dinsdag 28 juni 2016

TINE ZIET (21): Menin Road

Wie deze zomer nietsvermoedend langs het stadhuis van Menen komt, kan wel eens grote ogen trekken. In het binnentuintje speelt zich een waar bloedbad af. Dit van woensdag tot en met zondag. Het is werkelijk indrukwekkend. Middenin al het licht en wit spuiten rode fonteinen. Je staat ineens oog in oog met verminkte soldaten. Je kan niet anders dan opeens met afschuw de waanzin van oorlog aanstaren.

Dat is één van de mooie dingen aan plotse kunst op je weg. Het zet je aan tot denken. Waar je anders zomaar voorbijloopt, word je gedwongen om te blijven staan. Je hoeft het niet eens persé mooi te vinden.  Kunst is lang niet altijd een decoratieve vaas. In dit geval is het werk van Böhler & Orendt in elk geval in zijn opzet geslaagd. Middenin in één van de meest prestigieuze gebouwen van onze stad word je met de neus op de feiten gedrukt: hier stroomde ooit bloed. En geen klein beetje. Andere locaties in onze stad zijn het stadsmuseum, de St-Fransiscuskerk en SAMW-Menen.

Het totaalparcours, hoofdzakelijk langs de Meenseweg slingert zich een weg van Ieper, Geluveld, Geluwe naar Menen en toont 40 nationale en internationale kunstwerken. Kleine oorlogsmomumenten. Eerlijk? Ik vind niet alles even geslaagd als het werk in het stadhuis. Maar les goûts et les couleurs…  Iedereen wordt nu eenmaal door andere dingen geraakt. Je kan onmogelijk alle gebakjes uit de etalage van de bakkerij met evenveel smaak opsmikkelen.


Laat jullie op sleeptouw nemen voor een fietstochtje. Voor een uitstapje langs een weg vol kleine verrassingen. Zo zag ik zomaar de glazen kist van Sneeuwwitje in de kerk van Geluveld en een beschimmeld cachot in Geluwe. Die behoren niet eens tot de officiële tentoonstelling die Johan Tahon cureerde maar alles wat in het traject verscholen ligt, krijgt ineens een verrassend uitzicht. Een voetbal in het gras kan opeens een deeltje van een kunstwerk zijn. Net zoals de modderplassen in het hooiveld en de klaprozen aan de kant van de weg.  Dat is het mooiste: kunst zet dingen in een ander licht. En wat is er schoner dan het zomerlicht?

 (verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 24/06/16)

zondag 26 juni 2016

Ode aan de Bloemen: zomerproject

Binnenkort is het weer twee maanden zomertijd! Omdat er wat meer oog mag zijn voor de bloemen, kwam Tine dit jaar op het idee om bloemtjes te zaaien. Elke bloem zal een naam krijgen en een tekst. Zo zullen haar bloemen in elk geval dit jaar opvallender en kleuriger bloeien (en misschien zorgt ze er dan ook wat beter voor...).

Maar ze komt deze zomer ook bij jouw bloemen op bezoek met een hoogstpersoonlijke ode!

Zo werkt het:

Stap 1: Neem je agenda. Nodig Tine uit in juli of augustus. Dat kan om op het even welk tijdstip.

Stap 2: Zoek een week daarvoor een bloem. Op je balkon, in je tuin, op je koer, op je vensterbank,... die voor jou een ode verdient, geef die eventueel een naam en maak een foto daarvan.

Stap 3: Nodig minstens 1 persoon uit.

Stap 4: Als het afgesproken tijdstip er is, fietst of wandelt (of reist)?Tine naar je toe in een bloemenjurk. Ze leest life bij de bloem haar ode voor. Daarna schenk je gasten een drankje naar jouw keuze (kan melk, water, koffie, chocomelk, wijn, thee, bier,... zijn) en klinken jullie op de bloem in kwestie.

Stap 5: Tine vertrekt, blijft hangen of leest nog enkele andere teksten voor. Volkomen jullie keuze!

Stap 6: De bloem zal vanaf dat moment nooit meer zomaar bloeien...


Tuinfeestje, een koerkermisje, een balkonfestijntje... Het hoeft niet grootschalig zijn om feestelijk te zijn. Verwen je bloemen met wat lieve en persoonlijke groeten! Klink eens samen op je bloemen! Wees lief voor wie naast je wil bloeien!


Dit project is geldig in de maanden juli en augustus. Het kost je niets als Tine te voet of met de fiets kan komen. Wil je een ode verder weg, vraagt ze wel graag de kosten van haar transport terug (tenzij ze daar toch al moest zijn).

Meer info: mail gerust.

dinsdag 21 juni 2016

TINE ZIET (20): Tyber

Tegenwoordig is het een trend om in leegstaande gebouwen in te breken om er foto’s te nemen. Het klinkt behoorlijk avontuurlijk en een tikkeltje gevaarlijk. Echte urban exploring gebeurt met mooi fotomateriaal en een serieuze beoefenaar van het vak moet preventief jaarlijks een spuit tegen de klem laten zetten, want inbreken in leegstaande gebouwen is niet zonder risico.

Een paar maanden geleden werd mij gevraagd om een voorstelling te schrijven voor het Liberty-Festival dat dit weekend plaatsvindt op de oude site van Tyber. Het festival moet een eresaluut zijn aan een echt stukje historie van Menen. Een afscheidsfeest van een bouwwerk vol verhalen.  Zelf ben ik geen held. Ik durf niet eens zonder gezelschap met een sleutel het pand te betreden. Eenmaal binnen met het besef dat er nog anderen in de fabriek aanwezig zijn, durf ik wel op onderzoek te gaan.
Het is werkelijk indrukwekkend om er in rond te lopen. Voor iemand zoals ik, zonder persoonlijke band met het pand, is het een soort van curiositeitenkabinet. Ik snuister bijzonder graag in dingen uit het verleden. Ik verzin er graag verhalen bij. Emotioneler moet het zijn om er als ex-werknemer terug te gaan en eens te kijken hoe het vergaan is met je oude werkplek.

Ik heb mijn oren op Tyber gelegd en heb het proberen te bevatten. Dat was niet zo moeilijk. Op het prikbord hangen nog altijd de brieven die het collectieve ontslag aankondigden.  De machines zijn al lange tijd verdwenen, maar ergens weergalmen hun echo’s nog. De aanblik van een stoffig kantoor met dossiermappen. Een stapel stalen op een hoopje. Het meest frappante voor mij was het kruisbeeld naast de stilstaande klok. Tijd die jaren is blijven stilstaan.


Na het festival en de reünie voor oud-werknemers, komt onherroepelijk de man met de hamer. Die sloopt het gebouw. Wie het gebouw nog even wil fotograferen of wil eren moet snel zijn, want het slopen van een stapel stenen gaat sneller dan je denkt. En voor je het weet, gaapt er opeens een akelige leegte in de Ieperstraat.   Gelukkig blijven verhalen als geesten naar ons wuiven.

 (verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 17/06/16)

maandag 13 juni 2016

TINE ZIET (17): Buurt


Wat ben ik jaloers op Lidewij uit ‘Iedereen Beroemd’ die in de rubriek ‘Mijn straat’ haar hele straat in Schaarbeek leert kennen en in kaart brengt. Prachtig om te zien was het buurtfeest dat werd georganiseerd na één jaar ‘Mijn straat’. Het was heerlijk: alle buren schoven bij elkaar aan. Hoe ontzettend warm! Haar buren waren haar vrienden geworden. Maar niet alleen van haar, ze waren ook vertrouwd geraakt met elkaar.

Ik ken mijn buren niet.  Dat vind ik jammer. Dan zou ik hen misschien wat meer begrijpen. Ik zou me minder irriteren. Ik zou uit tradities die niet de mijne zijn, kunnen leren. Het lijkt me fantastisch om zomaar een blikopener te gaan vragen of een stukje cake dat over is naar een eenzame buur te dragen. Een jaar geleden bouwde ik wat op met mijn Roemeense buren. Als ze iets niet begrepen, belden ze bij me aan. Als ze iets over Menen wilden weten, spraken ze me aan. Dat vond ik een fijne tijd. Het was alsof de rechterkant van mijn huis wat warmer werd. Op een dag waren ze zomaar verdwenen en woonde er een ander gezin in hun huis.  Het is iets typisch voor mijn straat: buren komen en buren gaan. Gelukkig zijn er ook vaste waarden, die ik helaas ook niet ken.


Doe ik mijn best om iets met hen op te bouwen? Beslist veel te weinig! Mijn praten beperkt zich meestal tot een knikje of een ‘Bonjour!’. Ik maak voor mijn buren samen met mijn katten wellicht teveel lawaai. Ik demp het volume  van mijn laptop als ik in mijn bed naar Netflix kijk. Ik probeer niet te hard mee te  kwelen met mijn radio.  Maar mijn lattenbodem piept, mijn trap kraakt, sommige kastdeuren maken muziek en als ik op mijn loopband sta, trilt de vloer.  Vrijdag 27 mei, vandaag, is het ‘Dag van de Buren’ en ik neem me voor om eens wat meer mijn best te doen.  Als het aan onze minister Joke Schauvliege ligt, moeten we dringend kleiner gaan wonen. Nog dichter bij elkaar! Als ik dan toch op schoot moet van de buren, weet ik toch het liefst hun naam.

 (verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 27/05/16)

TINE ZIET (19): Held

Terwijl de voetballen ons om de oren vliegen, kappers zich verkneukelen in het nieuwe kapsel van Fellaini, de weddenschappen aan de toog worden verzilverd, teennagels volgens de nationale driekleur worden gelakt en het bankstel weer naar buiten wordt versleept om met de gehele straat een winnend doelpunt te zien maken met toeters en bellen, haal ik mijn schouders op en zucht. Het spijt me. In dit stukje onthul ik geen strategieën. Ik verklap U niet welke duivel ik boven mijn bed heb hangen. Ik zal heel eerlijk zijn: voetbal doet me bitter weinig. Het doet me eigenlijk bijna geen bal. Dat spijt me.

Natuurlijk zou ik niets liever willen dan dat België kampioen wordt. En ik begrijp maar al te goed, dat als het zover komt, ik dan niet deel ga nemen aan de kampioenenviering. Wie niet supportert tot het einde, verdient ook geen gratis drank. Nee, mocht er een kampioenenviering komen, is dat iets voor wie vlaggen aan het raam heeft hangen, de auto heeft versierd of minstens één wedstrijd met een vrolijke muts met belletjes rondliep.

Begrijp me niet verkeerd: ik hou van de geur van gras, van mannenzweet, van bier en feest. Het is ontzettend fijn om samen achter één ploeg te staan. Het is opzwepend om tussen een bende supporters te zijn. Het is fantastisch om een doelpunt te zien scoren met je eigen ogen ook al ken je al die spelregels eigenlijk niet. Het is bijzonder om nog eens één land te zijn in plaats van te zijn verdeeld.  Maar zo zonder vader met een rood aangelopen gezicht, is daar toch zo weinig aan. Inmiddels is het al de vijfde Vaderdag dat ik hem mis.  Hij kon zo heerlijk opgaan in een moment. Met blinkende ogen. Als een duif na een vlucht thuiskwam, vloog hij als het ware op. Als er een doelpunt werd gescoord, knapte hij soms bijna van puur contentement. Als een wielrenner de finish over spurtte en nét niet won, kon hij zo spontaan en schattig vloeken in zijn zetel. Sport kijken, was als kind en puber, vooral naar mijn vader kijken, want hij was de échte held.


Op dagen van het EK let ik minder op het veld, dan op alle vaders op de bank.

 (verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 10/06/16)

VALS!

Wat is het verband tussen een bontjas en een frak van gras?
Waarom maakt iets schoons je aan het wenen?
Over de teloorgang van meer dan een fabriek.
Over de teloorgang van een leven.

In ‘Vals’ botsen we op Metje Detje, een voormalig werkneemster van Tyber met een hart voor haar werk tot het kraakt. Een verhaal dat verpakt, omarmt en warempel een beetje walst.
‘Ne velln frak gelijk den Titanic,’ zoals ze zelf sappig zoet zou zeggen met de nodige dramatiek.

‘Vals’ is een monoloog van circa 13 minuten.
Geschreven en gespeeld door Tine Moniek.
Het is een ode aan wat was.
Gebaseerd op haar snuisterpraktijken op de site van Tyber

Op zaterdag 18 juni 2016 is 'Vals'  tussen 19u30 en 21u drie keer te horen op het LIBERTY-FESTIVAL.




******

LIBERTY- FESTIVAL/ Het verhaal van een teloorgegane fabriek, verteld door fotografen, dansers, plastische kunstenaars, schrijvers, muzikanten, cineasten, postkaartenverzamelaars, graffiteurs, fabrieksgidsen, een econoom, een historicus en een interviewer, dankzij meer dan 50 VRIJWILLIGE! makers en enthousiastelingen.

Organisatie: De Figuranten & C.S.A. - Centrum voor Stedelijke Acupunctuur ( = een nieuwe burgerbeweging die zich bekommert om Menen zijn identiteit en dynamiek)

maandag 6 juni 2016

TINE ZIET (18): Water

‘Juf, dit is geen stromen meer, dit is storten,’ zei een leerling deze week toen hij angstig door het klasraam naar buiten keek. De regen plensde in grote bakken op de speelplaats neer. Het gutste. De hemelsluizen stonden wagenwijd open. Het zijn apocalyptische beelden die mij angstvallig voor een zondvloed doen vrezen. In mijn verbeelding stond het water me al aan de lippen. Mijn meubels dreven en ik moest het dak op om mijn sokken niet nat te maken. ‘Rustig maar, je hoeft niet bang te zijn,’ zei ik en ik legde mijn hand even op zijn hoofd. Alsof ik hem daarmee een afdak verschafte. Wist hij veel dat ik in gedachten een lijstje maakte van wat ik absoluut droog wou houden. Toen hij later de klas verliet, was het voor even droog. Maar nog geen kwartier later, zocht ik in mijn fantasie alweer een reddingsboei, om niet in een nieuwe vlaag te verzuipen. Een pluviometer kan de rampscenario’s in mijn hoofd niet meten.

Vorig jaar mocht ik het meemaken: hoe mijn benedenverdieping door een aanhoudende bui onder water liep. Niet dat het tot aan mijn knieën kwam, maar het was indrukwekkend genoeg om heel hard te huilen, te vloeken en mijn angst voor regen te voeden. In dit geval had het vermeden kunnen worden als ik op tijd en stond het afvoerputje buiten had ontstopt, maar hoe machteloos zijn wij niet ten opzichte van iets wat zomaar naar beneden komt? Over zoiets simpels als regen hebben wij geen enkele controle. Wij kunnen de stoten van de wind niet beperken. Natuur heeft geen afstandsbediening of een app om op afstand te controleren. Helaas!

Nu ja, wat we niet hebben kunnen we ook niet verliezen. Wie zou dan ook dat toezicht krijgen op het weerbeheer? Wat als de buren water voor hun vijver willen, maar jij niet? En wat als die beheerder dan opeens gaat staken? Waar gaat het dan naartoe? Zo stroomt, stort mijn imaginaire badkuip, de wereld, weer kwistig vol. Ik zoek wanhopig naar een ark. Wie neemt mij mee?


 (verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 03/06/16)