve mensen, dat wil wat zeggen. Als ik er naartoe ga, hou ik ervan om naar de mensen te kijken. Door de straat marcheert een horde mensen die je doordeweeks nooit in Menen zal zien. Voor mij zijn zij de attractie, niet de prijzen.

Catherine vroeg me of ik niet mee ging met haar om te shoppen in de Barakken. 'Shoppen? Ik? En dan nog in de Barakken?' Ik stikte bijna in een nootje, ook al waren er wellicht geen nootjes. 'Een outfit voor mij bij elkaar zoeken zeker?' grapte ik. 'Ja, waarom niet! Leuk!' zei ze. Deal dus. Het nootje dat geen nootje was, voelde ongemakkelijk in mijn keel. Als ik door de Barakken fiets zie ik altijd felle fluo-shirts, jeansbroeken die nog niet eens om mijn arm passen, tijgermotiefjes, ritsjes,...  Daarenboven koop ik al jaren bijna alles in een winkel voor grote maten omdat ik in geen standaardpakjes meer pas. Wat zou ik daar kunnen vinden?

Vandaag reed ik samen met Catherine en haar dochter Blanche op de fiets naar de Barakken. 'Dit wordt niets', dacht ik. In de eerste winkel  viel het goed mee. Mooie mode. Echt! Al zat zoals voorspeld mijn lichaam mij niet mee. Maar eerlijk waar: de keuze was bijzonder modieus en verscheiden. Voor elk standaardmaatje wat wils. Ik geloof dat ik toen dacht: 'Maar dit is toch helemaal niet marginaal?'
Excuus daarvoor. Mijn welgemeend excuus.

In de winkel daarna hadden ze warempel wel mijn maat. Voor Catherine wurmde ik me zelfs in een jumpsuit. Het resultaat was in haar blik te zien. Niet dus, wat ik ook zelf wel dacht. Een jurkje stond me wel. Maar ik voelde me er toch wat te ongemakkelijk in. Maar uiteindelijk kocht ik een bovenstukje. Ja, ik kocht!

Daarna gingen we een handtassenwinkel binnen. Wat een mooie dingen! Ik ga zeker daar mijn volgende handtas kopen. Ik kocht er al een schattig portemonneetje. 'Wat een plek!' dacht ik. 'Wat kan een mens zich vergissen!'   Dat was misschien wat te snel gedacht. Het werd toch een kleine calvarietocht om nog kledingstukken te vinden die ik mooi vond en waar ik ook nog eens in paste.

Ik zal het eerlijk zeggen: natuurlijk was er veel te koop waar alleen meisjes van onder de  twintig mee weg komen. We gniffelden om strings in jeans, gebatikte tepels, prinsenkleedjes, hotpants in leer,..  Er waren prachtige hoeden! Een krokodil in chocolade. Winkels waar we met Blanche niet in konden omdat zij te jong was...  Vrienden, wees op uw hoede: voortaan komen mijn cadeautjes uit Menen.

Natuurlijk moesten Catherine en ik een picon drinken. Een pannenkoek met choco voor Blanche. Drinken, kletsen en naar de mensen kijken die voorbij glijden. Ik moet het bekennen: de Barakken hebben veel meer in hun mars dan een brakke zure brok in mijn pap.

Uiteindelijk kwam ik thuis met een portemonneetje, het bovenstuk, een rok en een jurk. Daarnaast kocht ik ook een stokbrood. Ik kocht de beroemdste en lekkerste preparé van Menen, de preparé van Josué! Olé!


En dat ik dankzij dit uitje met Blanche en Catherine wel eens van de Barakken kan gaan houden, dat pakt niemand mij nog af.














woensdag 29 juli 2015

Groeten uit Menen: Menen Wald

Hoe vaak heb ik al niet gedacht: 'Ik moet daar eens naartoe.' Ik was al langs de indrukwekkende poort gefietst, maar toen hing er regen in de lucht... Ik was dan ook heel erg blij dat Dominique me voor mijn reis door Menen voorstelde om mij mee te nemen naar MenenWald,

Als ik bij haar in de auto stap, klinkt de stem van Willem Vermandere uit de speakers. 'De toon is al gezet,' zegt ze glimlachend. We naderen  'Deutscher Soldatenfriedhof Menen 1914-1918' op de tonen van 'duuzenden en duuzenden soldottn'. Ik had dan ook werkelijk geen flauw idee...

Na het openen van de ijzeren poort staat het al te lezen: op dit kerkhof liggen 48 049 gesneuvelde soldaten begraven. 48 049! Dat is wel heel veel Willem! Het is dan ook één van de grootste Duitse militaire kerkhoven. Hier hebben alle doden een naam. Dood is niet anoniem. De plek ligt tussen velden en bomen. Een decor van rust rust op deze dodenakker.

Agnes is ons komen vervoegen. We gaan het kleine ingangsgebouw binnen. Daar vinden we een register waarin bezoekers hun naam kunnen achterlaten. In een speciaal kastje vinden we een tiental boeken met daarin alle namen van de soldaten die op dit kerkhof begraven liggen  We kunnen het niet bevatten dat al die namen hier samen...

Op de grond liggen vierkante arduinen stenen. Op elke steen twintig soldatennamen met hun functie en hun sterfdatum. Daartussen rijzen op bepaalde plaatsen twee kruisen. Tussen de stenen heel veel bomen. We zagen eerst alleen eiken. Maar onderzoek leert dat ook ligusters en tamme kastanjelaars een soort van tranenwoud vormen op het tapijt van zij die vielen in een strijd die nog niet eens zo lang geleden werd gestreden.

Aan de rand van het kerkhof staan af en toe oude zerken. Oude gedenkplaten. Die herinneren ons aan het feit dat de soldaten eerst op andere kerkhoven lagen begraven. Dat ze pas later eeuwige rust vonden in Menense bodem.

Wat opvalt hier: praktisch geen bloemen. Bijna nergens wordt een geboortejaar vermeld. Zodat zij die hier liggen enkel stierven. En wat is het hier koud!

Middenin de dodenakker staat tussen de plaveien, een herdenkingskapel. In die prachtige kapel staan mooie symbolen in bladgoud en mozaiëk. Rond de kapel staan op zerken de verdwenen begraafplaatsen die de soldaten oorspronkelijk bewoonden in hun dood.

We zijn er een beetje stil van geworden. Dan loopt er opeens een man met een fluo-hesje het terrein op. Hij lijkt iets te zoeken. Het blijkt een man uit Moeskroen te zijn. Ik noem hem de bunkerspotter. Hij fotografeert als hobby bunkers die hij met zijn brommertje aanzoekt. Omdat het het einde van de maand is, komt hij maar naar Menen, dat is mooi dichtbij. "Voordelig qua brandstof,' vertelt hij.  Hij vraagt of wij de bunkers weten zijn. Er zijn er hem drie beloofd, maar hij vindt er maar eentje in het veld van de boer. Wij wisten niets van bunkers. Wat opspeurwerk met mijn smartphone leert ons inderdaad dat er vlakbij drie bunkers moeten zijn. Hij loopt het terrein af, de schouders ophalend. Een bunker hoeft toch geen speld in de hooiberg te zijn?

Wij blijven nog even staan. Zoveel doden. Weinig woorden.

Nadat we onze namen in het register achter gelaten hebben, gaan we door de ijzeren poort naar buiten, en kijk: daar stapt de bunkerspotter op ons af. Hij vertelt ons dat hij informatie ingewonnen heeft bij de huizen aan de overkant. De bunkers zijn er niet allemaal meer. Hij reageert ontgoocheld dat hij van zover is gekomen voor slechts één bunker die hij kan fotograferen. Een ander staat blijkbaar te diep in de maïs. Even later kruipt hij bedremmeld op zijn witte brommertje.

Agnes vertrekt op de fiets. Dominique en ik besluiten eens langs de bunker te rijden. Vanuit de auto zien we die opeens opdoemen. We zien tussen de velden een geel fluo-hesje verdwijnen, we glimlachen en verliezen het spoor. We rijden wat rond zonder oriëntatie. We zijn wat bevangen door het gevoel.

Even later zitten we op de Grote Markt in Menen. Elk in de zon met onze aperitief onder het belfort. We mogen gezien worden.  We moeten ons niet in bunkers verbergen. Reizen is klimmen en dalen. In klimmen zit innerlijk vertragen en in dalen plezier.









dinsdag 28 juli 2015

Groeten uit Menen: Rondreis op vier benen

Een grote wandelaar zal er nooit van mij worden. Al schuw ik de benenwagen niet. Het is handig als je tijd en zin hebt in wat buitenlucht. Regelmatig laat ik mijn voeten uit. Meestal loop ik vaste routes hier in Menen. Te voet naar de Rijselstraat en terug. Veel verder ga ik meestal niet. Dan neem ik wel mijn stalen ros.  Toen ik de uitnodiging kreeg van Gertjan om met hem te gaan wandelen naar minder gekende hoekjes, was ik bijgevolg toch een beetje argwanend omdat ik dacht aan wat veel kilometers met mijn voeten doen...

Voor ik vanmiddag met de paraplu in mijn handtas vertrek, verander ik nog een vijftal keer van schoenen. Om uiteindelijk toch de schoenen van eerst aan te trekken. Want welk schoeisel heb je nodig? Hoe lang gaan we stappen? Er zijn zoveel minder gekende hoekjes...

Gertjan zit op me te wachten op het bankje voor het stadhuis. Ik ken Gertjan van zien, maar veel hebben we nog niet gesproken. We begroeten elkaar, ik ga naast hem zitten en hij overhandigt mij een brief met daarop een inleiding op het stappen. Ik had kunnen denken: 'Dit wordt een stille wandeling.'  en 'Hoeveel briefjes zou hij in zijn jaszak hebben?', maar ik dacht: 'Oké! Let's go!'

Bij het rechtstaan begint Gertjan al te vertellen. Over het stadhuis. Over een binnenplek, die nog steeds te zien is. Hij overrompelt me een beetje en ik denk nog heel even: 'Oh nee, dit doet me denken aan een excursie...' Ik maak nog een grapje over het feit dat ik geen notitieboekje mee heb. Daarna komen we aan een Christusdoorn. Een boom die me nog nooit eerder opgevallen is met jawel, doornen kroontjes op zijn stam. Over dat Menen nog een bedevaartplek geweest is, maar dat de grot nu dichtgemaakt is. Hij loodst me via villa's (en mysterieuze sterfgevallen) naar een Leie die er niet meer is. Tabak. Een verdwaalde kogelbal. We wandelen langs een zaal die net drie centimeter te klein is voor de Europese competitie langs een oase van groen naar de Leie.

Geen enkele keer heb ik de indruk dat Gertjan iets van buiten heeft geleerd. Hij is geen saaie gids die me vaak doet geeuwen.  Hij vertelt het met een gemak en ik moet me niet inspannen om mijn aandacht erbij te houden, om sneller te stappen. We overbruggen op vier benen de stilte die op het bankje bij aanvang hing. Opeens staan we in een tabakswinkel tussen de potten tabak en de drankflessen, de koffiepads, de oplossoep. Dingen des levens: Converseren over slagers. Grootvaders. Schlagers.

De tijd vliegt. Zonder dat ik het goed en wel besef lopen we op de grens. Een plein dat Frankrijk en België zonder pardon verdeelt. Het is een beetje absurd. Een mooi idee trouwens, om daar eens een film te maken over de verschillen en overeenkomsten tussen nationaliteiten. We lopen een korte afstand in Halluin  tussen de televisie-antennes, langs een uitgebrande fabriek, om via de Leie terug in de vertrouwde Rijselstraat terecht te komen.

Na afloop gaan we nog wat drinken: van wandelen en praten hebben we allebei wel dorst gekregen. Want ik geef het toe: ik heb Gertjan niet alleen laten vertellen. Ik vertelde ook. Natuurlijk.

Opeens was Menen niet alleen een stad maar ook een leven. Twee levens die zonder dat wandelen misschien nooit aan de praat geraakt waren.  Het was fijn om in dat verhaal van Gertjan en de stad mee te stappen. En om de grens van zwijgen en beleefd begroeten samen over te gaan.

Misschien zouden we met zijn allen gewoon wat meer naast elkaar moeten stappen en voelen dat uit zwijgen en stilte een verhaal kan ontstaan.



maandag 27 juli 2015

Groeten uit Menen: Gamen

Als kind had ik het maar zwaar lastig. We hadden een stokoude televisie met twee zenders en veel storingen. Ik had geen Barbiehuis. Maar bovenal geen computerspelletjes. Af en toe mocht ik 'Donkey Kong' spelen als ik bij mijn nicht op bezoek was. Of iets met kikkers 'Frogger'. Ik had al snel door dat ik daarmee moest opletten. Die melodietjes jengelden in mijn oren. Ik kon niet stoppen.

Dat ervoer ik ook later toen ik een computer had. Tetris. Bubble Shooter. Ooit had ik ook op veel te late leeftijd een Neopets-verslaving. Terwijl mijn leerlingen al aan de Gameboy, de PSP, de DS zaten, speelde ik stiekem Neopets, een spel dat zij met hun ogen dicht konden spelen.

Vandaag ging ik langs bij Renaat. Renaat woont in mijn straat. Vaak hoor ik akelige geluiden als ik langs zijn huis passeer. Ik hoef me daar geen zorgen over te maken: Renaat speelt computergames. Hij heeft ook altijd vrienden over de vloer die bij hem komen gamen.  Ik nodigde mezelf voor mijn reisje in Menen bij hem uit.

Met een zelfgebakken cake onder de arm drukte ik op zijn deurbel. Het was muisstil in zijn huis. Ik bedacht dat hij misschien in slaap was gevallen. Ik drukte nog een keer en stopte de cake door het rastertje van zijn voordeur in de hoop dat de geur van de cake hem zou doen ontwaken als dat bel dat niet deed.  Maar de deur bleef dicht. Teleurgesteld ging ik met de cake naar huis. Nu ja, zo gaat dat met reizen. Soms lopen de zaken anders. Ik ging dan maar een boekje lezen nadat ik hem een bericht had verzonden.

Natuurlijk bleek later dat de bel niet was gehoord. Toen ik drie kwartier later arriveerde zaten daar ook Sacha en Olivier op mij te wachten. Blijkbaar zaten ze al zo in het spel dat ze de bel niet gehoord hadden. Ook hadden ze de cake niet geroken. Tast gamen de zintuigen aan?

Renaat heeft een heel groot scherm wat het spelen van computergames heel erg leuk maakt. Wat me opviel is dat de beelden heel erg mooi gestileerd zijn, dat de muziek écht is en dat er geen schreeuwerige gifgroene kikkers in voorkomen.

In films zie ik vaak dat gamers afgebeeld worden met zakken chips en flessen cola. Bij Renaat werd thee gedronken. En cake dus. Terwijl er een kitten vrolijk rond dartelde en een ander zijn buikje warmde aan een game-apparaat.

Het eerste spel dat me werd getoond, is een heel recent spel: Bloodborne. Daarin speelt de speler een soort van monsterjager. Ik wist meteen dat dit iets zou zijn dat me in de greep zou hebben. Het spel is behoorlijk cru. Er stroomt veel bloed. De sfeer is echt duister. Wie wil er nu geen monsters verslaan? Het bleek al heel snel dat ik heel erg onhandig was met het bakje. Ik stuurde mijn monsterjager alle kanten uit, behalve naar de monsters. Maar na enkele pogingen lukte het me toch om enkele monsters te verslaan. Ik weet gewoonweg zeker dat ik dit constant zou spelen, mocht ik dit in huis halen. De drang om almaar verder de trappen op te klimmen en monsters te vermoorden. Er zit duidelijk een gemene jager in mijn lijf.

Een volgend spel dat ik in handen kreeg was een klein toestel met scherm: een PS Vita. Ik dacht: 'Yes, dat zal me lukken.' Het deed me denken aan het toestel van 'Donkey Kong' destijds. Maar ook hier raakte ik geen wijs uit alle knopjes en waar ze nu precies voor dienden.

Daarna deden we nog een racespel: Driveclub. Dat zie ik mijn neefjes ook vaak met heel veel gemak doen. Alleen was dit spel veel mooier uitgewerkt. Het leek of je ook echt in de auto zat. Telkens als de auto ergens tegen aan ramde, schampte, botste zei ik hardop: 'Au!'. Hier ging ik eigenlijk nog veel meer de mist in. Ik bleek die auto helemaal niet te kunnen besturen. Ik troostte me dat met een echte auto rijden  ooit ook niet zo eenvoudig was...

Daarna kregen 'mijn gameboys' honger. Zoals ze vaak doen, gaan ze na het spelen pita eten. Ik werd mee uitgenodigd. We aten de pita smakelijk op in het gezelschap van Marilyn Manson.

Dit was zeker iets nieuws in Menen. Iets dat ik nooit eerder deed. En wat ik niet snel zal vergeten. Ik hoop alleen dat ik nu niet weer met Neopets start. Of Candy Crush of zo. Dat zijn spelletjes die ik met een bepaald gemak weer uit mijn game-lade zou halen als ik me op een dag weer eens verveel.
Ze zijn belachelijk eenvoudig. Spelletjes. Geen games.

Games zijn toch wel kunstwerkjes. Als je het allemaal maar wat doseert.






Brief aan mijn stad.

(Dit jaar probeer ik elke dag een brief te schrijven. Omdat ik vandaag mijn tweehonderdste brief schreef, wou ik iets bijzonders. Ik schreef hem aan mijn stad. Zoals ik mijn brieven ook anders schrijf. Zonder klad. Vier kantjes met inktblauwe inkt. Maar omdat ik het spijtig zou vinden dat die brief zomaar verloren zou gaan, maakte ik één uitzondering. Na afloop tikte ik de brief ook uit en publiceer hem. Voor wie de brief wil lezen.)



Menen, 27/07/15
Op mijn zolder, 12:06
Jess FM

Gegroet mijn stad,

Vandaag is het een heugelijke dag.  U weet het wellicht niet, maar dit jaar probeer ik elke dag een echte brief te schrijven. Dit omdat ik vaak met enige nostalgie terugkijk naar een wereld die nog niet virtueel was. Vandaag schrijf ik brief 200. En die schrijf ik naar U.

Niet alleen omdat 200 magisch klinkt in de ogen en de oren, maar ook omdat ik vandaag op reis vertrokken ben: een reis door Menen. Een week lang laat ik mij op sleeptouw nemen om U met andere ogen te zien. Dat is toch reizen?

Deze dagen vertrekken mensen, uw inwoners, naar andere oorden. Men gaat naar andere landen om daar andere culturen op te snuiven. Om andere dingen te doen. Om in een andere omgeving een boekje te lezen. Men gaat daar musea bezoeken. Fijn!  Maar ik wil me deze week engageren om deze zomer minstens één volle week dagelijks in een leefwereld te stappen die me niet vertrouwd is.

Zelf woon ik hier drie jaar en een half. Ik vind mij al behoorlijk goed ingeburgerd. Ja, ik voel me Menenaar. Als Figurette Fénoménale, Wereldtuinier, fitnesser, vrijwilliger bij de Figuranten, vaste bezoeker van CC De Steiger, leerkracht SAMW-Menen, bibliotheekganger,… Toch zijn er nog zoveel facetten die voor mij totaal onbekend zijn en wellicht ook zullen blijven. Daarom mijn initiatief.

Op het programma staan onder andere gamen, enkele toeristische wandelingen, shoppen in de Barakken, een potje draaien, een bezoek aan het opvangcentrum, meepresenteren bij Jess Fm, vissen… Ook ga ik op 10 augustus een dagje meewerken in de wasserij van Veerkracht 4. Want ik sta open voor nog andere dingen. Ook na mijn weekje in Menen. Daarom leek het me wel fijn om U mijn tweehonderdste brief te schrijven, want met U wil ik wel vrienden zijn.

Veel vrienden en familieleden vinden het nog altijd vreemd dat ik hier kwam wonen en hier blijf. Het is iets geks met uw naam. Veel mensen trekken hun neus op als ze ‘Menen’ horen. Om eerlijk te zijn, vind ik dat een beetje bizar. Want wat is er in hemelsnaam verkeerd met Menen? Ik zou het eigenlijk niet weten.

Oh, Menen, ik woon hier graag. Echt! Ik hou van uw inwoners. Ze zijn zo mooi eigen.  Men durft uw straatbeeld wel eens grauw te noemen. Dat doet me soms een beetje verdriet. Daarom vind ik het fijn om vrienden hier af en toe mee naar toe te slepen. En ze moeten het telkens toegeven: je woont hier goed. En dat is ook zo. Dit is het fijne aan een stad waar iedereen aan zijn/haar trekken komt. Voor mensen die van feesten houden zijn er Wieltjesfeesten, carnaval, heel veel leuke buurtfeesten, Breughelfeest,… Voor wie van muziek houdt is er Grensrock, KOTweekend,… Kunst is er ook. Dit jaar zag ik werk van plaatselijke kunstenaars, maar ook van James Ensor en Joseph Beuys! Wat men mij ook zegt: Menen leeft!

Menen wordt bovenal gekleurd door wie er woont. Vergeef mij als ik het zo schrijf, soms lijkt het een bont allegaartje. Stuk voor stuk mensen voor wie ‘echt-zijn’ past. Authentiek. Eigen.

Natuurlijk leef ik niet in een roze wolk. Ik zie ook wel miserie. Ik zie zwerfvuil. Hondenpoep. Verloedering. Onkruid. Gebroken glas. Maar geef eens toe, waar ziet men dat niet?

Met dit schrijven wil ik U laten weten dat ik U eigenlijk wel graag zie. Dat mijn vrienden U ook almaar liever zien. Dat ik mij graag in u nestel. Dat is me hier, jawel, serieus thuis voel. Het is in uw straten dat ik een andere Tine ben geworden. Een actievere en socialere Tine (al is daar nog altijd werk aan).  Ik heb hier zelden grauwe en grijze gedachten. Meer nog: soms huppel ik uw zebrapaden over.

Ik dacht dat U dat ook wel eens wou lezen. Want geef toe: we zeggen zo weinig lieve dingen. Zeker niet over een stad.

Hopelijk mag ik me hier blijven thuis voelen. Hopelijk vervreemd ik niet opeens omdat ik op een dag wakker word in een stad die ik toch niet ken.

Hopelijk stopt ook op een dag die negatieve bijklank als ik uw naam over de lippen laat komen. U bent Gent niet. Geen Antwerpen. Geen Brugge. U bent MENEN.

Graag wil ik u toch nog een tip geven: zie het niet al te groots.  Ga na dit schrijven niet met uw neus in de wind lopen. U bent Knokke niet (net zomin ik geen godin). U bent niet een stad die U misschien soms liever wil zijn. Blijf uw inwoners in de armen sluiten, kietelen,… Sluit hen niet uit. Want zonder hen verdwijnt het kleur, gaat U af. Hou het groen levendig en laat kinderen U als kinderen beklimmen, bespringen, behinkelen,..

Nooit eerder schreef ik een brief aan een stad. Maar ik deed dit graag naar U. Omdat U mij neemt zoals ik ben. Bedankt daarvoor.

Ik wens U nog een fijne zomer!

Hartelijk,

Tine                                                                                     12:50


vrijdag 17 juli 2015

Groeten uit Menen

Het is weer volop vakantietijd. Mensen gaan weer naar andere landen op reis om andere culturen op te snuiven en om in andere werelden te logeren.

 Ik zou me graag engageren om deze zomer één volle week dagelijks in een leefwereld die me niet vertrouwd is te stappen. Dit graag in mijn eigen stad Menen. Ik woon nu bijna vier jaar in Menen en vind mezelf al goed ingeburgerd. Maar er zijn nog zoveel facetten die ik niet ken.

 Omdat op reis gaan, ook gewoon in eigen stad kan. En om wat vooroordelen uit mijn hoofd te doorstrepen.

 Neem jij me graag mee naar een geloofsritueel dat ik niet ken? Kan ik een dag meedraaien op een werkvloer die me totaal vreemd is (let op: ik wil meehelpen, maar niet je werk overnemen)? Kan ik met je mee naar de countryclub?

Stel me gerust iets voor. Wat voor jou gewoon is, kan voor mij iets nieuws zijn. Een ervaring. Als het me een uitdaging lijkt, zeg ik volmondig 'JA'. Van elke ervaring schrijf ik een stukje op mijn weblog. Dus misschien kan ik op die manier ook andere Menenaren op reis laten gaan in eigen stad.

 Ik ga op reis in Menen van maandag 27 juli tot en met zondag 2 augustus. Wie neemt me mee? Verspreid dit nieuws gerust. Mailen kan via mijn virtuele postvak.

dinsdag 9 juni 2015

stelt paal en perk (27):

Oops, I did it again. Ook al beloofde ik het hier op 14 maart 2013 voor al uw ogen dat ik het nooit meer zou doen. Dat ik het toch deed, komt een stukje door mijn moeder. Ze had een artikel voor me bewaard, zoals ze dat wel vaker doet. Ze gooide het tussen aperitiefje en frietjes voor mijn ogen met de woorden: 'Kijk eens.' En toen verdween ze snel even richting kelder. Subtiel. Ik zag onmiddellijk wat het was: een onderzoek naar datingsites. En welke site nu meer hoop geeft op succes.

Toen ze terug kwam uit de kelder, zei ik: 'Drie van de vijf heb ik al geprobeerd.' Ze schrok er niet eens van. 'Maar de beste? Die ook?' vroeg ze. De datingsite die het meest succesvolle aflopen kende, was volgens de test 'Elitedating'. 'Zie jij me al bij de elite?' grapte ik. En toen zei ze: 'Je moet toch wat.' We hebben het er verder niet over gehad. De frietjes smaakten me wat minder. Ook al waren ze vers. Mijn moeder bedoelde het ongetwijfeld goed, maar haar wanhoop viel toch als papperige  aardappelpuree in mijn strot.

Nooit meer. Nooit meer. Heb ik trouwens al een paar keer gezegd. Maar in een of andere vlaag van mijn eenzaamheid beklagen, meldde ik me toch aan. Ik moest een kleine €140 betalen. Er werd mij een persoonlijke aanpak beloofd. Daarvoor moest ik allerlei vragen invullen. Meer dan een uur tijd was daarvoor nodig.  En met die €140 zou ik een half jaar lang 'gematcht' worden aan mannen die aan mijn profiel voldeden.  Dat leek me allemaal terecht. Ik betaalde namelijk om 'serieus' gekoppeld te worden.

Een dag later al, kreeg ik een achttal partnervoorstellen. Dat is meer dan zonder site in een heel jaar! Blijkbaar waren er op deze planeet toch mannen die bij me pasten... In gedachten zag ik me al in een huwelijksjurk de trap afdalen.  Maar na een paar muisklikken zat ik alweer in een of ander huishoudpak: er was geen enkele man die iets gemeenschappelijks met me deelde. Behalve dan een liefde voor wijn. 'Geduld, Tine, geduld.' Zo sprak ik mezelf toe. 'Een man voor jou, valt niet zomaar uit de lucht. Uniek als jij bent, zo moet ook die ander zijn.' Dus ploos ik elke dag met zorg de partnervoorstellen door. En echt waar: na meer dan twee maanden, is er nog geen enkele man die nog maar in de buurt van een dekseltje komt.  Mijn ware zit ongetwijfeld op een andere planeet die geen weet heeft van het woord date.

Mijn foto's circuleren intussen al als 'eenzame wanhopige' op het net. Ik zie wie mijn profiel bezoekt, maar niet reageert. Dat is bijna iedere keer. Tussen al die 'discretie' door, zie ik bekende gezichten en zij dus ook het mijne. Niemand geeft zich publiekelijk bloot: 'Hey, jij date toch ook?'  Het voelt als een nederlaag. Een schandvlek. Een publiek verlies: 'Tine vindt geen lief.'

Onlangs zei ik het mijn moeder. Dat ik me toch had ingeschreven. Ze haalde duidelijk opgelucht adem. 'Maar het is niets,' zei ik meteen. 'We zullen het maar moeten doen met mijn alleen.' En af en toe, als ze durft, vraagt ze het me: 'En? Is het al wat?' Als ik dan zwijg, zwijgt ze met me mee en schudt het hoofd.

Begrijp me niet verkeerd: ik zoek geen lief voor mijn moeder. Want als ik heel eerlijk ben, vind ik het stiekem wel leuk om naast haar op een bankje te zwijgen. Maar zo naast elkaar, dat kan alleen met haar. Alleen zij mag er deze dagen naar vragen. Dus vraag het me maar niet. Ook niet grappend.

Het voelt als een laatste poging. Een laatste kansje tot dansje. Bloter dan dit, kan jagen niet zijn. Ik, vr, 36, best aardig, spontaan, grappig en creatief. Maar niemand, pakt mij in zijn armen, vindt mij liever dan lief.  En hoe lichtvoetig ik soms ben, mijn hart heeft het zwaar van dat falen. Ik heb het in dit leven best fijn, maar niemand zou voor de liefde moeten betalen.





donderdag 16 april 2015

stelt paal en perk (26):


Geachte Heer, Geachte Vrouw,

Ruim een week geleden vond ik uw kaartje tussen mijn ruitenwisser met de vraag of ik mijn auto niet wou verkopen. Een tijdje voelde ik me uitverkoren. ‘Ik heb blijkbaar een mooie wagen,’ dacht ik. ‘Een auto met  toekomst. Wat een investering!’ Het kaartje brandde in mijn broekzak.  Maar dat trotse gevoel verdween algauw. Blijkbaar waren alle auto’s in mijn straat interessant. Zelfs zonder technische controle, beschadigd of met veel kilometers. Tussen de overgebleven confettiresten van carnaval vond ik op straat overal uw kaartjes. Mijn auto was niet meer uniek. Of U niet bepaald kieskeurig.

Nu meer dan een week later had ik er vandaag genoeg van om naar die kaartjes te kijken. Ik raapte ze allen op. In totaal sprokkelde ik in mijn straat alleen al 23 kaartjes. Voor de duidelijkheid: mijn straat telt iets meer dan 136 huisnummers…Ook in anders straten werd er kwistig mee gestrooid, zag ik. Maar ik ben geen reinigingsbedrijf…  Dreigde U te verdwalen en markeerde u op deze manier uw weg terug naar huis?

In elk geval, aangezien al die kaartjes op straat bleven slingeren, kwam ik tot de conclusie dat er weinig mensen van plan zijn om hun wagen te verkopen in mijn straat. Wij zijn blijkbaar gehecht aan onze vier wielen. U moet dus bij ons niet meer langskomen met uw kaartjes. Ze hebben namelijk totaal geen zin.

Graag zou ik de gevonden kaartjes naar u opsturen. Zodat u ze opnieuw kan gebruiken. Ergens anders. Geplastificeerde kaartjes in dubbeldruk (en bovendien in kleur!) zijn niet goedkoop, denk ik. Mag ik uw postadres ontvangen?

Misschien moet u in het vervolg was selectiever zijn met uw kaartjes. Zodat wij de indruk hebben dat onze bolide toch bijzonderder is dan die aftandse roestbak van de buren.

 Hartelijk en steeds tot uw dienst,

 Tine Moniek

 




vrijdag 3 april 2015

Schrijf elke dag een brief: een jaarproject

Vorige zomer schreef ik in een opwelling de hele maand augustus brieven. Iedereen die mij beloofde een brief terug te schrijven, schreef ik een ambachtelijk schrijfseltje. Een handgeschreven ontboezeming. Vijfenvijftig enveloppes likte ik dicht. Maar een kleine helft mensen schreef mij nu, ruim een half jaar later nog steeds niet terug. Eerst was ik daar een beetje zurig om, dat geef ik grif toe. Een briefje terugschrijven, hoeveel moeite is dat nu? Een kaartje mocht ook. En beloofd is toch beloofd? Afijn, inmiddels ben ik er al lang niet meer chagrijnig om. Het is zoals het is.

Bij het ingaan van het nieuwe jaar beloofde ik mezelf om elke dag een brief te schrijven. Elke dag één brief. Vandaag gooi ik brief 95 in de rode brievenbus.  Ik schrijf spontaan en op verzoek. Aan bekenden en wildvreemden. Aan vrienden en vage virtuele kennissen. Terugschrijven hoeft niet. Maar het mag natuurlijk altijd en maakt me erg blij.

Waarom ik dit in godsnaam doe? Omdat ik vaak heimwee heb naar die goeie oude brieventijd. Vroeger schreven we elkaar brieven in plaats van mailtjes en smsjes. We legden briefjes op de keukentafel, we schreven elkaar een brief en moesten dan een week op een antwoord wachten. Een groot deel van mijn tienertijd versleet ik aan het op wacht staan bij de brievenbus. Als ik thuiskwam waren mijn eerste woorden tegen mijn moeder: 'En was er post voor mij?' Nu zijn de momenten dat postbodes nog blij maken schamel. Een brief in de brievenbus betekent meestal betalen.
Het is zelfs al zover gekomen dat al verschillende mensen mij bekenden dat ze mijn brief nog niet gevonden hadden, omdat ze hun brievenbus niet eens durven openmaken.

Brieven schrijven, is eigenlijk best wel naakt. Er is geen ingebouwde spellingscontrole. Een vlek is een vlek. Een scheurtje een scheur. Breng de brief binnen bij een labo en je vindt mijn geur, mijn parfum, de geur van taart, een verdwaalde huidschilfer, een kattenhaar,... Als je blij bent, schrijf je blij. Ben je triestig, weegt de inhoud misschien wat zwaar.  Er is geen standaard lettertype. Een brief van mij is niet een literair meesterwerkje. Het is geen grappige Facebookstatus. Het is een weergave van hoe ik op het moment dat ik schrijf ben: chagrijnig, aangeschoten, vrolijk, verlangend, ziek, dartel, boos,... Ik kan me voorstellen dat wie een brief ontving, ontroerd kan zijn. Of misschien zelfs ontgoochelend. Of gewoon vertwijfeld. Maar je schrijft nu eenmaal zoals je bent.

En ja, het vraagt me veel. Het kost me briefpapier (mijn derde schrijfblok al dit jaar), enveloppes, inktpatronen, postzegels en tijd. Maar ik heb het er graag voor over. Ik kijk dan maar wat minder onzintelevisie, ik was een keer minder af en laat het stof nog meer ophopen. Brieven schrijven geeft me rust tussen de oren. Ik beschrijf het als een weitje in mijn hoofd, waar ik op kan liggen. In dat weitje kijk ik naar de wolken. Naar mijn dag. En wie me leest, ligt naast me op dat weitje. Die laat ik meekijken met mij. Ik besef ook dat het de lezer moeite kost: een brief lezen vraagt meer tijd dan het lezen van een mail. Een handschrift als het mijne ontwarren vraagt om concentratie en geduld. En niet iedereen wil mij in mijn blootje zien.

Toch pleit ik ervoor om weer massaal brieven te schrijven. Het hoeft daarom niet naar mij te zijn. Maar iedereen verdient af en toe nog eens een echte brief op de deurmat. Een brief waarin je je schaamteloos kan verliezen. Een brief die je onder je hoofdkussen kan leggen. Een brief die je kan herlezen. Aaien. Ruiken. Een beetje extra moeite. Aandacht op papier. Wat je in een brief schrijft, is meer doordacht dan in een mail of in een sms. Ook al is het best spontaan. Gun mensen gewoon eens weer het kampgevoel. Geef hen het kriebelig gevoel cadeau. Want geef toch toe: een hart huppelt toch altijd een beetje bij de aanblik van een échte brief tussen al die onpersoonlijke post. Gun jezelf ook weer eens dat weitje. Durf je handschrift weer aan elkaar te laten zien.

Wie nog een brief van mij wil, kan zich bij mij aanmelden en hoeft niet voor een opdringerige liefdesbrief te vrezen. Daar doe ik niet meer aan. Die paar exemplaren die ik ooit schreef waarin ik mijn verliefdheid bekende, bleven onbeantwoord, ondanks het hoopvol wachten. Liever koester ik de hoop dat de postduif ooit terug zal komen, dan dat ik mijn hart nog een keer helemaal in een enveloppe plooi. Maar verwacht je wel aan een brief van iemand met liefs aan de vingers. En moois in de ogen. Meer liefde krijg je van mij niet: net genoeg om je aan te warmen.