maandag 22 augustus 2016

TINE ZIET (27): Samen

Het is bijna niet te geloven, maar er zijn tijden geweest waarin ik nauwelijks naar buiten kwam. Alleen in mijn eentje was goed genoeg. De rolluiken bleven dicht en ik zag dan heel zelden zonlicht. Af en toe lijk ik wel eens te hervallen in mijn zelfgezochte eenzaamheid.  Dan kom ik een dag, hoogstens twee, niet naar buiten. Dan wentel ik me in mijn eigen melancholische zelf. Dat doet soms best eens goed. Sommige mensen kunnen dat niet zo goed begrijpen. Maar zo functioneer ik al jaren. Zo’n dag alleen is voor mij perfect om mezelf te herladen of eens ongestoord naar mijn eigen gedachtenstroom te luisteren. Natuurlijk is er ook een kant van mij die nood heeft aan een samen. In gezelschap bloei ik op. Het doet zo ontzettend deugd om met anderen te lachen en te praten.

Hoeveel samen was er bijvoorbeeld afgelopen weekend niet om de twintigste verjaardag van De Coulisse te vieren? Het was best indrukwekkend. Eén groot verjaardagsfeest. Het was fijn te zien hoe zo’n babbelcafeetje opeens één groot café wordt. Eén lachend, babbelend en dansend plein waar iedereen zich welkom voelde en waar iedereen met elkaar wou samen zijn.

Het is belangrijk dat er mensen zijn die evenementen organiseren waar iedereen zichzelf in gezelschap van anderen mag zijn. Laagdrempelig en niet al te prijzig.  Zo is iedereen zondag welkom in de Wereldtuin voor de Secret Garden Brunch van BoegieWoegie en het Rode Kruis Opvangcentrum. Je eigen brunch kan je altijd in je eentje aan je eigen keukentafel verorberen, maar je kan er zondag voor kiezen om die te midden van anderen op te peuzelen. En waarom niet te delen?  Samen eten schept een fijne band.


Zelf weet ik niet op voorhand wanneer de kluizenaar in mij zich weer laat ontdekken. Meestal is het na enkele drukke dagen of in een te lome zon. Blijf ik te lang binnen, kom me dan gerust eens halen. Maar duurt het maar kort, dan hoef je me niet naar buiten te vragen. Dan komt het wel goed. Het gezelschapsdier in mij groter. Ik voel mij vooralsnog als een vis in het water met een samen. 

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 19/08/16)

dinsdag 16 augustus 2016

TINE ZIET (26): Naamloos

Soms zie je mensen zo vaak passeren, is een gezicht zo vertrouwd, dat het lijkt alsof die mensen een stukje decor van een stad geworden zijn. Ook al werd er nooit echt een woord gezegd, het vertrouwde zegt genoeg. Het is vreemd te beseffen dat ook die gezichten verdwijnen. Dat die decorelementen er zomaar ineens niet meer zijn. Eerst valt dat niet zo op. Je stapt door de straten zoals voorheen. Maar na een tijd begin je te missen. Er ontbreekt iets onderweg. Een wandeling door je stad is niet zoals voorheen. Het kan dagen, weken, maanden duren voor je beseft, wat er op je route niet meer is. Of wie.

Het gaat in dit geval altijd om figuren. Geen gewone figuren. Maar vaste figuranten die je keer op keer weer tegenkomt zonder écht te ontmoeten. Mijn stad kent er heel veel. Voor mij zijn het meestal naamloze personages. Voor een naam woon ik hier soms nog niet lang genoeg. In het beste geval ken ik een lapnaam. Vaak zitten die naamlozen alleen aan een tafeltje of aan de bar en worden ze gemeden. Of ze dolen alleen door de straat. Meestal kromgebogen, een beetje nors, met korte broeken of veel te magere benen. Het kunnen mannen of vrouwen zijn. Soms zie je het verschil niet al te goed. Helden zijn het niet. Ze kunnen goed zwijgen en kijken. Er is een leed te zien of een stil verdriet. Er is vaak ook honger, grote dorst.

Het is op het moment dat je de leegte ziet, dat je schrikt. Dat wat jij zolang als decor zag van vlees en bloed was. Een mens met een verhaal, een achterban, een kloppend hart. Je zou jezelf voor het hoofd kunnen slaan dat je niet een poging deed tot praten. Dat je niet de moeite deed om de mens in het vertrouwde van je stad te leren kennen al was het maar bij naam. Dat je nog niet eens tot ‘Goedendag!’ gekomen bent. Maar dat je je toch kan hechten aan iemand met wie je eigenlijk nooit praat.


Iedere stad, ieder dorp, kent zulke figuranten. Figuren die opeens verdwijnen en met die afwezigheid  een omgeving met verstomming slaat en eensklaps grijzer kleurt. Laten we hen bij naam noemen voordat ze enkel nog in verhalen bestaan. 

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 12/08/16)

woensdag 10 augustus 2016

Ode aan de bloemen: Last Call

Al de hele zomer stelde Tine Moniek zich beschikbaar om jouw bloemen in de bloemetjes te komen zetten. Uiteindelijk bracht ze al 14 odes. Dapper gaat ze als een Vlijtig Liesje door.

 NIEUW:

 * Heb je geen bloemen maar wel een kunstbloem op je piano? Madeliefjes op je zomerjurk? Ook die bloemen verdienen misschien een ode.
* Woon je te ver? Aarzel niet toch te vragen. Misschien valt het te combineren met een bezoekje aan een verre tante of een suikeroom. Of wie weet lukt het wel via Skype of Facetime of zo.
* Voor wie bang is voor een overdaad aan poëzie: de ode bestaat standaard uit 1 gedicht. De liefde voor de bloem of voor het feestje mag groter zijn dan voor de poëzie...

 Zo werkt het dus:

Stap 1: Neem je agenda. Nodig Tine uit in augustus. Dat kan om op het even welk tijdstip. Tine is flexibel.

Stap 2: Zoek een week daarvoor een bloem. Op je balkon, in je tuin, op je koer, op je vensterbank,... die voor jou een ode verdient, geef die eventueel een naam en maak een foto daarvan. Eventueel vertel je er een persoonlijk verhaal over, maar dat hoeft zeker niet. 

Stap 3: Nodig minstens 1 persoon uit.

Stap 4: Als het afgesproken tijdstip er is, fietst of wandelt (of reist)? Tine naar je toe in een bloemenjurk. Ze leest life bij de bloem haar ode voor. Daarna schenk je gasten een drankje naar jouw keuze (kan melk, water, koffie, chocomelk, wijn, thee, bier,... zijn) en klinken jullie op de bloem in kwestie.


Stap 5: Tine vertrekt, blijft hangen of leest nog enkele andere teksten voor. Volkomen jullie keuze! 

Stap 6: De bloem zal vanaf dat moment nooit meer zomaar bloeien...

 Tuinfeestje, een koerkermisje, een balkonfestijntje... Het hoeft niet grootschalig zijn om feestelijk te zijn. Verwen je bloemen met wat lieve en persoonlijke groeten! Klink eens samen op je bloemen! Wees lief voor wie naast je wil bloeien!

maandag 8 augustus 2016

TINE ZIET (25): Bloemen

Geen zomer zonder zon of zonder bbq. Maar wat zou een zomer zijn zonder bloemen? Hoe mooi kleurt een straat, een tuin, een plein als er maar bloemen zijn? Deze zomer heb ik ervoor gekozen om extra oog te hebben voor hen. Zelf ben ik niet in de mogelijkheid om ze weelderig te laten groeien. Daar heb ik te weinig groene vingers voor. Wel ga ik ze in bloemenjurken bij mensen thuis roemen met een zelfgeschreven ode, want ze met taal bedanken voor hun komst, dat kan ik dan weer wél.

Vaak staan we te weinig stil bij bloemen. Ze komen er lang niet altijd spontaan. Dankzij De Wereldtuin is er bijvoorbeeld meer kleur rond het Vander Merschplein. Men zaaide lobelia’s en ‘deelde’ die eenmaal in bloei uit aan de buren van het plein. Wat een fris idee! Niet alleen komt hiermee meer kleur op straat. Meer bijen dus meer honing. Ook is er zoiets als samenhorigheid. Allemaal samen maakt men het plein fleuriger en bijgevolg de stad mooier.

Hoe verschillend al die bloemen allemaal zijn, hoef ik niet te vertellen. Zoveel soorten. Zoveel kleuren. En wat een aanbod aan geuren! Mochten jullie het al vergeten zijn, ga gerust eens in een bloemenwinkel langs en trakteer jezelf op een boeket. We mogen zelf ook eens in de bloemetjes worden gezet.  Want net als bloemen, mogen ook wij bloeien. We knappen er zo heerlijk van op. Net zoals er verschillende soorten bloemen zijn, zijn er ook variaties in mensen. Zoveel soorten. Zoveel kleuren. En wat een aanbod aan geuren!  Samenleven is een boeket maken, samen bloeien. Dat valt niet altijd mee. Wat als je moet samen bloeien met een soort die haat? Een variant die op het leven spuugt of katjes als voetbal gebruikt?

Het maakt ons allen wat verlept als we eraan denken. Of we denken te weinig na en zouden omhaal die bloem uit de vaas halen zonder te bedenken dat een boeket dan wat armtieriger wordt, de vaas wat armer. Sommigen worden al geknakt voordat ze de kans kregen om te bloeien.  Het is zo moeilijk. Het is een hele klus. Daarom alleen al, moeten we bloemen op onze blote knieën danken dat ze zo heerlijk fleurig bij ons willen bloeien. 

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 05/08/16)

dinsdag 26 juli 2016

Ode aan de bloemen: extraatje

Morgen breng ik een speciale bloemenode, ode nummer 10, waar jullie allemaal deel van kunnen uitmaken!

 Ik ga willekeurig met mijn blauwe koptelefoon en bloemenjurk door de straten van Menen wandelen. Als de muziek stopt, begroet ik de eerste bloem die ik zie.

Hoe meer muziek, hoe verder ik stap. Het tempo van mijn pas hangt van de muziek af.

 Post hieronder voor middernacht één nummer (van max 5 min) dat je wil toevoegen aan mijn bloemenwandelspeellijst.




maandag 18 juli 2016

TINE ZIET (24): Salto

 Toen onze stad vorig jaar voor het eerst met de naam Salto op de proppen kwam, werd ik op slag een beetje misselijk. In mijn schooltijd stond de les lichamelijke opvoeding gelijk aan marteling. Een achterwaartse koprol bezorgde mij al nachtmerries. Een radslag zat niet in mijn lijf en nu zette Menen ons aan tot buitelingen? Gelukkig viel het allemaal wel mee. Moby Dick bleek geen gymleraar maar een potvis te zijn. Dat de eerste editie van Salto een meevaller was voor mij, betekent niet dat het een succes was. Ik denk dat het opzet toen een beetje te ambitieus was en het volkse karakter dat in een stadsfestival hoort, was vergeten.

Afgelopen zaterdag, in de blakende zon, werd de tweede editie van Salto op ons losgelaten. Thema nu was de muziek. En die bracht ons samen! En hoe! Het stadsfestival werd geopend met een concert met de beiaard en het banjo-orkest! Een geslaagd experiment, dat zeker niet voor de hand lag omdat er een klein tijdsverschil zat op de klanken. Daarna slingerde een stoet met de Koninklijke Volksharmonie Sint-Jozef voorop naar de andere Salto-locaties. Het hoeft niet gezegd dat de toon gezet was. Een stadsfestival is voor iedereen. Wil je gewoon in de zon genieten met een muziekje op de achtergrond? Dan kan dat. Wil je zoveel mogelijk concerten oppikken? Er is een gevarieerde keuze. Ook de kinderen worden gretig met lekkers verwend.


Na het concert van Guido Belcanto met het Sinja-koor en enkele vrijwillige Menenaren in zijn nek, werd het feest op de markt afgesloten door DJ Zaki. Ikzelf liet deze Gentse dj aan mij voorbijgaan en zakte af naar De Figuranten en vierde het einde van Salto met Menens karakter. Dit is een plek in mijn stad, in mijn straat, die me lief is. Een soort open huis met fijne artistieke en sociale projecten waar iedereen welkom is. Er is daar sinds kort een soort van bok neergezet waar niemand echt over kan. Een hindernis die ons wat schrik aanjaagt. Kan deze werking in al haar verscheiden aspecten zoals wij ze kennen, blijven bestaan? Ik hoop het van harte. Een salto is mooi. Een salto mortale niet.

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 15/07/16)

maandag 11 juli 2016

TINE ZIET (23): Rooster

Nu de zomervakantie eindelijk is ingezet, worden er weer kwistig BBQ-kruiden in de atmosfeer gestrooid. Geef nu toe: BBQ maakt toch de zomer. Veel heb je er niet voor nodig: een BBQ, houtskool, vuur en tang en vervolgens een paar stukken vlees, wat brood en een sausje en je hebt als ex-neanderthaler al genoeg om zwijmelend achterover te vallen. Geef het maar toe: soms hebben we in al onze beschaving gewoon een oermens in ons lijf zitten die erop kickt een fikkie te stoken ter ere van onze gevangen prooi. Ook al jagen we al tijden niet massaal meer op vlees. Vis kan ook aardig grillen. Vegetarische burgers ook. Gegrilde courgettes, aardappeltjes met look. Voor iedereen past wel wat lekkers op het rooster. Loopt het water al in de mond? Ontkurk alvast een flesje cava of wat wijn. Schuif gerust bij! Zomer maakt gastvrij.

We snakken zo naar zalig nietsdoen. We liggen zo graag in onze lome hangmat. We hebben zo’n nood aan ontspannen want de boog kan niet altijd gespannen zijn. Maar wat ik gisteren zag, tartte werkelijk mijn verbeelding. Door één of andere kortsluiting in mijn gedachten reed ik voor het eerst sinds jaren verkeerd. Ik reed van mijn moeder via de E17 naar Menen, zoals ik altijd doe, maar opeens stond ik in de file naar Moeskroen. Anderhalve kilometer aanschuiven en puffen. Meer is het niet. Geduld is een schone deugd. Niet? Ik schoof keurig aan terwijl ik de mooie lucht bekeek. Naast me zoefden auto’s en zelfs vrachtwagens mij op de pechstrook voorbij. Levensgevaarlijk! “Ah, we hebben haast en lappen de verkeersregels aan onze laars.” Of “De brochettes moeten nog gemarineerd! Als ik de file voorbijrace loopt de BBQ straks toch nog gesmeerd!”


Wellicht vindt U dat ik overdrijf. Anderhalve kilometer de wet overtreden: dat is slecht kattenpis. Maar ik leg al deze overtreders graag eens op het rooster. Als U thuis ontstressen moet met de voetjes onder alweer een terrastafel. Weet dat U dat ook in de korte file had kunnen doen, terwijl U net als ik naar de wolken keek, de schone velden om U heen. Ontspannen kan ook rookvrij en zonder eten.

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 08/07/16)