dinsdag 26 juli 2016

Ode aan de bloemen: extraatje

Morgen breng ik een speciale bloemenode, ode nummer 10, waar jullie allemaal deel van kunnen uitmaken!

 Ik ga willekeurig met mijn blauwe koptelefoon en bloemenjurk door de straten van Menen wandelen. Als de muziek stopt, begroet ik de eerste bloem die ik zie.

Hoe meer muziek, hoe verder ik stap. Het tempo van mijn pas hangt van de muziek af.

 Post hieronder voor middernacht één nummer (van max 5 min) dat je wil toevoegen aan mijn bloemenwandelspeellijst.




maandag 18 juli 2016

TINE ZIET (24): Salto

 Toen onze stad vorig jaar voor het eerst met de naam Salto op de proppen kwam, werd ik op slag een beetje misselijk. In mijn schooltijd stond de les lichamelijke opvoeding gelijk aan marteling. Een achterwaartse koprol bezorgde mij al nachtmerries. Een radslag zat niet in mijn lijf en nu zette Menen ons aan tot buitelingen? Gelukkig viel het allemaal wel mee. Moby Dick bleek geen gymleraar maar een potvis te zijn. Dat de eerste editie van Salto een meevaller was voor mij, betekent niet dat het een succes was. Ik denk dat het opzet toen een beetje te ambitieus was en het volkse karakter dat in een stadsfestival hoort, was vergeten.

Afgelopen zaterdag, in de blakende zon, werd de tweede editie van Salto op ons losgelaten. Thema nu was de muziek. En die bracht ons samen! En hoe! Het stadsfestival werd geopend met een concert met de beiaard en het banjo-orkest! Een geslaagd experiment, dat zeker niet voor de hand lag omdat er een klein tijdsverschil zat op de klanken. Daarna slingerde een stoet met de Koninklijke Volksharmonie Sint-Jozef voorop naar de andere Salto-locaties. Het hoeft niet gezegd dat de toon gezet was. Een stadsfestival is voor iedereen. Wil je gewoon in de zon genieten met een muziekje op de achtergrond? Dan kan dat. Wil je zoveel mogelijk concerten oppikken? Er is een gevarieerde keuze. Ook de kinderen worden gretig met lekkers verwend.


Na het concert van Guido Belcanto met het Sinja-koor en enkele vrijwillige Menenaren in zijn nek, werd het feest op de markt afgesloten door DJ Zaki. Ikzelf liet deze Gentse dj aan mij voorbijgaan en zakte af naar De Figuranten en vierde het einde van Salto met Menens karakter. Dit is een plek in mijn stad, in mijn straat, die me lief is. Een soort open huis met fijne artistieke en sociale projecten waar iedereen welkom is. Er is daar sinds kort een soort van bok neergezet waar niemand echt over kan. Een hindernis die ons wat schrik aanjaagt. Kan deze werking in al haar verscheiden aspecten zoals wij ze kennen, blijven bestaan? Ik hoop het van harte. Een salto is mooi. Een salto mortale niet.

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 15/07/16)

maandag 11 juli 2016

TINE ZIET (23): Rooster

Nu de zomervakantie eindelijk is ingezet, worden er weer kwistig BBQ-kruiden in de atmosfeer gestrooid. Geef nu toe: BBQ maakt toch de zomer. Veel heb je er niet voor nodig: een BBQ, houtskool, vuur en tang en vervolgens een paar stukken vlees, wat brood en een sausje en je hebt als ex-neanderthaler al genoeg om zwijmelend achterover te vallen. Geef het maar toe: soms hebben we in al onze beschaving gewoon een oermens in ons lijf zitten die erop kickt een fikkie te stoken ter ere van onze gevangen prooi. Ook al jagen we al tijden niet massaal meer op vlees. Vis kan ook aardig grillen. Vegetarische burgers ook. Gegrilde courgettes, aardappeltjes met look. Voor iedereen past wel wat lekkers op het rooster. Loopt het water al in de mond? Ontkurk alvast een flesje cava of wat wijn. Schuif gerust bij! Zomer maakt gastvrij.

We snakken zo naar zalig nietsdoen. We liggen zo graag in onze lome hangmat. We hebben zo’n nood aan ontspannen want de boog kan niet altijd gespannen zijn. Maar wat ik gisteren zag, tartte werkelijk mijn verbeelding. Door één of andere kortsluiting in mijn gedachten reed ik voor het eerst sinds jaren verkeerd. Ik reed van mijn moeder via de E17 naar Menen, zoals ik altijd doe, maar opeens stond ik in de file naar Moeskroen. Anderhalve kilometer aanschuiven en puffen. Meer is het niet. Geduld is een schone deugd. Niet? Ik schoof keurig aan terwijl ik de mooie lucht bekeek. Naast me zoefden auto’s en zelfs vrachtwagens mij op de pechstrook voorbij. Levensgevaarlijk! “Ah, we hebben haast en lappen de verkeersregels aan onze laars.” Of “De brochettes moeten nog gemarineerd! Als ik de file voorbijrace loopt de BBQ straks toch nog gesmeerd!”


Wellicht vindt U dat ik overdrijf. Anderhalve kilometer de wet overtreden: dat is slecht kattenpis. Maar ik leg al deze overtreders graag eens op het rooster. Als U thuis ontstressen moet met de voetjes onder alweer een terrastafel. Weet dat U dat ook in de korte file had kunnen doen, terwijl U net als ik naar de wolken keek, de schone velden om U heen. Ontspannen kan ook rookvrij en zonder eten.

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 08/07/16)


donderdag 7 juli 2016

Ode aan de bloemen: waarom ik het iedereen kan aanraden om een spontaan bloemenfeest te organiseren

Inmiddels heb ik al drie bloemenfeestjes achter de rug. Drie keer trok ik mijn ongelooflijke felle bloemenjurk aan om met een bang hartje naar een voordeur te gaan. Ten eerste vergt het voor mezelf al moed om me in die jurk in het openbaar te vertonen. Ten tweede vraagt het ook lef om bij mensen binnen te vallen. Maar al drie keer was zo'n interventie niet alleen voor mij een succes.



De eerste keer kwam ik op een verjaardagsfeest terecht. Ik was de surprise. Ik voelde me een beetje ongemakkelijk daarbij. Ik dacht een strikje op mijn lijf. De verlegenheid stak een beetje de kop op. Ik lokte ze mee in een tuin die niet van mij was, bracht er één ode, we klonken en uiteindelijk kon het feest daarna weer verder gaan in de koffie en de taart. Het was een intermezzo voor de gasten. Even naar buiten, in een zwak zomerzonnetje, maar hé! de zon was er ineens! Lag dat aan mijn jurk? Een ode als tussendoortje: fijn!




De tweede keer kwam ik met een delegatie van De Wereldtuin op het Vander Merschplein terecht. De Wereldtuin is een fijn initiatief in mijn stad. Menenaren kunnen er een tuintje lenen. Men had er lobelia's gezaaid om in vensterbanken rond het Vander Merschplein te zetten. Maandag werden de bloembakken verdeeld. Ik mocht de lobelia's welkom heten rond het plein. Een bewoner was net bezig om ze water te geven, dus gingen we naar zijn vensterbank. Het was een fijn en gezellig gebeuren. Met het glaasje kwamen ook veel verhalen los. Zomaar op de stoep. Bij twee bakken lobelia's. Ongedwongen en spontaan. Zo makkelijk komt een gesprek met mensen die elkaar niet zo goed kennen los. Een ode als een sociaal gebeuren: top!


De derde keer ging ik langs bij een vriendin en haar man. Die kende ik al goed. Alsook hun tuin. Maar ze hadden hun buurvrouw van in de tachtig uitgenodigd. Dat gaf het gebeuren toch een speciale dimensie. Middenin een omgeving waarin ik me al vertrouwd voel, was er ineens een kennismaken met. Een eerste ontmoeting. Zo'n ode brengt dus ook nog eens mensen bij mekaar met wie je anders nooit dacht dat het zou klikken. Met de buurvrouw van mijn vrienden in mijn hart fietste ik naar huis. 


Eerlijk: ik had het zelf niet zo verwacht. Dat één simpel gedicht zoveel teweeg kan brengen. Eén simpel bloemenfeest tegen verzuring. Een simpele dronk op wat kleurigs in dit leven. Gratis en voor niks bloeien niet alleen je bloemen, maar ook de gasten op. Breng eens mensen samen onder het mom van bloemen of verras ze op je eigen feest met wat extra fleur. Nu gaan jullie me vast allemaal boeken? Toch? Het zijn solden: ik kan  gerust nog een paar bloemenjurken kopen. 

(foto's zijn allemaal van Debora Knol tijdens de Ode aan de Bloemen op het Vander Merschplein.)

maandag 4 juli 2016

TINE ZIET (22): Kuit

Hoewel sommigen mij als een taaie tante zien, ben ik een zielepoot. Een zwakkeling. Maandagochtend scheurde ik bij het al te enthousiast vliegtuigje spelen tijdens de promodagen van SAMW Menen mijn kuitspier. Hoewel me dat al eerder overkwam, voelt deze scheur deze keer toch als een ware dolk in mijn lijf.

Vooreerst zijn er die fijne Figurette-pasjes die ik nu vermijden moet, want vrolijk springen kan mijn geblesseerde spier er nu even niet bij hebben. Ik weet dat ik extra pijn zal voelen als ik zaterdag tijdens onze tweede verjaardag op Reckebilck voor het eerst vanaf de zijlijn naar die fenomenale dames kijken moet. Daarnaast zet de blessure een noodgedwongen stop achter mijn dagelijkse conditietraining snelwandelen op de loopband en zet al mijn bewegingsplannen in de zomer on hold, want dit euvel kan pas herstellen na weken recupereren, manken.  Tijd om weer wat meer te lezen

Toch is het bijzonder slecht voor mijn moraal maar ik hou me an ’t gès en beloof er niet te veel over te zeuren. Er zijn zoveel dingen die stukken erger zijn. Zomaar op klaarlichte dag in elkaar geslagen worden bijvoorbeeld. Zonder duidelijke redenen ineens op straat staan. Op een luchthaven in Istanbul op het verkeerde moment op je vlucht staan wachten. Verliezen wat je het dierbaarst is. Horen dat je ziekte maar blijft woekeren ondanks alle hoop en medicijnen. Of dat een mens in onze stad blijkbaar zoveel honger lijden kan, dat hij eendjes uit een vijvertuin moet stelen, zijn portefeuille daarbij verliest en dan nog eens wordt betrapt met het karkas op zijn bord. Schrijnend.

We moeten in deze spannende tijden steeds kraniger zijn.  We moeten doorbijten. Beresterk zijn. Wat het ook is dat ons tekent, of we nu winnen of verliezen, we moeten dat altijd doen met de kuit vooruit. En als dat niet in ons eentje lukt, zouden we een blauwe vlag aan ons raam moeten kunnen hangen met daarop de woorden: ‘Help mij!’.  Zonder schroom en zonder schaamte.  Want sterker ben je altijd met een samen.

 (verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 01/07/16)