dinsdag 12 november 2019

TINE ZIET (192): Flatterend

Tijdens de herfstvakantie liet ik me verrassen door de zus van een vriendin die een reisje voor ons boekte naar Vilnius. Het was een fijne tijd waarin kleurige herfstbladeren welig tierden. Eén van de activiteiten die we in de hoofdstad van Litouwen deden was samen naar de kapper gaan. Ik kan het iedereen van harte aanbevelen: je haar laten knippen in een andere taal doet een schaar toch anders zingen. Na anderhalf uur werk aan mijn kapsel, zag ik er verrassend anders uit. Een foto van het resultaat op sociale media lokte heel wat likes en positieve reacties uit. Zelf ben ik nooit langer dan een kwartier aan mijn kapsel bezig. Soms ga ik zelfs met nat haar de straat op. Als ik zelf meer aandacht in dat brushen zou steken, kreeg ik misschien in het ware leven ook meer hartjes in mijn schoot geworpen.

Diezelfde week kwam er een vriendin fotograaf langs voor een fotoshoot. Ze wou een echte Tine. Zonder foundation en zonder speciale snit. Eentje die in haar badjas op de badrand zit. Ernstig. Zonder kunstmatig licht. Met als klein detail een weegschaal aan mijn blote tenen. Ik vond het resultaat mooi, maar bijzonder bevreemdend. Omdat ik ook deze kant van me wou delen, plaatste ik die foto ook online.  Zelfs al is er behalve mijn been weinig naakt te zien: zo bloot postte ik mezelf nog nooit. Ik hoorde een vriendin zeggen dat het een weinig flatterende foto is. Dat klopt: ik sta er gewoon op zoals ik meestal wel ben. Hoe ik ’s morgens opsta of hoe ik thuis ben.

Het vraagt tegenwoordig om veel dapperheid: je te tonen zoals je werkelijk bent. Filters worden je in de handen gedrukt. De hele maatschappij draait om je mooier te modelleren. Met allerlei truukjes kom je ook met jouw lijf in de het juiste licht. En lukt het niet met make-up, shapewear, fitness, plastische chirurgie, een brushing van anderhalf uur, ... is er altijd nog fotoshop. Pas op: ik doe me zelf ook graag wat mooier voor. Het is fijn om te horen dat je er goed uitziet. Maar om een of andere reden doen die duimpjes onder die ene echte foto mij zoveel meer.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 08/11/19)


maandag 4 november 2019

TINE ZIET (191): Er was eens


Het is weer volop chrysantentijd. Hoewel ik dat absoluut geen mooie bloemen vind, koester ik warme herinneringen aan die tijd waarin we warme herinneringen koesteren. Ik veronderstel dat dit niet puur aan mijn katholieke opvoeding ligt. Zelf personen die geen kerkhofbezoekers zijn, blikken bij het vallen van het blad terug naar wie er was.

Gisteren zag ik een mevrouw een brandweerhelm aan de oprit van de autosnelweg oppoetsen ter herinnering van een verongelukte held. Ook ging ik zelf met mijn moeder naar het kerkhof met een zware bak zelfgekweekte chrysanten omdat ze dat ding onmogelijk met de fiets tot bij mijn vader kon brengen. Het was een en al bedrijvigheid op de begraafplaats. Plaatjes met verse doden werden aangeschroefd en zerken werden afgeborsteld. Om de bak goed te plaatsen, moest ik op de zerk gaan staan. Iets wat ik eigenlijk liever niet doe. Ook al voelt hij daar natuurlijk niets meer van. In mijn meest gruwelijke fantasie zak ik door de aarde weg of trekt een arm me opeens naar beneden. Dat komt ervan als je te veel boeken leest. Mijn moeder aait ook nog gewoon steeds de steen onder het mom van ‘een beetje afvegen’.

Is het omdat het vroeger donker wordt dat we denken aan wat voorgoed verdween? Omdat het duister zwaarder weegt?  Of omdat wie dood is, ook niet meer wordt gezien? Doden spelen een vorm van verstoppertje waarin ze af en toe worden teruggevonden om daarna weer om een hoekje te verdwijnen. Het is goed om het spel te blijven spelen en ze af en toe nog eens te zoeken. In een fotoalbum of een oude brief. Het hoeft niet eens bij een steen of bij een monument. Gisterenavond laat ging ik bijvoorbeeld pita eten naast de plek waar mijn eerste liefje ooit woonde. Omdat hij niet op een specifieke plaats begraven of uitgestrooid is, blijft hij namelijk overal waar hij ooit was. Ik at terwijl ik aan hem dacht en denkbeeldig zwaaide. Stukken minder romantisch dan een pot chrysanten. Maar dood blijft altijd droef.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 31/10/19)

zaterdag 26 oktober 2019

TINE ZIET (190): Vuur


Als kind al had ik een fascinatie voor vuur. Ik hield ervan piepkleine papiertjes in brand te steken, te prutsen met warme was en mijn vingers door de vlam van een brandende kaars te halen. Vlammen zijn machtig om naar te kijken. Daarenboven zijn ze ook nog eens lekker warm. Het maakt mij stil en gloeiend. Net als naast de zee voel ik me onbeholpen klein naast een groot vuur. Meer nog dan letterlijk vuur, heb ik een ontzettende boon voor mensen met vuur dat uit alle poriën gutst.

Zondag had ik de kans om heel dicht te zitten voor het vuurritueel op het Leie-eiland. De hevige vlammen onthulden een nieuw kunstwerk van Johan Tahon: een getormenteerde torso. Het moment dat het torso uit de vlammen tevoorschijn kwam, was ronduit magisch te noemen. Dit op de diepe duistere tonen van Amenra. Eerder had de intense stem van Lingua Ignota me al gegrepen.

Het is ronduit memorabel dat een dergelijk event kan plaatsvinden in onze stad. Er zullen natuurlijk klagers zijn, die zijn er altijd. Eerlijk is eerlijk: ik kende Amenra amper. Ik hoorde wel al eens een paar nummers. Maar ik had me nog niet eerder in de unieke sfeer gewenteld. Ook de tentoonstelling ‘Het Gloren’ biedt een mooie inkijk in de gitzwarte ziel van de groep. De dag daarvoor hoorde ik de groep voor het eerst live in de Sint-Franciscuskerk voor een akoestische setting. Het raakte me allemaal erg diep. Ik ben nu nog meer benieuwd naar het vervolg op 20 en 21 december. Want ook dan zullen Amenrafans van heinde en verre onze stad opzoeken voor unieke optredens.

‘Die Kroone’ was er niet gekomen zonder de passie, de volharding en de inzet van Chiel Vandenberghe, directeur van ons cultureel centrum. Door dergelijke organisaties zet hij Menen op een kaart die niet makkelijk valt te evenaren. Zonder afbreuk te willen doen aan zijn voorgangers, zou ik er toch graag voor ijveren dat hij op een dag ook zo’n standbeeld krijgt dat ook door gretige vurige tongen wordt gelikt. Zijn gloed doet ons goed.  

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 25/10/19)

maandag 21 oktober 2019

TINE ZIET (189): Buiten


Hoewel de herfst duidelijk in het land is, probeer ik me met alle macht naar buiten te krijgen. Opladen noem ik het. Herfst opsnuiven. Het scheelt dat ik nu een kleurrijke paraplu heb, een goede wind- en regenjas en een stevig paar wandelschoenen. Al heb ik die natuurlijk niet altijd bij me. Zondag lieten mijn gezelschap en ik ons verrassen door een felle regenbui in Wervik. Zo eentje waar geen enkele paraplu tegen opgewassen is. We hadden er een wandeling op De Balokken en een fijn bezoek aan het Tabaksmuseum opzitten en we stapten na een bezoekje aan ‘In Den Grooten Moriaen’ in de gutsende regen naar buiten. We lieten het niet aan ons hart komen en bestelden dan nog maar een drankje.

Het is een valkuil waar we veel te vaak met z’n allen in trappen. Als het miezert, miezeren we mee. Als het stormt, razen onze gedachten ook vliegensvlug rondjes in ons hoofd. Pas als de zon schijnt, stralen we. Het gaat vanzelf. Moeiteloos. Waarom is zingen en dansen in de regen een opgave? In de douche doen velen het spontaan. Omdat kleren eenmaal ze nat zijn, opeens niet zo aangenaam meer aanvoelen. Dat het ook heel erg lang duurt voordat ze weer droog zijn. Omdat we ziek worden van regen maar niet van een warme douche. Omdat het leven geen film is.

Ook dit weekend is er weinig reden om binnen te blijven. Wie na dit weekend durft te beweren dat er niets te beleven valt in Menen, mag gerust eens naar de oogarts gaan met mijn groeten. Echt waar! Er is zondag jaarmarkt met hondenzegening. We kunnen weer bij lokale kunstenaars gaan gluren tijdens ‘Buren bij Kunstenaars’, vanaf vrijdag zijn er kunstwerken van o.a. Berlinde De Bruyckere en Michaël Borremans te spotten in de tentoonstelling ‘’Het Gloren’ en daarnaast zal Menen dit volle weekend overspoeld worden door Amenra-fans uit het hele land die met volle overgave in het programma van CC De Steiger zullen duiken. En dan vergeet ik misschien zelfs nog wat dingen.
En dat het regent? Foert!

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 18/10/19)

maandag 14 oktober 2019

TINE ZIET (188): Stinky


Voor kinderen zijn ze heel wat, maar voor juffen zijn ze een ware plaag: die piepkleine emoji’s uit een niet nader te noemen warenhuis. Vooreerst passen ze te perfect in een broekzak. Daarnaast vallen ze ook te gemakkelijk uit diezelfde broekzak. En hoe kan je dan in godsnaam bewijzen in welke broekzak die dingen nu het eerst zaten?

Ik schets jullie het volgende verhaal: een leerling van elf is superenthousiast met zijn ‘lama’. Zo enthousiast dat hij erbij gaat kwispelen. En dan ineens verliest hij die ‘lama’. Een klasgenoot heeft warempel plots een ‘lama’ in zijn collectie en houdt voet bij stuk dat die hem €15 gekost heeft. Als ik hem ernaar vraag of hij dat wel zeker is, gaat hij huilen. De ander huilt omdat hij ervan overtuigd is dat het zijn exemplaar is. Wat hoort een juf dan te doen? De bewuste lama in twee delen? Enkele weken geleden verloor een andere leerling in de klas zijn gehele collectie van wel meer dan 8 exemplaren. 

Het lijkt een futiliteit, maar voor die kinderen is dat dat dus niet het geval. Als ik denk aan mijn vroegere stickercollectie van Panini, weet ik dat ik dit ook heel erg serieus nam. Het is investeren en sparen. Ook het onderhandelen om te ruilen is niet te onderschatten: een collectie geeft je een eerste vorm van macht. “Stinky, het lachend kakske voor een Larry, de lama en een Spooky, het spookje? Wie biedt meer?”

Het is een stinky business die beter niet op een speelplaats of in een klas wordt gevoerd. Ik neem mijn aandelen toch ook niet mee naar mijn werk (mocht ik die al hebben). En wat gezegd met leerlingen die uit de boot vallen omdat ze niet naar dat warenhuis gaan of ouders hebben die niet eens aan €15 per aankoopschijf geraken?

Nee, hou die plakkerige minuscule emoji’s voor op een bankje in het park of aan een voordeur. Hou de ruilhandel discreet. Val er toch geen juffen en meesters mee lastig. En bovenal: als je ze graag ziet, stop ze dan achter slot en grendel of in een kluis. Of gewoon simpel: lama thuis!

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 11/10/19)


maandag 7 oktober 2019

TINE ZIET (187): Deurbel


Vorige week sliep ik na een hele periode van woelige slaap eindelijk nog eens door. Terwijl ik anders gewekt word door geluiden achter mijn muren en de vuilniswagen op dinsdag, schrok ik wakker van mijn deurbel. Het bleek al na 9u te zijn en zoals gewoonlijk als de deurbel in pyjama weerklinkt, bleef ik koppig in bed liggen. Het bleef niet bij één keer. Er werd nog een viertal keer gedrukt, zodat ik mezelf genoodzaakt zag om uit mijn bed te stappen, kleren boven mijn pyjama aan te trekken en naar beneden te gaan met allerlei rampscenario’s in mijn hoofd. Toen ik de deur warrig opende, zag ik niemand staan. Wat ik wel meteen opmerkte, was dat mijn deurbel verdwenen was.

Mijn deurbel is er eentje voor sukkels die niet kunnen klussen. Bij veel alleenstaande vrouwen een succes. Een plug-in zoals dat heet. Aan je gevel hang je met stevige dubbelzijdige plakband een deurbel met batterij die in verbinding staat met een bakje in het stopcontact. Geen boormachines, draadjes of andere apparatuur komt eraan te pas. Die dingen zijn niet goedkoop. Omdat ik deurbellen vaak opdringerig vind klinken, had ik een jazzy riedeltje ingesteld waar ik instavrolijk van werd. En nu was die dus zomaar weg!

Zouden er dan echt deurbeldieven bestaan? Mensen die aan de voordeur van mensen gaan staan, bellen en denken: “Met dit geluidje zou ik ook wel eens willen wakker worden?”, vervolgens de deurbel lospeuteren, in de jaszak steken en fluitend naar een volgend slachtoffer gaan? Of was ik het slachtoffer geworden van een luie belletje-trekker die het idee dat ik voor niets de deur moest openen om de schuddebuiken vond en dat nu vanaf op veilige afstand - zonder weg te moeten lopen – kon bereiken?

Mijn vertrouwen in de mensheid kreeg op dat moment alweer een chagrijnig deukje en ik miste op slag mijn vrolijke welluidende bel. Lezers zijn bij deze gewaarschuwd: check op tijd en stond eens de fixatie van je vaak verwaarloosde makker. En aan wie de bel vond: gebruik ze maar wel!

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 04/10/19)

dinsdag 1 oktober 2019

TINE ZIET (186): Shoppingschaamte


Ik beken: ik koop veel online. Alhoewel dat dat ongetwijfeld wel meevalt, sta ik dikwijls aan te schuiven in het postkantoor om te zeggen: “Het is voor een pakje.” in plaats van postzegels te vragen. Bijna altijd betreft het kledij. Als ik dan naar huis wandel met mijn doosje of mijn zakje, passeer ik dan winkels waar ik eigenlijk misschien ook iets had kunnen kopen als de schepper me niet van mijn postuur had voorzien. Ik weet het: er zijn winkels waar mijn vormen geen hindernis vormen aan het pashokje.

Ik herinner me nog goed dat ik voor het eerst een winkel voor ‘grote maten’ binnenstapte. Het was enkele dagen nadat mijn vader was overleden en ik dringend en onverwacht op zoek moest naar nieuwe begrafeniskledij. Ik leefde die dagen onder een stolp en had absoluut geen zin om een zestal winkels binnen te stappen om te horen dat ze mijn maat daar niet hadden. Dus ik stapte met mijn zus resoluut de enige winkel in het shoppingcentrum binnen waar ik zonder blozen mijn kledingmaat kon verklappen. Helaas voor mij hadden ze in wintertijd vooral felroze tunieken en fleurige asymmetrische jurken. Toch was er één zwarte linnen broek die door de beugel kon. Gelukkig. Hoewel linnen niet echt mijn ding is en te zomers om in te rouwen.

Ik geloof dat ik daarna de onlineknop heb gezocht. Het is buitengewoon vernederend om in vrolijke aanlokkelijke winkels almaar het deksel op de neus te krijgen. Ik ben altijd het buitenbeentje. Dat is trouwens ook één van de redenen waarom ik nooit vrolijk met vriendinnen ga shoppen.  Ik zoek liever in stilte en in mijn eentje. Zonder schaamrood. Ik kan mijn lichaam altijd goed inschatten en doe zelden een miskoop.

Aangezien goed diëten traag werkt en sporten vermoeiend is, vraag ik me af of ik zelfstandigen moet steunen door langs de plastische chirurg te gaan. Want eigenlijk wil ik het wel hoor: lokaal kopen in plaats van online. Wie opent er een boetiek in mijn buurt waar ik zorgeloos in mijn blootje kan staan? 

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen in extra gratis Shoppingeditie)

TINE ZIET (192): Flatterend

Tijdens de herfstvakantie liet ik me verrassen door de zus van een vriendin die een reisje voor ons boekte naar Vilnius. Het was een fijne t...