zondag 29 maart 2015

Droom (49):

Je leert lesjes van je dromen. Zover is het al gekomen. Daarnet droomde je dat je eindelijk eens aandacht kreeg van wie je dat eigenlijk best wel wilt. Je kreeg zijn aandacht door gewoon naast hem te zitten zwijgen. Tijdenlang. Op een bankje in de zon. En na slechts een blik sloeg de vlam in de pan. En dan lig je wakker al de moeite te vervloeken die je in je jagersleven al deed. Want het klopt: uitsloverij is geen jas die je past, uit stilte groeit er meer.

Droom (48):

Ze wordt in haar dromen al enkele nachten gekoppeld omdat dat in het echte leven ook zo gaat. Maar anders dan overdag heeft ze in haar dromen nooit iets door. Dat scheelt een hoop jeuk. Afgelopen nacht bijvoorbeeld werd ze gekoppeld aan een chocoladetaart, een springveer en een grasveld. Ze beet in de eerste, kneep in de tweede en legde haar volle gewicht op nummer drie. Het lijkt onbenullig. Dat is het niet: eens wakker is er niemand die blijft en zo valt bij het ontbijt weer op een oude broodkorst te kauwen.

vrijdag 13 maart 2015

Droom (47):

Ze was vannacht succesvol in haar droom. Dat uitte zich vooral in al die onbekende mannen die haar na afloop van haar optreden kwamen kussen. De stoppels gloeien nog na op haar wangen. Er is nog hoop. Maar hoe vindt ze in godsnaam die ene die zo lekker rook terug? Ze heeft niet eens een naam maar weet dat hij naar de ware geurde. Wil iedereen die haar vandaag ziet haar wangen zoenen? Wie weet zal ze de geur herkennen zonder dromen.

Droom (46):

Met een klein toefje koorts draaien ze weer overuren: dromen die zo heftig spartelen onder dons en in een hoofd, maar eens wakker zijn vervlogen tot de klamheid van je laken. Het is als nachtvissen voor beginners en niets vangen omdat je hengelt naar de dag in plaats van vis. Was er maar een opvanghuis voor verloren dromen.

donderdag 12 maart 2015

stelt paal en perk (25):

Vanochtend sprong ik vroeg op mijn spreekwoordelijke paard. In mijn verbeelding is dat paard eerder de ezel Rucio van Sancho Panza, want dat schrikt mij minder af dan een waarachtig paard.

Vanaf volgend jaar zou de bibliotheekplicht die van 1978 van kracht is, geschrapt worden want bibliotheken kosten geld. Elke gemeente zou zelf mogen kiezen of ze investeren in een de bib of in een zwembad. Of in een nieuw wegdek.  Ik weet niet of het zo'n vaart zal lopen dat bibliotheken een zwembad zullen worden en dat ruggen van boeken voortaan bereden zullen worden, maar ik wil toch even pleiten voor het behoud van de bib.

Elke gemeente die zijn inwoners lief heeft, zou zijn volk iets te lezen moeten aanbieden dat verder reikt dan de realiteit. Verdwalen in een sprookjesboek en het dan gewoon weer in de kast kunnen zetten, is een basisrecht. Beduimelde verkleurde pagina's doorsnuisteren ook.

Het is in een bibliotheek dat de liefde voor lezen ontkiemt.

Mijn eerste bibliotheek als beginnend lezer was bij mijn lagere school. Op zondag uitgebaat door twee nonnen die alles nog op oranje steekkaarten bijhielden. Heel secuur maar met bibberend handschrift en een vergrootglas noteerden ze de nummers van mijn boeken. Zuster Clémence en Zuster Judith, ze stopten mij 'Pietje Puk' toe en hij werd mijn eerste échte held. Kon ik maar Pietje zijn, bedacht ik als ik door het rek op zoektocht ging naar een nieuw avontuur. Ik las boeken in de bib zelf tijdens het zoeken door. Eenmaal thuis verslond ik er nog een paar. Ja, op zondagen was ik toen nog zoet.

Later moest ik naar de bibliotheek van Harelbeke. Er waren daar veel meer boeken. Verdwalen deed ik tussen al die ruggen. Wat heb ik daar veel  kaften afgeaaid.  In mijn puberteit haalde ik soms boeken uit de rekken die niet voor mij waren bestemd. Ik wist er altijd passages uit te vissen, die Zuster Clémence en Zuster Judith me beslist nooit hadden laten lezen. Wat ging er voor mij open! Te midden van al dat geschreven lekkers bloeide ik.

Daarna ging ik in Gent studeren. Ik ontdekte de bib aan het Zuid! Voor mij een waar paradijs! Ik mestte mijn verbeelding vet met grote helden, dichters, toneelauteurs,... Soms ging ik gewoon voor de geur van de boeken de lift omhoog.

In boeken van de bibliotheek ging ik op reis. Het waren mijn eerste vakantieadresjes.  Ik reed met die rode takelwagen. Ook ging ik  in spijkerbroek op kruistocht. Ik danste op een graf. Ik zat opeens in een hotel vast met een gekke schrijver.

Lezen is verpozen in de wereld van een ander hoofd. Je steekt ervan op. En dan bedoel ik niet alleen die taal die ons allen aanbelangt. Want het is niet voor niets dat doorwinterde lezers vaak een goeie pen krijgen. Je groeit ook  en leert dat er andere mensen dan jezelf zijn. Wat mooi is aan bibliotheken, is dat ze een zee vol verhalen zijn die iedereen kan betalen. Een boek strelen, zou nooit een luxe mogen zijn.

Daarom beloof ik, nu vandaag, dat als ooit mijn stad besluit om de boeken van de bib te sluiten, ik mijn boeken uit wil lenen aan iedereen die dat wil. Meer nog: als men gaat besparen op zoiets elementairs als verhalen, word ik een troubadour die  in woorden zwemt en op fantasiekasseien reist zittend op een ezel. Of wie weet, tegen dan, dan toch een paard, dat samen met mij tegen de windmolens van vergrijzing der gedachten zal vechten. Tot de dood.Want dat doen helden.




zondag 8 maart 2015

stelt paal en perk (24):

Eens was ik een feministe ook al was ik toen eigenlijk nog geen vrouw.

Zeventien was ik. Nog onbevlekt en met een dikke bril. Een Indiaanse pet achterwaarts op mijn hoofd. En ik besloot om mijn eindwerk geschiedenis te wijden aan emancipatie. Terwijl alle andere groepjes werkten aan een eindwerk over de val van de Berlijnse Muur of de Irakoorlog, verkondigde ik aan mijn groepje dat we zouden werken aan 'De positie van de vrouw na de tweede wereldoorlog'. Ze stemden nederig in. Zeer tegen het advies van onze toenmalige leraar in. 'Ik help jullie niet!' snoof hij terwijl hij de andere groepjes eindwerken van de jaren daarvoor doorschoof. De leraar, één van het seksistische soort , kreeg uiteindelijk een monsterlijk werk voorgeschoteld. Dat ruim de vijfentwintig bladzijden haalde. Ik geloof zelfs dat ik niet overdrijf als ik zeg dat er wel vier andere eindwerken inpasten. 'Wat verschrikkelijke gedateerd!' riep hij uit na het doorploeteren daarvan. 'Vrouwen zijn allang niet meer achteruitgestoken.' 'Toch wel, meneer!' haalde ik uit. Ik begon over voetbal. Dat er ook vrouwen op nationaal niveau voetballen maar dat niemand van ons ooit over hen had gehoord. Dat vond hij onzin. 'Heb jij vrouwen al eens zien voetballen? Ja? Dan begrijp je dat wel!' zei hij smalend. Even was ik verbluft maar daarna schoot ik uit. Genoeg, dacht ik. Ik begon over vrouwen in de kerk. Over vrouwen en hun loon. Over vrouwen in de politiek. Vrouwen van andere culturen. Hij staarde me aan en zei: 'Ja. Dààr heb je een punt.'

 En nog steeds heb ik dat punt. Maar eerlijk gezegd: ik maak me er minder druk om. Misschien komt dat omdat ik een vrouw geworden ben. Tot voor kort zag ik mij nog als een meisje dat geen vrouw zou worden. Onder geen beding. Verrassend genoeg is het toch zover: ik ben er één geworden. En wat voor één. Het zal wellicht niet toevallig zijn dat deze periode is ingegaan rond de tijd dat ik dagcrème ben gaan gebruiken en shapewear ben gaan kopen. Ik ben weliswaar een uitzonderlijke vrouw. Van alle vrouwenonderwerpen kan ik er maar over weinig meespreken. Ik heb geen man. Geen kinderen. Als het weer over diëten gaat, heb ik geen ambitie om me in een gesprek te mengen. Ook over mode kan ik weinig zinnigs kwijt. En een mannenlijf becommentariëren: het doet me eigenlijk heel weinig. Maar ik ben overduidelijk een vrouw. Daar valt niet aan te twijfelen.

 Ik twijfel ook niet aan de zin van het bestaan van een 'Vrouwendag'. Het is wel eens goed dat er wordt stil gestaan bij de ongelijkheid in de genderstrijd. Wat me opvalt dat rond deze periode weinig wordt geschreven over de aangehaalde punten die ik als zeventienjarige in het gezicht van mijn leraar spuugde. Men heeft het vooral over het feit dat een vrouw te vaak als lustobject wordt aanzien in deze maatschappij. Daar kan ik niet over meespreken. In dit leven ben ik bitter weinig nagefloten. Zelfs niet in een jurkje. Eerder stoot men elkaar grijnzend aan als ze me zien lopen. Sinds ik een stukje schreef over het ongemak van mijn borsten, wordt er wel meer ongegeneerd naar gestaard. Maar evengoed door vrouwen. Openlijk gekwijl? Ik ken het gewoonweg niet. Misschien moet ik er dan maar gewoon over zwijgen, zoals het heerschap Wittgenstein me toefluisterde in één of ander boek.

Wat in onze samenleving speelt, is dat uitzicht belangrijker wordt dan inzicht. Natuurlijk willen wij er mooi uitzien. Natuurlijk willen wij stralen. Natuurlijk willen wij niet onopvallend zijn. Dat willen mannen trouwens ook steeds meer en meer. Ervaring en goed kijken naar de dingen heeft me evenwel geleerd dat vrouwen hun lijf ook durven te gebruiken. Dat hoeven wij, dames, niet te ontkennen. Zo zette ik voor een bepalend examen een extra knoopje voor mijn leraar open. Daar zal ik niet de enige in zijn. Mannen gebruiken hun lijf ook door bijvoorbeeld opeens heel heldhaftig hout te hakken met ontbloot bovenlijf. En vrouwen, laat ons eerlijk zijn: de meest vrouwonvriendelijke commentaren komen uit onze mond als we samen zijn.

 Ach, nu ik vrouw ben, mis ik het meisje dat zo weinig wist.
Nu ik vrouw ben, is er zoveel inzicht dat ik mis.


woensdag 4 maart 2015

Droom (45)

Volle maan is (h)exentijd. Dan komen ze me in het oor fluisteren hoe ze het na al die jaren maken. Eentje zei: 'Wij hadden het fijn, maar met haar is er meer stijl.' Een ander klopte op mijn schouder: 'Je hebt ze nog altijd niet allemaal op een rij.' Een derde zoefde voorbij op een rollator en verweet mij dat. Een vierde gaf me een geboetseerde navel. Een vijfde ging dramatisch op de tafel staan en sprak: 'Ik denk dat ik voor iedereen spreek als ik zeg dat wij in je dromen niets meer hebben te zoeken. Koop een stijltang, een beugel, een energiedrankje desnoods. Wij waren ooit maar nu niet meer. Kijk niet langer naar je navel, er is nog zoveel meer te zien.' Terwijl de anderen applaudisseerden losten ze allen op. Verbaasd keek ik om me heen. In de wolken hing een spandoek. 'Hup, lieve lieve Tine, hup!'