maandag 20 maart 2017

TINE ZIET (58): Vuur

Zaterdagnamiddag hing er een grote zwarte rookpluim boven Menen. De wolk was van ver te zien en bedekte als het ware de hele stad. Dat zoveel vlam in een oud schoolgebouw past, zoveel water om te blussen, is eigenlijk niet verwonderlijk. Hoeveel passie school er niet onder dit dak?

Ik herinner me dat ik kennis maakte met het gebouw in de Zuidstraat toen we er met de collega’s woord van de academie op zaterdagen naartoe trokken. In de winter zaten we er vaak in onze winterjas omdat we de lokalen niet zo goed konden opwarmen. In de zomer was er meer sfeer. Dan weerklonken al onze stemmen vrolijk door elkaar. Eigenlijk kwam ik er graag. Al werd er vaak wat denigrerend over gedaan.

De laatste jaren kwam ik er voor toneelvoorstellingen en voor zomerse feesten. Altijd weer was ik onder de indruk van de diversiteit die er zo mooi samenkwam.  Russische dans,  Afrikaanse hapjes, Vlaamse Schlagers, metal, Arabische les en een slagwerkorkest met olievaten! Het was een plek waar de Barakkenaars konden samenscholen en repeteren. Er werden cursussen georganiseerd en verenigingen gaven feesten, kinderen konden er niet alleen tijdens de vakanties spelen. Het is doodjammer dat het er niet meer is.

Zondag op carnaval was er in mijn straat geen confetti. Als eerste kleurde de volksharmonie Sint-Jozef uit de Barakken met vrolijke pruiken en klanken de stoet. En hoewel het dit jaar een uitzonderlijk mooie stoet was, zag ik in hun blik toch restjes verbrande confetti. De buurt rouwt. Hopelijk komt er snel een nieuwe plek waar het vuur van de Barakken weer kan knetteren.


(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 17/03/17)

maandag 13 maart 2017

TINE ZIET (57): Vrouw

Wellicht vertel ik jullie geen wereldschokkend feit als ik zeg dat ik een vrouw ben. Al is dat heel langzaam gegroeid. Ik ben het eigenlijk nog maar pas. Het is nog maar sinds ik in Menen woon bijvoorbeeld dat ik gezichtscrème ben gaan uitsmeren op mijn gelaat. Het is ook nog heel recent dat ik me leerde schminken. Natuurlijk zit je vrouw-zijn niet in tubes en potjes, het gaat meer om het gevoel. Opeens voelde ik me geen meisje meer. Ook al word je als meisje geboren, vrouw word je stap voor stap. Zo gaat dat wellicht ook voor mannen. Anders is dat er nog geen Internationale Mannendag bestaat.

Op 8 maart was er Internationale Vrouwendag. Hebben vrouwen die dag überhaupt nog nodig? Volmondig zeg ik: “Ja!” Ook al ben ik stukken minder feministisch geworden dan mijn 17-jarige ik. Toen kwam ik op het idee om een zeer lijvig eindwerk te maken over de positie van de vrouw na de tweede wereldoorlog. Dat heeft me nog gespeten. Alhoewel. Met hand en tand heb ik het verdedigd aan mijn seksistische geschiedenisleerkracht. Ik liep in die tijd met een Indiaanse pet achterwaarts op mijn hoofd en weigerde pertinent om rokjes te dragen om de leerkracht Nederlands te behagen. Als wraak omdat de geschiedenisleraar in zijn ogen zoveel onzin had moeten lezen, moest ik ook als enige mijn bijdrages kennen voor het examen. Ik slaagde.

Dat er nog altijd ongelijkheid is, is een feit. Al valt dat misschien minder op in mijn wereld nu. Soms vervloek ik mijn soort en zou me het liefst verstoppen achter een weelderige baard maar in mijn hart heb ik mij toch als meisje bewaard.


(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 10/03/17)

MENENS

Op vrijdag 10 maart mocht ik enkele teksten voorlezen bij de opening van de tentoonstelling 'Menens' in 't Schippershof. Speciaal voor deze opdracht schreef ik twee Menense teksten. 

MENENS 1


‘Ge meent da toch nie?’ Inmiddels iets meer dan vijf jaar geleden meenden mijn vrienden zo te moeten reageren op de mededeling dat ik een huis gekocht had in deze stad. Dat ik hier kwam wonen. Vijf jaar geleden en inmiddels ben ik zo met Menen vergroeid dat het vreemd is me niet meer van deze stad te zien. En kijk: Menen valt als een flatterend kledingstuk om mijn lijf.  Er zijn mensen die al hun hele leven hier wonen en hun stad zien als een te krappe en ongemakkelijke jas waarin ze zich nog te vaak schamen.  Zonde!  Een beetje meer trots zou onze stad zoveel mooier laten glanzen!

Vrienden die me hier nu noodgedwongen moeten komen opzoeken, willen ze me nog een keer zien, staan telkens te kijken van wat hier allemaal is. Ze begrijpen nu dat ik hier een nest wou bouwen. Menen laat mij dingen doen, die ik anders misschien nooit had durven doen. Het is hier in deze stad dat ik met veel minder schroom kan bloeien.

Maar er wordt zoveel geklaagd. Waarover? Waarom lijkt mijn stad soms weer veroverd door malcontenten? Ik wou het weten. Daarom heb ik enkele dagen postgevat op de Grote Markt. Ik legde mijn oor op de stenen van ons hart.

Wel, grootste klacht is dat hier niets te beleven valt. Dat is natuurlijk onzin. Geen enkele andere stad leeft zo divers als de onze. Lees De Leiedraad. Lees de affiches aan de ramen. Lees de mededelingen in de krant. Lees wat er in je brievenbus valt. Er zijn genoeg initiatieven georganiseerd door onze stad, ons Cultureel Centrum, door allerlei verenigingen,… Er zijn natuurwandelingen, films, hondenzegeningen… Laatst was er zelfs een Nacht van de Erotiek. “We wisten van niets…” dat hoorde ik altijd achteraf op de plavuizen van de Grote Markt. Maar wie leest, weet eigenlijk bijna alles. Maar dat hoef ik jullie niet te vertellen: Jij bent hier en hé jij ook! en ik zie weer dezelfde dappere gezichten.

Verder waren er klachten over veiligheid, netheid en ‘rare mensen in de straat’. Maar dat is eigenlijk algemeen op alle Grote Markten waar ik was. Ook hoorde ik klagen over Fransen die hier zomaar komen shoppen in het weekend. In lange hordes. Maar ga jij ook niet gewoon in een buurstad shoppen?


En dat brengt ons weer bij onze trots. We, en ja, ik hoor dat ook wel bij, we gaan naar musea, winkels, festivals, markten, restaurants, kerken, oorlogskerkhoven, feesten in andere steden. Om onze eigen initiatieven zitten wij verlegen. Dat zouden we niet meer mogen doen. Het is pas als je in Menen leeft, dat een stad zo mooi beweegt.  Het is maar als je zelf met een fier hart hier leeft, dat die jas zo gracieus en sierlijk op je lichaam kleeft.



MENENS 2

‘Ge meent da toch nie?’ Inmiddels iets meer dan vijf jaar geleden meenden Menenaren zo te moeten reageren op de mededeling dat ik een huis gekocht had in de Koningstraat. Je koopt een huis, geen straat. Het leven is geen Monopolie. Voor mij had de naam iets eh koninklijks. Wist ik veel dat dit ooit een straat vol vertier en vermaak was. Inmiddels is het een straat geworden met een slechte naam. De koning blinkt wat droevig voor zijn raam en hij leeft op bij oude verhalen.

Waarom krijgen straten specifieke namen? Dat heeft alles te maken met geschiedenis. Waarom krijgt iemand die dood is soms een eigen plein? Omdat ze levend zo belangrijk waren dat ze voor in de eeuwigheid een stukje van onze stad mogen zijn. Een hele eer lijkt me dat. Ik vroeg het al eens na op het stadhuis. Een standbeeld kan nog levend. Maar voor een straat, een weg, een laan, een dreef, een plein moet je nu eenmaal morsdood zijn. Het is niet dat ik al plannen heb om het hoekje om te gaan, maar mij lijkt het heerlijk te weten dat ooit kinderen op mijn naam leren fietsen. Dat een eerste kus op mijn naam wordt gegeven. Nu nog eerst belangrijk worden. Al mag dat geen ambitie in dit leven zijn.

Er zijn ook bloemen- en vogelwijken waarin elke straat gewoon een bloem of een vogel is. Zou ik in een Zeekoestraat willen wonen? Of een Kakkerlakboulevard? Of staan we gewoon niet stil bij de straatnaam die aan ons stekje verbonden is?

Misschien is het een idee om een app te maken waarmee je kan opzoeken wat de geschiedenis van je straat is, alvorens je besluit er een huis te kopen. Je tikt de naam in en je staat oog in oog met het verleden en hoort er hoe de inwoners nu staan ten opzichte van die straat.  Ik denk niet dat het in mijn geval een verschil had gemaakt. Ik woonde er wellicht gewoon even graag. 

maandag 6 maart 2017

TINE ZIET (56): Jarig

Als dit verschijnt, is het gebeurd: ik heb onherroepelijk een nieuwe jaarring gekregen. Een cadeautje van Moeder Natuur omdat ik het weer een jaar heb volgehouden op haar schoot.  Persoonlijk hou ik er niet meer van. Sinds mijn dertigste verjaardag zie ik verjaren als een zware opgave, al hoef ik er eigenlijk niets voor te doen. Jarig zijn, is één van die dingen die je gewoon vanzelf doet.

Het is op zich niet de schrik tot ouder worden die me mijn geboortefeest doet vervloeken. Ik zie er nog lang niet mijn leeftijd uit. Zondag mocht ik nog ervaren dat men mij nog steeds als ‘meiske’ ziet. Mensen geloven soms gewoon niet dat ik al dertig ben. Leerlingen schrikken er ook vaak van dat ik al ouder ben dat hun mama’s.  Maar echt waar, als je dit leest, ben ik al achtendertig. Acht-en-der-tig! Het klinkt als wel-heel-gauw-veertig. Dat ik vaak veel jonger word geschat maakt geen verschil in het verwerken van mijn verouderingsproces.

Jarig zijn drukt me altijd met de neus op de feiten: een leven is eindig. Er staat een datum op onze houdbaarheid. We weten die alleen nog niet. En misschien is dat ook maar goed. Ik vraag het me soms af, als ik die houdbaarheidsdatum zou weten, zou ik dan anders leven? Eigenlijk hoop ik van niet. Haal ik niet sowieso alles uit mijn leven?


Wat stiekem wel heel fijn is aan verjaren, en dat maakt het misschien wel aangenamer om te dragen, is de aandacht. Dat men even aan je denkt en je wat attentie schenkt: berichtjes bij de vleet en soms af en toe nog een zeldzaam kaartje. Wie mij gedenkt met die extra rimpel, raakt me. 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 04/03/17)

maandag 27 februari 2017

TINE ZIET (55): Pest

Afgelopen tijd was de week tegen pesten. Dat was duidelijk te merken in de lessen van de lagere graad. Ik geloof dat ik het anti-pest-lied vanbuiten ken, omdat leerlingen het zo vaak zongen. Het is goed dat er wordt bij stilgestaan maar wordt er dan ook effectief minder gepest? En pesten, wat is dat nu eigenlijk?

Met mijn dikke bril, beugels, mijn angst voor het andere geslacht, voelde ik me als kind vaak een mikpunt van pesterijen. Omdat ik me enorm onzeker voelde tussen jongens, begon ik al te huilen als de stoerste jongen van de groep met een lach kwam zeggen: ‘Dag meisje met de bril!’ Nu begrijp ik dat hij me niet pestte, maar dat het door mijn bokaalglazen zo overkwam omdat ik mij verschrikkelijk onzeker voelde. Ik had bitter weinig nodig om me gepest te weten. Toen mijn broers mijn gele fietsje in de boom hingen op 1 april liep ik krijsend de keuken in met de woorden: “Moeke, ze pesten mij!” Maar was het gewoon geen plagerijtje? Ze bedoelden het in elk geval wel zo.

Intussen ben ik gehard. Meer zelfzeker.  Maar op dagen waarop ik slecht in mijn vel zit, valt een opmerking over mijn gewicht of over mijn alleen-zijn nog altijd verkeerd. Op andere dagen lach ik er dan zelf om onder het mom van zelfrelativering. Tevreden zijn over jezelf, dat is een wondermiddel. Niet altijd makkelijk in een maatschappij waarin zoveel wordt geëist.

Natuurlijk wordt er ook wel echt gepest en daarmee ook vaak genadeloos verpest. Maar wie plaagt of graag ‘stekken geeft’, mag best beseffen dat dit ook kan kwetsen. Wie zwak staat, is makkelijk te schenden.  

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 24/02/17)

maandag 20 februari 2017

Wat ik uit de wolken plooi: 25/02/17 om 20u in Menen


Tine Moniek, leerkracht, woordenaar, Figurette Fénoménale, dromenvanger, Franke stappenteller, columnist, cavia en bovenal prettig gestoord... Huisdichter van het pand zet zichzelf in de spotlight met eigen werk en haar lievelingsmuziek. Welkom vanaf 20u

***
 Over 'Wat ik uit de wolken plooi'

Tine Moniek zwom bijna 38 jaar geleden twee linkervoeten en twee -handen de wereld in. De eerste jaren spartelde ze heel wat af. Tot ze ontdekte dat ze kon drijven op haar woorden. Vanaf dat moment weigert ze steevast te zwemmen.

 Ze leerde dat na de A niet automatisch de B hoeft te komen. Wat begon met kleine versjes en te uitgebreide opstellen, bracht haar via de puberpoëzie naar de wereld van poetry slams tot uiteindelijk het kort absurd proza.

 Vijf jaar geleden spoelde ze als een lollige potvis in Menen aan. Leerkracht aan SAMW Menen en columniste bij De Weekbode.

 In ‘Wat ik uit de wolken plooi’ brengt ze een gevatte bloemlezing uit eigen werk met haar eigenste teksten. Door de laatste jaren heen. Want gedurende die jaren heeft ze de wolken in haar leven volmondig te leren appreciëren.

***

Zaterdag 25 februari 2017 om 20u.
 Het Pand van BoegieWoegie, Grote Markt 37, Menen.
Daarna mogelijkheid tot dansen!

TINE ZIET (54): Verleiding

Stel: je nodigt vier koppels uit, haalt ze uit elkaar en plaatst er een achttal hitsige vrijgezellen bij van het andere geslacht. Je plaatst overal camera’s neer. Gegarandeerd dat dit een formule is die scoort. Jongeren en volwassen zullen zich vergapen aan het baltsgedrag van de mannetjes en de vrouwtjes. De zakdoeken zullen uit de kast gehaald worden als een koppel het niet zal overleven. Zelf zou je natuurlijk niet deelnemen aan dergelijk programma. Je wil alleen maar vanuit je eigen huiskamer kijken. Niet participeren. Maar die verleiders mogen in gedachten wel eens bij jou langskomen.

Stel: je volgt enkele miljonairs op de voet. Je filmt hun hele doen en laten. Wedden dat men daar zal over praten? Je wilt toch wel eens zien hoe die mensen leven. Je wilt toch ook eens zien wat jij allemaal moet missen door geen miljonair te zijn. Terwijl je op zoute nootjes knabbelt, schuiven ze op het scherm een hele schaal vol oesters naar binnen. Het zou je niet gelukkiger maken, daar ben je je van bewust, maar zulke oesters heb jij vandaag toch ook verdiend?

Zo zien we op televisie steeds meer wat we niet kunnen hebben. Behalve dan die actualiteit. Die is pure realiteit. Daar moeten we wel mee vooruit. Het voelt als een blok aan het been. En waar loopt dat blok dan met ons been heen? Soms welt in mij de verleiding op om op een eiland te gaan zitten. Niet tussen Barbie, Ken of schaaldieren. Gewoon eenvoudig in mijn blootje bij een boom. Een Adam om af en toe tegen te praten. Appeltjes voor de dorst. En een slang om uiteindelijk een handtas van te maken.

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 17/02/17)