maandag 13 februari 2017

TINE ZIET (53): Hartje

Is het jullie ook al opgevallen? We worden met z’n allen meliger. Schattige filmpjes worden massaal gedeeld. We lijken almaar meer van pluche. Ikzelf bedacht ooit dat ik nooit klef zou worden en kijk: ik like massaal filmpjes met kippen die kunstjes doen en filmpjes met een boodschap met het hart.  Toch betrap ik mezelf er ook regelmatig op dat ik harder geworden ben. De nieuwsberichten op TV, ik laat ze soms gewoon aan mij voorbij gaan. Al besef ik ook wel, dat ik dat doe omdat mijn hart die harde werkelijkheid niet zo goed aan kan. Mijn hardheid is dus een schild. Een pantser dat mijn hart wat bij mekaar houdt. Daar zal ik wel niet de enige in zijn. Maar ik heb wel degelijk een hart. Zo doet het me plezier te lezen dat wie slachtoffer werd van een brand op solidariteit kan rekenen en het raakt me oprecht als ik lees dat een uniek museum moet sluiten omdat het kennelijk niet uit de kosten geraakt.


Het is zaak om mijn hartspier wat te trainen. Verstenen in een klomp mag het nog lang niet. Deze dagen wemelt het weer van naakte cherubijntjes in de etalage. Hartjes in honderdvoud. Mijn Valentijnstip is deze: ga zaterdag naar het hartverwarmende festival ‘Zielzoekers’ in onze stad en open je hart. Wedden dat het een feest van liefde wordt zonder dat het hartjes regent?  Wedden dat het je binnenste zal strelen?  Niet als een donzen pluim, niet als een bruisbal die het badwater zo mooi roze kleurt, maar als een tijgerbalsem voor die pantser. Er zijn daarna nog uren zat voor zachte zoete zoenen. Je tikker zal je roemen!

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 10/02/17)

dinsdag 7 februari 2017

TINE ZIET (52): Mineraal

De maand van het water is ingezet. Dat wil men ons toch doen geloven. Tournée Minérale is van start gegaan. Een maand waarin men belooft geen alcohol te drinken. Ik doe er niet aan mee. Niet omdat ik er het er nut niet van in zie maar ik ben in februari jarig en dan troost je jezelf toch niet met water? Mijn alcoholvrije maand had ik spontaan in oktober en die viel goed mee.  Natuurlijk zal ik het mijn lijf nog vaker gunnen. Liever doe ik dat op eigen verzoek.

Waarom doen we dat eigenlijk? Onszelf een doel voorhouden? Een maand niet drinken. Een maand geen vlees eten. Een maand je snor laten groeien. Een jaar in een chalet in een bos gaan wonen. Elke dag op de loopband staan. Wekelijks een column schrijven voor De Weekbode (een jaar lang al, hoera!). Waarom in godsnaam?

Ikzelf doe het om niet te verstoffen. Om niet te verzanden tot één of andere aftandse mineraal. Uitdagingen houden mij scherp. Ze zorgen enerzijds voor regelmaat, maar anderzijds ook voor een mooier verhaal.  Ze herboetseren je. Soms wordt zo’n uitdaging een blok aan je been en dan is het zaak om koppig aan die verleiding te weerstaan je challenge op te geven. Hoeveel fitnessabonnementen werden na die goeie voornemens op 1 januari al in de vuilnisbak gegooid? Hoeveel loopschoenen hangen alweer aan de haak?


Durf eens een uitdaging aan te gaan! Stel jezelf een doel voor ogen. Heb de moed niet op te geven, door te gaan! Ik klink deze maand extra (met bubbels) op wie zich met discipline aan een zelfbelofte houdt. Beloofd!

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 03/02/17)


maandag 30 januari 2017

TINE ZIET (51): Gedichtenweek

Ooit was poëzie voor mij een versje.  Wat hield ik van klank en wat smaakten al die woorden! Een koning at honing. Een dwaas at pindakaas. Met mijn versjesboek op schoot werd ik bijna zingend groot. Later werd poëzie voor mij een laken. Wat tot nu duidelijk omschreven werd, vertoonde opeens ook gaten. Om die op te vullen, moest ik me onder het gedicht begraven.

Woorden raakten me meer dan cijfers. Ze plakten op mijn vel. Vandaar dat ik op een dag besloot om voortaan getallen uit m'n hoofd te weren zodat ik meer ruimte voor letters over had. Noem het gerust totale overgave. Of zeemzoeteriger nog: bezieling. Verknocht was ik aan die taal die meer zegt dan wat er staat.  Dat ik poëzie ooit ontdekte en tot me nam als vederlichte boterhammen. Dat ik daardoor anderen ook in poëzie liet bijten, heeft me nog nooit gespeten. Nu is het voor mij een verrijking in dit leven. Het houdt mijn geest soepel en het grijpt bij de keel. Het is voor mij een plek om me in te verbergen. Meer nog: als ik sterf, wat zeker is, sterf ik liever in een gedicht, dan in een periodiek systeem.

Dat smaken verschillen. Dat de één van allitererende volzinnen houdt.  Een ander weer een gevatte haiku omarmt. Weer een ander smelt voor vorm, concept. Dat is het punt niet. Dat niet iedereen gedichten leest als ik, daar lig ik niet wakker van. Anderen doen wellicht wat meer aan sport en aan hun lijf. Of ze verdiepen zich in bits en hits. Feit is: iedereen doet wel iets waar hij of zij in wil verdwijnen. En nee, poëzie kan deze wereld niet meer redden. Wel opent het net als alle kunst een deur en ramen. Daarmee schenkt het ons een uitzicht. Het laat ons licht of biedt ons net die mogelijkheid om even in het donker te blijven.


Dichters zijn geen goden. Het zijn geen almachtigen. Maar ze mogen eens op een voetstuk staan. Wat fijn is: na de Gedichtenweek zijn er gewoon nog!  Wat een geluk!  Zonder dichter, die nederig tot in zijn pen gebogen, aan de voeten van de verbeelding en de taal ligt, is de ploeterende en walmende aardkloot - voor mij - namelijk geen gezicht.



(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 27/01/17)

dinsdag 24 januari 2017

TINE ZIET (50): Koud

Deze dagen doen we er goed aan om dicht bij elkaar te kruipen. De temperaturen swingen niet meteen de pan uit. We laten ons vangen aan onverwachte ijsplekken op de stoep. We moeten vroeger opstaan om onze auto rijklaar te maken. Leerlingen zitten opeens met pluchen pantoffels in de klas en wie verkleumde tenen heeft wordt niet meer opgewarmd. Ziektemeldingen stromen binnen. We wonen niet in Siberië, maar het voelt opeens toch een beetje alsof het wel zo is. Ik beken: ikzelf heb het deze dagen moeilijk om op te staan. Ik zal daar niet de enige in zijn. Mijn verwarmd donzen burchtje moeten verlaten, doe ik liever niet.  Ik mis zo ontzettend zonnestralen bij het ontwaken. Maar dat witte laagje op de bomen is zo mooi. Daken bedekt met rijm, fijn! IJspegeltjes. Het kraken onder voeten. Het me opwarmen aan hete soep. Dampende thee meer dan ooit weten te appreciëren.

In een van mijn lievelingsboeken ‘Tongkat’ van Peter Verhelst beschrijft de auteur in de eerste pagina’s een kou die zo onmenselijk is, dat zelfs de klokken bevriezen en bijgevolg de tijd stilstaat. Dat de hersenen een ijsklompje worden. Mensen worden in dit boek ijzige standbeelden. Zo erg is het bij ons natuurlijk niet. Tenzij je geen verwarming in je huis hebt. Of misschien zelfs geen huis hebt. We durven het soms vergeten. Daarom kunnen we het niet genoeg lezen: niet iedereen heeft een dak boven zijn of haar hoofd. Sommige mensen zijn op de vlucht of op de dool.

Laat ons nog wat dichter bij elkaar zitten. Laat ons ons induffelen. Laat ons ons insmeren met walvisvet desnoods. Maar koude hoeft voor de meesten van ons geen reden tot klagen te zijn. Tenzij verwarmingstoestellen het opeens niet doen en je werk- of woonplek niet wordt opgewarmd. Of omdat je weken moet revalideren omdat je door gladheid zo hard viel.  Of omdat je auto zo hard schrok van de koude dat je de bocht uit vliegt. Enzovoort. Maar gewoon een boodschap doen met koude neus, het is geen drama, heus! Kom, Tine, verplicht jezelf nu toch naar buiten! Een standbeeld word jij voorlopig niet.


(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 20/01/17)

maandag 16 januari 2017

TINE ZIET (49): Jeugdbeweging

Momenteel zit mijn kat Frieda op de keukenvloer zich te vermaken met een simpel elastiekje. Af en toe strooi ik bewust een elastiekje voor haar neer. Voor haar is dit pure ontspanning. Ze kan zich daar een hele tijd zoet mee houden. Af en toe rent ze wat lengtes in de woonkamer. De rest van de dag ligt ze liefst dichtbij de verwarming of haar baasje.  Als ik haar op tijd en stond aai en wat aandacht geef en op tijd haar voederbakje vul, is ze best een gelukkige kat.

Wat hebben wij nodig om ons te vermaken? Beslist meer dan een simpel elastiekje. Kritische lezers zullen zelfs meteen opmerken dat rekkertjes niet eens veilig zijn.  Dat het onverantwoord van me is, dat ik mijn kat daarmee laat spelen. Foei, Tine! Maar ons vermaak dus. Wat hebben wij nodig om te ontspannen? Reizen, lekker eten, wellness, sporten, huidmaskers, series, sociale media, muziek. Er is een overaanbod. Vermaak op maat.

Soms heb ik heimwee naar de tijd waarin topontspanning op zondag gewoon in de jeugdbeweging lag. Alle remmen los! Als ik niet vuil was, was het niet leuk geweest. Als lid vond ik het fantastisch. Maar als leiding was het eigenlijk nog fijner! In de week student zijn en keurig Nederlands praten en op zondag gewoon tienbal spelen in de toiletten. Huppelen in de modderpoel met alle gevolgen van dien.  De perfecte ontlading!  Jeugdbeweging was als het ware mijn elastiekje.
Mijn ouders morden niet. Elke week werden de kleren in de wasmand gegooid en de volgende week lagen ze gewassen in de kast. Ze vonden het oké dat ik met blote benen middenin de winter naar de jeugdbeweging fietste en dat ik op vrijdagavond en zondag vaak wat bleef plakken.  Ik prijs mezelf daar gelukkig mee. Dat die Tine ook eens gewoon naar buiten mocht.

Daarom is het goed dat onze stad besloten heeft om de jeugdverenigingen met een eigen lokaal een jaarlijkse vergoeding uit te reiken. Het verbaasde me eigenlijk dat dat nog niet zo was.  Ik kan er eerlijk waar om spinnen dat er wordt geïnvesteerd in gewoon simpel vermaak. Wat denk je, zullen we nog eens  met z’n allen Dikke Bertha spelen aan de kommel? 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 13/01/17)

maandag 9 januari 2017

TINE ZIET (48): Koken

Afgelopen dagen hebben we weer veel rond een tafel gezeten. Met glaasjes erbij natuurlijk. Maar vooral met heel veel lekker eten. We hadden zelf gekookt of mochten aanschuiven. Of we hadden eten besteld of gingen op restaurant. Eigenlijk hoeft het niet veel te zijn, maar samen eten is iets wat blij stemt. Eten smaakt beter als je het kan delen.

Toen ik een soort jaaroverzicht maakte, bemerkte ik dat ik vorig jaar amper mensen aan mijn tafel heb uitgenodigd. Daarenboven kwam ik tot de conclusie dat ik bijgevolg ook weinig gekookt heb voor mezelf.  Zonde! Ik doe het eigenlijk wel graag. Mensen die niet alleen wonen, begrijpen dat niet altijd: het is niet zo fijn om enkel voor jezelf te koken. Op sommige dagen wel: dan leef ik me helemaal uit in mijn keuken. Op de meeste dagen is het puur functioneel. Vaak ook voor enkele dagen hetzelfde.

Daarom is het goed dat er zoiets als De Volkskeuken bestaat. Mensen die samen koken en samen eten. Het schept zo’n mooie band. Mensen waarmee je misschien niet eens zou praten, blijken ineens veel interessanter nu jullie samen op een bloemkoolstronk worstelen. Ook samen afwassen zorgt ervoor dat je opeens wat te vertellen hebt. Koken in groepsverband doet meer dan eten. Het brengt mensen bijeen.

Ik herinner me kampen met de jeugdbeweging. Elke keer werd er gevloekt als we de afwas moesten doen, maar eigenlijk was dat wel fijn.  Het was alleen niet cool om dat fijn te vinden.  In mijn hoofd gaat er nu een lichtje branden. Het brandt nog niet zo fel, maar het zou best een project kunnen worden: elke maand een keer samen met een onbekende koken, eten en afwassen. Niet voor punten. Niet voor een camera en niet voor het aantal kijkcijfers. Gewoon voor de gezelligheid. In onze maatschappij zijn we vaak op het samen eten belust. Maar samen koken en afwassen. Nog een koffietje of theetje daarbij. Het laadt je op en maakt je rijker dan je ooit als mens zal zijn.  Ik voel de lamp al sterker branden. O wee, ik voel het al. Een plan dat nu wel uitgevoerd moet worden. Wie doet ermee?

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 06/01/17)

dinsdag 3 januari 2017

TINE ZIET (47): Voornemens

“En wat zijn jouw voornemens?” zal wellicht de meest voorkomende zin zijn deze dagen.  In mijn geval durft men er al eens automatisch van uit te gaan, dat mijn antwoord “Afvallen!” is. Soms heb ik zin om dan maar te antwoorden: “Meer eten, meer drinken en vooral minder bewegen.” Dat men voornemens van een ander een keer niet zelf gaat invullen, dat zou een mooi voornemen kunnen zijn. En haalbaar! Vrijgezellen hoeven geen lief te vinden. Soms doet fitness geen goed. En mag ik alsjeblieft zelf bepalen wat ik met mijn lichaam doe? “Meer schoonmaken”, lijkt in mijn geval een haalbare kaart. Maar zeg het vooral niet door, want het zou kunnen dat er opeens andere voornemens in mijn hoofd gaan kruipen als het eindelijk zover is. Ik neem me dingen nogal spontaan voor.

Het is iets magisch. Een nieuw jaar. Een nieuwe lei. De mogelijkheid om opnieuw te beginnen. Ik zie het vaak als een laagje verse sneeuw. De sneeuw ligt stil naar ons te lonken. Maar eens er voetstappen in de sneeuw staan, is het nieuwe ervan af. De sneeuw is dan niet magisch meer. Zo is het ook met een nieuw jaar. Het idee dat er heel even een punt wordt gezet en een nieuw hoofdstuk wordt geschreven. Eens het begonnen is, is het ineens niet zo aantrekkelijk meer.

Eigenlijk zou ik best wel fan zijn van Control-Alt-Delete. Helemaal opnieuw beginnen. Of nee, toch maar niet. Elke keer een ander huis zoeken, een nieuwe job,… het zou onbegonnen werk zijn. Maar al die zorgen, al dat gepieker, al die slechte herinneringen kunnen die niet worden uitgewist?  Dat zou een nieuw jaar stukken nieuwer maken.  Batterijen meer opgeladen.

Zou het krijgen van drie wensen niet iets kunnen zijn? Iedereen krijgt drie wensen bij het begin van een nieuw jaar. Bestaat er nog geen wensenboom? Dat zou pas wat zijn. We zouden weer moeten samenwerken, overleggen, goed overdenken. We kunnen een wens voor onszelf houden, eentje voor iemand waarvan we houden en eentje voor de wereld. Als iedereen alle wensen voor zichzelf houdt, dan is dat zo. Wensen delen is niet verplicht. Maar zelfs dan loopt het gegarandeerd fout.  Wedden?

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 30/12/16)