maandag 29 augustus 2016

TINE ZIET (28): Open Boek

Het is vast erfelijk bepaald: wenkbrauwen die lijken te praten. Op oude familievideo’s hebben wij er met z’n allen last van: een gezicht dat misschien teveel verraadt. Soms noemt men dat gewoon een expressief gelaat, soms is het gewoon een té grote open kaart. Zet mij bijvoorbeeld niet achter een pokertafel. Laat mij niet voor je liegen. Gegarandeerd val je door te mand.  Ook al heb ik een acteursopleiding genoten: in het ware leven lukt het me bijna nooit met volle overtuiging iemand iets leugenachtigs op de mouw te spelden. Het is best schattig zo’n gezicht dat boekdelen spreekt: een neus die krult, een voorhoofd dat fronst, ogen die waterig uit hun ooghoeken gluren,… maar het blijft een hindernis in dagdagelijkse communicatie want realiteit vraagt je soms om voor de lieve vrede overtuigend de waarheid te beliegen.

 Er zouden in dit leven cursussen ‘Hoe word ik een leugenaar in drie stappen?’ moeten bestaan.  Echt: er zijn vast succesvolle jokkebrokken zat die me iets boeiends zouden kunnen leren. Al zouden die me ongetwijfeld ook, zoals het hoort, veel onzin proberen aan te smeren.

Klagen moet ik eigenlijk niet. Het is het ook mooi om zo weinig mogelijk toneel te spelen, om de outfit van het liegebeest pas in het theater aan te trekken. Helaas zijn ‘acteurs’ ook meer en meer naast de scène op te merken. Zo zijn er mensen zat die niets anders kunnen dan anderen trachten op te lichten in een bank, aan de voordeur, op school, op internet, in één of andere raad,… Enorm verwarrend als je ’t mij vraagt.

Eén tip: probeer de leugendetector in je te ontdekken: zoek het gezicht dat zich met schaamte op een verzonnen waarheid richt. Moeilijk is het niet. Je hoeft niet naar het masker van Jim Carrey te zoeken. Vaak vertelt een onverwacht rimpeltje genoeg. Soms zit verzonnen waarheid naast je op schoot. Soms wordt een geheim veel te snel groot.

Lees je wel eens een open boek? Nee? Ga dat gerust eens vanaf vandaag doen. Geef mij maar dat echte want ook al is een leugen nog zo snel: die dekselse waarheid…  weet je wel?

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 26/08/16)


maandag 22 augustus 2016

TINE ZIET (27): Samen

Het is bijna niet te geloven, maar er zijn tijden geweest waarin ik nauwelijks naar buiten kwam. Alleen in mijn eentje was goed genoeg. De rolluiken bleven dicht en ik zag dan heel zelden zonlicht. Af en toe lijk ik wel eens te hervallen in mijn zelfgezochte eenzaamheid.  Dan kom ik een dag, hoogstens twee, niet naar buiten. Dan wentel ik me in mijn eigen melancholische zelf. Dat doet soms best eens goed. Sommige mensen kunnen dat niet zo goed begrijpen. Maar zo functioneer ik al jaren. Zo’n dag alleen is voor mij perfect om mezelf te herladen of eens ongestoord naar mijn eigen gedachtenstroom te luisteren. Natuurlijk is er ook een kant van mij die nood heeft aan een samen. In gezelschap bloei ik op. Het doet zo ontzettend deugd om met anderen te lachen en te praten.

Hoeveel samen was er bijvoorbeeld afgelopen weekend niet om de twintigste verjaardag van De Coulisse te vieren? Het was best indrukwekkend. Eén groot verjaardagsfeest. Het was fijn te zien hoe zo’n babbelcafeetje opeens één groot café wordt. Eén lachend, babbelend en dansend plein waar iedereen zich welkom voelde en waar iedereen met elkaar wou samen zijn.

Het is belangrijk dat er mensen zijn die evenementen organiseren waar iedereen zichzelf in gezelschap van anderen mag zijn. Laagdrempelig en niet al te prijzig.  Zo is iedereen zondag welkom in de Wereldtuin voor de Secret Garden Brunch van BoegieWoegie en het Rode Kruis Opvangcentrum. Je eigen brunch kan je altijd in je eentje aan je eigen keukentafel verorberen, maar je kan er zondag voor kiezen om die te midden van anderen op te peuzelen. En waarom niet te delen?  Samen eten schept een fijne band.


Zelf weet ik niet op voorhand wanneer de kluizenaar in mij zich weer laat ontdekken. Meestal is het na enkele drukke dagen of in een te lome zon. Blijf ik te lang binnen, kom me dan gerust eens halen. Maar duurt het maar kort, dan hoef je me niet naar buiten te vragen. Dan komt het wel goed. Het gezelschapsdier in mij groter. Ik voel mij vooralsnog als een vis in het water met een samen. 

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 19/08/16)

dinsdag 16 augustus 2016

TINE ZIET (26): Naamloos

Soms zie je mensen zo vaak passeren, is een gezicht zo vertrouwd, dat het lijkt alsof die mensen een stukje decor van een stad geworden zijn. Ook al werd er nooit echt een woord gezegd, het vertrouwde zegt genoeg. Het is vreemd te beseffen dat ook die gezichten verdwijnen. Dat die decorelementen er zomaar ineens niet meer zijn. Eerst valt dat niet zo op. Je stapt door de straten zoals voorheen. Maar na een tijd begin je te missen. Er ontbreekt iets onderweg. Een wandeling door je stad is niet zoals voorheen. Het kan dagen, weken, maanden duren voor je beseft, wat er op je route niet meer is. Of wie.

Het gaat in dit geval altijd om figuren. Geen gewone figuren. Maar vaste figuranten die je keer op keer weer tegenkomt zonder écht te ontmoeten. Mijn stad kent er heel veel. Voor mij zijn het meestal naamloze personages. Voor een naam woon ik hier soms nog niet lang genoeg. In het beste geval ken ik een lapnaam. Vaak zitten die naamlozen alleen aan een tafeltje of aan de bar en worden ze gemeden. Of ze dolen alleen door de straat. Meestal kromgebogen, een beetje nors, met korte broeken of veel te magere benen. Het kunnen mannen of vrouwen zijn. Soms zie je het verschil niet al te goed. Helden zijn het niet. Ze kunnen goed zwijgen en kijken. Er is een leed te zien of een stil verdriet. Er is vaak ook honger, grote dorst.

Het is op het moment dat je de leegte ziet, dat je schrikt. Dat wat jij zolang als decor zag van vlees en bloed was. Een mens met een verhaal, een achterban, een kloppend hart. Je zou jezelf voor het hoofd kunnen slaan dat je niet een poging deed tot praten. Dat je niet de moeite deed om de mens in het vertrouwde van je stad te leren kennen al was het maar bij naam. Dat je nog niet eens tot ‘Goedendag!’ gekomen bent. Maar dat je je toch kan hechten aan iemand met wie je eigenlijk nooit praat.


Iedere stad, ieder dorp, kent zulke figuranten. Figuren die opeens verdwijnen en met die afwezigheid  een omgeving met verstomming slaat en eensklaps grijzer kleurt. Laten we hen bij naam noemen voordat ze enkel nog in verhalen bestaan. 

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 12/08/16)

woensdag 10 augustus 2016

Ode aan de bloemen: Last Call

Al de hele zomer stelde Tine Moniek zich beschikbaar om jouw bloemen in de bloemetjes te komen zetten. Uiteindelijk bracht ze al 14 odes. Dapper gaat ze als een Vlijtig Liesje door.

 NIEUW:

 * Heb je geen bloemen maar wel een kunstbloem op je piano? Madeliefjes op je zomerjurk? Ook die bloemen verdienen misschien een ode.
* Woon je te ver? Aarzel niet toch te vragen. Misschien valt het te combineren met een bezoekje aan een verre tante of een suikeroom. Of wie weet lukt het wel via Skype of Facetime of zo.
* Voor wie bang is voor een overdaad aan poëzie: de ode bestaat standaard uit 1 gedicht. De liefde voor de bloem of voor het feestje mag groter zijn dan voor de poëzie...

 Zo werkt het dus:

Stap 1: Neem je agenda. Nodig Tine uit in augustus. Dat kan om op het even welk tijdstip. Tine is flexibel.

Stap 2: Zoek een week daarvoor een bloem. Op je balkon, in je tuin, op je koer, op je vensterbank,... die voor jou een ode verdient, geef die eventueel een naam en maak een foto daarvan. Eventueel vertel je er een persoonlijk verhaal over, maar dat hoeft zeker niet. 

Stap 3: Nodig minstens 1 persoon uit.

Stap 4: Als het afgesproken tijdstip er is, fietst of wandelt (of reist)? Tine naar je toe in een bloemenjurk. Ze leest life bij de bloem haar ode voor. Daarna schenk je gasten een drankje naar jouw keuze (kan melk, water, koffie, chocomelk, wijn, thee, bier,... zijn) en klinken jullie op de bloem in kwestie.


Stap 5: Tine vertrekt, blijft hangen of leest nog enkele andere teksten voor. Volkomen jullie keuze! 

Stap 6: De bloem zal vanaf dat moment nooit meer zomaar bloeien...

 Tuinfeestje, een koerkermisje, een balkonfestijntje... Het hoeft niet grootschalig zijn om feestelijk te zijn. Verwen je bloemen met wat lieve en persoonlijke groeten! Klink eens samen op je bloemen! Wees lief voor wie naast je wil bloeien!

maandag 8 augustus 2016

TINE ZIET (25): Bloemen

Geen zomer zonder zon of zonder bbq. Maar wat zou een zomer zijn zonder bloemen? Hoe mooi kleurt een straat, een tuin, een plein als er maar bloemen zijn? Deze zomer heb ik ervoor gekozen om extra oog te hebben voor hen. Zelf ben ik niet in de mogelijkheid om ze weelderig te laten groeien. Daar heb ik te weinig groene vingers voor. Wel ga ik ze in bloemenjurken bij mensen thuis roemen met een zelfgeschreven ode, want ze met taal bedanken voor hun komst, dat kan ik dan weer wél.

Vaak staan we te weinig stil bij bloemen. Ze komen er lang niet altijd spontaan. Dankzij De Wereldtuin is er bijvoorbeeld meer kleur rond het Vander Merschplein. Men zaaide lobelia’s en ‘deelde’ die eenmaal in bloei uit aan de buren van het plein. Wat een fris idee! Niet alleen komt hiermee meer kleur op straat. Meer bijen dus meer honing. Ook is er zoiets als samenhorigheid. Allemaal samen maakt men het plein fleuriger en bijgevolg de stad mooier.

Hoe verschillend al die bloemen allemaal zijn, hoef ik niet te vertellen. Zoveel soorten. Zoveel kleuren. En wat een aanbod aan geuren! Mochten jullie het al vergeten zijn, ga gerust eens in een bloemenwinkel langs en trakteer jezelf op een boeket. We mogen zelf ook eens in de bloemetjes worden gezet.  Want net als bloemen, mogen ook wij bloeien. We knappen er zo heerlijk van op. Net zoals er verschillende soorten bloemen zijn, zijn er ook variaties in mensen. Zoveel soorten. Zoveel kleuren. En wat een aanbod aan geuren!  Samenleven is een boeket maken, samen bloeien. Dat valt niet altijd mee. Wat als je moet samen bloeien met een soort die haat? Een variant die op het leven spuugt of katjes als voetbal gebruikt?

Het maakt ons allen wat verlept als we eraan denken. Of we denken te weinig na en zouden omhaal die bloem uit de vaas halen zonder te bedenken dat een boeket dan wat armtieriger wordt, de vaas wat armer. Sommigen worden al geknakt voordat ze de kans kregen om te bloeien.  Het is zo moeilijk. Het is een hele klus. Daarom alleen al, moeten we bloemen op onze blote knieën danken dat ze zo heerlijk fleurig bij ons willen bloeien. 

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 05/08/16)