maandag 10 december 2018

TINE ZIET (145): Glanzen


Mijn kat Frieda is boos op mij. Daar heeft ze alle reden toe. Sinds vorige week ben ik hier aan het schuiven en opruimen. Aan het herorganiseren en het ledigen. Ik ging zelfs al een paar keer naar het containerpark met een volle lading stinkende spullen. Wie mij kent, weet dat dat geen talent van me is. Integendeel. Zelfs nu blijft mijn huis chaotisch druk.  Voor de kat is het wennen. Ze mist haar plekje aan het raam. Ze is het noorden kwijt. Dat er vandaag vier werkmannen met boren en zagen aan de slag gingen, maakt het er niet beter op. Dat het ongetwijfeld nog enkele dagen gaat duren: dat is een feit. Een nieuwe badkamer is er niet op één dag.

Het is al jaren dat ik me schaam voor wakke muren. Voor een badkamer die er zo ongezellig uitziet dat ik altijd hoop dat bezoek niet naar de wc moet. En ik miste zo erg een bad. Niet om er wekelijks in te dobberen. Maar dat ik altijd hotelkamers met een bad probeer te boeken, zegt genoeg. Dat ik eenmaal ter plaatse tijd investeer in het zoeken naar producten om me in dat bad te lokken: bruisballen, gezichtsmaskers, kaarsjes, mini-flesjes cava,… Een bad geeft me toch op zijn minst enkele minuten rust zolang het duurt.

Als iemand het moet begrijpen, moet het wel Frieda zijn. Ze wast zicht dagelijks heel erg veel. Als er zon is, zoekt ze net dat zonnebad op. Zo’n vaart zal het met mij niet lopen. Mag ik ook eens alsjeblieft? Ze zal het me uiteindelijk vergeven. En mijn buren hopelijk ook. Mijn huis is er om mij thuis te voelen.

En kijk, ik zie Frieda nukkig vanachter de kast kruipen en naast me springen. Net te ver om haar even te aaien. Ze kijkt me met de neus in de lucht aan en begint haar ritueel: ze likt haar pels tot glanzen op. Ik voel mijn eigen nijd. We zullen even door het stof, het ‘lawijt’ en de veel te vroege uurtjes moeten bijten en dan, pas maar op, glanzen we weer allebei.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 07/12/18)

zondag 9 december 2018

Hoe ik voor het eerst naar een folkbal ging:

Ludovic, een fervent folkliefhebber, wou me al een hele tijd uitdagen om met hem naar een folkbal te gaan. De data pasten nooit. Uiteindelijk lukte het me om hem te vergezellen naar Moederbal in Halluin. Er waren jaren dat ik naar het Folkfestival in Dranouter ging, maar dat was eigenlijk nooit echt voor de traditionele folkmuziek. Ik kan zelfs eerlijk bekennen dat ik absoluut geen fan ben. Ludovic vertelde dat dit een echt traditioneel bal is met authentieke dansen en muzikanten. Minstens drie uur naar muziek luisteren die me niet echt ligt, moeten dansen met lijven de me vreemd zijn en dat op een zondagnamiddag in verbouwingstijd: er waren wel fijnere activiteiten te bedenken.

Moederbal is een folkbal dat al heel lang wordt georganiseerd op zondagnamiddagen in Halluin. Ludovic miste nog geen enkele editie. Het vindt plaats in parochiezaaltje, vroeger was het in een boerderij. Als Ludovic en ik er iets na 15u arriveren staat er al een rij aan te schuiven. De geur van patchouli komt me tegemoet. De clichébeelden van zogenaamde folkies doemen in mijn gedachten op. Maar in Cercle St-Joseph zijn er bitter weinig geitenwollen sokken te zien. Op het bal zijn er een honderdtal mensen: oud, jong, klassiek, hipsters,... Een fijne mix!

Het bal wordt geopend door de organisator en Johan Perrekens speelt ten dans. Ludovic sleurt me meteen de dansvloer op en leert me een jig en de scottish. Dit eventjes apart, maar algauw gaan we de kring in en dan krijg ik allerlei verschillende danspartners die de dansen allemaal op hun eigen wijze dansen. Stuntelig word ik doorgeschoven. Ik voel allerlei soorten handen en voel me er wat ongemakkelijk bij. Het is even wennen.

Ondertussen zijn Thomas en Hilde gearriveerd. Het zijn gemeenschappelijke kennissen van Ludovic en mij. Ook zij zijn net als Ludovic vaste folkfans. We drinken water. Als het water op is, koop ik een cola. De vrouw die me de cola verkoopt, vraagt aan de man naast haar, hoe ze de cola moet serveren. Ze vraagt zich erbij af of ze het flesje moet schudden. Ik blijk de enige coladrinker in het gebouw te zijn. Later drinken we cider, praten wat bij en gaan soms de dansvloer op.  Thomas en Hilde net iets meer dan Ludovic en ik.

Op het podium is een muziekgroep komen zitten die nog niet eerder samenspeelde voor een publiek. Het is Assabya en het klinkt eigenlijk echt wel goed. Ik hou er wel van om de dansers te bekijken. Elke danser heeft z'n stijl. De één dans soepel, de ander stijfjes, weer een ander danst de kolder uit het lijf. Er worden andere t-shirts aangetrokken. Wat me opvalt is de vriendelijkheid, de glimlach. Heel soms wordt een man afgewezen als hij aan een vrouw vraagt om te dansen, maar meestal niet. Bij het doorschuiven van partners, wordt er geen neus opgehaald. Het is eigenlijk wel een fijne gelegenheid om mensen te leren kennen. Samen dansen is best wel intiem. Dat was ik heel even vergeten. Samen met Ludovic waag ik me aan de tovercirkel. Ik durf het eindelijk aan om de verschillende danspartners in de ogen de kijken. Meestal met een verontschuldigende blik omdat ik alweer een verkeerd pasje maakte.

Als er opeens een doedelzak te horen is en Smitlap traditionelere folk speelt, begint het genre me een beetje te irriteren: genoeg folk gehad! We vertrekken iets na 19u terug naar huis. Gelukkig trapte ik niet op tenen. Toch wel een mooie verdienste, verklapte Ludovic lacherig. Ik miste nog wat soepelheid en durf. Misschien doe ik het wel nog een keer. Zondagnamiddagen mogen wel wat vaker verrassen.








dinsdag 4 december 2018

TINE ZIET (144): Overschot


Een paar weken geleden schreef ik hier over mijn inleefmaand. Daarin was mijn uitgavenlimiet heel erg beperkt. Via een kennis leerde ik ‘togoodtogo’ kennen, een app tegen de honger en tegen de voedselverspilling die je kan downloaden en die je voedselpakketten laat zien van voedingszaken in je dichte omgeving die je voor een prijsje kan ophalen omdat ze niet meer verkocht mogen worden. Helaas kon ik geen gebruik maken van deze app. In de regio Menen zijn er geen zaken aangesloten bij ‘togoodtogo’. In steden als Gent en Kortrijk bloeit dit veel meer. Deze week maakte ik op Facebook kennis met de groep: ‘Zonder honger naar bed Menen Lauwe Rekkem’. Daarin biedt Sarah Verschelde de mogelijkheid om restjes eten gratis aan te bieden of om voedsel op te halen. Ze staat zelfs zelf aan de kookpotten en kookt bijvoorbeeld soep met weggeschonken groenten of ze bakt rijsttaart. Het is een nobel initiatief dat toont dat er nog mensen zijn met een groot hart. De reacties op de pagina zijn hartverwarmend. Veel mensen hebben overschotjes die ze willen delen. En veel mensen zitten wellicht ook verlegen om eten. Door rechtstreeks met Sarah te berichten, blijven ze anoniem.

Zelf betrap ik me almaar minder op overschotjes. Sinds ik een maand heel bewust leefde, blijf ik mijn voorraad in de gaten houden.  Het is vaak fruit dat ik vergeet: dan heb ik teveel soorten in huis gehaald. Of een pot pastasaus of pesto. Eens open blijven die vaak onbeweeglijk in mijn koelkast staan.

Ooit leerde ik een man kennen die een volledige lege koelkast had. Niet omdat hij arm was maar omdat hij nu eenmaal elke dag alles kocht wat hij nodig had. Ik vond dit bizar en had dit nog nooit eerder gezien. Als hij overschotjes had, stopte hij ze in nieuwe plastic potjes in zijn diepvries. Die potjes zelf hergebruikte hij nooit. De inhoud ervan wel. Hij claimde tegen voedselverspilling te zijn, maar gooide die potjes dan wel telkens in de vuilnisbak. “Hygiëne voor alles”, zei hij. Ik heb hem mijn koelkast nooit laten zien. Laat staan mijn collectie potjes. Wat je precies in je koelkast verzamelt, zegt veel over wie je bent. En wat je durft te delen, nog meer. Goed bezig, Sarah!

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 30/11/18)

maandag 26 november 2018

TINE ZIET (143): Kampioen


Zondagochtend stond ik langs de kant van een voetbalveld te supporteren voor mijn neefje. Ik voelde me heel even een personage uit die beroemde Vlaamse TV-serie die almaar herhaald wordt. Het veld zag er hetzelfde uit. Toen ik rondkeek, zag ik toch dat daar weinig typetjes stonden. Nee, er stonden echte moeders en vaders die net als mijn zus en ik uit bed waren gestapt om hun kind aan te moedigen op het grasveld.

Het beeld van scheldende vaders en een trainer die uit zijn training springt van woede, zag ik niet. De trainer (die achteraf de hulptrainer bleek te zijn) bleef geduldig high-fives uitdelen aan zijn spelertjes. Hij moedigde ze vriendelijk aan. Er werd niet gevloekt. Er werden geen kaarten uitgedeeld. Mijn neef werd vaak van het veld gehaald om zich op te warmen en dan weer terug richting doel gestuurd. Hij bleek een topscorer te zijn met heel veel gevoel voor dramatiek. Maar liefst vier doelpunten vertrokken uit zijn voeten! Mijn neefje speelt g-voetbal. Misschien klinkt dat als nep-voetbal voor wie fanatiek voetbal volgt: soepele regels, een wedstrijd die minder lang duurt, geen penalty’s…  Maar wat een spelvreugde! En gaat het in voetbal ook niet daarover?

Onlangs vertelden vriendinnen me dat hun zonen erg ontmoedigd geraken in hun voetbalcarrière omdat de trainers te streng zijn.  Sommige trainers schrikken er blijkbaar niet voor terug om ouders en kinderen publiekelijk terecht te wijzen als ze bijvoorbeeld niet komen supporteren of bijvoorbeeld het weekend met de jeugdbeweging boven een match verkiezen. Op zich is dat wel spijtig: hun zonen zijn wel degelijk enthousiast. Ze houden van voetbal en spelen het graag. Alleen hebben ze geen ambitie om profvoetballer te worden. Mijn neef trouwens ook niet. Hij droom van een kokscarrière waarin hij af en toe gewoon op een balletje mag trappen.

Na de match ging ik mee naar de voetbalkantine. Daar bleek de dagschotel verse soep te zijn. Voetbal is niet altijd wat het lijkt. Ik gaf mijn neef een high-five en feliciteerde hem als kampioen. Hij gloeide trots. En dat is toch wat een fijne hobby hoort te doen?

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 23/11/18)

zondag 18 november 2018

TINE ZIET (142): Single


Het zal veel lezers ontgaan zijn: 11 november is niet alleen de dag van de Wapenstilstand en Sint-Maarten.  Daarenboven is het ook Nationale Vrouwendag. Al was daar eigenlijk wel bitter weinig over te horen.  Het is sinds kort ook Singles’Day. Ik ben al jaren single, maar ik had er eerlijk waar nog nooit van gehoord. Alweer een dag in het leven geroepen om extra geld te verdienen. In dit geval aan alle alleenstaanden. Zo kreeg ik mails van allerlei winkels om mezelf maar eens in het zonnetje te zetten als single. Hoe die winkels weten dat ik single ben: het zal me worst wezen.  Zouden die winkels niet beseffen dat je als je single bent, dat het dan eigenlijk elke dag Singles’Day is? Elke dag kan ik mezelf verwennen, als ik dat wil tenminste. Ik kan mezelf ook zielig en alleen vinden. Ook dat is mijn eigen keuze.  Ik herinner me ooit dat ik jaren geleden in een warenhuis een boeketje bloemen kocht en de mannelijke kassier zei dat hij het spijtig vond dat ik die bloemen zelf moest kopen. Ik heb hem toen gezegd: “Iemand moet het doen.” Dat is eigenlijk mijn motto gebleven. Als niemand dat extra beetje lief is voor mezelf, probeer ik mezelf dat liefs cadeau te doen.

Het is niet dat ik kost wat kost single wil blijven. Of dat ik trots ben dat ik het ben. Begrijp me niet verkeerd. Als ik nog op iemand bots, weet ik gegarandeerd: ik laat dat etiket ‘alleen’ met graagte van mijn lijf overtatoeëren. Ik zal met alle plezier een cadeautje kopen voor die liefste, ook als er geen aanbiedingen in mijn mailbox schuiven. Spontaan zal ik mijn zelfliefde aan een ander besteden. Niet alles natuurlijk. Eigenliefde went wel in die mate dat je je eraan gaat hechten. Soms voelt dat als vloek. Je gaat niet meteen voor om het even wie je brandstof tot klein geluk opgeven.

Misschien zou ik er niet over moeten schrijven. Wie weet schrikt het af of lijkt het op een open vacature. Waar ik eigenlijk stil wou bij staan is dit: 365 dagen in een jaar. Eens om de 4 jaar zelfs een dagje meer. Elke dag is er wel ergens reden tot feest. Dag van de grote vrede: ja! Nationale Vrouwendag: ja! Snoepjesfeest: ja! Maar allenigheid is eigenlijk echt geen reden om te vieren.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 17/11/18)

maandag 12 november 2018

TINE ZIET (141): Proeven op Mensen


Gisteren zat ik meer dan 5 uur in de trein. Velen vinden dat een saaie bedoening. Zelf vind ik het dé ideale gelegenheid om nog eens te lezen of schaamteloos mensen af te luisteren. Naast me kwamen 2 mannen zitten. Ze hadden allebei een koffer. Een Limburger en een Nederlander. Dat was goed te horen. Het zou het begin van een mop kunnen zijn: “Er waren eens een Belg en een Nederlander…” Het was algauw duidelijk dat dit geen goeie mop zou worden.

Ze hadden een ruime tijd ‘binnen’ gezeten zo bleek. Het viel me al snel op dat dat om een medische reden was. Beiden hadden meegewerkt aan een medisch experiment. Daarmee hadden ze heel wat geld verdiend. Bovenal hadden ze overduidelijk veel ergernissen gekweekt aan de andere mannelijke proefpersonen, want ze sliepen blijkbaar samen in dezelfde kamer en na meer dan een week waren heel wat irritaties ontstaan. De ene man snurkte behoorlijk. Een ander exemplaar liet alles onder zijn bed slingeren. En weer een andere werd hysterisch bij het aanhoren van een stofzuiger. Maar het eten was lekker. Ze palaverden over nieuwe medische projecten waar ze zich voor konden aanmelden. Ze vonden het allebei vervelend dat er een bepaalde ‘uitwerktijd’ voorzien was. Na een experiment moesten ze zeker een maand wachten om een nieuw experiment aan te gaan. Dat was contractueel vastgelegd.

Eerlijk gezegd had ik er nog niet bij stilgestaan dat medische proefpersonen ook wel degelijk bestaan. Dat hun lijf onder medisch toezicht plaatsen datgene is waar ze hun boterham mee verdienen. De Belg zei dat hij nog wel eens een vrouwtje in zijn bed wou als hij weer thuis zou zijn. Desnoods een plastieken. Hij begon met vrouwtjes te sms’en met de woorden: “Tijger in town!”. Veel reacties kreeg hij niet. Want naast afluisteren, kan ik ook goed bespieden. Toen de Nederlander uitgestapt was, downloadde de Belg Tinder op zijn gsm.

Ik weet het: het zijn mijn zaken niet. Denkt U daar maar eens aan als u in deze grieptijd pillen slikken moet. Iemand testte die, werd ervoor betaald, maar moest in ruil daarvoor wel heel veel missen.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 10/11/18)

maandag 5 november 2018

TINE ZIET (140): Zuinig


Sinds februari laat ik me uitdagen tot allerlei projecten. Vaak zijn dat leuke dingen. Zo maakte ik mijn eerste jurk en kweekte ik een heuse bonenplantage. Niet alles wat ik aanga, is even leuk. Zo daagde iemand me uit om een maand met het leefloon te leven, omdat ze dat ooit zelf had ervaren. Het leefloon was niet doenbaar met mijn vaste kosten, dus besloot ik om mijn vaste kosten te betalen en een maand lang wekelijks met 60 euro zakgeld rond te komen. Ik besloot om dit niet aan te kondigen, zodat anderen er geen rekening mee gingen houden. Ik vertelde het natuurlijk wel aan wie ik tegenkwam.

Meningen waren verdeeld. Sommigen vonden 60 euro best veel. Anderen vonden het belachelijk weinig. Zelf mocht ik ondervinden dat dit best veel is voor eten en drinken, maar heel weinig als je ook naar buiten wilt komen zoals ik doe. Ook bleek het lastig om gezond te blijven eten. Een kant-en-klare lasagne is goedkoper dan de ingrediënten van pakweg een quiche.  Daarnaast blijk ik een luxe-kat te hebben die weigerde om in mijn project mee te stappen. Ik neem het haar niet kwalijk. Ze beet een flinke hap uit mijn wekelijks budget.

De eerste twee weken gingen makkelijk. Zelfs met doktersbezoek en enkele terrasjes. Daarna ging het almaar lastiger. Wellicht omdat ik uitgestelde aankopen toch moest aanschaffen. Dus bleef ik vaker binnen deze maand en als ik toch naar buiten kwam, moest ik me laten trakteren.
Deze uitdaging leerde me meer dan ooit dat wie met een beperkt budget moet leven almaar zorgen heeft. Zo maakte ik me op maandag al zorgen omdat de helft van mijn budget op was. Wie weinig centen heeft, blijft ook meestal binnen. Concerten en voorstellingen kosten veel geld. Zeker als je ook nog een drankje wil drinken. Ik zie mezelf nog twijfelend voor het rek van de tandpasta staan en bedenken of ik dat nu echt wel nodig had.

Een echte dure vogel heb ik mezelf nooit genoemd. Ik ga zelden op reis. Ik koop weinig merkproducten. Maar echt zuinig leef ik dus blijkbaar niet, ook al dacht ik eigenlijk van wel. Een beperkt budget drukt je met de neus op de feiten: er is te veel te koop en te weinig te krijgen.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 03/11/18)