woensdag 26 augustus 2015

Groeten uit Menen: Mijn stadhuis

Een mooier sluitstuk van mijn reisje kon ik zelf niet verzinnen. De reis in Menen begon ik met een brief aan mijn stad. Vandaag werd ik naar aanleiding van die brief uitgenodigd om van dichtbij kennis te maken met mijn stadhuis. Hoe rond kan een cirkel zijn?  Ik werd persoonlijk ontvangen door de burgemeester en kreeg een rondleiding. Wat natuurlijk een hele eer is en ook wel bijzonder want ik kan me voorstellen dat een burgemeester wel andere dingen aan het hoofd heeft dan een inwoner uit te nodigen voor een praatje op een doordeweekse woensdag.

Het hoeft niet gezegd dat ik eigenlijk wel een beetje zenuwachtig was om dat grote kantoor binnen te gaan. Ik kreeg een kopje koffie aangeboden en mocht plaatsnemen op de bank. Een zachte bank, dat moet gezegd. Maar waar praat je in godsnaam over met de burgemeester? Natuurlijk ga ik niet het hele gesprek uit de doeken doen. Dat kan niet de bedoeling zijn. We hadden het uiteindelijk over gewone dingen. Over mijn brief. Over hoe ik hier in Menen terecht gekomen ben. Over het stadsbeeld. Over zwerfvuil. Over verscheidenheid in mensen. Maatschappelijk engagement. Het kopje koffie zonder koekje werd gezoet met enkele fijne anekdotes. Wat natuurlijk minstens even gezellig is.

Ze toonde me ook twee duivenjongen in de bloembak aan haar raam. Twee duiven hebben daar blijkbaar eitjes uitgebroed. Ook zonder nest voelen ze zich beschut tussen de geraniums. Ook toonde ze trots een kindertekening die ze vandaag kreeg. Een van de eerste spontane tekeningen die ze mocht ontvangen in haar taak als burgemeester.  De kleurrijke tekening pronkt nu op de schoorsteenmantel.

Verder toonde ze me de schepenzaal en de ruimte waar de maandelijkse gemeenteraad door gaat. De trouwzaal. De houten planken aan de trappen kraken. Wat een bijzonder mooi gebouw is dit toch! De meeste mensen, kennen net als ik gisteren, alleen de gelijkvloerse verdieping met daarin alle diensten: de loketten.  De mooie binnenkoer. De bogen.

Uiteindelijk durfde ik toch te vragen wie de nummers van de beiaard kiest. Ik vraag het me al weken af waarom Miley Cyrus soms in het Belfort op haar sloopbal hangt. En wat haar link met Menen is. Of het misschien een nummer is dat een schepen heeft verkozen in een soort van Beiaardtop-drie. Maar dat blijkt helaas niet zo: jammer, ik had wel willen weten wie een boon voor Miley heeft.

Het voelde toch een beetje als wandelen in een kasteel als ik een uur later de trap naar beneden daal. Aan de muur hangen al de mannelijke voorgangers van de burgemeester in lijstjes aan de muur. Ze kijken me aan zoals burgemeesters horen te kijken. Statig. Maar best wel een beetje grijs. De vrouw in mij is toch wel blij met het idee dat de volgende foto in de rij een vrouw zal zijn.

Als ik thuis ben, krijg ik een bericht van de kabinetsmedewerker van de burgemeester. Dat ze een briefje voor de deur van het kantoor vond, dat wellicht uit mijn zakken kwam. Ik kreeg een gescand exemplaar van het kleinood te zien. Het blijkt een kladbriefje te zijn met adressen en telefoonnummers op. Ik vertel haar dat het briefje weggegooid mag worden en excuseer me voor het feit dat ik nu zelf zwerfvuil achter liet. En dan nog wel zo open en bloot. Natuurlijk word ik vergeven.

Soms zou een mens het wel eens durven vergeten dat een burgemeester ook maar mens is. Een mens die ontroerd kan zijn door duivenjongen naast het bureau. Of door een spontane kindertekening.  Maar wel een mens die in een kader past. Van een gebouw. Van een stad. Een uithangbord. Iemand die niet alleen in belang van die stad denkt, maar ook doet. Verantwoordelijkheid moet nemen.

Mijn reis door mijn stad zit er natuurlijk nog niet helemaal op. Maar deze zomer toch bijna. Ik hoop nog veel dingen te ontdekken hier. Wie denkt mij nog iets bij te brengen, mag me nog steeds uitnodigen. Er zijn nog zoveel aspecten in deze stad. En tijd voor uitstapjes zat.

Ik hoop dat mijn lezers net als ik genoten hebben van mijn wandelpad door Menen. En dat dit toch een voorbeeld mag zijn om eens verder dan een eigen neus lang is naar een stad te kijken.

woensdag 12 augustus 2015

Groeten uit Menen: Leven op wieltjes

Wie in Menen woont, heeft haar vast al gezien: Mireille. Samen met haar honden Airco en Mieke. Het leven van Mireille verloopt op wieltjes. Toen ze hoorde van mijn reis in Menen werd ik door haar uitgenodigd om samen met haar boodschappen te doen, te koken en te eten, omdat ze me wou tonen dat ze een gewoon leven leidt, ook al zit ze in een rolstoel.

'Ik werd spastisch maar fantastisch geboren,' lacht ze terwijl we naar de winkel gaan. Kort daarvoor werd ik binnengelaten door haar hond Airco. Nu loop ik naast Mireille in haar rode rolstoel met Airco naast haar. Ikzelf voor de gelegenheid ook met wieltjes: ik heb een trolley bij me waar de boodschappen in horen. Het is al knap lastig voor mij om niet te haperen met dat ding...   'Als je met een beperking geboren wordt, kan je twee dingen doen: je kan bij de pakken blijven neerzitten, je hoofd laten hangen en geen hoop meer zien. Maar je kan ook alles op alles zetten om het beste te maken van de situatie. Dat probeer ik heel erg te doen. En dat lukt! Ook al loopt het niet altijd op rolletjes.'

We zijn het warenhuis binnen en Airco helpt Mireille met een paprika. De hond neemt de paprika in zijn bek en legt die in de trolley. Er zijn veel dingen waar ze niet bij kan. Ik help haar wat, maar Airco doet toch veel werk. Mensen reageren heel erg verschillend bij de aanblik van Mireille en haar hond. Al voor het eerste rek wil een vrouw de hond aaien. Sommige mensen kijken vlug de andere kant op. Anderen blijven gefascineerd kijken. Sommigen ergeren zich zelfs omdat ze met haar rolstoel en hond te veel plaats inneemt. 'Eén keer reed ik een warenhuis binnen en iemand vroeg me mijn boodschappenlijstje. 'Ik haal het wel,' zei een mevrouw. Ze bedoelde het misschien wel aardig, maar ik wil zelf mijn boodschappen doen,' zegt Mireille.

Alles wat de hond aanraakt, neemt ze ook mee naar huis. Als we alles gevonden hebben, gaan we naar de kassa. Airco legt enkele spullen op de kassaband. Het blikje kokosmelk valt een paar keer op de grond. De kassierster reageert rustig. De man achter ons zoekt een snellere kassa op.

Samen verlaten we het parkeerterrein. Ik vraag of ze vaak negatieve reacties krijgt. Ze vertelt over boze oude vrouwtjes die naar haar roepen dat ze teveel plaats inneemt. Over agressieve reacties omdat ze op de weg moet rijden in plaats van op het voetpad. 'Maar dat is vaak te smal. Of er staat een bord in de weg.' Ook zegt ze dat ze een keer vast stond op de parkeerplaats, dat de hond om hulp blafte, maar dat de meesten haar gewoon negeerden of bijna omver reden. Uiteindelijk was er toch één persoon die door had dat ze in nood verkeerde en haar hielp. Of ze krijgt verwijten omdat haar hond zijn behoefte doet op het gras, maar Mireille kan niet uit de stoel om de poep te verwijderen. 'De wet voorziet ook dat wie een hulphond heeft, niets kan opruimen.'  'Soms gaan mensen er ook maar meteen van uit dat ik mentaal beperkt ben. Zo vroeg een dame eens of ik mijn lief wel mocht zoenen van mijn begeleider. Ik geef dan meestal wel een gepeperd antwoord terug. We zijn allebei volwassen!'

Het lijkt me allemaal best heftig. Maar Mireille blijft lachen. Ze is bijna nooit thuis.  Ze gaat naar festivals. Ze is stapelverliefd op haar Patrick. Ze studeert aan Syntra West voor Dierenasielmedewerker. Ze volgt een cursus 'hondeninstructuur'. Ze doet karate. Ze zwemt. Ze maakt haar eigen dromen waar. Ook al heeft ze daar een begeleider voor nodig. En vrijwilligers die haar naar de activiteiten willen rijden.

Binnenkort gaat ze in haar eigen huis wonen in Kortrijk. Een huis dat volledig aan haar is aangepast. In het appartement dat ze nu woont, is ze nog teveel afhankelijk. Dat blijkt ook als we samen koken. Kasten en kookplaten die te hoog zijn. Ze nodigt me ook uit om in haar nieuwe woning te komen eten.  Terwijl we eten, bedenk ik toch dat  Menen toch een bijzonder krachtige persoonlijkheid zal verliezen. Want ik weet het wel zeker: uit de power van Mireille kunnen we allemaal wat leren!

Je kan haar volgen via: https://casadelmami.wordpress.com/.







maandag 10 augustus 2015

Groeten uit Menen: Proper Goed (Veerkracht4)

In mijn zoektocht naar 'een ander Menen dat ik al ken', botste ik gelukkig op Jan. Hij nodigde me uit om een dagje mee te draaien in Proper Goed, de wasserij van Veerkracht4. Terwijl mijn eigen  was nog gesorteerd moet worden, mijn kleren in de kast nodig dienen opgevouwen,  mijn strijkijzer nog ergens in een kartonnen doos zit, ging ik deze ochtend vroeg naar Proper Goed in de Wervikstraat.

De wasserij is een sociale werkplaats. Sociaal omdat ze werk biedt aan wie moeilijk werk vindt. De job in de wasserij is een mooi opstapje naar meer. Proper Goed krijgt vuil wasgoed binnen van OCMW-rusthuizen in Groot-Menen en levert die proper terug af.

Vandaag stond ik op de werkvloer met Mahesh, Vladimir, Adel, Vera, Roseline en Aza. Zes mensen van een andere komaf. Elk met hun eigen verhaal. Met hun cultuur.

Mijn eerste taak bestond uit het vouwen van handdoeken en het effen leggen van washandjes. Later mocht ik ook sokken sorteren, onderbroeken opplooien, slaapkleedjes vouwen, kleren aan kapstokken hangen, een beetje hemden strijken, heel veel zak- en handdoeken machinaal strijken en opvouwen.

Als de was binnenkomt, wordt ze gesorteerd door Vera. Na het sorteren, stopt ze de trommels vol. Na afloop haalt ze alles eruit en stopt het in de droogtrommel. Dan pas komt de bak met linnen bij ons terecht. Bij 'ons' dat zijn de vouwers en de strijkers. Bij 'ons' daar hoorde ik dus vandaag bij. 

Ik viel natuurlijk meteen op door mijn amateurisme in wasgoed vouwen. Zo moest ik toch heel goed kijken hoe een herenonderbroek moest opgevouwen worden. Tot grote hilariteit zette ik de gulp op de achterkant van het pakje textiel, hoewel de masculine anatomie me toch niet vreemd is. Hemdjes kreeg ik lastig mooi uit de kreukels. En later bleek ook nog eens mijn onkunde in het strijken. Wat voor alien kon ik toch zijn? Ik: buitenbeen.

Op elk stukje wasgoed een etiketje met naam. Je weet van wie je een waslapje in je handen hebt. Je weet van wie het-tot-op-de-naad-versleten-marcelleke  is en terwijl ik daar de intiemste stukken textiel stond op te vouwen die André en Annie zo dichtbij omvatten en aanraken, bedacht ik dat dit iets heel bijzonder is. Hier in deze wasserij wordt deze was gestreeld: secuur. Elk stukje textiel wordt met het nodige respect behandeld. Alsof niet alleen de handdoek wordt beroerd maar daarmee ook het vel van André.

Er vormen zich grote stapels opgevouwen was, die Abdel keurig in een rekje legt. Alle inwoners van de rusthuizen hangen daar met hun naam uit. Hij legt een pyjamabroek bij Gerard, een topje bij Claudette.

Vera vertelde dat het raar is als er iemand sterft. Dan moeten ze het kartonnen bordje weggooien en dan komt er bijna onmiddellijk een andere naam. 'Door zo vaak het wasgoed van iemand te wassen, krijg je daar een soort van band mee. Hoewel we soms pas een foto van ze zien als ze zijn overleden, in de krant, lijkt het toch alsof we ze ze kennen: we kennen hun lijf, hun vlekken,...' 

En terwijl ik zie hoe Vladimir en Aza met een zekere vorm van tederheid hemden staan te strijken, vraag ik me af of de André's, Annies, Gerards en Claudettes weten waar hun wasgoed is. Dat Roseline met liefde hun namen vastnaait. Dat Mahesh als een goede vader over de werkvloer schuifelt. Dat Vera hun vlekken sorteert. En Abdel hun namen stilaan vanbuiten weet. Hier in deze wasserij zijn ze in goede handen.

Tijdens de pauzes werd het ijs meer en meer gebroken. Bij het eten werden er foto's van kinderen, kleinkinderen en mannen getoond. Van zwembadtaferelen. Er werd getelefoneerd, patience gespeeld, ook gezwegen. Uiteindelijk werd ik gevraagd hoe oud ik ben. Ze schrokken allemaal dat ik al zesendertig ben. Zonder kinderen. Zonder man. Maar vooral van het feit dat ik op zo'n leeftijd nog zo klungelde met was. Vladimir wou me persé leren strijken, alsof hij mij zeggen wou:  'Als jij kan strijken, krijg je ook een man.'

Wanneer de werkdag erop zat, vroeg hij bezorgd of ik ook rugpijn had. Dat had hij ook de eerste dag. Hij nam me even bij mijn schouderbladen vast en masseerde heel kort.

Deze dag begon wat vroeg en stroef. Maar als ik naar huis reed, bedacht ik dat ik in acht uur tijd los gekneed ben. Niet alleen door die korte massage, maar door wat ik daar voelde en zag: beroering in grote trommels wasgoed. Respect voor wie dit dagelijks met zoveel zorg in anonimiteit doet. Verscheidenheid in zwijgen. Eenzaamheid in gaten in onderbroeken.  En echt waar, veel te veel zakdoeken.





donderdag 6 augustus 2015

Groeten uit Menen: Kraaiveld Lauwe / Willem Vermandere

Mijn reis in Menen speelde zich afgelopen week voorlopig in Menen zelf af. Maar ook Rekkem en Lauwe maken deel uit van Menen. Daarom nodigde Linda mij uit om eens met haar een wandeling te maken in Lauwe, langs de kant van het Kraaiveld.

Samen met Linda en kleinzoon Linus stapte ik vandaag langs de maïsvelden van het Kraaiveld. Ik kwam in een waar verleden terecht, want Linda kruidde de wandeling met anekdotes uit haar kindertijd. Ze kent die buurt dan ook als de beste. Ze had het over een jachthuis dat er niet is. Een manège die nu leeg staat. Kortom veel vervlogen geschiedenis die nog steeds zijn sporen heeft in het Kraaiveld.

Middenin tussen de velden kregen we een indrukwekkende kijk op Menen/Rekkem. We konden vandaag zelfs de Kemmelberg zien liggen. Lauwe ligt dus hoger dan Menen, Rekkem, Moeskroen, Roncq, Halluin,... Het is best bijzonder om vanuit de maïs en onder een blauwe lucht met heerlijke wolken een blik te werpen op zo'n fantastisch landschap zonder daarvoor een uitkijktoren te moeten beklimmen. 

Een man wist onderweg te vertellen dat Willem Vermandere ooit geschreven heeft dat het Kraaiveld zijn lievelingsplek in Lauwe is.




Langs de grens van Rekkem en Lauwe liepen we weer terug. Er zijn hier nog aardeweggetjes. Ik werd er eigenlijk ook best nostalgisch van. Linda vertelde boeiend over haar grootouders. Over haar ouderlijk huis. Over de weg van huis naar school. Over haar Chirojeugd. Ze wandelde deze namiddag eigenlijk met haar kleinzoon en mij een soort weg van haar leven af. 

We wandelen via het kerkhof langs een prachtige veldbloemen naar de kerk. Daar is een tentoonstelling van Willem Vermandere te zien. Hij is ereburger van mijn stad. Lauwe is zijn geboorteplaats. Tot eind september hangen in de St-Bavokerk verrassende werken. Verrassend? Ja. Meer nog: ik durf ze zelfs aan te bevelen.




Ik ken zijn muziek. Alsook zijn beeldhouwwerken. Zowel in Beveren-Leie (mijn vroegere woonplek) en in Menen staan twee robuuste werken van hem, waar ik eigenlijk niet voor val. Maar dit is toch wat anders...

Vermandere licht zijn tentoonstelling van tekeningen, prenten en schilderijen op zijn eigen manier in met een bladje papier. Daarop staat te lezen dat uitleg bij zijn werken niet hoeft. 'Laat liever de vogeltjes van uw verbeelding los, volg mijn kronkels en krabbels, mijn hand danst en doet de verf zingen, er ontstaan vreemde creaturen, die mekaar zoeken en verliezen, omhelzen en wegduwen. Ach, ik weet het ook niet wat mij bezielt. Ik heb het gemaakt. Is dat nog niet genoeg? Mijn handen weten het... Ik niet.'

Ikzelf zie gezichten die gemist worden. Gezichten die falen. Gezichten die bedroefd zijn. Gekweld. Die gezichten stapelen zich op tot een soort boom. Een gedachtenwolk. Onrust. Ze fascineren. Intrigeren. Enorm.



In het gastenboek schreef ik: 'Op deze mooie zonnige dag liep ik langs maïsvelden en kleine aardewegen, bedekt met mooie verhalen uit het Lauwe van toen, naar deze tentoonstelling. De vogels van mijn verbeelding kwinkeleerden. Hier in deze kerk zongen ze verrassende melodieën: vrolijke, maar ook veel verdrietige, bange liedjes. De kronkels van vandaag zal ik niet gauw vergeten. De gezichten aan de wand aai ik met mijn wimpers rust toe.'

Na deze poëtische expeditie in Lauwe dronken we nog een kopje. Linus Fristi, Linda koffie en ikzelf muntthee. 

We zouden dit meer moeten doen.  

maandag 3 augustus 2015

Groeten uit Menen: Een les in engagement

Het hoeft niet onder stoelen en banken gestoken te worden: mijn reisje in Menen was toch vooral een plezierreisje.  Maar zoals ik eerder schreef in mijn verslag over het bezoek aan Menen Wald: 'Reizen is klimmen en dalen. In klimmen zit innerlijk vertragen en in dalen plezier.' Het kan geen kwaad om af en toe wat minder vrolijks te zien. Ik bezocht het Rode Kruis Opvangcentrum en dus ook Menen Wald. Voor de rest van de tijd had ik vooral toch veel dalen in de trip door mijn stad.

Daarom was ik blij met de uitnodiging van Agnes. Ze wou me meenemen naar het Serge Bertenpark en naar de Wereldwinkel. 'Die twee plekken passen allebei in het verhaal van solidariteit,' schreef ze.

Langs de Wereldwinkel passeer ik vaak. Ik denk er alleen zo weinig aan om daar iets te kopen. En als ik er aan denk, dan is de winkel gesloten. Agnes vertelde over eerlijke handel. Al te vaak denk ik aan de goedkoopste. Zo ben ik eigenlijk wel opgegroeid en daarenboven heb ik maar één portemonnee...

Misschien zou men op verpakkingen van bijvoorbeeld chocolade in plaats van de voedingswaarde kunnen aangeven hoeveel een cacaoboer aan een reep verdient. Dan kocht ik wellicht meer fairtradechocolade. Want ik geef het toe: ik denk daar veel te weinig aan.  Ik denk zelden: 'Waar komt dit nu vandaan? Hoe is het gemaakt?' Als het maar smaakt. In de Wereldwinkel kan je niet anders dan daar bij stil te staan.

Het is niet de bedoeling dat dit stukje een reclamespot wordt, maar ik zal er in het vervolg toch wat meer aan denken. Vooral bij cadeautjes en wijn.

Daarna fietsen we naar het Serge Bertenpark. De naam Serge Berten leek ik te herkennen. Ik wist alleen niet wie het was. Als Menenaar is dat toch straf. Ook al woon ik hier nog geen vier jaar. 
Een verdwenen pater in Guatemala. Het zal je zoon maar wezen. Hij trachtte daar voor een goede zaak te vechten, maar daar werd hij niet voor beloond. Nee, in een betoging is hij opgepakt. En nooit meer terug gezien. Jaren later is er nog geen enkel spoor.

In het park staat een herdenkingszuil voor hem. 


Het is een triest verhaal over een man uit Menen die zich engageerde voor een betere wereld. Zo lopen er niet zo vaak meer rond. Terwijl we bij de zuil staan komt er een man met een hond langs die begint te praten. Hij heeft Berten nog gekend. Het is bijzonder goed dat Menen en zijn inwoners aan hem blijven denken. Dat hij na drieëndertig jaar wanhopig zoeken nog steeds wordt gemist. 

We sluiten onze voormiddag af met een wandeling in het park.



Wat ik kon opmaken uit het verhaal van Berten is dat hij wel zo'n prachtig park verdient. En dat onder het genot van een prachtige parkwandeling soms iets diepers schuil kan gaan  Dat schoonheid van bomen, gras en lucht niet voldoende is om het goede te zien. Er is ook nog het engagement van de mens. 






Groeten uit Menen: Petanque

Nog maar net bekomen van de nieuwste avonturen in de visserij kwam ik het VanderMerschplein opgelopen. Ik zal het maar bekennen: ik was behoorlijk vermoeid en verschroeid van al die avonturen tijdens mijn reis in Menen. Ik had twee bereide forellen bij die we niet opgegeten kregen om uit te delen aan de petanqueploeg die daar aanwezig was. Ze mochten het aantal forellen raden dat we vingen...

Uiteindelijk kregen Fré en Niels elk een forel mee. Als dank mocht ik een rondje petanque meespelen in hun ploeg. De ploeg van de Oude Zakken. Onze tegenstanders waren de Jonge Veulens of het Jong Geweld (?)  van de club. Ik werd tot voorzitter gebombardeerd en voelde me even ongemakkelijk tot bleek dat ieder lid in hun club voorzitter is. Ze zijn dan ook de 'Petanqueploeg van de Voorzitters'.

Het duurde even voordat ik de bedoeling van het spel kende: het blauwe kleine balletje proberen te raken: de but.  Of ballen van de andere ploeg verder weg te rollen. Maar dan moet je nog met de ballen kunnen gooien. Mijn werptechniek had iets weg van bowlen met een vishengel, denk ik. Toch slaagde ik erin om de ploeg van de Oude Zakken niet te laten verliezen. En geef toe, dat is ook wel wat.

Het scorebord was een zeer ingenieus systeem met bierflesjes en andere materialen, waarvan ik eerst dacht dat het gewoon rommel was. De leden van de club hebben het duidelijk voor ballen. Metalen maar ook voor andere soorten. Tijdens het werpen wordt er kwistig met songteksten gegooid. Elk lid heeft zijn eigen tactiek en techniek. De voorzitters komen op zeer onregelmatige tijdstippen samen. Alles hangt af van het weer en de tijd. Er is drank, sfeer en ambiance.

Het is een mooie club. Het was in elk geval heel wat om interimvoorzitter te zijn. Als ik niet zo in vislucht was gewenteld, vermoeid en roodverbrand was ik van blijdschap in armen gesprongen in plaats van het offreren van een een onhandig vuistje en een slappe overwinningshand. Nu voelde het toch alsof ik verslagen naar huis liep. Maar ik besef nu: ik won. En ook: Menen heeft ballen! En hoe!

Groeten uit Menen: Vissen

Toen ik een verlanglijstje opstelde met de dingen die ik graag eens zou doen, stond vissen er vanzelfsprekend bij. Vissen spreekt tot de verbeelding. Tot de mijne althans. Mijmerend op een stoeltje zitten wachten tot de dobber beweegt. Volgens mij klaart met vissen de chaos in het denken op. Het beeld van de mijmerende stille visser doet me aan mijn grootvader denken, ook al zag ik hem nooit vissen. In gedachten vertoefde hij mijmerend aan de Leie met een hengel in zijn hand.

Stephanie ging vroeger vaak vissen met haar ouders en ze stelde me voor om met mij te gaan vissen samen met haar dochter Louise. Ria werd hierdoor ook aangesproken en ging ook mee. Stephanie regelde via haar vader alle benodigde materialen inclusief vergunning om er een prachtige dag van te maken.

De zondag begon met een aperitiefje op het plein. Daarna haalde Stephanie de persen uit de auto en leerde ons de eerste essentiële vistechnieken: de hengel uitwerpen. Dat bleek al bij het begin geen evidente kwestie. Ria viste naar een boom en ik viste vooral slappe lach. Het was ook voor de voorbijgangers een vreemde kwestie: Luchtvissen? Boomvissen? Misschien wordt het zelfs een nieuwe traditie te gaan hengelen op het plein.



Daarna werd het toch ernstig. We reden met de auto naar de 'Aux joyeux pêcheurs'. Net op de grens van Menen en Halluin. Rond de vijver zaten heel wat vissers. Het was er stil en Ria en ik bedachten dat de vijver wel een goed overzicht bood op alle vissers en dat iedereen ons geklungel dus zou kunnen zien. Er was geen weg terug.  Gepakt en gezakt met frigobox, klapstoeltjes, visgerei en toch wel ernst, slopen we langs de vissers, de geketende bok en loslopend pluimvee naar een plekje met schaduw. De amateur in ons was wellicht op meters afstand te ruiken.

We installeerden ons en kregen net bezoek van Parijsgangers die ons wel eens wilden zien vissen. Ik stond net klaar om mijn eerste 'lancé' te doen met een maïskorrel aan mijn haak. Op het moment dat ik mijn hengel over mijn schouder zie vliegen, bemerk ik de trui van Ria aan mijn haak in plaats van de maïs. Die komt zoals het hoort met de lancé keurig in het water terecht. Hilariteit alom. Die trui in die allereerste lancé is dan ook het enige wat ik kon vangen die dag. Helaas. Het zorgde wel voor de gênantste maar ook grappigste uithaal van de dag. De andere vissers hadden de mol aan de vijver ook meteen ontdekt. Maar met die ene lancé, hadden de forellen ons ook door: hier is er teveel kabaal om zomaar in een wurmpje te bijten.


Daarna liep er nog van alles mis. Een stuk dobber raakte los. De hengel van Louise raakte helemaal verstrikt.  We lieten ons niet kennen en visten dapper voort, al durfde ik na die eerste lancé nooit meer echt goed te werpen.

We kregen het bezoek van Davey die uiteindelijk ook begon te vissen. Daarna kwam er een man langs die ons tips gaf om alles wat beter te doen. 'Nicht goet!' zei hij vaak. Hij nam dan de hengel uit mijn handen . En 'Da ist goet!' als hij het zelf deed. Hij verklapte dat we het voortaan met twee bananenwormen moesten doen in plaats van met één. Maar het bleef maar mislukken. Toen hij voor mij de zoveelste maal op rij mijn vishaak in het water lanceerde, deed hij dat aan de kant van de vijver. En hij ving er één! Met mijn pers! We mochten de vis houden en gooiden hem in het palliatieve net.

Intussen kreeg Stephanie van de eigenaar van de put een andere hengel aangeboden. Blijkbaar had hij haar zien klungelen met de lijnen en met mijn gehengel en dacht hij zoiets van 'acharme!' Het is uiteindelijk met die hengel dat Stephanie één vis gevangen heeft. Net nadat een medevisser ons vijf vissen cadeau deed.

Toen we alles hadden opgeruimd moesten we de gevangen vissen nog uit het palliatieve net halen. We moesten ze doodkloppen. Ook hier sprong uiteindelijk een vriendelijke visser bij, want de vissen stonden op het punt om weer in de vijver te springen. Het was wel even stil bij dat kloppen. Ter nagedachtenis van die forellen neuriede ik even: 'Die Forelle'.



Met een gevuld zakje buit reden we naar het huis van Stephanie om de forellen op te eten. We moesten ze eerst nog leren kuisen. We vonden een filmpje van een zeer jonge jongen die ons toonde hoe we een forel moesten schoonmaken. Als Viskid het kan, dan wij toch ook? En ja hoor, het lukte! Niet zonder opgetrokken neus en af en toe een 'eeeeeh!' Dank je wel, Viskid!




Daarna bereidden we de vis met kruiden en legden die op de barbecue. Laat me toe om nog even te vermelden dat ik nooit eerder een forel at. Ik vraag nooit vis waarin ik de vorm van de vis nog kan zien. Ik heb altijd schrik voor een vissenkop op mijn bord. Maar ik had deze keer geen probleem om de vis smakelijk op te eten. Lekker!



Ik mag dan wel geen goede hengelaar zijn, ik hou van vissen. Al is het maar om naar te kijken. En te zwijgen. Dit was een heerlijke dag waarin ik letterlijk en figuurlijk veel grenzen ben overgestoken. Geklungeld, jawel maar vooral heb genoten. Ik hoop heel erg dat ik met die eerste lancé mijn toegang tot visvijvers niet heb verspeeld. Dat er geen lijsten bestaan met mijn foto erbij en daaronder in grote letters VERBODEN!





Groeten uit Menen: Pietjesbakken

Soms kan je gewoon je grenzen verleggen door eens een ander café binnen te stappen dan datgene waar je normaal naartoe zou gaan.  Maar zoiets doe ik niet alleen, want het is toch lastig als je helemaal niemand kent. Karine en Waf hadden me uitgenodigd om eens mee te gaan naar de Cosmopolite. Ik ben daar heel vaak voorbij gefietst en gewandeld, maar ik durfde niet eerder naar binnen te gaan. Ook al ziet het er eigenlijk wel heel erg gezellig uit.

Ik had al van een paar mensen gehoord dat een 'Picon van Léonce' echt wel een aanrader is. Dus vroeg ik die dan ook aan Lorenzo, de zoon van Léonce die het café van haar heeft overgenomen.  Léonce zelf was ook aanwezig en ik meende toch wat trots te bespeuren in haar glunderende ogen.
Na enkele slokken van dit heerlijke drankje kwam het gesprek al gauw op Pietjesbakken. Ik kende het spel niet, maar, lieve mensen, nu ken ik het wel. Maar misschien zeg ik dat beter niet te luid, anders word ik nu door elke Menenaar uitgedaagd en heb ik veel te veel 'twee beentjes' aan mijn been.

We hebben toch enkele rondjes gespeeld en ik heb maar twee rondjes moeten geven. Dus dat viel eigenlijk wel mee. Maar misschien was dat beginnersgeluk of werd ik gespaard van een lege portemonnee. Bedankt alvast daarvoor, Karine, Waf en Jeremy.

Het is eigenlijk wonderlijk: zo'n bak met drie dobbelstenen. Hoe eenvoudig simpel kan het zijn. Ik heb al altijd erg van gezelschapsspelletjes gehouden. Een avondje aan de pietjesbak zorgt voor meer plezier dan een avondje achter mijn computer. De omgeving en de traktaten maken de boel losser zodat je je medespelers na enkele rondjes als kameraden ziet.

De terminologie in het spel is best wel even wennen. 'Je piet uithalen!' klinkt opeens wel raar. Voor alle zekerheid hield ik het toch maar bij één picon.


zondag 2 augustus 2015

Groeten uit Menen: Jess FM

Het is een traditie geworden om in dit reizen door mijn eigen stad in een soort van teletijdmachine te stappen die mij naar mijn kindertijd terug flitst. Ook bij dit uitstapje kan ik niet anders dan terug te denken aan de radio in mijn jongere jaren. Eten op zondag was steevast met 'Opera & Belcanto'. Bij het ouder worden luisterde ik stiekem naar 'De Lieve Lust' en het 'Leugenpaleis'. Terugreizen van de zee was met de bijzondere stem van Lutgart Simoens en haar brieven.  In bad op zaterdag met 'Ochtendkuren' en daarna naar boven met mijn cassetterecorder en een lege cassette naar de 'Top 30' om er de leukste liedjes op te nemen. Vaak ook met de laatste woorden van de presentator erbij.  En af en toe een jingle die ik niet had ingeschat. Altijd radio.

Bij het ouder worden werd mijn liefde voor de radio ingehaald door de liefde voor muziek. Ik wou zelf bepalen wat ik hoorde. Aangezien ik niet erg veel CD's had, werd ik mijn keuze op den duur toch zat. Ik schakelde weer over naar radio. Maar ik luisterde anders. Ik begon meer op de stem van de presentatoren te letten. Ik kon me ergeren aan een timbre. Aan een zeurderige toon. Mocht ik nog cassettebandjes in huis gehad hebben, ik zou nu juist de stemmen opgenomen hebben in plaats van de muziek. Radiopresentatoren waren opeens iets magisch. Hoe deden ze dat toch? Waarom klonken ze anders op de radio, dan als ik ze hoorde praten op televisie?

Daarom was ik ook heel erg blij dat ik door Tessa en Suzanne werd uitgenodigd voor hun radioprogramma 'Decibels' op de lokale radio Jess FM.  Zo kon ik eens binnengluren in die wereld van magie. Ze vroegen me om stukjes tekst mee te brengen naar de studio die ik linkte aan de playlist, maar ze vertelden me dat ik ook gewoon kon meepraten. Tessa wachtte me op. Ze was heel relaxed en had blijkbaar geen stress voor het feit dat ik vandaag een sidekick was. Suzanne kwam erbij en we konden beginnen. Ik kreeg een koptelefoon op mijn hoofd en werd voor een microfoon geïnstalleerd. En daar gingen we. Tine Moniek on air.

Zelf heb ik geen enkel moment het gevoel gehad dat ik zenuwachtig was. Ik voelde me daar in die studio heel erg op mijn gemak. Ik weet natuurlijk niet hoe het allemaal wel klonk, maar ik denk wel dat ik kan stellen dat ik nog niet vaak zo rustig was met een microfoon voor neus en lippen.

Intussen was technicus Kris ons komen vergezellen. Er werden pintjes bovengehaald en de toon was nog meer gezet. Als enige twee vrouwen in het presentatorenteam staan Tessa en Suzanne wel heel erg goed hun mannetje. Tussen het presenteren door werd er warempel aan acrobatiek gedaan door mijn mede-presentatoren, er werd over baardgroei en dikke buiken gesproken. Over camera's en vreemde berichten in de mailbox. Ik dacht op een gegeven moment: 'Dat zouden de luisteraars ook wel eens mogen horen.'  

De tijd is werkelijk voorbij gezoefd. Ik heb dit ontzettend graag gedaan. Heel erg welkom was ik daar. Zo voelde het toch. On air. Op wolkjes.  Met veel plezier heeft deze airhostess met Jess FM gevlogen.






zaterdag 1 augustus 2015

Groeten uit Menen: Improviseren met een Blauwe Maan

Naar de sterren kijken in het gras. Wie doet dat nog? Voor mij is dat toch heel erg lang geleden. Hoe graag ik ook naar de hemel kijk: zomaar op mijn rug gaan liggen om naar de hemellichamen te kijken: ik deed het in mijn leven toch te weinig. Toen ik zag dat er een Blauwe Maan in de lucht zou hangen, improviseerde ik in de rapte een 'kijk-naar-eens-naar-de-maan-happening'.

Dan loop je daar rond in je eigen stad. Het is donker. Je hebt een fleece-dekentje op je schouders gedrapeerd en in je handtas zit een fles wijn. Je weet niet wie er allemaal zal zijn. De batterij van je gsm is leeg en je moet bekennen toch een beetje op je ongemak te zijn.  Het nadeel van afspreken aan een kerk die eigenlijk een rotonde vormt, is dat je elkaar niet onmiddellijk vindt. Na een avontuurlijke wandeling waarbij je dacht: 'In het slechtste geval is die fles gewoon een wapen,' vind je je kompanen voor de nacht: Patricia, Rütger, Roxanne, Fred en Gertjan. 

Je wandelt samen naar het grasveldje van de RITO. Daar installeer je je richting maan, al is die nog niet te zien. Het duurt niet lang voor ze een glimp van haar laat ontwaren. Ze schijnt verlegen en bedekt zichzelf met avondwolken. Of daagt ze je uit? 

Het kijken naar een maan die langzaamaan verschijnt, is magisch. Ook al is ze natuurlijk niet blauw. Sterren zoeken, die misschien kunnen vallen, is iets wat me met z'n allen toch meer zouden moeten doen. 

Dat dit nachtelijk tafereeltje wat mager beschreven is en toch enkele details mist, heeft te maken met het feit dat volle flessen leeg werden en sommige dingen op sterk water beter het daglicht niet zien... Maar ook dat, lieve vrienden, is vakantie. In Menen. In Poelkapelle. In Parijs of in Wenen. 

Dan maar een liedje: