dinsdag 25 april 2017

TINE ZIET (63): Beiaard

Als de wind goed zit, kan ik hem tot in mijn huisje horen: de beiaard. Elk kwartier strooit die een klein liedje uit over onze stad. Ooit vroeg ik aan onze burgemeester of zij het was, die de liedjes koos. Dat was vooral omdat ik wilde weten wie in er in godsnaam Miley Cyrus in de lijst had gezet. Ze vertelde me dat ze daar voor niets tussen zat. Afgelopen dagen las ik dat wij een top drie mogen insturen met nieuwe beiaardsuggesties. Natuurlijk nam ik al deel. Want ik wil die naakte meid aan haar ‘wrecking ball’ eindelijk eens uit mijn vizier kwijt.

Ik ben benieuwd of er veel inzendingen zullen zijn. Ik gok dat sommige bewoners de beiaard niet eens meer horen. Als iets er altijd is, wordt het gewoonte. Vandaar dat nieuwe nummers wel eens mogen. We zullen in de zomer liedjes horen die we zelf hebben gekozen. Een Rammstein zou eens mooi zijn. Of een walsje van Strauss. Of waarom niet een liedje van K3? Een fragment uit de Carmina Burana? Stuur gerust je suggesties in! Hoe gevarieerder, hoe beter! Stadbeiaardier Wim Berteloot zal het er mooi druk mee hebben om al die 49 klokkken te temmen…

Dit weekend is er Erfgoeddag. Word er nog naar erfgoed omgekeken? Zorgen wij nog wel voor wat er al zo lang was? Is er nog interesse voor wat oud is, in een wereld waarin alles nieuw en beter moet? Ik hoop van wel. Geschiedenis is veel meer dan een verzameling aan oude stenen. Dat doet mij eraan herinneren: ooit moet ik het Belfort eens op. Ik begin alvast te oefenen op mijn eigen trap. En als ik dan boven ben, met zicht op deze stad, mijn eigen hit te horen. Ja! Challenge accepted! Mijn kuiten en ik, wij kunnen dat!

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 21/04/17)

maandag 17 april 2017

TINE ZIET (62): Buiten

De ramen kunnen weer open. De terrasstoelen zijn opgesteld en de BBQ is al in gebruik genomen. Lenteweer is buitenweer! Zelfs de kuiten mogen eindelijk nog eens om aandacht vragen. Persoonlijk liet ik enkel mijn armen al uit. De rest van mijn lijf moet nog een beetje geduld hebben.

Het valt mij altijd op dat buitenlucht een mens veel meer glimlachen en stralen doet. Bovenal maakt het ook de tongen losser. Of zou dat aan feit liggen dat de zon alcohol rijkelijker laat vloeien?  Zondag klom ik nog eens op mijn ijzeren ros. Terwijl velen aan hun scherm gekluisterd zaten voor de allerlaatste rit van Tom Boonen, waagde ik me aan mijn eigen kleine koers. Na de Lauwse kasseien beloonde ik mezelf op een terrasje. Achter mij zat een vooral vrouwelijk gezelschap luidruchtig aan de cava. Zonder schroom hadden ze het over een categorie mannen die de term ‘speelgoed’ verdiende. Of ze beseften dat anderen ook konden horen hoelang een voorspel gemiddeld dient te duren, weet ik niet. Ik ben geen luistervink, maar door het aantal decibels dat ze produceerden, lag ik bij wijze van spreken ook een beetje in hun bed.

Ik ergerde me niet aan hun gesprek: integendeel ik verkneukelde me erom. Het deed me wel bedenken dat ik het zelf misschien te weinig besef dat anderen mij ook kunnen horen. Dat sommige koppels in restaurants of op terrasjes misschien daarom gewoon zwijgend eten of drinken: om niet gehoord te worden. Als ik in mijn eentje op mijn koertje zit, kan ik al mijn buren horen. Wat ze vertellen, weet ik niet. Ze spreken bijna allemaal een taal die ik niet ken. Ik vind dat schoon. Muren hebben oren en in de zon kan ik op mijn koertje de hele wereld schroomloos horen. 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 14/04/17)

maandag 10 april 2017

TINE ZIET(61): Magnolia

Er is een tijd geweest waarin ik alle bomen gewoon bomen noemde. Zo ging het ook met auto’s, met taart en met honden. Simpelweg omdat ik de talrijke soorten nog niet kende. Later leerde ik dat er appelbomen waren. Treurhazelaars en populieren. Onlangs verwonderde ik me erover dat pas heel recentelijk de overweldigende schoonheid van de magnoliaboom ontdekte. Hoe kan het zijn dat je al meer dan tien jaar wekelijks langs een boom passeert en dat die je telkens weer ontgaat? Hoe komt het dat je opeens wél voor een beverboom, want dat is de Nederlandse benaming, gaat stilstaan?

Ik heb het in dit geval over het prachtige exemplaar voor de Sint-Dionysiuskerk van Geluwe. Hoewel ik al heel lang wekelijks door Geluwe rij, was de boom me nog nooit eerder opgevallen. Vorige week had ik het geluk dat ik naast de boom kon parkeren. Ik nam de tijd om er even onder halt te houden en de boom, die al volop bloemen verloren had, te bewonderen. Toen ik dat deed, stopte er een vrouwtje. Ze zag me kijken en glimlachte fier. Alsof het haar boom was. Dat was het ook een beetje, want ze wist me trots te vertellen dat ze die boom al haar hele leven kende.

Opeens zie ik ze overal: die mooie magnolia’s en oude vrouwtjes. Ik ben jaloers dat ze al hun hele leven iets kennen wat ik pas na mijn 38ste deed. Misschien is het nét hun fierheid dat een ding, in dit geval de boom, opeens zo mooi laat blinken. Of is het het klimmen van de jaren dat me vaker naar boven doet kijken, dan wat ik daarvoor deed? Wordt zoiets simpel als natuur minder vanzelfsprekend? Of ben ik een mens die zich almaar meer door wat er bestaat laat raken? Met alles wat ik nog niet ken, valt vast een nog mooiere wereld te maken.

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 07/04/17)

maandag 3 april 2017

TINE ZIET (60): Vissen

Zaterdag is het weer zover! Ik zal meewarig het nieuws beluisteren op de radio. Daarna zal ik me schuifelend naar school begeven. Terwijl ik dat ritje per fiets zal afleggen, zal ik minstens tien keer over mijn schouder kijken. Ook zal ik alles wat de collega’s en de leerlingen vertellen met een deftig korreltje zout nemen. ’s Avonds ga ik uit eten en ik zal eerst zuinig proeven. Vrienden zullen me weer via allerlei kanalen in het spreekwoordelijke ootje nemen. Daar is het immers één april voor.

Op zich ben ik geen fan. Al houdt zo’n dag me wel wat scherp. Zo scherp dat ik dingen die echt waar zijn met de grootst mogelijke moeite zal geloven. Zo lijkt het toch bijvoorbeeld onmogelijk dat ik één van mijn lievelingsbakkersvrouwen vanaf 1 april nooit meer “Dag Madame!” zal horen zeggen. Ik zal zaterdag aan de deur staan met zin in een confituurke of een aardbeientaartje en de deur zal gesloten zijn. Ik zal hopen dat man en vrouw achter de toonbank liggen te gniffelen met de woorden: “Dat was onze beste aprilgrap tot nu toe!” en dat op zondag de zaak gewoon weer open zal zijn.


Zelf durf ik ook wel eens een zuinige poets uithalen die dag. Als ik het tenminste niet te druk heb om de plakvissen van mijn rug te halen en de voordeur alweer te openen voor een verdwaalde belletje-trekker. Of gewoon met wantrouwig zijn. Misschien moet ik er zaterdag eens met open ogen in trappen en zou ik op andere dagen wat kritischer mogen zeven in wat me ter ore komt want ik geloof eigenlijk gewoon nog te veel onzin. Te goedgelovig kan geen enkele vis zwemmen. 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 31/03/17)

maandag 27 maart 2017

TINE ZIET (59): Zomertijd

Dit weekend gaat de zomertijd in. Dat houdt in dat de nacht van zaterdag op zondag een uur korter is. Maar bovenal brengt het met zich mee dat we langer kunnen genieten van het zonlicht. En wat kikkeren we daar allemaal van op! Van dat zonlicht. Niet van dat uurtje minder slapen. Dàt halen we snel in!  Als we gefietst hebben of in de tuin gewerkt bijvoorbeeld. Dat buiten zijn doet een mens zo goed. Niet alleen levert het ons extra vitamine D op, ook zorgt het dat we opeens meer ontmoeten en gaan praten. Daarvoor wil ik gerust een uurtje slaap laten.

Een tuin heb ik niet maar mijn koertje is inmiddels klaar om eindelijk weer eens te bloeien. Na drie bezoekjes aan het containerpark, verbaast het me dat mijn koer nog steeds zo klein is. Ik hoopte stiekem op een verdubbeling van oppervlakte. Helaas. Maar bloeien zal er!

Vorige week vernam ik dat De Wereldtuin op het einde van mijn straat zal verdwijnen. Misschien zijn er al plannen om ergens anders opnieuw te starten. Dat die groene oase er niet meer zal zijn, vind ik een spijtige zaak. De tuin bracht de buurt mooi bijeen. Samen tuinieren in de zon, een tuinfeest en je komt je hele buurt tegen als je je emmer compost gaat legen! Hopelijk komt er gauw een nieuwe stekplek.

Dat de nacht een uur korter zal zijn, zal men niet merken in het Pand van Boegie Woegie op de Grote Markt. Daar zal de zomertijd dansend ingezet worden. Voor de laatste keer. Tot de leverancier van vitamine D met haar eerste stralen door de ramen schijnt. Dé perfecte manier voor mij om die buitentijd in te zetten. Laat maar komen! 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 24/03/17)

vrijdag 24 maart 2017

stelt paal en perk (23): deel 2

Op 14 december 2014 bekende ik op mijn blog een van mijn blootste bekentenissen tot nu toe. Het was een ware ontboezeming. Sommige mannen gingen me opeens anders bekijken. Sommige mensen vonden het te bloot om over zoiets serieus als borsten te schrijven. Voor wie het zich niet meer herinnert of wie wil lezen waarover het gaat: klik hier.

Een paar weken geleden las ik dat een van de grootste lingeriezaken van ons land in mijn buurt werd geopend. Een winkel met meer dan 35 000 artikelen! Eindelijk meer keuzemogelijkheid, dacht ik. De laatste winkel waar ik iets vond, had één model ter beschikking en stelde dat ik een ander model pas meer dan vijf maanden later kon komen passen. Omdat ik mezelf geen teleurstelling cadeau wou doen maar een nieuwe stevige bustehouder, polste ik even per mail of mijn maat in de winkel aanwezig was. Helaas, in een winkel van 35 000 lekkernijtjes, zit er blijkbaar niets voor mijn voorgevel bij.

Men reageerde beleefd en vriendelijk. Dat ik best eens langskom als de hoofdverkoopster er is. En dat ze mij een rondleiding wou geven en samen met mij kon overlopen wat er mogelijk was qua bestellingen en dat ik dan achteraf gewoon in alle rust zou kunnen passen.  Ik heb geantwoord dat dat lief was, maar dat het zou voelen als een bezoekje aan een snoepwinkel waar ik geen enkel snoepje kan kopen. Dat ik me nog een grotere uitzondering zou voelen. Nog anderser.

En dat is het toch? Als je in een aanbod van 35 000 soorten niets vindt waar je ongeacht je smaak, zelfs maar in past, dan ben je misschien wel uniek, maar meer nog: een freak. Ik ben het zat. Het kan toch niet zijn dat ik de enige ben? Ik meen dit serieus: wie kan mij helpen aan een bh op mijn lijf geschreven?




maandag 20 maart 2017

TINE ZIET (58): Vuur

Zaterdagnamiddag hing er een grote zwarte rookpluim boven Menen. De wolk was van ver te zien en bedekte als het ware de hele stad. Dat zoveel vlam in een oud schoolgebouw past, zoveel water om te blussen, is eigenlijk niet verwonderlijk. Hoeveel passie school er niet onder dit dak?

Ik herinner me dat ik kennis maakte met het gebouw in de Zuidstraat toen we er met de collega’s woord van de academie op zaterdagen naartoe trokken. In de winter zaten we er vaak in onze winterjas omdat we de lokalen niet zo goed konden opwarmen. In de zomer was er meer sfeer. Dan weerklonken al onze stemmen vrolijk door elkaar. Eigenlijk kwam ik er graag. Al werd er vaak wat denigrerend over gedaan.

De laatste jaren kwam ik er voor toneelvoorstellingen en voor zomerse feesten. Altijd weer was ik onder de indruk van de diversiteit die er zo mooi samenkwam.  Russische dans,  Afrikaanse hapjes, Vlaamse Schlagers, metal, Arabische les en een slagwerkorkest met olievaten! Het was een plek waar de Barakkenaars konden samenscholen en repeteren. Er werden cursussen georganiseerd en verenigingen gaven feesten, kinderen konden er niet alleen tijdens de vakanties spelen. Het is doodjammer dat het er niet meer is.

Zondag op carnaval was er in mijn straat geen confetti. Als eerste kleurde de volksharmonie Sint-Jozef uit de Barakken met vrolijke pruiken en klanken de stoet. En hoewel het dit jaar een uitzonderlijk mooie stoet was, zag ik in hun blik toch restjes verbrande confetti. De buurt rouwt. Hopelijk komt er snel een nieuwe plek waar het vuur van de Barakken weer kan knetteren.


(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 17/03/17)