maandag 29 februari 2016

TINE ZIET (4): Schrikkel

Eens om de vier jaar is het zover. Dan is er opeens een schrikkeldag. Vroeger bedacht ik dat het een dag was, waarop ik veel zou schrikken, want ik wist nog niet wat schrikkelen betekende. Nu weet ik dat maar al te goed: hoe ouder ik word, hoe meer ik schrikkel. Daar heb ik zelfs geen schrikkeljaar voor nodig.

Wat zou het heerlijk zijn mocht 29 februari een dag zijn waarop je zonder schuldgevoel kon schrikkelen.  Heb je geen zin om te werken? Blijf maar thuis! Wil je niet naar school: geen zorgen! Deze keer kan je ongestraft spijbelen. Een dag zonder enige vorm van verplichting. Wie ongestoord in bad of in bed wil blijven liggen: het is gepermitteerd! Een dag van carte blanche.  Meer nog: kregen we die dag maar een parafix in handen gedrukt waarmee we tijd kunnen stilzetten. Konden we maar op die ene dag alle fijne dingen inhalen die we ooit gemist hebben door ergens gewoon niet op te komen dagen. De dag zou rust brengen in die berg van wroeging die zich inmiddels heeft opgehoopt ergens in ons grotemensenlijf: grote schoonmaaktijd voor spijt. Stel je eens hoe verlichtend dit zou zijn!

Nu is een dag waarop wij gewoon belastingen betalen, verwarming, elektriciteit, water en de rest. Zodat wij natuurlijk geen dag loon kunnen schrikkelen.  Helaas. Kunnen we dan niets bijzonders van deze dag maken zodat we al gaan popelen naar het volgende schrikkeljaar? We kunnen spijtbetuigingen de lucht in laten, een dagje in geheimtaal praten,… Maar wil je deze dag nuttig besteden: wees dan een vrouw! Dames, het is dé dag is waarop het volgens de etiquette is toegestaan dat wij een man ten huwelijk vragen! De man in kwestie mag trouwens volgens de Schotse verhalen het aanzoek niet weigeren. Anders is hij verplicht om die vrouw twaalf paar handschoenen te kopen (wat een straf!) waarin zij haar ringloze vingers kan verbergen.  Volgens de weerman wordt het nog heel erg koud. Ik heb nog enkele dagen om te bedenken wie mijn slachtoffer zal zijn. Heren, begin alvast maar voor die handschoenen te sparen!




(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 26/02/16)

maandag 22 februari 2016

TINE ZIET (3): Confettitijd

Blikjes, kauwgum, hondenpoep, één enkele paarse onderbroek, een verzopen kater, een CD, een volle luier, sigarettenpeuken,… Het zijn slechts een aantal dingen die ik afgelopen vier jaar verzameld heb tijdens het opruimen van mijn trottoir. (Echt waar!)  Daarnaast vind ik regelmatig spuugsporen, maar die laat ik onberoerd. Ook al grom ik inmiddels hardop bij weer een verse lading kaartjes van autohandelaars, niets is zo hardnekkig als wat vanaf zondag weer in de voegen van de straatstenen in de centrumstraten kleeft: een overdosis confetti.

Natuurlijk begrijp ik het plezier dat de confettigooier ervaart bij het uitwerpen van een grote hoop papieren vlokjes. Vergelijkbaar met het gooien van een sneeuwbal. Zelf gooi ik ook graag met van alles. Wat de confettigooier soms vergeet, is dat die kleine stukjes lastig op te ruimen zijn, dat die feestelijke snippertjes overal irritant tussen kruipen. Dat ze zool per zool met je mee blijven reizen. Dat je bijgevolg na Pasen nog steeds confetti in je ondergoed kan vinden. Dat er onder het bed maandenlang restjes surrogaatsneeuw verborgen liggen. Kortom: dat carnaval, in dit geval, niet een feestje van één dag is, maar aansleept tot de haren van je bezem versleten zijn.

Feesten is leuk. Daar heb ik niets over te klagen. Wat het fijne aan feesten is, dat vieren een zaak van ‘samen’ is. Mensen hangen opeens als serpentines aan elkaar. Ze vormen één glimmende dronken slinger van vertier. Kunnen we in deze tijden nog vrolijk zijn? Ja, we kunnen dat! Maar ’s ochtends klinkt al het gemor, na de doortocht van de Groene Ridders (niet dat zij geen goed werk leveren maar confetti blijft koppig als onkruid terugkeren): het geschuur van borstelharen op de stoep.  Gevloek van wie elke dag veegt, terwijl buren dat niet doen. Gedaan met ‘samen’. Opruimen dat moet dan maar alleen.


Was confetti maar als sneeuw: niet zo glad, maar smeltbaar.  Kon het maar oplossen met een regenbui. Nu zorgt het even voor plezier. Maar straks weer voor een verzuurde buurt. Oh, confettitijd! Geweldig! Joepie!


(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 19/02/16)



dinsdag 16 februari 2016

Vijf jaar

Vijf jaar geleden is het inmiddels. Vijf jaar geleden moesten wij een vader laten gaan.

Natuurlijk verdwijnt een vader nooit helemaal. In herinneringen ontmoeten we hem steeds weer. Dankzij Google Streetview kan ik hem wel blijven bezoeken. Meer nog: dankzij Google Streetview blijft hij in beweging. Het is een jaarlijkse traditie geworden om op zijn sterfdatum het adres van mijn huis van oorsprong in die wonderbaarlijke tijdreismachine in te geven.



Drie jaar lang liet de site hem onafgebroken aan een brievenbus metselen. Op Facebook schreef ik toen: "Ook al metselt hij al drie jaar niet meer op deze aarde, dankzij Google Streetview zie ik hem af en toe nog (met een kopje heimwee naast mij) een brievenbus metselen. Drie jaar gaan snel voorbij. Maar met een vake nog steeds naast mij, was de tijd wellicht nog sneller voorbij geschoten. Missen is haperen in tijd."



Vorig jaar merkte ik tot mijn verrassing dat hij niet langer metselde. Maar dat hij er wel nog was. Hij liep van de fotograaf weg. Drie jaar onafgebroken metselen is ook best lang. De rust was hem gegund. Ik tikte toen: "Ik zag dankzij Google Streetview jarenlang mijn vader metselen. Vandaag, exact vier jaar nadat hij vertrok, ontdek ik dat hij van zijn metselwerkje wegstapt. Zoals hij altijd stapte. Een beetje krom met zijn grijze haardos en dito kiel. Dag vake! Draai je je nog even om?"

Vandaag was ik bang om te kijken.

Gelukkig! Hij wandelt nog voorbij de bloeiende jasmijn.
Hij stapt nog steeds richting de horizon.
Hij loopt elke dag een stapje verder van de lens.
Maar hij is er nog!






maandag 15 februari 2016

TINE ZIET (2): Liefde Vieren

We kunnen er deze dagen niet meer naast kijken: de liefde tiert welig. Praktisch elke etalage verwelkomt Valentijn met open armen. We worden massaal aangemoedigd om Koning Liefde met cadeautjes te vieren.

Begrijp me niet verkeerd. Ik heb helemaal niets tegen de liefde. Alsook niets tegen Valentijn. Voor mijn part mag het elke dag Feest der Verliefden zijn. Wel heb ik soms heimwee naar die tijd waarin het op 14 februari spannend afwachten was of ik deze keer een kaart zou krijgen. Die heerlijke tijd waarin het niet zo simpel was om je hart op tafel te gooien. Nu zijn er zoveel icoontjes met hartjes en kost het zo weinig moeite je liefde te tonen. Sinds de intrede van gsm, chatberichten en mails heb ik nog nooit zoveel blijk van affectie gekregen. Kusjes en hartjes: ze zijn bijna standaard in een bericht inbegrepen. Zelf betrap ik er mezelf ook op dat ik ze gretig uitdeel. Vaak zijn ze niet meer dan groetjes en een lieve (zw)aai. Vroeger moesten we best wat inspanningen doen om onze liefde te verklaren. Die ene stap om te laten weten aan de ander dat je verliefd was, was bijzonder groot. Denk daar eens over na als je dit weekend zwijgzaam tegenover je lief van het Valentijnsmenu knabbelt.

Van een leerlinge hoorde ik eens dat ze een enveloppe met €10 erin had gekregen van haar Valentijn. Ze gaf het geld in een andere enveloppe terug en zei: ‘Hier is jouw Valentijn.’ Dat kan toch ook niet de bedoeling van een Feest der Verliefden zijn? Elk jaar dezelfde bloemen. Jaarlijks datzelfde restaurant. Elke keer weer die lingeriebon of dat parfum. Steun gerust je lokale ondernemers door de aanschaf van een plakje Valentijnspaté, een ontbijtpakket met bubbels maar beter nog: doe eens wat moeite, sloof je eens uit! Er zijn nog genoeg andere dagen dit jaar waarop je spontaan je genegenheid  kan tonen.

 (Voor de vrijgezellen: wanhoop niet. Misschien valt toch nog dat kaartje in de bus. Mocht er toch niets van komen: op mijn drempel is plaats genoeg voor rozen, flessen champagne en Valentijnscake. Maar – het spijt me zeer, lieve slager - liever geen paté.)

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 12/02/16)




maandag 8 februari 2016

TINE ZIET (1): Ramptoerist

Hebben jullie dat ook? Dat jullie de impact van de dingen pas later zien? Zo hoorde ik dat er zaterdag een brand woedde in de Bruggestraat.  Dat er een man niet meer kon worden gered. Als ik die woorden hoor, dringen ze wel tot me door maar ze raken me precies niet. Het is maar als ik voor het gebouw sta, de zwartgeblakerde bakstenen zie, dat ik besef wat daar gebeurde. Dan denk ik dat ik al vier jaar dagelijks voorbij dit appartement kom, dat ik de vlammen vanuit mijn zolderraam had kunnen zien. Dat de man die jammerlijk overleden is, een man is die ik me niet eens voor de geest kan halen.  Dat dat zonde is. Dan pas krijg ik de krop in de keel.

Dat heb ik ook met andere dingen. Natuurrampen bezorgen mij kippenvel op het moment als ik de foto’s in de krant of de beelden in het nieuws zie.  De immense kracht van een tsunami bijvoorbeeld wordt pas duidelijk als je de dramatische beelden van de desastreuse gevolgen ziet. Oorlog wordt serieuzer als de slachtoffers je hartverscheurend via een camera aankijken. Een vliegtuig dat door een wolkenkrabber schiet, is niet langer een beeld uit een cartoon als je het live in levensecht gebeuren ziet.  Haren rechtop. Een stomp in de maag. Slikken maar.

Soms vraag ik me serieus af of ik me niet beter een paar oogkleppen aan kan laten meten. Zou ik niet veel gelukkiger zijn zonder al die vreselijke confrontaties? Ik voel me al te vaak een ramptoerist. Al ben ik geen exemplaar die de tegenslagen van anderen kost wat kost wil zien. Ik ben het tegen wil en dank. Ik ben het zeer spontaan. Nooit trek ik er bewust op uit om met een verrekijker de miserie van de medemens te beloeren. Nee, die ellende wordt mij op mijn netvliezen gedrukt. Soms vervloek ik dat hartgrondig. Maar nét die rol van onvrijwillige getuige maakt van mij een echter mens. Het feit dat ik me machteloos voel, is niet mijn grote kwelling. Nee, die dag dat het mij allemaal niets meer doet: dàt is de allergrootste tragedie. Niets is schoner dan een dagelijkse portie hartverscheurende emotie.

(verschenen als column in De Weekbode / De Leie op 05/02/16)