woensdag 20 april 2011

Ooit (1)

Ooit had ik een date met een politieman. We spraken af op een bekend plein in Gent. Ik droeg een paarse jurk met bloemen. Wat hij droeg wist ik op voorhand niet. Dus ik zocht naar een kepie. Een snor. Een revolver.

Toen kreeg een telefoon die zei dat hij me zag. Ik vroeg hem om te zwaaien. Ik verwachtte nog altijd blauw. Maar hij had een wit hemd en een jeansbroek en hij bleek niet eens alleen. Hij zei: "Dit is mijn collega. We zijn hier undercover. En eigenlijk bespieden we net een drugskoerier, maar jij leek ons wel de moeite." Mijn bloemen bloeiden trots.

Na amper één glaasje bruisend water en een saai gesprek vertrokken ze richting koerier en bleef ik alleen. Ik dacht aan de gouden handboeien om zijn nek en aan de sullige collega die je in elke politiefilm ziet. Ik dacht: "Oef, ze zijn vertrokken." en bestelde snel wat wijn.

Twee dagen later kreeg ik het verzoek om met hen naar de Ardennen te vertrekken. Ze huurden daar een huisje en wilden me allebei en tegelijk in bed. Even dacht ik aan de spanning. Maar toen dacht ik aan die nek. En dat geen van beiden ooit een politieserie zou halen. Zelfs niet één medaille voor een heldendaad.

Sindsdien hou ik nooit meer agenten van hun werk. Mijn bloemen en ik zouden niet durven.



zondag 17 april 2011

Lentedag als statusupdate: zomaar - het hoeven niet altijd reisjes naar Berlijn te zijn.

*** staat op met een dijbeen in haar oor *** gromt een sms terug dat hij beter kan zwijgen *** doucht de zandkorrels van haar lijf *** ontbijt met de kat op de printer *** blokkeert bij een stukje Komrij *** geeft haar fiets de sporen *** zorgt voor een leuke soundtrack bij haar kapsel *** grijpt een bejaarde bijna bij de kraag omdat hij de doorgang naar haar trein belemmert *** hijgt uit met Yann Mantel *** hoort een kleuter wel meer dan dertig keer jammeren: "Moeten we hier niet uit?" en denkt hierbij liefdevol: "Als je mama nu niet ophoudt met kennismaken met haar buurman en eindelijk eens naar jou luistert, schop ik haar er nog niet uit." *** schaamroodt om de masturbatie-scène onder haar ogen *** krijgt slecht nieuws dat er geen is *** heeft blijkbaar abnormale oorschelpjes want ze blijft moeilijkheden ondervinden met de doppen van haar mp3-speler *** schrijft iemand iets over koekebrood en rozijnen *** bedenkt dat ze de smaak hiervan erg mist *** schrikt van het feit dat het romanpersonage 'zomaar' van geslacht verandert en stelt haar lezersblik in vraag *** haalt opgelucht adem als ze leest en herleest dat een achtienjarige jongen zomaar op een dag ongesteld kan worden *** speurt tree voor tree naar haar afspraak *** wandelt de Kunstberg op *** wandelt de Kunstberg af *** wandelt de Kunstberg op *** toont voor het eerst dit jaar haar Lerarenkaart en schrikt van de foto *** is niet welkom voor het feestje in de Bozar *** krijgt zonder het betalen van een gids een deskundige inleiding op het werk van Luc Tuymans *** komt onverwacht naast Tuymans zelf te staan maar vlucht weg voor de camera *** wandelt tussen nieuwe kleuren en onverwachte lijnen *** ziet kinderen kunstwerken op een spontane en sublieme manier natekenen *** kijkt uiterst gefascineerd naar de compilatie filmbeelden en weet nu al dat ze over een rare vrouw met vogel gaat dromen *** zoekt de schildpad *** mag met haar gezelschap geen koffie drinken in de Bozar Brasserie omdat je dat niet keurig met mes en vork kan doen *** merkt dat vegetarische broodjes een uitgestorven diersoort kunnen zijn *** schrikt van de rozijnen in haar brood, maar mist de koek *** drinkt een sapje dat duurder is dan wijn *** koopt bijna een verlovingsring op een marktje in Brussel, omdat ze met lente-dagen als deze wel zou kunnen trouwen. Maar de gedachte aan alle dagen pollen kussen, doet haar geldbeugel terugdeinzen *** krijgt een strook goedkoop parfum op haar snor gesmeerd *** staat in Brussel Centraal en denkt: is dit nu centraal op de landkaart? *** dankt Lies *** moet ineens bedenken wat ze donderdag gaat doen, maar staat volledig met haar blauwe schoenen in het zonnige heden van nu *** is een pageturner *** hoort door de oortjes van haar soundtrackmachientje heen een hedendaags gezin het noorden zoeken *** moet beslist onthouden dat ze moet opzoeken of er een crematorium bestaat dat wassen lichaamsdelen verbrandt als lopende herinnering aan doden *** betrapt de kaartjesknipper op een hummeltje *** ziet hoe pluizen dansen op muziek *** fietst gezwind de haren uit de oren *** ziet dat reigers ook zondagsdieren zijn *** twijfelt maar fietst door *** ziet een trouwring die niet langer om een vinger zit *** luistert met haar moeder naar een ruimteschip dat landt terwijl die zegt: "Dat ik dat nog mag meemaken!" *** stelt blij vast dat de ooievaar boven haar dak nog wat extra rondjes maakt *** maakt zichzelf en de zwangerkat gelukkig met het inschakelen van het croque-apparaat *** en een hart dat opspringt *** en een hart dat zucht *** kan voortaan vetjes kussen *** smaakt naar appel-kers *** verkoopt bouwmateriaal alsof het geen herinneringen zijn *** zeeft uit deze dag ambrozijn uit het venijn.

vrijdag 15 april 2011

Insomnia

In een nacht als deze vaart de reddingssloep niet uit.
Dus hoe het hoofd van sloop tot sloop een plaats verovert
en hoe de lakens stormen in de benen plooien, alle hulp is overboord.

Je kan een kapitein bedenken die je roer een plotse wending geeft
of wat inhoud als beschuiten lozen. Het helpt geen steek: dit is geen droom.
Je slaapt nog steeds geen golfje en de sterren zijn voor jou te hoog.

Als de zon je oorlog met het duister staakt,
voel je vissen uit je ogen kruipen.
Je kijkt hen na en gaapt de gaten uit je slaap.

woensdag 13 april 2011

Overwoekerd

We kennen middagen met zon. Dat is niet iets nieuws. We zitten niet alleen. Ook middagen in een tuin zijn ons niet vreemd. Maar neem nu dit vertrouwde en los daarin het verlangen als ongemak dat alleen betrokkenen kunnen zien. Althans dat is de stille wens van minstens één hoofd in die tuin. Wat de andere betrokken hoofden denken, is voor die ene natuurlijk niet te zien. Maar naar wat wederkerigheid mag men in dit gegeven zeker hopen.

Dan zwelt door een ontweken blik een honger als woeker aan. Uit een terloopse glimlach schiet een bloem uit knop. Wat handen willen raken, verbeeldt men zich als lange takken, wat ze raken: één kloppende rode vrucht. En wat niet wordt gezegd, krijgt wortels in de voeten. Kortom: de tuin groeit met dit gevoel gigantisch uit z'n voegen. Geen snoeier kan dit groeien aan. Barst de groene bolster uit elkaar?

Totdat die één verdwaasd uit de stoel opstaat, een jas aantrekt, een deur dichtslaat. Gewikkeld in te veel klimop, neemt men uit angst voor teveel aan bloeien, het willen uit elkaar. Men gaat verder met het verlangen in het haar tot nog een tuin. En de durf het ongemak daarin als vriend te begroeten.

woensdag 6 april 2011

Filmpje om te bewaren

Soms op een enkel moment in het leven valt toeval naast je neer als een oude vriend. Het komt er dan op aan om die vriend te omhelzen met alles wat in je beweegt.

Zo kan het zijn dat je na een lange dag onder een open dak naar huis rijdt. Boven je hoofd de wolken met daarin datgene wat je mist. Een vader soms. Bijvoorbeeld. Ik zeg maar iets. Dat je dan eenmaal thuis besluit een tak van zijn lievelingsboom te snijden en daarmee naar het kerkhof fietst.
Eenmaal daar de zon als rode verf over de bomen in de verte zien glijden. En wat het allemaal nog mooier maakt: dat je na het afdekken van de tak twee duiven tegelijk ziet opstijgen. Naast elkaar. Hun vlucht klinkt alsof ze gewend zijn aan het vleugel-vleugel-vliegen. Dat je dan huilt, dat is de schande niet. Omdat er verder niemand is, bedenk je of je een lied durft zingen. Hij moest vaak lachen om je zingen. Je zong al jaren niet, lijkt het. En bij het voorzichtig hummen, de zon een duik zien maken. Zo een mooie die je zelden ziet.

Dan besluiten om je fiets te nemen en langs de bomenrij te fietsen met het water aan je voeten. De hemel valt op je schouders als een warm deken. Niemand anders op dit prachtig schilderijtje zien. En dat je steeds wat luider zingt. Je voelt de eerste regendruppels niet. Eenmaal boven: de lofklank van een stille trompet.

Adem halen en bedenken: wat hou ik van die oude vriend!

TINE ZIET (196): Kerstgevoel

Hoewel het paard van Sinterklaas nog maar vers uit Belgenland verdwenen is, waaien de wapperende kerstmannetjes alweer olijk aan de ramen. ...