donderdag 16 april 2015

stelt paal en perk (26):


Geachte Heer, Geachte Vrouw,

Ruim een week geleden vond ik uw kaartje tussen mijn ruitenwisser met de vraag of ik mijn auto niet wou verkopen. Een tijdje voelde ik me uitverkoren. ‘Ik heb blijkbaar een mooie wagen,’ dacht ik. ‘Een auto met  toekomst. Wat een investering!’ Het kaartje brandde in mijn broekzak.  Maar dat trotse gevoel verdween algauw. Blijkbaar waren alle auto’s in mijn straat interessant. Zelfs zonder technische controle, beschadigd of met veel kilometers. Tussen de overgebleven confettiresten van carnaval vond ik op straat overal uw kaartjes. Mijn auto was niet meer uniek. Of U niet bepaald kieskeurig.

Nu meer dan een week later had ik er vandaag genoeg van om naar die kaartjes te kijken. Ik raapte ze allen op. In totaal sprokkelde ik in mijn straat alleen al 23 kaartjes. Voor de duidelijkheid: mijn straat telt iets meer dan 136 huisnummers…Ook in anders straten werd er kwistig mee gestrooid, zag ik. Maar ik ben geen reinigingsbedrijf…  Dreigde U te verdwalen en markeerde u op deze manier uw weg terug naar huis?

In elk geval, aangezien al die kaartjes op straat bleven slingeren, kwam ik tot de conclusie dat er weinig mensen van plan zijn om hun wagen te verkopen in mijn straat. Wij zijn blijkbaar gehecht aan onze vier wielen. U moet dus bij ons niet meer langskomen met uw kaartjes. Ze hebben namelijk totaal geen zin.

Graag zou ik de gevonden kaartjes naar u opsturen. Zodat u ze opnieuw kan gebruiken. Ergens anders. Geplastificeerde kaartjes in dubbeldruk (en bovendien in kleur!) zijn niet goedkoop, denk ik. Mag ik uw postadres ontvangen?

Misschien moet u in het vervolg was selectiever zijn met uw kaartjes. Zodat wij de indruk hebben dat onze bolide toch bijzonderder is dan die aftandse roestbak van de buren.

 Hartelijk en steeds tot uw dienst,

 Tine Moniek

 




vrijdag 3 april 2015

Schrijf elke dag een brief: een jaarproject

Vorige zomer schreef ik in een opwelling de hele maand augustus brieven. Iedereen die mij beloofde een brief terug te schrijven, schreef ik een ambachtelijk schrijfseltje. Een handgeschreven ontboezeming. Vijfenvijftig enveloppes likte ik dicht. Maar een kleine helft mensen schreef mij nu, ruim een half jaar later nog steeds niet terug. Eerst was ik daar een beetje zurig om, dat geef ik grif toe. Een briefje terugschrijven, hoeveel moeite is dat nu? Een kaartje mocht ook. En beloofd is toch beloofd? Afijn, inmiddels ben ik er al lang niet meer chagrijnig om. Het is zoals het is.

Bij het ingaan van het nieuwe jaar beloofde ik mezelf om elke dag een brief te schrijven. Elke dag één brief. Vandaag gooi ik brief 95 in de rode brievenbus.  Ik schrijf spontaan en op verzoek. Aan bekenden en wildvreemden. Aan vrienden en vage virtuele kennissen. Terugschrijven hoeft niet. Maar het mag natuurlijk altijd en maakt me erg blij.

Waarom ik dit in godsnaam doe? Omdat ik vaak heimwee heb naar die goeie oude brieventijd. Vroeger schreven we elkaar brieven in plaats van mailtjes en smsjes. We legden briefjes op de keukentafel, we schreven elkaar een brief en moesten dan een week op een antwoord wachten. Een groot deel van mijn tienertijd versleet ik aan het op wacht staan bij de brievenbus. Als ik thuiskwam waren mijn eerste woorden tegen mijn moeder: 'En was er post voor mij?' Nu zijn de momenten dat postbodes nog blij maken schamel. Een brief in de brievenbus betekent meestal betalen.
Het is zelfs al zover gekomen dat al verschillende mensen mij bekenden dat ze mijn brief nog niet gevonden hadden, omdat ze hun brievenbus niet eens durven openmaken.

Brieven schrijven, is eigenlijk best wel naakt. Er is geen ingebouwde spellingscontrole. Een vlek is een vlek. Een scheurtje een scheur. Breng de brief binnen bij een labo en je vindt mijn geur, mijn parfum, de geur van taart, een verdwaalde huidschilfer, een kattenhaar,... Als je blij bent, schrijf je blij. Ben je triestig, weegt de inhoud misschien wat zwaar.  Er is geen standaard lettertype. Een brief van mij is niet een literair meesterwerkje. Het is geen grappige Facebookstatus. Het is een weergave van hoe ik op het moment dat ik schrijf ben: chagrijnig, aangeschoten, vrolijk, verlangend, ziek, dartel, boos,... Ik kan me voorstellen dat wie een brief ontving, ontroerd kan zijn. Of misschien zelfs ontgoochelend. Of gewoon vertwijfeld. Maar je schrijft nu eenmaal zoals je bent.

En ja, het vraagt me veel. Het kost me briefpapier (mijn derde schrijfblok al dit jaar), enveloppes, inktpatronen, postzegels en tijd. Maar ik heb het er graag voor over. Ik kijk dan maar wat minder onzintelevisie, ik was een keer minder af en laat het stof nog meer ophopen. Brieven schrijven geeft me rust tussen de oren. Ik beschrijf het als een weitje in mijn hoofd, waar ik op kan liggen. In dat weitje kijk ik naar de wolken. Naar mijn dag. En wie me leest, ligt naast me op dat weitje. Die laat ik meekijken met mij. Ik besef ook dat het de lezer moeite kost: een brief lezen vraagt meer tijd dan het lezen van een mail. Een handschrift als het mijne ontwarren vraagt om concentratie en geduld. En niet iedereen wil mij in mijn blootje zien.

Toch pleit ik ervoor om weer massaal brieven te schrijven. Het hoeft daarom niet naar mij te zijn. Maar iedereen verdient af en toe nog eens een echte brief op de deurmat. Een brief waarin je je schaamteloos kan verliezen. Een brief die je onder je hoofdkussen kan leggen. Een brief die je kan herlezen. Aaien. Ruiken. Een beetje extra moeite. Aandacht op papier. Wat je in een brief schrijft, is meer doordacht dan in een mail of in een sms. Ook al is het best spontaan. Gun mensen gewoon eens weer het kampgevoel. Geef hen het kriebelig gevoel cadeau. Want geef toch toe: een hart huppelt toch altijd een beetje bij de aanblik van een échte brief tussen al die onpersoonlijke post. Gun jezelf ook weer eens dat weitje. Durf je handschrift weer aan elkaar te laten zien.

Wie nog een brief van mij wil, kan zich bij mij aanmelden en hoeft niet voor een opdringerige liefdesbrief te vrezen. Daar doe ik niet meer aan. Die paar exemplaren die ik ooit schreef waarin ik mijn verliefdheid bekende, bleven onbeantwoord, ondanks het hoopvol wachten. Liever koester ik de hoop dat de postduif ooit terug zal komen, dan dat ik mijn hart nog een keer helemaal in een enveloppe plooi. Maar verwacht je wel aan een brief van iemand met liefs aan de vingers. En moois in de ogen. Meer liefde krijg je van mij niet: net genoeg om je aan te warmen.