zaterdag 15 juli 2017

TINE ZIET (65): Meisjes

Eerder schreef ik het hier al: ik heb me heel lang een meisje gevoeld. Vaker voel ik me tegenwoordig een vrouw. Toen ik hoorde dat we met Les Figurettes Fénoménales zouden deelnemen aan de verrassingsact van Salto ‘17 kreeg ik spontaan weer vlechtjes in het haar. In kader van 40 jaar ‘Meisjes’ van Raymond van het Groenewoud zou er een dans uitgevoerd worden aan de voeten van Raymond. Onder leiding van Catherine Lavogez en zusterlijk samen met Helios en andere dames die ooit met ons hadden samen gedanst.

Het is gelukt! En hoe! Met ongeveer zotte 30 vrouwen waren we. Elk met ons eigen lijf, onze eigen verhaal. Er was ook een man die gedurende het optreden niet van onze lijven was weg te slaan. Er was ook een vuurspuwer met duivelse signalen. Maar over de vrouwen, daar wil dit stukje over gaan. Elk in onze rode jurk en in onze zilveren schoenen vormden we één giechelend geheel. We werden warempel weer die meisjes van weleer. Misschien was dat door de brok zenuwen die we waren. De lekkende waterpistooltjes in onze decolleté. Misschien was dat omdat vrouwen automatisch meisjes worden als ze samen vrolijk zijn. In elk geval: het was fijn om weer heel even een onderdeel van meisjes te zijn.

Minstens één man in het publiek wou het niet begrijpen: “Waarom?” vroeg hij aan een van ons. “Waarom heb je hieraan mee gedaan?” Hij begreep de zottigheid niet. Begreep hij de humor niet? Zag hij de pluimen niet op ons hoofd? Huppelen mannen niet? In elk geval maakt het de hoofden heel wat lichter als vrouwen gewoon weer heel even huppelende meisjes zijn.


(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 14/06/17)

maandag 10 juli 2017

TINE ZIET (74): Bewegen

Daarnet ben ik een beetje doodgegaan. Dat klinkt misschien wat overdreven, maar het voelde in elk geval wel zo. Het ritje Menen – Kortrijk viel wel mee, maar op de terugweg had ik op het jaagpad langs de Leie de volle wind tegen. Conditie en ik? Zal ik het ooit leren? Daarnaast had ik de pech dat de oplaadplek die ik voor ogen had gesloten was. Sterven was het dus. Voor mij. Ondertussen zoefden de elektrische fietsen mij voorbij. En natuurlijk ook alle fietsers met meer geoefende kuiten.

Toch heb ik geen spijt van mijn roekeloze beslissing om mijzelf nog eens op twee wielen te verplaatsen. Niets laadt zo mooi op als het groene in een landschap of de vormen van de wolken. De geur van de bomen. De bloemen in bloei. En wat wapperen ze mooi, die manen van de paarden in de wind! Daarvoor doe ik het graag, die impulsieve 36 kilometers in de benen.  

Laat het één van mijn doelstellingen zijn van deze zomer: bewegen, bewegen, bewegen! Niet alleen op de fiets of wandelend. Zeker ook in mijn hoofd. Soms betrap ik er mezelf op dat ik stil sta in gedachten. Ik dacht er onlangs aan me voor een cursus zang in te schrijven. Om me verder bij te schaven. Omdat ik op diezelfde uren werk, is zo’n opleiding onpraktisch te organiseren. Dan moet het maar in mijn vakantie dus: het vormen en het kneden. Het koppig blijven bewegen. Wie geeft me les?

Maar zie je me zitten aan de kant van de weg. Gewoon buiten adem of misschien met brute pech, help je me dan wel overeind? Geef je me dan je drankfles? Of lach je me uit omdat ik zo moeilijk vooruitkom? Ik maal er niet om. Bedenk: zelfs als ik zit, is er vaak wel iets in beweging.

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 07/06/17)

donderdag 6 juli 2017

Lofbuiten



Waar ben jij trots op? Verklap het me! Ik verdicht het en schrijf dat op de ruiten! Kom eens met je fierheid naar buiten!

Na een kleine week #lofbuiten kan ik zeggen dat mensen niet zo graag met hun eigen lof naar buiten komen. Reacties als: 'Ik ben eigenlijk nergens trots op.' en 'Waar ik fier op ben, hou ik liever voor mezelf.' Er zijn ook mensen die al dagen lopen te piekeren op de vraag waar ze eigenlijk fier over mogen zijn. Liever looft men anderen of de bloemen dan zichzelf.

Eigenlijk is dat wel jammer! Komaan! Zet jezelf eens in de bloemen! Het kan bescheiden op je achterruit of op de spiegel van je badkamer. Het kan zelfs op je autoruit! Sla jezelf eens op de schouder. Kom er eens voor uit!




maandag 3 juli 2017

TINE ZIET (73): Klas

Wie mij kent, weet dat ik vaak rijm op sentiment. Zo valt het me zwaar om afscheid te nemen van vochtige afbladderende muren. Er zijn heel wat mensen die dat niet begrijpen. Een muur is een muur. Een vochtig exemplaar is dan ook nog eens ongezond. Waarom zou je huilen om wat eigenlijk wel moet verdwijnen?

Het is inmiddels een hele tijd geleden dat ik er voor het eerst binnenstapte: de allereerste woordklas die ik niet met een dagschool delen moest. In de Gasstraat in Wervik.  Meer nog: tussen die muren werd mijn eigen dictiejuf gekneed. Dus als ik daar was en heel goed keek, zag ik haar af en toe nog zitten. Ik hoorde haar stem als mijn juffensensor het eventjes liet afweten. Het is door de passie die haar daar werd aangereikt, dat ik besloot dat ik ook wel dictiejuf wou worden. Zonder die rare klas met altijd vreemde kleuren op de muren, weet ik dat ik wellicht nooit een juf geworden was.


Zaterdag namen we afscheid met een stoet. Voor de jongste leerlingen is verhuizen best wel fijn. Maar wie er een tijd geleden zichzelf gevonden heeft, voelt wel de pijn. We gaan nu naar een ander gebouw. Een school waar we best wel welkom zijn, maar alle muren zijn nog muziekschoolvrij. Ons metrum zal er ook wel passen. Onze klanken zullen er ook goed klinken. En onze verhalen zullen op den duur ook best kleven op de muren.  Maar toen ik net de affiches van de muren haalde, een laatste keer ‘me sokke sakke so’ liet weerklinken, voelde ik een groot verdriet. Wat mij maakte tot wat ik ben, bestaat ooit niet. Net zoals de eerste keer toen ik het adres in de gps intikte, rijdt wie de plek later nog eens zoekt, hopeloos verloren in een mist van woord en noten. 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 30/06/17)

zondag 2 juli 2017

Lof aan het Vander Merschplein!

Gisteren gaf ik het echte officiële startschot van #lofbuiten! Een zomerproject dat eens naar buiten wil komen met fierheid. Met een krijtstift schreef ik teksten op 18 ramen van het Vander Merschplein. Dit voor het buurtfeest Reckebilck. De letters waren soms te klein en door een witte achtergrond niet zo goed leesbaar. Helaas! Daarom hier op een rij 18 kleine odes aan het plein.



1)

Kijk generaal!
De bomen krijgen weer blaadjes!
Heb je het al gezien?
Op je plein weer kwetterend leven.
En jij verslagen om zoveel vogelpoep op hoofd
blinkt eindelijk weer in zomerse vrede.

2)

Op dit bankje wordt zo vaak gezwegen.
Zij aan zij en naast elkaar.
Omdat binnen al alles is gezegd
en een mond niet altijd moet bewegen.
Maar in gedachten praat men raak
om alles wat in die stilte wordt gelegd.

3)

Ze zijn er weer:
de kauwen!
Met zijn allen tegelijk,
pikken ze op wat anderen
hier achterlieten.
Maar bovenal maakt
hun gekrijs het plein
als een mopperkont wakker.


4)

De jongen met de gele fiets
kent hier zeer goed de weg.
Hij fietst als de zee in eb en vloed.
Het voetpad op en af tot het hem blozen doet.

5)

Vrouwen getuigen van een oorlog
in een steen die vroeger elders stond.
De ene is een godin die won.
De andere rouwt om wat niet meer thuis kwam.
Bovenal was er die vrouw die in Parijs
verbeten beelden schiep uit steen.
Er was de schaamte om het bloot.
Maar wat is naakter dan de dood?


6)

Een bal moet rollen.
Net zoals een glijbaan glijden moet
en een schommel piepen.
Omdat rollen uit de perken schoot
zijn ballen nu verboden.
De schommels piepen harder,
de glijbaan gloeit oranje
en de scheids is een schalkse schelm:
hij legt de bal aan banden.


7)

Neem maar mee!
Alles wat je hier kwam strooien!
Een plastic zak vol,
lege blikjes bier,
een hondendrol,
al die peuken hier!
Glazen flessen in het groen!
Wij willen weer gras aan onze voeten!


8)

Het schoolgebouw ligt uit te blazen
aan de overdaad aan getrappel
van wie nét op tijd het eerste lesuur niet miste.
De muren dampen na van al het zweet.
De laatste roddels aan de schoolpoort.
En ergens galmt nog na: 'Like me!'
Het duurt nog maar heel kort
dat wat hier was een snapchat wordt.

9)

Jaarlijks is hier een feest
dat meer tegels beweegt
dan alle lopers op het plein
die puffend lengtes zwemmen
tussen adem en 'ik wil naar huis!'

10)

De spelende kinderen houden de
tortelduiven op de daken wakker.
Alsof ze koeren: 'Nu nog niet!'


11)

Zoveel talen spreekt mijn plein.
Het kan gerust een maquette van de wereld zijn.


12)

Hier komen katten
enkel in de nacht
tot leven.
Daarvoor verstenen ze
voor een raam
en dromen van een
muizenleven.


13)

Als de eerste avondstilte valt
is er altijd nog een beat
die door de speakers knalt.


14)

Ik zal nooit trotser zijn
dan toen ik was
toen vrienden hier nog
hechter werden samen
op mijn gras.


15)

Dat er op één plein
zoveel erfgoed wordt bewaard
met dakkapel en sierankers
boogvelden en geglazuurde tegels
onderdorpels, glas-in-lood.
Zoveel stijlen als er mensen zijn.
Die mensen zullen korter blijven.
Steen heeft lange houdbaarheid.


16)

Er is een oog
dat alles ziet.
dat is ons toch beloofd.
Want zelfs wie elke dag kijkt
ziet zoveel dingen niet.
Dat oog slaapt nooit.
Het gluurt en tuurt
en ziet en ziet
wat jij niet ziet.


17)

De generaal vermomt zich
in een turnleraar die
alle tijd in handen heeft.
'Sneller!' roept hij
en hij fluit de slak naar buiten.


18)

Uitgelaten als jonge honden
loopt het meisje,
rent de jongen,
alle longen uit het lijf.





maandag 26 juni 2017

TINE ZIET (72): Etiket

Ik ben vrouw. Single. Volgens alle statistieken weeg ik teveel. ‘Maar hé, dik is ook gezellig.’ En bij jou is alles goed geproportioneerd.’ Heel wat dingen aan mijn lijf zijn scheef en mijn benen zijn koppige melkflessen. Wie me beter kent, merkt dat ik autistische trekjes heb, dat ik best wat zorgzamer mag zijn en dat er heel wat angst in mijn broeit. Het zijn allemaal etiketjes. Ik kan zelf heel wat verrichten om mijn lijf te verlichten van etiketten. Ik kan daar zelf zo ver in gaan als ik zelf wil. Ik kan alles wat niet recht is, recht laten trekken. Bruine benen kunnen uit een flesje komen. Minder buik kan ik een vetopslurpende operatie vinden. Als ik lang genoeg met een bordje rond mijn nek rondloop, vind ik misschien zelfs nog een man. Maar ben ik dan echt labelvrij? Ik denk het niet.

Waarvoor dienen ze toch, die etiketten? In mijn herinnering maakte mijn moeder vroeger rond deze tijd confituur. Meestal was dat rabarberconfituur met aardbeien. Ze plakte er dan een etiketje op: ‘Rabarber-Frezen’ en de datum waarop ze de potten had gevuld en dichtgemaakt. Meer moest daar niet op. En wat was dat duidelijk!  Nu moeten we alles differentiëren. Om bij de pot zelfgemaakte jam te blijven. In principe zou mijn moeder nu ook op het etiket moeten schrijven hoeveel suiker ze eraan toevoegde, of de rabarber en de aardbeien onbespoten bleven en of de pectine die ze gebruikte zelfgemaakt was. Wie de jam eet, weet dan precies welk vlees hij in de kuip heeft. Moet dat nu ook echt met mensen?

Zaterdag vierde ik de verjaardag van Boegie Woegie in de Wereldtuin. Samen met heel wat mensen van allerlei culturen waren we samen blij. Wij. Mensen. Blij. Meer hoeft toch niet?

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 23/06/17)

maandag 19 juni 2017

TINE ZIET (71): Verwend

Afgelopen week werd ik als bewoner van de Koningstraat behoorlijk verwend. Dinsdag kreeg ik door medewerkers van CAW Menen een kopje soep, dit om de buurt kennis te laten maken met hen. Het is fijn om zomaar warme soep te krijgen aan de deur. Later die week kreeg ik de vraag of ik interesse had om een gratis gevulde bloembak op mijn vensterbank te zetten deze zomer. Het enige wat er van mij verwacht wordt, is dat ik ze regelmatig water geef. Ik hoef geen een of andere vage overeenkomst te tekenen. De mensen die aanbelden, hadden niet de intentie om mijn ziel te kopen. Het zijn mooie initiatieven. Al worden ze niet overal gretig onthaald.

Een man die wat verder in mijn straat woont en heel af en toe een praatje met me maakt, haalde bijvoorbeeld zijn neus op bij de uitnodiging tot het plaatsen van een bloembak, alsof hem een ziekte werd aangeboden. ‘Het is om problemen vragen’, zei hij. ‘Een bloembak op je vensterbank trekt de vandalen aan en die wil ik niet.’ Hij zal niet de enige zijn die ze weigert. Ook de soep zal niet overal warm onthaald zijn.

Het is op zich zonde. Beide initiatieven zijn er niet om commerciële redenen. Ze zijn er om de buurt wat meer te kleuren. Om ons als buren meer met elkaar te verbinden. Hoe mooi zou het niet zijn als we allemaal met een kopje soep in de handen elkaars bloemen zouden bewonderen?

Laatst zag ik een oproep om massaal gevelbankjes te plaatsen. Ook dit zou een fijne manier kunnen zijn om buren te leren kennen. Ik zit zelf te weinig op mijn stoep om mijn buurt van de voorkant te kennen en mijn geveltje is wel heel erg klein. Maar wie weet lukt het ook met twee stoelen. Zou ik? Als je me ziet, kom er gerust bij! 



(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 16/06/17)