maandag 30 oktober 2017

TINE ZIET (89): Gluren bij Kunstenaars

Afgelopen weekend kon je buren bij kunstenaars. Het is ongelooflijk hoeveel uitnodigingen ik kreeg. Veel kennissen zijn blijkbaar kunstenaar. Eigenlijk had ik het hele weekend kunnen rondrijden om alle tentoonstellingen te gaan bekijken. Ik beperkte me uiteindelijk tot de binnenstad want ik wou enkel mijn benenwagen uit de kast halen. De rest had rust verdiend.

Het voelde toch een beetje als binnengluren. En wellicht daarom heeft het concept veel succes. Je hebt niet alleen zicht op wat de kunstenaars maken, maar men geeft je in veel gevallen ook inkijk in een huis dat je anders alleen maar van buitenaf kan zien. Ook krijg je praktisch op elke plek een drankje aangeboden. Gelukkig sloeg ik elke uitnodiging daartoe wijselijk af. Een chocoladejenever, een picon, een koffietje,… Ik zou meer ‘getureluurd’ hebben dan ‘gebuurd’.

Wat me opvalt is dat stuk voor stuk elke kunstenaar met passie vertelt over wat hij of zij maakt. En daar gaat het eigenlijk echt om natuurlijk. Dat je oorbellen bedenkt en dan ze met een of ander vergrootglas en heel veel geduld uitwerkt tot juwelen. Dat je aan een draaitafel opeens het idee hebt om een bepaalde schaal te maken. Dat je van een oude zetel een gloednieuwe stoffeert. Dat je een vervallen gebouw binnenstapt en daar heerlijke beelden uit kan puren.  Maar het mooiste was de bezieling van man die in de afdeling beeldhouwkunst van de academie trots toonde hoe hij voor het eerst brons gegoten had. Zijn vrouw stond er blinkend bij, alsof ook zij door zijn handen ooit in een mal was gegoten.

Kunstenaars scheppen met hun passie de wereld zoveel schoner. 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 27/10/17)

maandag 23 oktober 2017

TINE ZIET (88): Verrijken

Verrijken. Het is iets waar ik naar streef in dit leven. Nieuwe dingen leren kennen. Het helpt me niet te verstenen.

Vrijdag ging ik naar de opening van de tentoonstelling ‘Lost ideas’ in ’t Schippershof. De naam Lee Ranaldo deed eerst geen belletje rinkelen, daar schaam ik me niet voor. Het is pas toen de link met Sonic Youth werd gelegd, dat ik vond dat ik niet aan mij voorbij kon laten gaan. Sonic Youth is een groep die ik leerde kennen door een liefje. Liefde verrijkt vaak met nieuwe muziekstijlen die blijven hangen, ook als die liefdes al lang uit het zicht verdwenen zijn. Je hoort een specifiek nummer en je bent weer van kop tot teen verliefd op die ene die ooit de liefste was.

Op de opening waren veel mensen die net als ik de naam Ranaldo niet kenden. Maar het feit dat ze er waren, wil wel zeggen dat ze zichzelf willen verrijken. Tenzij ze zich natuurlijk om een of andere reden moeten laten zien. Hij bespeelde er een elektrische gitaar op een manier die zelfs voor mij merkwaardig was. Terwijl ze hing. Met trommelstokken, met strijkstok, met zijn vingers natuurlijk, maar ook gewoon door er mee te zwaaien. Zelf vond ik het fascinerend. Het geluid klonk luid, dat wel, maar verrassend mooi.

Later dat weekend zag ik hem dan weer zeer fragiel spelen en zingen in CC De Steiger. Voor dat optreden waren ook andere optredens van muziekgroepen die mij totaal onbekend waren. Ze klonken stuk voor stuk de moeite waard om ze eenmaal thuis op te zoeken en aan mijn speellijst ‘te ontdekken’ toe te voegen.

Dat dit kan in mijn stad doet mij ontzettend deugd. Zolang ik me hier kan verrijken zal ik niet uit Menen wijken.


(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 20/10/17)

maandag 16 oktober 2017

TINE ZIET (87): Rugzak

In opdracht van Vormingplus MZW ging ik afgelopen weken aan de slag in Roeselare en Menen om in kader van de Werelddag van Verzet tegen Armoede met mensen uit verschillende doelgroepen poëzie te schrijven. Het is een periode die wel degelijk in mijn koude kleren gaat zitten en wellicht ook nooit meer uit die kleren kan gewassen worden.

Armoede is zoveel meer dan een lege portemonnee. Het is een blok aan je been. Een etiket. Een richtingsaanwijzer die je aanwijst: “Jij telt niet mee!” Het is schrijnend te horen dat één op de acht mensen uit onze stad een doktersbezoek uitstellen omdat ze het geld nodig hebben om brood op de plank te krijgen. Dat dat dan ook nog gewoon droog brood is. Zonder beleg. Dat voor zovelen de hoofdbekommernis niet geluk is, maar “overleef ik deze week?” De rugzak die op deze mensen weegt, is ontzettend zwaar.

Het verwondert me keer op keer dat er mensen in mijn dichte omgeving zeggen dat wie in armoede leeft, het vaak zelf gezocht heeft. Dat men maar verstandiger met geld moet omgaan. Wat als je als vogel voor de kat geboren wordt? Van tehuis naar tehuis? Wat als je genen je geen O-benen meegeven, maar een zware mentale last? Wat als je door brute pech alles hebt moeten opgeven?

We kunnen het ons proberen voor te stellen hoeveel zo’n rugzak weegt. Er zijn inleefweken. Maar wat is één lastige week in één vol mensenleven? We kunnen ook die rugzak helpen dragen. Op 17 oktober ben ik niet blind voor de woorden die zullen wapperen in onze stad. Op 17 oktober eet ik samen met wie een rugzak draagt in Menen soep. Hopelijk talrijk.


Je goed in je vel voelen, is iets wat niet zou mogen afhangen van de inhoud van je portemonnee.

maandag 9 oktober 2017

TINE ZIET (86): Groep

Afgelopen weekend waren er rare taferelen te zien in Menen. Wie niet op de hoogte was, schrok wellicht een beetje. Er werden filmbeelden opgenomen voor de musical ‘Oorlog en Vrede’ van Jean-Pierre Lepoutre. De bevrijding werd uitgebeeld. Met legervoertuigen en veel figuranten in mooie klederdracht. Daarover wou ik schrijven. Over de grootsheid van een groep. Over herdenken. Helaas gooiden beelden uit Spanje roet in het eten. Die groep deed niet alsof en was niet geregisseerd. Het verschil was duidelijk te zien. Ik bedacht dat er zoveel te herdenken valt, omdat men helaas nooit écht gestopt is met oorlog voeren.

Toen ik dat had bedacht, hoorde ik over die verschrikkelijke schietpartij in Las Vegas, een stad die voor vrijheid bekend staat. Als we voortaan Las Vegas zullen we horen, zullen we voortaan niet alleen meer denken aan gokpaleizen, flamboyante auto’s en galakledij. De lichtgevende stad vol Elvisimitators is voortaan gelinkt met de kleur van een bloedbad. Een groep nietsvermoedende Amerikanen werd er slachtoffer van een wrede geest. Altijd is er wel iets om te blijven herdenken.

Maar mag ik in mijn wekelijkse stukje over die dingen schrijven? Deze kolom moet licht fleurige adem in deze krant blazen. Daarom denk ik nu aan een ander groep. Een groep lichtroze flamingo’s. Samen op één poot in eenzelfde plas. Een foto die afgelopen week ook voor mijn ogen danste. Vredig viel de avondzon. Het leek er gezellig en op vakantie. Dat we lieve groepen als deze ook niet mogen vergeten. Daarom gedenk ik vandaag de flamingo’s op die ene foto. Omdat ze doen herinneren aan een tijd waarin vredig gewoon natuurlijk was.


(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 06/10/17)

maandag 2 oktober 2017

TINE ZIET (85): Oud

Op zondagvoormiddag een kleine boodschap moeten doen. We kennen het ongetwijfeld allemaal. Er is moed voor nodig. Een grote dosis geduld en verdraagzaamheid is zeker mooi meegenomen. Zondag fietste ik met mijn boodschappenmand naar het warenhuis.

Er was net een kleine aanrijding geweest op de parkeerplaats, maar de gemoederen liepen niet hoog op. Ik slalomde me een weg door de kijklustigen, gedupeerden en de auto’s die nu moesten manoeuvreren om te parkeren. Terwijl ik mijn fiets sloot, kwam er een onbekende man op me af. Hij keek me aan zei: “Vrouwen worden mooier als ze ouder worden.” Ik wist niet zo goed hoe ik dat moest interpreteren. Kende hij me toch van vroeger en maakte hij een compliment of meldde hij dat ik nog enkele jaren moest rijpen alvorens er goed uit te zien? Hij kwam dichterbij en inmiddels had ik door dat hij nog steeds een onbekend voor me was. Even liet ik mijn onderlip zakken. Een gevatte reactie bleef uit. Hij vertelde dat hij iets goed te maken had met zijn vrouw. Ze was jarig. “Vijfenvijftig jaar!” zei hij trots. Ik vroeg hem wat hij mispeuterd had. Na zijn gebruikelijke kusjes had zijn vrouw hem gezegd dat ze nog maar op de helft van haar leven was en dat zag hij niet zo goed zitten. “Honderdtien! Dat hou ik nooit uit!” had hij gezegd. Dat viel blijkbaar in slechte aarde bij zijn eega.

Ik bespioneerde hem niet om te zien wat hij voor haar kocht. Ik hoop natuurlijk op een zalfje tegen acné of een pikante peper. Aan de kassa bedacht ik dat ik op deze manier ouder zou willen worden: keuvelend op de parking van een warenhuis. Zeeën vol tijd en met een mond vol (valse) tanden snoepend van al die mooie verhaaltjes.

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 29/09/17)