maandag 25 juni 2018

TINE ZIET (123): Slot


Gisteren hadden mijn buren zichzelf buitengesloten. Ze wonen al een paar maanden naast me en nog nooit zeiden we iets tegen elkaar. Niet dat ik het nog niet probeerde. Ik gaf hen tulpen om hen welkom te heten met daarbij een kaart, maar doordat ze de deur maar niet voor me wilden openen, kwam er geen persoonlijk contact. Ik legde het boeketje voor de deur en weet het aan andere culturen.

Maar nu moest het dus. De buurman sprak me in zijn wanhoop aan in een taal die hem niet zo vertrouwd was en vroeg om een schroevendraaier. Die haalde ik natuurlijk. Uiteindelijk gaf ik hem ook een haarspeld omdat ik een truuk had gezien op televisie. Ik gaf hem mijn gsm om daarmee te bellen naar de eigenaar van de woning. Ik zocht een slotenmaker op en belde hem op. Ik sprak voorbijlopende buren aan met de vraag naar een ladder. Ik liet de buurman en een vriend die was opgetrommeld binnen in mijn woning om via het platform een toegang te forceren door een raam dat uiteindelijk toch niet gesloten was. Terwijl de buurvrouw met haar vier jonge kinderen wanhopig aan de voordeur stond te wachten, probeerde ik haar thee, koffie en water aan te bieden. Ik kwam ook met een schaaltje druiven. Het wachten bleef maar duren en de kinderen werden ongedurig.  De vrouw weigerde alles wat ik haar aanbood. Ze bleef maar vragen of het nu al gelukt was. De man wou in zijn wanhoop zijn voordeur beschadigen. Het raam stukmaken. Ik zei hem dat dit meer zou kosten dan het betalen van een slotenmaker. Toen het uiteindelijk gelukt was via het badkamerraampje, klopte hij bij me aan om te zeggen dat het opgelost was. Daarna sloot ik mijn eigen deur en at wat druiven.

Ik geloof dat hun ongeluk ons wel even bij elkaar bracht maar dat we hierna niet opeens wel veel gaan praten. Soms zou ik dat wel willen. Als kind was ik een fervente kijker van ‘Buren’ en droomde er als bewoner van een alleenstaande woning van om ook net zoals in de soap bij elkaar te kunnen aankloppen als je daar zin in had. Vrienden die in een wijk woonden, deden dat ook. Ze lieten zelfs de achterdeur voor elkaar open. Sinds ik hier woon, stel ik me wel meer open. Maar sinds ik buren heb, ben ik eenmaal thuis gesloten.



(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 22/06/18)

maandag 18 juni 2018

TINE ZIET (122): Beet


Elk jaar nemen ze me in de maling. Elke zomer voel ik me een of andere hoofdprijs: dekselse insecten nemen mij dan ook behoorlijk beet. Alhoewel dat het tot nu toe eigenlijk wel meeviel. Zondag paste ik opeens in geen enkele schoen meer. Een reusachtige geïnfecteerde bult op mijn wreef zorgde er bijgevolg voor dat ik noodgedwongen thuisbleef. Meer nog: het snode rode heuveltje kluisterde me eigenlijk ook aan bed. Al is dat natuurlijk overdreven. Blootvoets in huis kan zonder enig probleem. Maar omdat dit zo hard gejeukt had ’s nachts, had ik amper geslapen en was ik hondsmoe. Een dagje platte rust: het doet een mens vaak goed. Met de ramen open hoorde ik mooie flarden zomer. Dankzij die spin of mug deed ik nog eens aan bingewatchen en sliep gaten in deze lentevolle dag. Ik zou Moeder Natuur dus eigenlijk op mijn blote knieën moeten bedanken.  Zonder haar was ik deze week wellicht ingevlogen met een lege batterij.  Dat ik die later die avond toch op mijn pantoffels naar de frituur gleed: wie kan dat wat schelen? Wordt dat in mijn stad nog opgemerkt, eigenlijk?

Nu, om me troosten voel ik me vaak een dromerig personage in mijn eigen fantasieroman. Natuurlijk had ik niets liever gehad dat één of andere prins me was komen schaken naar zijn luchtkasteel . Zolang ik mijn muiltjes maar in de kast mocht laten, zou ik me voorbeeldig gedragen. Een lome zondag doorbrengend in zijn prinselijke hangmat terwijl hij vruchten in mijn mond propte of koelte toewuifde, was precies iets dat op dat lijf van mij geschreven was. Zucht, die prinsen willen na die jaren maar niet bijten. En als ze al durven bijten, bijten ze vaak op het verkeerde moment. Op een moment waarop ik op hen gebeten ben.  In feite zijn insecten geniepige prinsen, zo moet ik het maar eens zien. Ze houden me soms in mijn toren gevangen en als ze me bijten, is het toch hun manier van zoemend gaarne zien. Trouwens, wie droomt er deze dagen nog van prinsen? Zijn dat nog echte hartelijke helden? Ik moet mijn fantasiebeeld dringend eens van een update voorzien. Dat er dan een tijd van lang en gelukkig is. Misschien.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 15/06/18)

woensdag 13 juni 2018

Zomerproject: Buurtturen



Vorige zomer zette Tine Moniek eigen lof in de kijker. Het jaar daarvoor de bloemen. Deze zomer komt ze weer op bezoek met een loftrompet. En dit keer: retteketet met een hommage aan je buurt!

Dit idee vloeit voort uit de specifieke vraag uit de Parkstraat vorig jaar om voor hun straatfeest twee gedichten te schrijven, de raamgedichten voor Reckebilck, de fijne buurtervaring in de Serafijnstraat en het algemeen succes van Dag van de Buren, gevelbankjes... Er is in deze tijden hoge nood aan een steviger buurtgevoel.

Zoals de trouwe fans weten, is het 39-jarige levensjaar van Tine, het jaar van de uitdagingen. Ze klaagt vaak dat ze haar buren niet kent. Op zondag 24 juni daagt ze zichzelf uit om minstens twee stoelen buiten te zetten. Eén voor haar en één voor wie naast haar wil komen zitten. Het lijkt heel simpel, maar simpel is het niet. Kom haar gerust gezelschap houden, breng een stoel en eventueel je eigen drankje mee. Kom haar straatgedicht voor Lilium lezen en leer samen met haar haar buurt nog beter kennen.

Deze zomer daagt ze jullie uit hetzelfde te doen! Nodig Tine uit om samen voor je huis te zitten, met minstens 1 extra stoel erbij. Tuur naar je buurt en geraak aan de babbel. Na dit event, schrijft Tine een gedicht, waarin ze zich inspireert op wat er te zien en te beleven was. Ze wil dat (net als vorig jaar) op je raam komen schrijven, maar kan eventueel ook voor een papieren versie zorgen, die je als affiche op je raam kan kleven, indien je liever iets blijvends wil.

 Let wel: het gedicht krijg je deze keer dus later.

 Dit project loopt weer een hele ruime zomer (van eind juni t.e.m. september). Niet alleen in Menen. Het moet alleen te regelen zijn qua vervoer. Wees er als de kippen bij om samen met Tine naar je buurt te turen. En andere uitdagingen kunnen er gerust nog bij

maandag 11 juni 2018

TINE ZIET (121): Blok aan het been


Dit weekend vertoefde ik op een berg in de Vlaamse Ardennen. Dit tussen familie, avontuurlijke parcours, geiten, varkens en fraaie vergezichten. Het was er aangenaam verpozen. De avonturen liet ik aan mij voorbijgaan. Ik genoot des te meer van de familie en het verkwikkend uitzicht. Toen ik met mijn moeder naar de bestemming reed, waanden we ons in het buitenland. Smalle wegen, prachtige bomen en een idyllische omgeving. Veel meer is er niet nodig voor een vakantiegevoel. Iedereen was vrolijk en ontspannen. Even zorgeloos en vrij van tijdsdruk. Misschien was het een van de laatste keren dat dit kon met iedereen erbij. Dat leest somberder dan ik het bedoel. Ik heb het niet zozeer over een naderende dood, maar over de onbekommerde neefjes en nichtjes die over enkele jaren gewoon thuis zullen moeten blijven om te studeren in plaats van een deadride te maken, gezellig te blijven plakken bij een barbecue of samen te chillen in de jacuzzi.

Als ik aan mezelf als student denk, kan ik alleen maar bekennen dat ik het niet zo zwaar had. Mijn cursussen waren behapbaar. Ik moest vooral energie steken in het onthouden van tekst en van bewegingen. Ik leerde doordeweeks in het park met een zak wortelen naast me. Of in mijn kamer. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik thuis studeerde in het weekend. Met mijn conservatoriumopleiding had ik dan ook geen zware studie. Toch niet op theoretisch gebied. Leren hoe de kunstenaarswereld en hoe ik daarin in elkaar zat was ook een hele turf. Het vergde alleen geen uren blokvertier. Wel kreeg ik minstens evenveel deksels op mijn neus en moest investeren in venijnige levenslessen.

De examenperiode is traditioneel aangevat en is niet voor niets een blok aan het been. Mag ik de studenten allen veel succes toewensen? Dat ze mogen uitkijken naar een vergezicht met avonturen waar nog zorgeloos genieten kan. Met familie en vrienden. Dat ze de bomen door het bos mogen blijven zien. Als het een magere troost mag wezen: veel is er niet nodig voor een instant vakantiegevoel. Zon. Bomen. Bloemen. Landschap. En mensen om je heen waarbij je spontaan jezelf mag zijn.  

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 08/06/18)

dinsdag 5 juni 2018

Lilium kijkt haar ogen uit:

Johan Tahon maakte een kunstwerk voor elke inwoner van Menen. Lilium is gratis in het Cultureel Centrum op te halen. In mijn wekelijkse rubriek in KW Kortrijk Menen opperde ik dat we een speciale plaats aan haar kunnen geven. Vandaag gaf ik haar een plekje, dat bij de geschiedenis van mijn straat past: aan het raam.

Blijkbaar was ik de enige inwoner van de Koningstraat die tot nu toe haar kunstwerk ging ophalen. Daar moest ik toch iets aan doen? Nu staat ze voor iedereen in een stolpje te kijk. Want ,ja, ze is wat wankel. Zeker met een raamkat in huis. 

Speciaal voor haar kocht ik bloemen en schreef dit kersverse raamgedicht over mijn straat:




Lilium kijk haar ogen uit:

Naast haar ratelen kinderwagens,
piepen fietsen, wordt verhuisd,
zwalpt het laatste glas naar huis.

Er wordt gehuppeld. Honderduit.
Geroddeld en gewacht op mooier haar.
Er wordt vaak schuifelend geschoven.

Men spreekt hier elke taal
die er voor handen is
met woorden en met daden.

Men werkt, men brult, men huilt.
Dit is de koning der levensechte straten.
Lilium kan het verwonderen niet laten. 






zondag 3 juni 2018

TINE ZIET (120): Wantrouwen


Het leven deelt soms wat klappen uit. Maar heel soms ook een bosje pioenen. Daarover wil ik het deze week hebben. In een tijd waarin we opeens beseffen dat privacy toch belangrijk is. Dat we onszelf moeten beschermen. Als mens. Als vrouw. Als levend wezen, kan ik niets anders dan onderstaande gebeurtenis met mijn lezers delen.

Maandag kreeg ik een mailtje van een voor mij onbekende man. Hij maakte zich bekend als tweeënzeventigjarige lezer van mijn blog. Hij zag me meer dan twaalf jaar geleden optreden en is me daarna beginnen volgen. Hij leest alles wat ik online publiceer en kent bijna alle projecten die ik in al die jaren heb bedacht. Nu wou hij me uitdagen tot iets simpels. Hij wou me voor al mijn schrijven bedanken. Dit met een ruiker pioenen uit zijn eigen tuin. Hij zou ze me zelf komen overhandigen. Aan de drempel. Hij daagde me uit tot het aanvaarden van dit boeket van een wildvreemde.  Ik zag er weinig graten in, moet ik bekennen. Wie mijn naam intikt, ziet al heel snel waar ik woon of hoe mij te bereiken. Maar toen ik gisteren op sociale media iets loste over dit bijzonder verzoek, zag ik toch heel wat mensen steigeren. ‘Je spreekt toch af op neutraal terrein?’ ‘Je zorgt toch voor gezelschap?’ ‘Wat eng!’ ‘Je mag dit niet vertrouwen… niets voor niets…’

En ik bedacht hoe dubbel dat dat is. We plaatsen foto’s van onze kinderen, onze huisdieren, onze lieven, onze tuin, onze nieuwe badkamer online, maar zijn op onze hoede voor echte bloemen van een ander. Natuurlijk had ik wel een voorgevoel dat de man geen slechte bedoelingen had met zijn voorstel. Ik ben hem niet gaan napluizen en wachtte hem dinsdag op vol pioenverlangen. Twee ruikers had hij voor me mee en een mesje om ze schuin af te snijden. Hij vulde mijn vazen en weigerde de koffie. Twee uur had hij voor mij gereden en ging dan maar weer. De zoete geur van pioenen achterlatend.  Hij weet het vast niet, maar zal het nu ongetwijfeld lezen, ik ben hierna gaan huilen. Eerlijk waar. Omdat dit me leerde dat spontaan vertrouwen op wildvreemden zoveel schoner kan zijn, dan bouwen op wie je denkt te kennen. Wantrouwen vult geen vaas en bovenal: er is nog zoveel goedheid te verkennen.



(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 01/06/18)