vrijdag 8 augustus 2014

ZOMERZAND: DAG 42

Hoezee! Hoezee! Vandaag bracht de postbode een eerste brief voor mij mee! Dat was helaas niet de enige post die ik kreeg. Naast de enveloppe met de kwispelende vierpoters vond ik ook 'een aanslagbiljet inzake onroerende voorheffing'. Vrees niet, ik heb daar geen gemene dingen mee gedaan. Maar wat ik zeggen wou. Een enveloppe. Een enveloppe die is al cadeaupapier! Gulzig scheur ik die open. Zelfs die van het aanslagbiljet. Ik denk dan misschien onbewust dat ik een prijs win als ik de snelste ben met openen. Een fikse korting zou wel mooi zijn als beloning.  Maar die eerste brief! Die eerste handgeschreven brief! Ik maakte hem zo voorzichtig open dat hij perfect gelijmd kan worden teruggestuurd met het opschrift: 'Bestemmeling onbekend'. Maar dàt ga ik natuurlijk niet doen. Die brief. Die eerste brief verdiende zachte handen en geduld. En dat is mij, ongeduldig trappelend meisje van twaalf,  zowaar gelukt!

Geduld en het meisje. Dat loopt voor geen meter. Wachten is één van die dingen waarvoor ze geen brevet kreeg. Toch slaagt ze er meestal wel in te blijven zitten en zuchten. Of om veel te lang op één been te staan. Maar tijdens dat wachten ging er dan zoveel door haar heen, dat ze wellicht een maand ouder geworden is van al die activiteit in haar lijf. Het zal dus ongeduld zijn waar ze (veel te vroeg) aan zal sterven. Dat is nu al zeker. Wuif haar dan rustig na en zeg in de maat: 'Ga maar, ga maar. Al het wachten is voorbij. Voorbij.'

Ga ik dit nog doen? Ik weet niet of het vol te houden is met de brieven die ik nog zal krijgen. Ik zal het proberen. Voorzichtig. Beheerst. Maar bovenal heel teder. 





Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 41

Hier volgt iets tricky. Een bekentenis. Iets waar ik me eigenlijk voor schaam. Ik schreef het al eerder: ik heb het daten opgegeven. Maar in een uiterst zwak moment deed ik vandaag iets wat ik anders nooit zou doen. Ik downloadde een datingapp die Tinder heet. Tsss. Daar gaan we wéér. Noem het geen jagen. Of wanhoop. Eerder een kriebeltje aan mezelf om wat meer mijn eigen wereld uit te gluren. Ik amuseer me in die eigen wereld. Heb veel vrienden. Maar alleen is uiteindelijk maar alleen.  Tinder dus. Het is niet eens mijn ding. Ik zoek helemaal niet graag. Ik word liever gevonden. En nu moet ik met mijn wijsvinger de hele tijd over 'nope' wrijven. 'Nope'. 'Nope'. 'Nope'. Al meer dan vijftig keer. Soms een twijfelachtig hartje. Als die persoon dan toevallig ook een hartje voor mij aanveegde, hebben we een match en dan pas kunnen we chatten.  Vreemde wereld. Maar het is alvast de eerste keer in heel mijn leven dat ik het gevoel heb rijen mannen bij een eerste indruk te moeten afwijzen met één enkele veeg. Toch een beetje macht in al die zieligheid.  Brrr.

Het meisje durft het niet altijd toe te geven dat ze eigenlijk best soms eenzaam is. Want eenzaam klinkt als bejaard, muf behangpapier en kleffe koekjes. Als bezoek dat niet langskomt. Als tijd die bijna stil staat. Als een grijze lange baard. Het klinkt als verdriet. Als hopen stof. Verspilde wijn. Verzuurde melk. Ze kan zo uren verder gaan. Zo lang dat ze op den duur alleen maar eenzaam ziet. Maar het meest van al die tijd is ze het gelukkig niet.

Zal ik dit nog doen? Zucht. Ik wil dit al helemaal niet doen. Ik hoor niet op die dingen thuis. Maar ik zal het wellicht wel nog een keer proberen. Als het niets wordt. Tegen Kerst aan. Dan slaat het gevoel van dat meisje vast weer toe. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 40

Vandaag had ik eigenlijk geen dag willen noemen. Na een slapeloze nacht had ik me met moeite samen kunnen rapen. De trappen af. De trappen op. De trappen af. Douchen. Veel meer zat er niet in. Een dag waarop ik op mijn stoel en even op mijn bank geplakt was.  Twee brieven had ik te schrijven. Toen schreef ik een mailtje naar een Iraanse schrijver die daartoe opgeroepen had in zijn toneelstuk.  De mail gaat over konijnen en beren. Meer hoeft u daarover niet te weten. En dan bedacht ik: 'Ik doe het gewoon!' en schreef een mail in een harig soort van Engels naar de organisatoren van The Edinburgh Festival Fringe. Met een idee tot klein project dat ik daar zal uitvoeren als ik daar ben. Ik lichtte mijn klein bescheiden project toe en vroeg toestemming of het mocht. En of ik er hun virtuele platformen mocht voor gebruiken. 'Lef,' dacht ik, 'groeit niet aan de bomen.'

(Mijn idee? Kort. Maar minder harig. Het thema van het festival is 'Unboring'. Tijdens het festival ga ik gewoon als mezelf. Niet als attractie. Maar ik ga oproepen via Twitter en Facebook om mij daar ter plekke aan te spreken 'to unbore myself'. Sociale media gebruiken om mij wat extraverter op te stellen alleen op reis. Op zak ga ik een dobbelsteen hebben. Die krijgen ze van me. Naargelang de ogen van de dobbelsteen die ze werpen,  ga ik dingen doen, die ik anders nooit zo in een vreemd land zou durven. Die dingen laat ik hier nog even in het midden.  Maar ze zullen ook niet zo spectaculair zijn.) 

Het meisje zou zo graag wat vlotter praten. Zo in het begin. Na een tijdje lukt het als vanzelf. Maar die eerste uren met een ander zijn meestal zo introvert dat ze een erwtje wordt in dat gesprek. Een bolletje zwijgen zonder oogcontact. Kon ze maar wat meer een prei zijn. Of een wilgenboom. Maar nee, die eerste uren is zij een erwt, die vaak genadeloos wordt geplet.

Ga ik dit nog doen? Plannen broeien constant in mijn hoofd. De kans dat ik nog zoiets doe, is heel erg groot.

(UPDATE: twee dagen later krijg ik een fijne mail van de organisatie. Ze zijn laaiend enthousiast en zien het in hun programma passen. Ik mag ongestoord hun sociale media inpalmen. Nu MOET ik het wel doen. :-) )



Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 39

Omdat de taart van gisteren mislukt was, moest ik dus naar de bakker toe. Daar vind ik het altijd lastig in te schatten hoeveel gebakjes ik mijn gasten mag aanbieden zonder dat het overdadig lijkt, maar ook niet té berekend. Vier gebakjes dus voor twee personen. Natuurlijk waren er twee gebakjes te veel. Net als een koelkast vol met veel te veel. Normaal zou ik - als de gast vertrokken is - in dat zwarte gat van weer alleen - wel eens pogen om de restjes dessert naar binnen te stouwen. Maar dat bekomt me eigenlijk altijd slecht. Bovenop al  die restjes drank. Dus beloofde ik mezelf die stukjes weg te schenken. Dapperder dan je denkt, beste lezer! Gisteren schreef ik: ik eet niet veel taart. Maar in de nasleep van het gastvrouw spelen durf ik wel eens over bepaalde grenzen te gaan... De gebakjes bracht ik met de fiets naar een vriendin, die me er een derde van een fles cava voor in de plaats gaf. Dat is nog eens een ruil! Niet?

 Het meisje leerde al snel delen in haar leven. Dat moet als je onder broers en zussen samen bent. Dan deel je aandacht, zitplek, kleren, liefde en eten. Je krijgt genoeg. Je zeurt niet om een groter stuk als je de kleinste bent. Je deelt. Toen het meisje opeens in haar eentje was, leerde ze het delen af. Er was ook niemand om de stukje aan te geven. Tot ze zag dat er meer was dan broers en zus.  Dat er een hele wereld was die hoopte op een deeltje van de koek. Er is nog altijd samen. Er is nog altijd meer.

Zal ik dit nog doen? Natuurlijk! Alles beter dan weggooien. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.




















ZOMERZAND: DAG 38

Bezoek. Dan bak ik graag een cake. Maar weet je wat ik een probleem van cakedeeg vind? Dat is dat het zo kruimelt. Vandaag hoopte ik op minder kruimels dan de keer daarvoor. Wat ik niet verwachtte is dat er geen enkele kruimel van mijn cake te schrapen was. De cake was zwart en hard alsof ik er nog nooit één in mijn leven gebakken had. Dat komt ervan om minder kruimels in het beslag te denken...

Het meisje en taart. Meestal denkt men die twee samen. Alhoewel ze eigenlijk weinig taart achter de kiezen heeft en nog minder in de handen. Ze bakt het graag en eet het graag, maar niet overmatig. Teveel taart schaadt niet alleen wat mensen wel eens een lijn pogen te noemen. Het schaadt ook de smaak. Van taart moet zo nu en dan worden gegeten.  Dan is ze pas lekker. Dat is de enige gelijkenis tussen het meisje en de taart. Niet het schaden. Wel het lekkere. Met mate.

Ga ik dit nog doen? Tja. Zoiets doe je niet met opzet, denk ik toch altijd. Het zal me nog wel vaker overkomen. De lekkerste taart kan ook best een keertje niet te vreten zijn. Zelfs een taart heeft wel eens een slechte dag.



Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 37

Vandaag is zo'n zondag waarop je vrolijk wakker wordt en denkt: 'Tom Waits en koffie!' Een sigaret zou mooi  geweest zijn enkel voor de pose. Zo'n  zondag dus.  Er zou gewerkt moeten worden aan je mini-koertje, zoals het stilaan officieel is gaan heten. Want morgen krijg je bezoek dat van mooie dingen houdt en die koer van jou is aan verfraaiing toe. Spinnenwebben ruimen. Een schuurbeurt of drie. Een herschikking. Een beetje kleur. Nu moet je weten dat dat koertje heel erg klein is. Anders noemde ik het toch zelf niet eerst een mini-koer. Zo klein is het dat je er amper kan in draaien. Laat staan alles verplaatsen. Maar na het schrijven van mijn dagelijkse brief (ik hou stand), begin ik toch met iets van moed. En het resultaat is wel in orde, vind ik zelf. Ik kan nu ook niet toveren...



Het meisje houdt van gras. Van bloemen en geuren. Toch koos ze ervoor geen tuin te hebben omdat ze ooit een tuin had en die niet onderhouden kon. Dààr was ook geen beginnen aan. Twee verlengkabels had ze nodig voor de grasmachine en dan nog kwam ze niet toe. Stel je voor: wat een gedoe! Bobbels en bulten, vallend fruit en veel te nieuwsgierige buren. Nu ze geen tuin meer heeft, ontdekt ze dat ze toch wel naar iets soortgelijks verlangt. Ze kocht bloemen en planten. Echt en nep. Ze probeert haar kruidenpotjes niet te laten sterven en ze kleurde de muren zuiders geel. Is het genoeg? Bijlange niet. Maar een tuin. Een echte tuin? Nee, die wil ze eigenlijk nog altijd niet.

Ga ik dit nog doen? Ja. Dat spreekt. Steeds een beetje meer zoals het moet.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 36

Dit jaar had ik geen echte Theater Aan Zee-plannen. Wat op zich opmerkelijk is. Normaal is dat het eerste wat ik in mijn zomer plan. Dat had helemaal niets met het programma te maken, maar met iets in mijn lijf dat even genoeg had van Theater en Poëzie (want dat kreeg dit jaar ook een uitgebreid programma). Dat kan. Dat is geen schande. Kortom: er zat uiteindelijk teveel vertraging op het reserveren. En tegen dat ik dan toch weer zin had: was het meeste wat ik had willen zien al uitverkocht. Toch liet ik me op (met plezier hoor) optrommelen om mee te gaan naar een voorstelling van een vriendin van een vriend. Op een Provinciaal Domein. Buiten. In de vlakke zon. Het was een boeiende voorstelling. Maar dit stukje wil geen recensie zijn. Eerder het verslag van mijn heldhaftigheid. Ik voelde de bui al hangen toen ik in de verte keek: grote metalen paarden. Genoeg voor iedereen in het publiek één. En inderdaad: als sluitstuk moesten wij op stuk voor stuk op een metalen hobbelpaard kruipen van twee meter hoog. Zonder trapje. Omhoog. Dat ging nog. Wonderbaarlijk voor iemand die de bok niet eens over geraakte. Zelfs niet in slow motion.  Terwijl ik op de rug van het schommelpaard zat, kon ik mijn aandacht niet meer bij de voorstelling houden. Ik dacht alleen maar: 'Hoe geraak ik hier af? Met mijn bokkenpootjes en mijn gebrek aan soepelheid?' Ik zweette niet alleen door de zon. Enfin: uiteindelijk hebben die vriend en iemand uit het publiek me geassisteerd om zonder kleerscheuren af te kunnen stijgen. De schrik werd doorgespoeld. En toen we uren later naar huis reden, zonder paard, dat spreekt, hadden we nog twee extra voorstellingen kunnen meepikken die minder acrobatie van me verlangden. Maar mijn dijen deden nog twee dagen zeer. Alsof ik niet alleen in gedachten op een echt paard gezeten had. Nooit meer.

Het meisje heeft het niet zo voor paarden. Behalve zee- en stokpaardjes dan.  De dag dat ze toch een paard op moest, zal ze niet zo licht vergeten. Eenmaal op de rug moest ze zo zweten dat het paard de sporen nam. Het sloeg op hol. De duinen in. Ze werden geen van beiden ooit terug gezien. Zweten op een paard is dus te vermijden.

Ga ik dit nog doen? Ik vrees van niet.  Maar de kans dat dit nog een keertje moet, is zo klein dat het dan wellicht één of andere déjà vu zal zijn. 

(Gelukkig geen foto van mij op dat paard. Om aan te tonen hoe hoog het werkelijk was, kijk maar eens naar onderstaande afbeelding uit de krant.)



Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 35

'Vijf' rijmt niet voor niets op 'Wijf'. Denk ik. Toen ik me vandaag voor de beeldbuis plantte voor Zender Vijf, bedacht ik mezelf in pyjama voor de buis met een grote bak ijs. Even ter verduidelijking: ik zat niet in pyjama en ik had geen grote bak ijs... Echt niet. Ik besloot eens lekker Bridget Jones te zijn. Na elkaar waren er een stuk of vier melige programma's. Vond ik. Het ergste was een John Travolta die als engel Michaël een hond weer levend maakte. Ik heb het met grote ogen aangezien. En dan het besef: zelfs met al die potten crème nog geen volleerd wijfje te zijn. 

Het meisje hield eigenlijk altijd al van loom televisiekijken. Alleen was daar nooit echt veel mogelijkheid toe. Want ze had maar twee zenders die af en toe op het scherm verschenen als de antenne niet in staking was.
Daarenboven moest ze altijd naar bed voor de grootste pret begon. Dat kon ze altijd horen boven, als de anderen weer tot in haar bed moesten lachen. Nu kan ze het als ze het wil. Zittend.  Loom en lui. Onbeweeglijk. Niets om erg gelukkig van te worden. Maar in gedachten leeg te kunnen lopen tot een niets. Een niemand. Een onbenul. En merken dat het op het scherm nog erger is. Dat je nog de beste van de nietsen bent. Dat is iedereen wel eens gegund.

Zal ik dit nog doen? Ja. Ongetwijfeld. Zoiets gebeurt in vlagen. Gelukkig niet alle dagen.


Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 34

Vandaag stond ik een winkel waar je altijd tegen betaling verrassende voordeligheden kan halen. In de aanbieding waren dag- en nachtcrème van een product dat ik alleen van in de reclames ken, Meestal zijn die vrouwen die het daar demonstreren jong en mooi en ongelofelijk glad. Omdat ik de raad gekregen had om ook eens wat aan mijn gezicht te doen, bedacht ik dat het nu wel kon. Zo verrassend voordelig. Dag en Nacht! En eentje aan de halve prijs! Dat scheelt een pak. Dagcrème kocht ik al. Maar gebruikte ik wekelijks. Zelfs soms maandelijks. En natuurlijk zag ik dan ook geen verschil. Nu  wel veel duurder. Smeren ga ik voortaan doen. 's Ochtens. 's Avonds. Ik ben nu al zo woestaantrekkelijk, maar met die crèmes word ik vast niet te weerstaan.

Het meisje lijkt soms een kop te hebben. Maar men zegt veel liever 'hoofd.'. Een hoofd dat ze er niet kan afschroeven. Ze zou het wel kunnen ruilen, denkt ze. Tegenwoordig kan je je hele lijf al voor een ander kwijt. Maar dat kan niet zonder rijke man. Waarom zou ze ook? Ruilen is vaak iets anders krijgen. Iets wat behoorlijk slecht kan zitten.  Te ruim. Te smal. Te grijs. Dan maar beter die eigenheid behouden. Extra in de watten leggen. Van jezelf is er maar één.

Zal ik dit nog doen? Wellicht wel. Het is een beetje verslavend dat smeren. Voortaan als ik uit logeren ga, neem ik twee extra potten mee.

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 33

Vroeger schreef ik 's zomers pakken brieven. Op zelfgemaakt briefpapier. Op WC-papier. Op wit papier dat ik dan deskundig in scheve puzzelstukjes verknipte. Er was nog geen computer. Enkel een tikmachine met een lint. Er was nog geen gsm. Als je een vriendin wou ontmoeten moest je eerst haar telefoonnummer opzoeken in een heel dik boek. Elke middag stond ik trouw aan de brievenbus te wachten op de postbode die dan af en toe een brief voor me in ruil had. Een minstens even gekke brief. Of een iets minder vrolijke. Maar echt saai zijn zelfgeschreven brieven nooit. In een vlaag van nostalgie bedacht ik vandaag dat ik elke dag van augustus minstens één brief zou moeten schrijven. Met de hand. In vulpen. Al was het maar om weer dat schrijven aan te leren. En om weer als vanouds op wacht te kunnen staan. Op een antwoord. Op een verwennerijtje van papier.

Het meisje houdt van brieven die met de hand gekriebeld zijn. Maar zelf kriebelt ze tegenwoordig alleen maar boodschappenlijstjes. 'Lieve winkel,' schrijft ze dan. 'Mag ik alsjeblieft drie zakken kattenbakkenvulling? Ook heel graag zes flesjes bier. Doe er ook maar blokjes kaas bij. En een nieuwe tandenborstel. Als het niet teveel moeite is, had ik ook graag een broodje voor in de oven. En een zestal appeltjes om heerlijk in te bijten. Mag het, alsjeblieft?' Maar op het lijstje kan ze enkel 'kattenbaknvllng, bier (6), bl kaas, tandenborst, br ovn en appel 6' lezen. Ze krabbelt lieve briefjes tot onleesbare bevelen.

Ga ik dit nog doen? Ja! Brieven schrijven zou een nationale sport moeten zijn!  

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 32

Huisruil. Wie kent het niet? Meestal ruilen mensen van huizen om een land. Verandering van lucht. Ik ken huizenruil tot nu toe van horen zeggen. Het leek me onmogelijk dat iemand me dat ooit zou kunnen voorstellen: 'Hé, gaan wij eens een paar nachten van huizen ruilen?' Maar het onmogelijke deed zich toch voor. Een vroegere huisgenote (ze kent mijn zin voor orde dus) wou graag met haar man mijn huis bewonen. Twee nachtjes maar. Twee nachtjes maar? Voor mij bijzonder wel. Alsof het een maand betreft. Want wie je in je huis laat wonen, ziet elk hoekje van je huis. Vandaag maakte ik een lijstje op met bijzonderheden van mijn huis. Een soort praktisch huishoudelijk reglement. Wat een uitdaging voor mij (wie mij persoonlijk kent, zal dit zeker weten) ! Na dit werk (als het huizenruilen meevalt) mag het misschien nog een keer... Misschien wel graag. Kom,  logeer enkele dagen in Menen, terwijl ik de bladeren uit uw zwembad haal of liedjes voor uw vogelspin kweel. 

Het meisje kent haar huis. Ontzettend goed. In haar huis is ze eigenlijk het liefst alleen. Niet alleen omdat gasten dan haar rommel zien. Maar ook omdat haar huis best wel eigen is. Zo eigen als haar lade onderbroeken. Maar ze kan best wel zonder huis. Voor even. Wat als een ander haar huisje op de schouders neemt? Voor net zo even. Past het dan nog als ze terug over de deurmat stapt? Vast wel. Een huis hecht zich enkel aan de schouder van wie een thuis in het wil zien.

Ga ik dit nog doen? Dat kan ik pas weten als de huisruil afgelopen is. Nu werden enkele plannen gemaakt en lijstjes. 

Meer info over deze rubriek? Klik hier.

ZOMERZAND: DAG 31

Volgende uitdaging kwam gewoon op mijn weg. Spontaan. Samen met een vriendin zat ik een restaurantje te eten. Op een gegeven moment moest ze naar het toilet en toen ze terugkwam zei ze: 'Dit geloof je niet! Er zit een poedel naast het toilet!' Natuurlijk geloofde ik dat niet. Langs één kant wou ik dat wel met mijn ogen zien, maar aan de andere kant, dacht ik toch: 'Plassen naast een poedel doe ik liever niet.'  Natuurlijk moest ik na enkele glazen wijn en water - natuurlijk! - ook naar het toilet. Angstig schoof ik langs de toonbank naar het toilet. Ik opende de deur en inderdaad: tegenover de pot stond een rode polyesteren poedel. Gelukkig! Hij leefde niet! Wat niet leeft kan ook niet bijten. Maar ik weet niet of jij dit al deed: oog in oog met een beest urineren is toch wel wat intimiderend. Zeker als het niet verpinkt.

Het meisje doet  ook dingen die alle meisjes ook moeten doen. Ademen bijvoorbeeld. Of slapen. Eten en drinken. Maar natuurlijk doet ze ook zoiets dagdagelijks als plasjes maken. Anders zou ze geen levend wezen zijn. Over plasjes wordt in het algemeen gezwegen. Plasjes zijn privé. Zo privé dat ze in bijna geen enkel boek of film voorkomen. Tenzij in een uitzonderlijk nood. En meestal als plasjes mannelijk zijn.
Dat schijnt grappiger te zijn. In elk geval: plasjes maken doen meisjes liever alleen. Soms met andere meisjes voor de deur. Oog in oog plassen meisjes liever niet. Zelfs niet met een hond.

Ga ik dit nog doen? Het eten was lekker daar. Het restaurant is ook niet eens zo ver van de deur. Het is het einde van de wereld niet. Maar wel een beetje vreemd...

Meer info over deze rubriek? Klik hier.