dinsdag 26 mei 2009

Onbekend Bemind

Zelf weet ze wat het is: luiheid. Dikke vette luiheid in een zetel. Of in bad. Of op een bed. Ze neemt het regelmatig zelf op schoot. Dat is te merken aan de afwas. Of aan de stapels stof vooral in hoeken. Of papierwerk dat zich ophoopt tot de uiterste inzenddatum. Kortom: begrip voor luiheid is een feit.

Maar wat ze niet begrijpt is dit: complete luiheid voor het onbekende. Typisch iets voor deze tijd. Wat men niet kent, beweegt niet eens een spier. Niet eens een neus die krult. Niet eens een bal die lonkt. Liever is men thuis met wie men kent, dan met de trein naar richting onbekend. Liever ziet men acteurs uit de televisie. Liever hoort men live zijn eigen CD's.

Zelf noemt Tany zich geen groot avonturier. Ze is bijvoorbeeld doodsbenauwd voor luide donder. Maar ze durft zo nu en dan iets aan. En oké, lang niet altijd volgt dan "waw!" maar wat ze deed maakt altijd anders.

Zo zat ze zelf op zondag met een ongelooflijk warm gevoel. Een adembenemend concert om met zeven mensen maar te delen. Een groot stuk onbekende muzikale taart voor een kleine groep bewaard. Lekker! Maar omdat ze zelf organiseerde, dacht ze aan iedereen die luiheid prefereerde en kromp ze weg tot in de teen van die kleine man die ook vanavond tot zijn vrouw zal zeggen: "Ik wil hier weg. Er is hier niets te doen." In zijn droom boekt hij dan een reis naar piramides die hij uit een boek herkent.

Ook om je heen is er altijd vakantie. Als je maar durft. Als je maar doet. Als je maar eens af en toe - dorie! - verder dan het bekende zoekt.

maandag 18 mei 2009

Het was alweer eens veel te lang geleden.
Een blos. Een bloos. Zonder iets meer te hoeven wezen.

zaterdag 9 mei 2009

Badmuts

Geef toe: relaxeren in een warm schuimend bad is niet makkelijk als je achtergrondmuziek blijft hangen op één Wim Mertens-toon.

En toch bleef ze halsstarrig in het sop. "Ontspan! Ontspan!"
Bijna haalde ze het van Wim. Hij schoot weer verder. Maar toch. Maar toch. Opnieuw een hanger op een extra hoge noot. Ze bleef koppig schrobben in de tobbe. Ontweek die ontzettend irritante do. Blies als meisje weer wat bellen in het water. Weekte vieze dingen schoon. Kneep haar neus dicht en liet niets meer van haar lichaam droog.

Niet lang. Genoeg om te merken dat het bad niet echt warm was. Het schuim niet langer schuim. De huid weer zijdezacht. Maar wat een bulten-opwekkende toon!
Met de handdoek bijna om je lijf ga je je cd-speler te lijf en na het relaxeren moet je weer tien minuten met groene thee kalmeren. Maar ooooo, wat geur je mooi!

dinsdag 5 mei 2009

Mysterie

Eerst en vooral: Tany houdt niet van meisjes in een roze jurk. Meisjes in het roze zijn gemeen en vals. Zelfs als staan ze hand in hand. Feeksjes zijn het. Kleine heksen.

Ten tweede: Tany is geen kenner van hedendaagse dansbewegingen. Meer nog: ze is de ware leek.

Ten derde: Tany is momenteel bezeten door de muziek van Jóhann Jóhannsson. Hype of niet: die muziek maakt haar tenen weker.

En dan zit ze daar in een cultureel centrum. Het zit niet eens halfvol. Ze zit dan ook nog op de tweede rij. Letterlijk aan voeten.
Twee vrouwen in roze jurkjes zingen zeemzoet in de oren. IJslandse muziekgod aan haar linkerzij. De zaal lijkt weg te smelten.

Maar dan in enen: HOP! Daar vliegen ze op. Die meisjes van weleer. Beesten. Zombies. Trollen. Lijken. Al gauw merkt Tany dat dansen ook met ogen kan. Dat zij zelfs dansen met hun keel. En dat dit dansen niet voor mietjes is. Meer nog: ze zou het met haar plompe lijf ook willen proberen. Niet dat ze het kan. Maar ze voelt de drang tot in haar schenen.

De zaal is niet als zij. Houdt niet van gekrijs. De buurman aan de rechterzij stopt zijn vingers in zijn oren. Een paar mensen verlaten geschokt de zaal. Maar wie blijft horen, hoort passioneel.

Hoogtepunt voor Tany is de metalsong voor Annie. Metal klinkt opeens heel zoet. En ze was nog zo gewaarschuwd met een "Hou je hart vast." Maar hoe van slag kan je zijn? Wat een adem! Dat ze vlak voor de koele blote bast van Jóhann Jóhannsson zat en hem niet eens wou aanraken met een hand. Maar dat ze dacht, zo op de tast: "Mijn huid is niet bij mij. Mijn vel hangt in de lucht. Mijn hart erbij."

En na een zwak applausje van het volk, keerde het vel terug tot bij een glasje rode wijn. Wie zweeg, steeg uit, zeeg neer, wou meer.

TINE ZIET (196): Kerstgevoel

Hoewel het paard van Sinterklaas nog maar vers uit Belgenland verdwenen is, waaien de wapperende kerstmannetjes alweer olijk aan de ramen. ...