maandag 16 januari 2017

TINE ZIET (49): Jeugdbeweging

Momenteel zit mijn kat Frieda op de keukenvloer zich te vermaken met een simpel elastiekje. Af en toe strooi ik bewust een elastiekje voor haar neer. Voor haar is dit pure ontspanning. Ze kan zich daar een hele tijd zoet mee houden. Af en toe rent ze wat lengtes in de woonkamer. De rest van de dag ligt ze liefst dichtbij de verwarming of haar baasje.  Als ik haar op tijd en stond aai en wat aandacht geef en op tijd haar voederbakje vul, is ze best een gelukkige kat.

Wat hebben wij nodig om ons te vermaken? Beslist meer dan een simpel elastiekje. Kritische lezers zullen zelfs meteen opmerken dat rekkertjes niet eens veilig zijn.  Dat het onverantwoord van me is, dat ik mijn kat daarmee laat spelen. Foei, Tine! Maar ons vermaak dus. Wat hebben wij nodig om te ontspannen? Reizen, lekker eten, wellness, sporten, huidmaskers, series, sociale media, muziek. Er is een overaanbod. Vermaak op maat.

Soms heb ik heimwee naar de tijd waarin topontspanning op zondag gewoon in de jeugdbeweging lag. Alle remmen los! Als ik niet vuil was, was het niet leuk geweest. Als lid vond ik het fantastisch. Maar als leiding was het eigenlijk nog fijner! In de week student zijn en keurig Nederlands praten en op zondag gewoon tienbal spelen in de toiletten. Huppelen in de modderpoel met alle gevolgen van dien.  De perfecte ontlading!  Jeugdbeweging was als het ware mijn elastiekje.
Mijn ouders morden niet. Elke week werden de kleren in de wasmand gegooid en de volgende week lagen ze gewassen in de kast. Ze vonden het oké dat ik met blote benen middenin de winter naar de jeugdbeweging fietste en dat ik op vrijdagavond en zondag vaak wat bleef plakken.  Ik prijs mezelf daar gelukkig mee. Dat die Tine ook eens gewoon naar buiten mocht.

Daarom is het goed dat onze stad besloten heeft om de jeugdverenigingen met een eigen lokaal een jaarlijkse vergoeding uit te reiken. Het verbaasde me eigenlijk dat dat nog niet zo was.  Ik kan er eerlijk waar om spinnen dat er wordt geïnvesteerd in gewoon simpel vermaak. Wat denk je, zullen we nog eens  met z’n allen Dikke Bertha spelen aan de kommel? 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 13/01/17)

maandag 9 januari 2017

TINE ZIET (48): Koken

Afgelopen dagen hebben we weer veel rond een tafel gezeten. Met glaasjes erbij natuurlijk. Maar vooral met heel veel lekker eten. We hadden zelf gekookt of mochten aanschuiven. Of we hadden eten besteld of gingen op restaurant. Eigenlijk hoeft het niet veel te zijn, maar samen eten is iets wat blij stemt. Eten smaakt beter als je het kan delen.

Toen ik een soort jaaroverzicht maakte, bemerkte ik dat ik vorig jaar amper mensen aan mijn tafel heb uitgenodigd. Daarenboven kwam ik tot de conclusie dat ik bijgevolg ook weinig gekookt heb voor mezelf.  Zonde! Ik doe het eigenlijk wel graag. Mensen die niet alleen wonen, begrijpen dat niet altijd: het is niet zo fijn om enkel voor jezelf te koken. Op sommige dagen wel: dan leef ik me helemaal uit in mijn keuken. Op de meeste dagen is het puur functioneel. Vaak ook voor enkele dagen hetzelfde.

Daarom is het goed dat er zoiets als De Volkskeuken bestaat. Mensen die samen koken en samen eten. Het schept zo’n mooie band. Mensen waarmee je misschien niet eens zou praten, blijken ineens veel interessanter nu jullie samen op een bloemkoolstronk worstelen. Ook samen afwassen zorgt ervoor dat je opeens wat te vertellen hebt. Koken in groepsverband doet meer dan eten. Het brengt mensen bijeen.

Ik herinner me kampen met de jeugdbeweging. Elke keer werd er gevloekt als we de afwas moesten doen, maar eigenlijk was dat wel fijn.  Het was alleen niet cool om dat fijn te vinden.  In mijn hoofd gaat er nu een lichtje branden. Het brandt nog niet zo fel, maar het zou best een project kunnen worden: elke maand een keer samen met een onbekende koken, eten en afwassen. Niet voor punten. Niet voor een camera en niet voor het aantal kijkcijfers. Gewoon voor de gezelligheid. In onze maatschappij zijn we vaak op het samen eten belust. Maar samen koken en afwassen. Nog een koffietje of theetje daarbij. Het laadt je op en maakt je rijker dan je ooit als mens zal zijn.  Ik voel de lamp al sterker branden. O wee, ik voel het al. Een plan dat nu wel uitgevoerd moet worden. Wie doet ermee?

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 06/01/17)

dinsdag 3 januari 2017

TINE ZIET (47): Voornemens

“En wat zijn jouw voornemens?” zal wellicht de meest voorkomende zin zijn deze dagen.  In mijn geval durft men er al eens automatisch van uit te gaan, dat mijn antwoord “Afvallen!” is. Soms heb ik zin om dan maar te antwoorden: “Meer eten, meer drinken en vooral minder bewegen.” Dat men voornemens van een ander een keer niet zelf gaat invullen, dat zou een mooi voornemen kunnen zijn. En haalbaar! Vrijgezellen hoeven geen lief te vinden. Soms doet fitness geen goed. En mag ik alsjeblieft zelf bepalen wat ik met mijn lichaam doe? “Meer schoonmaken”, lijkt in mijn geval een haalbare kaart. Maar zeg het vooral niet door, want het zou kunnen dat er opeens andere voornemens in mijn hoofd gaan kruipen als het eindelijk zover is. Ik neem me dingen nogal spontaan voor.

Het is iets magisch. Een nieuw jaar. Een nieuwe lei. De mogelijkheid om opnieuw te beginnen. Ik zie het vaak als een laagje verse sneeuw. De sneeuw ligt stil naar ons te lonken. Maar eens er voetstappen in de sneeuw staan, is het nieuwe ervan af. De sneeuw is dan niet magisch meer. Zo is het ook met een nieuw jaar. Het idee dat er heel even een punt wordt gezet en een nieuw hoofdstuk wordt geschreven. Eens het begonnen is, is het ineens niet zo aantrekkelijk meer.

Eigenlijk zou ik best wel fan zijn van Control-Alt-Delete. Helemaal opnieuw beginnen. Of nee, toch maar niet. Elke keer een ander huis zoeken, een nieuwe job,… het zou onbegonnen werk zijn. Maar al die zorgen, al dat gepieker, al die slechte herinneringen kunnen die niet worden uitgewist?  Dat zou een nieuw jaar stukken nieuwer maken.  Batterijen meer opgeladen.

Zou het krijgen van drie wensen niet iets kunnen zijn? Iedereen krijgt drie wensen bij het begin van een nieuw jaar. Bestaat er nog geen wensenboom? Dat zou pas wat zijn. We zouden weer moeten samenwerken, overleggen, goed overdenken. We kunnen een wens voor onszelf houden, eentje voor iemand waarvan we houden en eentje voor de wereld. Als iedereen alle wensen voor zichzelf houdt, dan is dat zo. Wensen delen is niet verplicht. Maar zelfs dan loopt het gegarandeerd fout.  Wedden?

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 30/12/16)

zondag 25 december 2016

TINE ZIET (46): FEEST

Wanneer dit stukje verschijnt, is de feestperiode aangevat. Hoera! De meeste cadeautjes liggen onder de kerstboom te wachten om met ongeduldige vingers opengescheurd te worden. Op enkele exemplaren moet nog gejaagd worden. Die prooien liggen te lonken in een etalage. Erger is: sommige pakjes zijn gestrand. Ergens tussen postorderbedrijf en brievenbus. Er kan volop worden ingezet op de weddenschap ‘Arriveert alles nog wel op tijd?’ Rampscenario’s worden bedacht.

Feest. Zwartkijkers onder ons, vinden dat er geen reden is tot feesten. Wat hebben we te vieren? Dat we er nog zijn? Wie het allemaal wat lichter ziet, vindt dat er altijd wel kan worden gefeest. Vorig weekend was ik in een shoppingscentrum. Niet eens om te shoppen, maar om mijn zilveren Figurettenlaarsjes zwierig in de lucht te schoppen. Ik keek mijn ogen uit: zoveel kooplustigen samen en de koopjes zijn nog niet eens aangevat! Het leek wel alsof de helft van de wereldbevolking op cadeautjesjacht was. Of er ook veel gekocht werd, weet ik niet. Volgens de ene winkelier draait alles super, volgens de andere dan weer écht niet, want ook winkeliers zijn uiteindelijk ook maar mensen die het zwart of lichter zien.

Ik kies er dit jaar voor om me op die dagen met mensen te omgeven, want als iedereen samen viert, voelt voor wie eenling is, feestperiode meer alleen. Vrees niet: ik wil geen betoog houden om mij aan uw tafel uit te nodigen, ik heb echt al andere plannen, maar hoeveel andere eenlingen niet? Voor zoveel anderen valt er trouwens weinig te vieren. Een thuis, een familie, een huis, een feestmaal…  het is allemaal niet zo evident. En vrede wordt dat tussen al dat vieren en cadeautjes openscheuren nog gewenst?

Feestperiode is voor mij meer dan ooit de melige boodschap willen verspreiden wat vaker lief te zijn. Misschien klinkt dat als een foute kersttrui. Maar ik ben ervan overtuigd dat dàt de wereld nog kan redden. Als het kon, verpakte ik mijn hart in mooi feestelijk papier met daaraan de boodschap: “Dit is liefde, verdeel het nu en hier!”

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 23/12/16)

maandag 19 december 2016

TINE ZIET (45): Snot

Het hoesten. Het proesten. Het snotteren. Het niezen. Het houdt maar niet op. Ik merk het in de klas, in de trein, eigenlijk overal waar mensen samen zijn. Verkoudheidtijd is aangebroken. En hoe! We kunnen ons weer volop ergeren aan iemand die weigert te snuiten. Aan een hoest die op geblaf of op ingehouden gekef lijkt. Ook hier. Mijn niessalvo’s houden maar aan en al meer dan een week klinkt mijn stem alsof er een smurf in mijn spreken is geslopen en iedere keer als ik denk dat ik me beter voel, hoest er weer een leerling verkouden bacillen mijn kant op.  We houden ons sterk met vitamines, siroopjes, pilletjes, gemberthee en citroen. We wandelen op de boord van ziek-zijn en niet-ziek-zijn. Er is een helm vol snot, een keel vol schuurpapier en oren die voelen alsof ze in een vliegtuig ploppen.
 
Een verkoudheid is het einde van de wereld niet. Er zijn veel ergere ziektes. Maar een verkoudheid die maar blijft aanslepen, is behoorlijk afmattend voor een lijf. Het doet z’n best almaar te genezen. Het levert voortdurend een strijd.  En dat terwijl we al strijden tegen de tijd, tegen examenstress, de laatste reis van die sappige kerstkalkoen.  Kortom de wachtkamers zitten weer vol met kleine en grote aanslagen op onze weerstand.  Meer nog: er moeten stoelen worden aangesleept, ziekenhuisbedden in de gang worden geplaatst. Klevertjes van het ziekenfonds worden weer kwistig verspreid.

Groot was mijn verwondering toen ik las dat er in mijn buurt vanaf januari een gezondheidscentrum komt, waar de patiënten het remgeld niet langer hoeven te betalen. In onze provincie is enkel Brugge Menen voor.  Ik geloof dat dit een goede zaak is voor onze stad. Veel mensen hebben geen geld genoeg om het remgeld te betalen. Voor hen is een simpele portie snot veel zwaarder.  


Terwijl ik dit stukje schreef snoot ik welgeteld zeven keer mijn neus. Toen ik de geschreven woorden hardop aan mezelf voor las, herkende ik mijn stem niet. Maar we spartelen er ons wel door. Waar dienen zakdoeken anders voor?



(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 16/12/16)

maandag 12 december 2016

TINE ZIET (44): Versieren

Versieren. Het is een talent dat me niet is meegegeven. In geen enkele betekenis van het woord. Waarom zouden er franjes moeten zijn? Waarom zou je iets of iemand willen inpakken? ‘Soberheid siert’ altijd. Er was maar één moment in het jaar waarop er een doos versiering uit het rek werd gehaald en afgestoft. Die met daarin de kerstversiering. Elk jaar dezelfde slingers, de identieke krans met lichtjes.  Meer moest er niet zijn. Ik kan me niet herinneren dat mijn moeder ooit in de winkel stond om eens andere kerstballen te kopen. Het enige wat elk jaar anders was, was de boom. Soms eens uit de winkel, soms gewoon uit de tuin. Het was een mooie traditie om die boom dan samen vol te hangen. Daar was het nu precies om te doen: dat samen. Alleen is er eigenlijk niets aan.

In elk geval: ik kan me niet herinneren zelf ooit een kerstboom gekocht te hebben sinds ik het huis uit ben. Behalve dan een decoratieve witte, maar dat deed ik eerder voor de lichtjes. Een lichtsnoer bleef eens meer dan een jaar hangen in mijn woonkamer, omdat het toch wel een gezellig soort licht was. Het soort gezellig dat kon blijven. Nu betrapte ik mezelf erop dat ik voor het eerst sinds jaren kleine decoratieve spulletjes kocht om toch wat in de kerstsfeer te geraken.  En kijk! Ik spin zachtjes bij de aanblik van de kerstverlichting op de Grote Markt en in de straten of aan een raam dat ik voorbij wandel. Wellicht is een nieuw hoofdstuk in mijn versiercarrière aangebroken.  Krijg ik opeens wel oog voor decoratie? Of is het gewoon de heimwee naar het me spiegelen in de kerstballen, het proberen recht op te zetten van de piek, het krampachtig Tineke willen blijven zijn? Wie zal het zeggen?


Straks begeef ik me weer naar kerstmarkten. Tot nu toe vond ik dat eerder te druk en te kitcherig. Maar misschien voel ik me er dit jaar zo thuis dat ik spontaan begin te versieren. Het maakt me een beetje bang maar ook wel benieuwd. Ik zal het jullie ongetwijfeld weten te vertellen. Of niet. Jullie zien het binnenkort gewoon aan mijn gevel. Als er een mannetje aan hangt, heb ik gewoon een ander leven.  

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 09/12/16)

maandag 5 december 2016

Hartverwarmende Letters op Maat


Wil je dit jaar eens bijzondere kerstwensen? Een kerstverhaaltje of -gedicht? Of wil je een unieke Nieuwjaarsbrief? Graag help ik je daarbij.

Schrijf me aan (virtueel postvak) en mijn vingers gaan voor jou aan het tikken. In ruil voor enkele kernwoorden en een vrije financiële bijdrage lever ik jou de tekst. Concreet neem je contact met mij op om je wensen kenbaar te maken. Na het afleveren van het resultaat krijg je mijn rekeningnummer en geef je wat je wenst.

Liever live? Ik zit met een tikmachine op de kerstmarkt van Ieper bij de triporterende barista SloWWings. Dit op zondag 11 december van 16u tot 20u & op donderdag 22 december en vrijdag 30 december van 17 u tot 21u.

 Waarom 'Wablieft'? Zelf ben ik al jaren gebeten door taal. Soms besef ik te weinig dat niet iedereen taal met open armen omvat. Wablieft gooit leesplezier uit en zaait taal die gewoon verstaanbaar is.