dinsdag 26 december 2017

TINE ZIET (97): Volgers

Graag wil ik me bij deze op voorhand excuseren bij lezers als mijn moeder. Dit stukje gaat over sociale media. Iets wat ze niet zo goed verstaat.

Op het moment dat ik dit schrijf heb ik 931 vrienden en 1233 volgers. Eigenlijk klinkt het allemaal indrukwekkend. Let wel: ik wil niet met cijfers gooien om te pochen. Ik wil alleen maar wat aantonen.

Het is eigenlijk een absurd idee. Zet die vrienden eens allen samen aan een tafel. Wees daar maar eens gastvrouw van! En die volgers: laat ze maar eens echt achter me aanlopen en ik word gegarandeerd binnen het kwartier gek. Toch is het een soort van statussymbool geworden. Een foto zonder likes betekent dat je niet populair bent.

Als ik mijn leerlingen vertel dat ik op Facebook zit, vragen ze meteen ook: “En hoeveel likes krijg je op een dag?” Ooit antwoordde ik: “Best veel! Een stuk of 30.” Ze keken elkaar verbouwereerd aan en zeiden: “Is dat alles?” Mijn nichtje was eens oprecht heel droevig omdat ze per ongeluk haar foto op haar profiel had verwijderd. Daarmee had ze meer dan 150 duimen in de vuilnisbak gegooid. Toen ze een nieuwe foto moest plaatsen, wist ze dat ze weer opnieuw moest beginnen. Ze was opeens veel minder populair.

Ik begrijp het ook best. Iemand met meer vrienden en meer volgers heeft een grotere impact op de massa. Zo mocht ik afgelopen week ondervinden dat iemand met meer volgers met mijn idee ging lopen en daar meer applaus voor kreeg dan ik. Het maakte me in eerste instantie boos en ook wel jaloers. Maar toen bedacht ik dat dat belachelijk was. Geen enkel idee is nog uniek. En de kracht van een applaus zit hem niet in het aantal paar handen maar in de dynamiek.


(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 22/12/17)

maandag 18 december 2017

TINE ZIET (96): Ereburger

Zaterdag mochten wij met Les Figurettes optreden tijdens de kerstmarkt in Lauwe. Daar kregen we de kans om te proeven van een stukje Wieltjestaart dat over was van de viering van de huldiging van Johan Tahon als ereburger van stad Menen. Het was een heerlijk stukje. Niet alleen omdat de taart ook echt smaakte, maar ook omdat het toch wel bijzonder mooi is dat de beeldend kunstenaar tot het rijtje van ereburgers werd toegevoegd. Hij bracht hiervoor zelfs mijn lievelingsschrijver Peter Verhelst mee. Wat ik natuurlijk extra kan appreciëren. Ook schonk hij een prachtige beeldengroep aan het stadsmuseum.

Momenteel werkt hij samen met Till Lindemann, de zanger van Rammstein die ook dichter is. Eind januari is het resultaat van hun samenwerking te zien in Maastricht. Vorig jaar nog was hij curator van het kunsttraject Menin Road/Ypernstrasse. Maar werken van hem zijn overal te zien.  Zijn sculpturen torenen vaak hoog boven de bodem uit. Ze blinken uit in een soort ruwe eenvoud. Dat mag ik misschien niet zeggen, ik ben geen kunstkenner, maar je hoeft geen kunstkenner te zijn om te beseffen dat de kunst van Tahon er iets toe doet. Dat hij op die manier ook zijn roots uitdraagt.

Wat ik als leerkracht van SAMW Menen heel erg graag hoor, is hoe dankbaar hij is voor zijn opleiding in de academie. Dat er een gepassioneerde leraar was die hem vormde en kneedde. Dat hij daarna zijn eigen weg opging, een weg die de wereld almaar meer stukjes Tahon laat zien. Dat een academie dus een begin kan zijn van een ereburgerschap en kunst de reden tot het ontvangen van een sleutel van een stad.

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 15/12/17)

maandag 11 december 2017

TINE ZIET (95): Zonder klagen

Er zijn tegenwoordig al heel veel speciale dagen. Zo is november traditioneel de maand waarin sommige mannen hun snor laten staan en zich daarvoor laten sponsoren voor het goede doel. Er is Tournée Minerale waarin je jezelf verplicht geen alcohol te drinken. Er zijn dagen zonder vlees en momenteel ben ik  - echt waar! - aangemeld voor ‘Dagen zonder Klagen'.

Het is natuurlijk ludiek, maar ik zou het iedereen van harte kunnen aanbevelen om eens enkele dagen niet te klagen. Want er wordt nogal wat af gezeurd! Het is toch iets wat me meer en meer opvalt. Ook bij mezelf. Hoe meer we hebben, hoe meer we morren. We mogen het niet vergeten: jammeren kost ook energie. Zaniken over mopperen ook. Dus laat ik er niet te veel woorden aan vuil maken.

Nu ja, zoveel woorden passen er niet in deze rubriek. Dat is misschien wel een geluk. Zijn er redenen tot zeuren? Ja! Stapels! Maar minstens evenveel redenen van niet. Zo vond ik afgelopen week zomaar spontaan een zakje vol lekkernijen van de Sint aan mijn deurklink. Ik zag een prachtig huiskamerconcert met Chantal Acda omgeven door leuke mensen. Er was thundersnow, het geluid van spelende kinderen op het trottoir, een supermaan, lekkere soep, een zachte nieuwe trui, een spinnende kat en veel slappe lach in de lessen. En bovenal: de geur van echte mandarijntjes! Er waren grappige onwennige danspasjes, mooie plannen, veel kaarsjes, bemoedigende woorden en enthousiaste leerlingen verkleed als Pietjes. Al het positieve valt ineens veel meer op.

Een interessante oefening waaruit ik zoveel leer en die mijn wereld een stukje minder zuur zal maken. Ik probeer het vol te houden. Wie doet met me mee?

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 08/12/17)

maandag 4 december 2017

TINE ZIET (94): Ziek

Afgelopen dagen was ik een opvallende afwezige in de klas, tijdens een concert in de straat, bij de repetitie van de Figurettes,... Mijn lijf heeft dat voor mij beslist. En de dokter vooral.

Als ik zo ziek ben dat ik niet ga werken, heb ik de neiging om wat zielig te zijn. Ik durf dan wel eens naar aandacht hengelen op sociale media. Sommige mensen begrijpen dat niet, ik hoef me daarvoor niet te verantwoorden, maar het is fijn om lieve berichten te krijgen als je je niet goed voelt. Het is als een nat washandje op een zwetend gezicht. Het is leuk om te lezen dat anderen hun maaltijd met je willen delen. Bovenal is het ook een stok achter de deur. Mocht me overkomen dat ik opeens toch niet meer wakker word of dat ik in mijn slappe toestand van de trap val, dan zijn er toch een paar mensen in mijn dichte omgeving die misschien wel eens zouden kunnen denken: “Hé, Tine is ziek en ze is verdacht stil. Misschien is er toch wat niet in orde.”


Het is een reële angst van mij. Een mens die alleen woont, mag nog zo sociaal zijn, als je in huis iets tegenkomt en niet bij een telefoon kan, kan het dagen duren vooraleer je gevonden wordt.  Je hoeft niet eens bejaard te zijn. Een voormalige vriend van mij werd bijvoorbeeld te laat gevonden. Hij was nog jong. Dus waarom zou het mij niet kunnen overkomen? Misschien nemen daarom zoveel alleenstaande mensen een dier in huis. Of planten voor het raam. Of rolluiken. Als er geen beweging meer is in huis, zouden planten hangen, dieren janken en rolluiken zwijgen. Maar wie let daarop? Ik heb gelukkig nog deze rubriek: als ik een week niet verschijn, zullen jullie ongetwijfeld allemaal op mijn raam komen kloppen. Toch?

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 01/12/17)