maandag 18 juni 2018

TINE ZIET (122): Beet


Elk jaar nemen ze me in de maling. Elke zomer voel ik me een of andere hoofdprijs: dekselse insecten nemen mij dan ook behoorlijk beet. Alhoewel dat het tot nu toe eigenlijk wel meeviel. Zondag paste ik opeens in geen enkele schoen meer. Een reusachtige geïnfecteerde bult op mijn wreef zorgde er bijgevolg voor dat ik noodgedwongen thuisbleef. Meer nog: het snode rode heuveltje kluisterde me eigenlijk ook aan bed. Al is dat natuurlijk overdreven. Blootvoets in huis kan zonder enig probleem. Maar omdat dit zo hard gejeukt had ’s nachts, had ik amper geslapen en was ik hondsmoe. Een dagje platte rust: het doet een mens vaak goed. Met de ramen open hoorde ik mooie flarden zomer. Dankzij die spin of mug deed ik nog eens aan bingewatchen en sliep gaten in deze lentevolle dag. Ik zou Moeder Natuur dus eigenlijk op mijn blote knieën moeten bedanken.  Zonder haar was ik deze week wellicht ingevlogen met een lege batterij.  Dat ik die later die avond toch op mijn pantoffels naar de frituur gleed: wie kan dat wat schelen? Wordt dat in mijn stad nog opgemerkt, eigenlijk?

Nu, om me troosten voel ik me vaak een dromerig personage in mijn eigen fantasieroman. Natuurlijk had ik niets liever gehad dat één of andere prins me was komen schaken naar zijn luchtkasteel . Zolang ik mijn muiltjes maar in de kast mocht laten, zou ik me voorbeeldig gedragen. Een lome zondag doorbrengend in zijn prinselijke hangmat terwijl hij vruchten in mijn mond propte of koelte toewuifde, was precies iets dat op dat lijf van mij geschreven was. Zucht, die prinsen willen na die jaren maar niet bijten. En als ze al durven bijten, bijten ze vaak op het verkeerde moment. Op een moment waarop ik op hen gebeten ben.  In feite zijn insecten geniepige prinsen, zo moet ik het maar eens zien. Ze houden me soms in mijn toren gevangen en als ze me bijten, is het toch hun manier van zoemend gaarne zien. Trouwens, wie droomt er deze dagen nog van prinsen? Zijn dat nog echte hartelijke helden? Ik moet mijn fantasiebeeld dringend eens van een update voorzien. Dat er dan een tijd van lang en gelukkig is. Misschien.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 15/06/18)

woensdag 13 juni 2018

Zomerproject: Buurtturen



Vorige zomer zette Tine Moniek eigen lof in de kijker. Het jaar daarvoor de bloemen. Deze zomer komt ze weer op bezoek met een loftrompet. En dit keer: retteketet met een hommage aan je buurt!

Dit idee vloeit voort uit de specifieke vraag uit de Parkstraat vorig jaar om voor hun straatfeest twee gedichten te schrijven, de raamgedichten voor Reckebilck, de fijne buurtervaring in de Serafijnstraat en het algemeen succes van Dag van de Buren, gevelbankjes... Er is in deze tijden hoge nood aan een steviger buurtgevoel.

Zoals de trouwe fans weten, is het 39-jarige levensjaar van Tine, het jaar van de uitdagingen. Ze klaagt vaak dat ze haar buren niet kent. Op zondag 24 juni daagt ze zichzelf uit om minstens twee stoelen buiten te zetten. Eén voor haar en één voor wie naast haar wil komen zitten. Het lijkt heel simpel, maar simpel is het niet. Kom haar gerust gezelschap houden, breng een stoel en eventueel je eigen drankje mee. Kom haar straatgedicht voor Lilium lezen en leer samen met haar haar buurt nog beter kennen.

Deze zomer daagt ze jullie uit hetzelfde te doen! Nodig Tine uit om samen voor je huis te zitten, met minstens 1 extra stoel erbij. Tuur naar je buurt en geraak aan de babbel. Na dit event, schrijft Tine een gedicht, waarin ze zich inspireert op wat er te zien en te beleven was. Ze wil dat (net als vorig jaar) op je raam komen schrijven, maar kan eventueel ook voor een papieren versie zorgen, die je als affiche op je raam kan kleven, indien je liever iets blijvends wil.

 Let wel: het gedicht krijg je deze keer dus later.

 Dit project loopt weer een hele ruime zomer (van eind juni t.e.m. september). Niet alleen in Menen. Het moet alleen te regelen zijn qua vervoer. Wees er als de kippen bij om samen met Tine naar je buurt te turen. En andere uitdagingen kunnen er gerust nog bij

maandag 11 juni 2018

TINE ZIET (121): Blok aan het been


Dit weekend vertoefde ik op een berg in de Vlaamse Ardennen. Dit tussen familie, avontuurlijke parcours, geiten, varkens en fraaie vergezichten. Het was er aangenaam verpozen. De avonturen liet ik aan mij voorbijgaan. Ik genoot des te meer van de familie en het verkwikkend uitzicht. Toen ik met mijn moeder naar de bestemming reed, waanden we ons in het buitenland. Smalle wegen, prachtige bomen en een idyllische omgeving. Veel meer is er niet nodig voor een vakantiegevoel. Iedereen was vrolijk en ontspannen. Even zorgeloos en vrij van tijdsdruk. Misschien was het een van de laatste keren dat dit kon met iedereen erbij. Dat leest somberder dan ik het bedoel. Ik heb het niet zozeer over een naderende dood, maar over de onbekommerde neefjes en nichtjes die over enkele jaren gewoon thuis zullen moeten blijven om te studeren in plaats van een deadride te maken, gezellig te blijven plakken bij een barbecue of samen te chillen in de jacuzzi.

Als ik aan mezelf als student denk, kan ik alleen maar bekennen dat ik het niet zo zwaar had. Mijn cursussen waren behapbaar. Ik moest vooral energie steken in het onthouden van tekst en van bewegingen. Ik leerde doordeweeks in het park met een zak wortelen naast me. Of in mijn kamer. Ik kan me zelfs niet herinneren dat ik thuis studeerde in het weekend. Met mijn conservatoriumopleiding had ik dan ook geen zware studie. Toch niet op theoretisch gebied. Leren hoe de kunstenaarswereld en hoe ik daarin in elkaar zat was ook een hele turf. Het vergde alleen geen uren blokvertier. Wel kreeg ik minstens evenveel deksels op mijn neus en moest investeren in venijnige levenslessen.

De examenperiode is traditioneel aangevat en is niet voor niets een blok aan het been. Mag ik de studenten allen veel succes toewensen? Dat ze mogen uitkijken naar een vergezicht met avonturen waar nog zorgeloos genieten kan. Met familie en vrienden. Dat ze de bomen door het bos mogen blijven zien. Als het een magere troost mag wezen: veel is er niet nodig voor een instant vakantiegevoel. Zon. Bomen. Bloemen. Landschap. En mensen om je heen waarbij je spontaan jezelf mag zijn.  

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 08/06/18)

dinsdag 5 juni 2018

Lilium kijkt haar ogen uit:

Johan Tahon maakte een kunstwerk voor elke inwoner van Menen. Lilium is gratis in het Cultureel Centrum op te halen. In mijn wekelijkse rubriek in KW Kortrijk Menen opperde ik dat we een speciale plaats aan haar kunnen geven. Vandaag gaf ik haar een plekje, dat bij de geschiedenis van mijn straat past: aan het raam.

Blijkbaar was ik de enige inwoner van de Koningstraat die tot nu toe haar kunstwerk ging ophalen. Daar moest ik toch iets aan doen? Nu staat ze voor iedereen in een stolpje te kijk. Want ,ja, ze is wat wankel. Zeker met een raamkat in huis. 

Speciaal voor haar kocht ik bloemen en schreef dit kersverse raamgedicht over mijn straat:




Lilium kijk haar ogen uit:

Naast haar ratelen kinderwagens,
piepen fietsen, wordt verhuisd,
zwalpt het laatste glas naar huis.

Er wordt gehuppeld. Honderduit.
Geroddeld en gewacht op mooier haar.
Er wordt vaak schuifelend geschoven.

Men spreekt hier elke taal
die er voor handen is
met woorden en met daden.

Men werkt, men brult, men huilt.
Dit is de koning der levensechte straten.
Lilium kan het verwonderen niet laten. 






zondag 3 juni 2018

TINE ZIET (120): Wantrouwen


Het leven deelt soms wat klappen uit. Maar heel soms ook een bosje pioenen. Daarover wil ik het deze week hebben. In een tijd waarin we opeens beseffen dat privacy toch belangrijk is. Dat we onszelf moeten beschermen. Als mens. Als vrouw. Als levend wezen, kan ik niets anders dan onderstaande gebeurtenis met mijn lezers delen.

Maandag kreeg ik een mailtje van een voor mij onbekende man. Hij maakte zich bekend als tweeënzeventigjarige lezer van mijn blog. Hij zag me meer dan twaalf jaar geleden optreden en is me daarna beginnen volgen. Hij leest alles wat ik online publiceer en kent bijna alle projecten die ik in al die jaren heb bedacht. Nu wou hij me uitdagen tot iets simpels. Hij wou me voor al mijn schrijven bedanken. Dit met een ruiker pioenen uit zijn eigen tuin. Hij zou ze me zelf komen overhandigen. Aan de drempel. Hij daagde me uit tot het aanvaarden van dit boeket van een wildvreemde.  Ik zag er weinig graten in, moet ik bekennen. Wie mijn naam intikt, ziet al heel snel waar ik woon of hoe mij te bereiken. Maar toen ik gisteren op sociale media iets loste over dit bijzonder verzoek, zag ik toch heel wat mensen steigeren. ‘Je spreekt toch af op neutraal terrein?’ ‘Je zorgt toch voor gezelschap?’ ‘Wat eng!’ ‘Je mag dit niet vertrouwen… niets voor niets…’

En ik bedacht hoe dubbel dat dat is. We plaatsen foto’s van onze kinderen, onze huisdieren, onze lieven, onze tuin, onze nieuwe badkamer online, maar zijn op onze hoede voor echte bloemen van een ander. Natuurlijk had ik wel een voorgevoel dat de man geen slechte bedoelingen had met zijn voorstel. Ik ben hem niet gaan napluizen en wachtte hem dinsdag op vol pioenverlangen. Twee ruikers had hij voor me mee en een mesje om ze schuin af te snijden. Hij vulde mijn vazen en weigerde de koffie. Twee uur had hij voor mij gereden en ging dan maar weer. De zoete geur van pioenen achterlatend.  Hij weet het vast niet, maar zal het nu ongetwijfeld lezen, ik ben hierna gaan huilen. Eerlijk waar. Omdat dit me leerde dat spontaan vertrouwen op wildvreemden zoveel schoner kan zijn, dan bouwen op wie je denkt te kennen. Wantrouwen vult geen vaas en bovenal: er is nog zoveel goedheid te verkennen.



(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 01/06/18)

maandag 28 mei 2018

TINE ZIET (119): Lilium

Tot mijn grote verrassing las ik vorige week in deze krant dat ook ik als inwoner van Menen een kunstwerk van ereburger Johan Tahon in huis kan halen. Gratis en voor niks in ons Cultureel Centrum te vinden. Helaas hoorde ik ook al dat het nog even wachten is, voor ik Lilium een plekje kan geven in mijn huis, want blijkbaar is de eerste lading al op. Dat doet me eigenlijk wel een groot plezier. Dat wil namelijk zeggen dat mensen nog wel degelijk kunst in huis halen. Zelf heb ik wel wat schilderijen en foto’s aan mijn muren hangen, maar eerlijk is eerlijk: veel geld heb ik daar niet aan besteed. Ik vind het wel altijd indrukwekkend om échte kunst bij iemand thuis of in de wachtkamer te zien. Ooit neem ik misschien een grotere hap uit mijn financieel budget. Liever besteed ik dat nu aan een museumbezoek of een goed boek.  Het meisje dat Tahon aan onze stad heeft geschonken lijkt een eenvoudig traktaat.  Niets is natuurlijk minder waar. Ze houdt ons bezig. Ik vraag me bijvoorbeeld af waar Lilium een plek zal krijgen. In mijn eigen huis, maar ook bij U. Staat ze op uw dressoir? Of op uw nachtkastje? Of eindigt ze ongeopend in een lade als een of ander verzamelobject? Krijgt ze een plekje onder een stolpje? Wordt ze dagelijks omvergestoten door de kat? Met andere worden: wat krijgt Lilium te zien van onze stad? Het zou mooi zijn moesten we allemaal massaal ons exemplaar fotograferen en deze foto’s met elkaar gaan delen. Dan zien we allemaal kleine stukjes Menen. Heerlijk experiment lijkt me dat!

Zelf ben ik er nog niet uit waar ik Lilium ga plaatsen. Ze wandelt nog voorzichtig in gedachten. Ik gok op een of andere hoogte want ik heb zo’n avontuurlijke knabbelkat. Of misschien in mijn slaapkamer waar ze toch dichter bij mijn dromen is. Of in mijn werkkamer als lieve lichte muze. Wellicht moet ik toch weer wat opruimen alvorens ze een plek wordt toegewezen, want het zou toch ook mooi zijn dat ze ook door het bezoek wordt opgemerkt. Kunst is mooier als het wordt gedeeld. En zo krijgt haar bestemming weer een extra doel. Zou ze dat voelen, dat ook al is ze gratis, sommigen echt wel moeite voor haar doen? 


(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 25/05/18)

dinsdag 22 mei 2018

TINE ZIET (118): Gevoelens


Vrijdagavond was ik voor een vernissage in de Kazematten in Ieper. Toen het half acht was, bedacht ik dat ik de Last Post eigenlijk nog nooit bewust had meegemaakt. Als kind wel eens op Bosklassen, herinner ik me. Nog nooit met het volwassen besef dat ik nu soms heb. Ik besloot er dus naartoe te gaan en stond er in een grote mensenzee van bliepjes. Ik kon eigenlijk niets zien van de hele ceremonie. Behalve dan als ik op de schermpjes van de omhooggestoken mobieltjes keek. Het was geen dagdagelijkse Last Post. Er was een fanfare. Er waren allerlei afgevaardigden. Er was een doedelzak. Een kort gedicht. En eerlijk waar: het greep me bij de keel. Meer dan ik eigenlijk van mezelf had verwacht. Toen de Last Post werd geblazen, liepen de tranen over mijn wangen. Is dat dat volwassen besef? Dat je meer wordt geraakt? Wordt een vel dunner met de jaren? Indien dat zo is, dan lucht het mij in feite op. Nog niet zo lang geleden dacht ik nog dat bitterheid mijn deel zou zijn bij het kweken van grijs haar. Dat eelt een laag zou leggen op gevoel.  Maar misschien heb ik het vooralsnog mis. Misschien valt gewoon niet te voorspellen hoe huid als bejaarde is.

Donderdag ga ik normaal voor het eerst naar een woonzorgcentrum in Izegem. Een vriendin van mij begeleidt daar een Contactkoor. In een Contactkoor zing je samen met mensen die dement zijn. Samen zingen kan ze uit hun isolement halen. Het lijkt me heel erg confronterend om te doen. Voorspellen kan ik niet goed. Maar ik weet nu al dat dit me ook weer week zal maken. Ik zal beslist ook ervaren wat samen zingen met de huid van de bewoners van het woonzorgcentrum zal doen. 
Wellicht verschilt dit ook van mens tot mens en is dit niet te voorspellen aan de hand van levensjaren.

Ik denk nu aan een jongen die ik zag vrijdag bij de Menenpoort. De kauwbewegingen van zijn kaken verklapten me dat hij een grote kauwgum in zijn mond had. Hij stond er onverschillig bij te kijken en haalde zijn schouders op. Zo was ik wellicht ook op zijn leeftijd. Alhoewel. Maar ik hoop zo hard dat hij eens terugkomt later en zal schrikken van een eigen traan en dat hij ooit mag ervaren dat zelfs een ver verleden haartjes op het lichaam overeind kan laten staan.



(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen  op 18/05/18)