zondag 12 april 2026

TINE ZIET (520): Basics

We zijn intussen een week verder en we hebben weer veel geleerd. Want wat is het leven anders dan één groot leerproces? Terwijl we als kind en tiener de school vervloeken omdat we allemaal dingen moeten leren die we nooit zullen nodig hebben, maak ik er nu een punt van om te blijven ontdekken en bijgevolg ook het falen toe te laten. Want als alles van een leien dakje loopt, leer je niets. Dan trappel je misschien wel comfortabel, maar je trappelt ter plaatse.

In mijn dagelijks leven mag ik dan wel de cosinus en de tangens vergeten zijn, omdat ze dateren uit een handboektijd en ik ze nooit heb opgefrist. Ik heb ze nooit meer moeten toepassen in een onderdeel van mijn leven. Inmiddels weet ik evenwel wel dat er verbazend veel isolatie nodig is voor een klein platform en dat je in Ieper makkelijk gratis kan parkeren aan het Minneplein. Normaal zal ik dat wel onthouden. Al weet je dat natuurlijk nooit.

Iets wat ik nooit zal kunnen onthouden is de vulling van paaseitjes. Zoveel verschillende variëteiten. Zoveel mogelijkheden. Naast de klassiekers, had ik al bijvoorbeeld al eitjes met popcornsmaak. Waar blijven ze het halen? Niet dat ze niet lekker zijn, maar is dat echt nodig? Er zijn inmiddels meer soorten paaseitjes dan er soorten water zijn. En ik weet het nog uit de economielessen: men creëert het aanbod naargelang de vraag van de consument. Wat een veelvraten zijn we geworden! Meer en meer verlang ik the basics die ik kende in mijn kindertijd. Ze noemden dan geen basics maar ‘simpel’ en ‘gewoon’. 

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 09/04/26) 

 

maandag 6 april 2026

TINE ZIET (519): Renoveren

Op het moment dat ik dit schrijf ben ik in verwachting. Het moge duidelijk zijn, ik ben niet zwanger. Vandaag starten er hier dakwerken: er is nog een strookje dak dat geïsoleerd en verstevigd mag worden. Daarvoor is een heel stuk van de parkeerplaatsen voor de deur in beslag genomen. Ik verhuisde Frieda deze ochtend dik tegen haar zin naar de zolderverdieping en maakte enkele kamers leeg. De werken moeten nog  aanvangen en ik voel me nu al op een werf. Ik kijk uit op mijn wasrek. Ik vrees het moment dat ik voor het eerst naar de WC moet als de werkmannen in huis zijn. Daarom maakte ik alvast een planning op om zo weinig mogelijk thuis te zijn.

Ik kan er ook niet zo goed tegen. Bij elk gebonk denk ik: “Daar gaat het huis!” Bij elk gedaver denk ik: “Daar gaat de muur!” Het voelt als getuige zijn van een mishandeling. Al is het natuurlijk het omgekeerde: het huis wordt net opgelapt. Het gaat erom om enkele dagen stof en op de tanden te bijten. Vroeger opstaan. Een kan koffie zetten. Oplossingen bedenken voor problemen die zich nog moeten stellen. Kan ik deze dagen ergens douchen mocht dat niet meer lukken? Heb ik een noodwc? Zal mijn huis nog bestaan als ik vanavond na het werk om 22u thuiskom?

 Dat eind deze week ook een groot leerlingenoptreden gepland staat, helpt natuurlijk ook niet. Want dat betekent extra zweten en een vlottere spijsvertering. Tegen dat ik dit in de krant zal lezen, is het normaal allemaal achter de rug. Heeft iemand in het geval van het worst case scenario een caravan in de tuin te leen?  Voor een waar vakantiegevoel.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 02/04/26) 

maandag 30 maart 2026

TINE ZIET (518): Deurbel

In deze tijden van fastfood, snelle verbindingen,… is geduld een zeldzaamheid geworden. Wachten op een antwoord, duurt een eeuwigheid. Wachten op je bestelling op café een marteling. Waar ik me aan erger is het feit dat dit ook geldt voor aanbellen aan een voordeur. Meer en meer besluipt me het gevoel dat mensen die aanbellen, denken dat ik de hele dag niets anders te doen heb, dan in een tentje naast mijn deurbel post te vatten in het geval er plots iemand voor mijn deur staat. Er wordt één keer aangebeld, niet eens drie seconden gewacht en daarna vertrekt men in de veronderstelling dat er niemand thuis is.

Misschien zal het jullie verbazen: achter een voordeur zit in de meeste gevallen een huis. Een gang wellicht. Er zijn andere kamers. De bewoner moet zich in dat geval verplaatsen! Stel je voor! Of kan het zijn dat er iemand nog snel een trui wil aantrekken? Andere kledingstukken misschien? Thuiskledij is niet altijd toonbaar voor een ander. Laat staan voor de liefde van je leven die misschien wel opeens onverwacht voor je deur staat. Waar is de tijd gebleven dat we vroeger tot soms drie keer toe op de bel drukten om dan een verward hoofd naar buiten te zien komen? Nu komt het steeds vaker voor dat tussen het besef dat de deurbel gaat en de handeling om effectief de deur te openen iemand oplost in het niets. Je hoort de bel, snelt in de toestand waarin je bent naar de gang, opent de voordeur met de tandpasta nog op je lippen en je ziet: niemand. Wie wou wat van mij? Mijn brein kan er de hele dag om malen. Wat ging aan mij voorbij?

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 26/03/26) 

maandag 23 maart 2026

TINE ZIET (517): La vie en rose

Menen kwam voor de verandering nog eens in het nationaal nieuws. Dit niet voor een criminele daad, maar over de commotie die is ontstaan in Lauwe bij de  opvallende metamorfose van de platse. Meer bepaald de kleur van de vernieuwde infrastructuur. Barbieplein. Inwoners hadden graag mee een kleur mogen kiezen, want roze: dat is het toch niet.

De kleurkeuze is op z’n minst gewaagd te noemen. Dat klopt. Het zorgt alleszins voor een opvallend centrumplein. Was er met bijvoorbeeld een gele of een groene kleur minder ophef geweest? Als de inwoners hadden mogen kiezen, net zoals ze dat democratisch hebben mogen  doen voor de naam voor ‘Het Applauws’ wat was er dan in hemelsnaam uit de bus gekomen?

Creatief als Lauwenaren zijn, pleit ik voor bijvoorbeeld jaarlijkse Flamingofeesten (in plaats van Summer @ Lauwe) Zijn daar in de buurt trouwens ook geen roze winkelmandjes die ook al de nationale pers haalden? Maak van uw schaamte een trots! Keer het in uw voordeel om. Dan gaat u er misschien op den duur van houden. Van dat kleurrijke accent dat over enige tijd gewoon kleurloos zal zijn.

Roze, de kleur van tegendraadse vissen. De kleur van mijn lievelingsbloemen. De kleur van garnalen. Van een vrolijke panter. Of van die bril, waar we eigenlijk allemaal eens meer door mogen  kijken.

 Dat de aandacht zo naar het kleur gaat, zegt eigenlijk alles over deze tijd. De inrichting zelf, is die nu eigenlijk goed gekozen? Is die tenminste functioneel en goed doordacht?  Of is die net als de theaterzaal in ‘Het Applauws’ niet zo bijster handig aangepakt?

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 19/03/26) 

maandag 16 maart 2026

TINE ZIET (516): Vrouwendag

Het is niet te geloven, maar op Vrouwendag stond ik daadwerkelijk met een trekker en een dweil in mijn handen. De tijd en de zin waren er opeens: het moest maar eens gedaan zijn met die rommel! Op hetzelfde moment was een vriendin van mij afscheid aan het nemen van haar dochter die naar Amerika vertrekt. Een andere zat te kaarten met haar lief. Nog een andere was op wandel met de hond om stoom af te laten. Mijn moeder zat wellicht voor de televisie naar een wielerwedstrijd te kijken.  Iemand zat op een terrasje. En ik ken ook wel wat exemplaren die met de kroost op uitstap waren. Ik weet niet wie van hen op de barricades zou staan als het erop zou aankomen. Of ze daadwerkelijk hun bustehouders zouden verbranden als puntje bij paaltje komt. Maar topvrouwen zijn het! Stuk voor stuk. Dat is een feit! Het is natuurlijk dankzij die suffragettes dat het allemaal maar kan. Dat bedenk ik soms. Het is omdat enkele heldhaftige dames amok gingen maken, dat we meer rechten kregen. Het is omdat er sterke vrouwen zijn die het pad durven effenen. 

In heel wat delen de wereld, staan de vrouwen nog aan het begin. In grote stukken van de wereld maakt het op dit moment niet uit of je nu man of vrouw bent: overleven is de boodschap. Soms schaam ik me oprecht, een westerse vrouw te zijn die durft te klagen over loonkloof of over onveiligheid op straat. Voorlopig hier geen drones die gaten in onze zekerheden slaan. Ik pleit voor Mensdag. Een leven lang. Elke mens verdient het menswaardig te mogen bestaan. 

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 12/03/26)

maandag 9 maart 2026

TINE ZIET (515): Kater

Zaterdag was ik jarig. Geen wereldnieuws. Ik had mijn eigen verjaardagsfeest georganiseerd bij Matinee Moniek. Een tafel vol taart. Boeiende gasten en  een bib vol mensen. Aandacht en een presentjes. En ’s middags aan tafel met fijne vrienden. Meer moest dat eigenlijk niet zijn. Daar stopte het natuurlijk niet. Wie mij kent, kent mij als veel en niet als weinig. Het was pas op zondag, dat jarig rijmde op karig, want zelfs de voordeur openen voor een koerier vroeg nét te veel inspanning. Zet me in stilstand, en ik snooze de hele dag.

Mijn kat Frieda zit momenteel in haar laatste seizoen, denk ik. Ze kent alleen nog de snooze-modus en zoekt minder mijn aanwezigheid op. Ze kijkt me ook aan met een vernietigende blik als ik weer naar buiten glip. Maar als ze spint, dan spint ze. En als ik haar mag aanraken, raak ik haar aan, de trouwe lieve dame.

Het klinkt misschien wat sentimenteel, maar geen enkel iemand moet me zo goed kennen als zij mij kent. Ze kent me in mijn glorie, mijn naaktje en in mijn schaamte. Ze weet wat ik doe als ik ziek ben. Ze weet hoe ik eet. Ze weet zoveel. Zondag heeft me gemeden. Ze heeft genoeg venijnige katers gezien in haar leven. Maandag mocht het weer. Dan kwam ze weer naast me zitten. Een plekje in de lentezon. We zien elkaar graag. Zij laat al bijna twintig jaar jarig rijmen op harig en meewarig. En hopelijk dit jaar ook op voorbarig. Dat ze nog maar wat bij me blijft, mijn meisje. Ik beloof haar dit jaar – plechtiger dan ooit – dat ik het rustig aan zal doen met katers.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 05/03/26)

maandag 2 maart 2026

TINE ZIET (514): Vooruitgaan

Deze week liet ik op mijn benen schrijven. Niet zoals vroeger in de jeugdbeweging. Het was de posturologe die me moest opmeten. Een jaar geleden deed ze dat ook al eens. Maar nu moest ze kijken of de zooltjes die een jaar geleden had laten maken, mijn houding daadwerkelijk hadden bijgestuurd. Ze wist te bevestigen dat het inmiddels al veel beter gaat, maar dat er nog veel werk aan de winkel is. Je leven lang met een verkeerde houding rondlopen, is niet recht te trekken in een jaar tijd. Dat is natuurlijk zo. In een tijdsgeest waarin snelheid de norm is, zouden we wel eens durven vergeten dat sommige dingen tijd vragen. Gezelligheid bijvoorbeeld. Lichaamsaanpassing. Herstel.

Nu ja, sommige herstellingen duren wel heel erg lang. Ik kan me niet voorstellen hoe het voelt om in de J.M. Sabbestraat te wonen deze dagen. Als ik zie dat de parking van de Tyber-site nu al onder water staat, heb ik de neiging om te denken dat het modderwater daar de bewoners inmiddels aan de lippen staat. Ik zou aan ramptoerisme kunnen doen maar dat zit me toch echt niet in het bloed. Daarenboven zie ik ook geregeld een update verschijnen via de sociale media. Foto’s zien is natuurlijk niet hetzelfde als elke dag ervaren hoe het aan de lijve  voelt als iets niet vooruit lijkt te gaan, terwijl de wereld maar blijft verder draaien. Ik kan nu al chagrijnig worden van het feit dat ik mijn auto niet voor de deur kan parkeren. Zeker als ik boodschappen moet uitladen.

 Mijn eigen lijf.  Dat krijgt tijd. Het kan immers niet anders. Zeker met die extra jaarring in mij.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 26/02/26)

 

maandag 23 februari 2026

TINE ZIET (513): Kist der Herinneringen

Afgelopen week had ik uitgebreid contact met het verleden. Geheel onverwacht. Zo was er op een uitvaart een man die me aansprak. Ik was net de dienst van zijn vader voorgegaan. Blijkbaar had ik in mijn eerste computerjaren een hele tijd met hem gechat  Hij had me herkend en haalde iets op wat ik totaal vergeten was. Het feit dat ik hem totaal niet herkend had, vond ik ongemakkelijk.

Enkele dagen later was er een toonmoment in CC De Steiger. Dit voor een project waarvoor ik een groep leerlingen van mij samenwerkte met de academie van Waregem. Meer bepaald met een woordklas uit Beveren-Leie, mijn dorp van afkomst. Eén van de leerlingen die deelnam, is de zoon van iemand waarmee ik in de lagere school zat. Ze sprak me aan en confronteerde me met de naam van een ex die ik liever niet meer hoor. Zo op mijn huidige werkvloer in mijn eigen hometown werd ik er zowaar ongemakkelijk van. Ik had lievere andere oude koeien uit de sloot gehaald en ging dan maar opruimen.

Maar het hoeft niet altijd gênant te zijn. Vrijdag trad ik op in GC Gilwe samen met het koor ASEM. Na afloop werd ik aangesproken door iemand waarmee ik heel wat jaren uit mijn prille jeugd gesleten heb. In de academie en in het jeugdkoor. Hij was samen met zijn vriendin komen luisteren naar een collega en kreeg er mij bij cadeau. Het was een fijn weerzien en een leuke babbel.

Als het verleden je zomaar dag komt zeggen, dan kan dat een mooi moment zijn. Maar soms ben je er gewoon niet aan toe en dan blijft de kist der herinneringen beter dicht.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 19/02/26)

maandag 16 februari 2026

TINE ZIET (512): Tien

Toevallig werd ik er afgelopen week aan herinnerd dat ik inmiddels tien jaar elke week een stukje schrijf in deze krant. Het is best confronterend dat ik al zo lang in mij laat kijken. Hoe oppervlakkig, naïef of moraliserend ik ook mag lijken: elke huis- tuin- en keukenpsycholoog zal het beamen: ik geef me in die wekelijkse kolom bloter dan ik wil. Wie dat wil, kan een persoonlijkheidsanalyse opmaken die best wel eens kan kloppen. Of niet natuurlijk. Niet iedereen heeft het buikgevoel van een gedegen analist.

 Ik bedacht dat er in die tien jaar tijd heel wat aan mij is veranderd: dat ik mondiger en assertiever ben geworden bijvoorbeeld. Ook mijn kleerkast is serieus aangepakt. Zo is er een aparte afdeling ‘wandelkledij’ en ‘optreedoutfits’. In deze column ben ik zo op zich niet zoveel geëvolueerd denk ik dan. Ik had wat pittiger kunnen worden. Ik had meer tegen schenen kunnen schoppen. Ik had scherper uit de hoek kunnen komen. Ik ben meestal wollig en werk toe naar dat typische punt.

 Toch word ik nog steeds ‘ontdekt’. Onlangs hadden de jongste leerlingen mijn hoofd uit de krant geknipt. “Je stond in de krant!” zeiden ze alsof ik een rolletje had gespeeld in hun favoriete tv-programma. Ik had ze in die waan kunnen laten, maar ik bekende dat ik dat elke week doe. Dat ik soms ook over mijn leerlingen schrijf. “Als je ooit eens over mij schrijft, maak je mijn oma blij!” zei iemand. Bij deze. Ergens zit nu een oma te glunderen. Bij een doordeweekse column met daarboven een hoofd van iemand die dus al tien jaar kleine stukjes van zichzelf ontbloot.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 12/02/26)

 

maandag 9 februari 2026

TINE ZIET (511): Empathie

Dinsdagavond zat ik met leerlingen in CC Guldenberg in Wevelgem voor de voorstelling ‘Serdi’. Een tweetal weken geleden volgden wij nog een workshop beatboxen bij Serdi in NTGent. Waar anderen misschien in zouden falen, lukte hem: iedereen, alle leerkrachten incluis, durfde het aan om een stukje solo te beatboxen voor de groep. Het enthousiasme en het humeur van deze man is zo aanstekelijk, dat alle schroom onnodig was. In de voorstelling ‘Serdi’ vertelt hij zijn verhaal. Hoe hij het slachtoffer werd van het systeem en hij met beatboxen erin is geslaagd om iets te bereiken. Hoewel hij in die workshop al een stukje van zijn leven had verteld, kwam de voorstelling erg binnen bij sommige leerlingen. Ze hadden moeite met het verwerken dat zo’n enthousiaste man, zo’n verschrikkelijke jeugd heeft gehad. Ze zullen er ongetwijfeld ook kracht uithalen. Dat je ondanks alle dieptepunten toch een bestemming kan bereiken die bewonderenswaardig is en ondanks miserie kan uitgroeien tot een positieve mens.

 Toch waren er enkelen die achteraf te kennen gaven dat het verhaal niet was blijven plakken. Dat de voorstelling niets had bijgebracht wat ze nog niet wisten. Dat kan best. Maar het doet me wel wat fronsen. We leven mee met een volk. We verplaatsen ons in schoenen van wie ziek zijn of in armoede leven. Maar zo’n indringend levensecht verhaal van een sympathieke knuffelbeer raakt niet? Empathie is niet verplicht, maar wat zou het de wereld verzachten. Wat had ik het graag geleerd op school: te omarmen wat binnenkomt. Zacht worden van wat raakt.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 05/02/26)

maandag 2 februari 2026

TINE ZIET (510): Gezinswarmte

Dit weekend kon ik landen bij het gezin van een vriendin. Ik durf wel vaker te landen, maar meestal is dat niet in een gezin met kinderen. In dit gezin staat het samen centraal. We dronken met zijn vijven een aperitiefje terwijl de kinderen ook een klein concertje gaven terwijl ze hun muziekstukjes oefenden voor het nakend toonmoment op de academie. We aten samen vol-au-vent met frietjes. We trokken samen de wandelschoenen aan, trotseerden de kou en aten samen taart. Dit allemaal in het gezelschap van de hond.

Ik kan daar eerlijk gezegd van genieten als dat organisch gebeurt. Om opgenomen te worden in dat samen. Kinderen die je willen knuffelen. Pubers zelfs. Zo kreeg ik een spontane knuffel van de veertienjarige zoon toen ik vertrok. Daarbij de woorden dat hij het leuk vond dat ik er was. Vandaag kreeg ik het bericht dat hij met koorts in bed ligt en dat men hoopt dat ik niet aangestoken ben. Om eerlijk te zijn, ook al is het echt geen tijd om te ziek te zijn (maar wanneer is dat het ooit wel?), ik zou mijn griep koesteren als ik die op dat ene moment zou hebben opgelopen.

Soms heb ik het er maar lastig mee. Met die jeugd van tegenwoordig. Ik begrijp hun humor steeds minder. Of waarom ze liever zwijgend in spelletjes op hun gsm verdwijnen dan te vertellen wat er nu weer op school gebeurde. Of waarom ze liever een dansje na-apen in plaats van dat dansje gewoon zelf te bedenken. Maar het is nog niet helemaal verloren. Genieten zolang het duurt. Voel ik daar al die eerste tekenen van koorts?

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 30/01/26)

maandag 26 januari 2026

TINE ZIET (509): Agendablunder

Gisteren ontdekte ik per ongeluk dat ik al een paar jaar verkeerdelijk mijn agenda invul in mijn gsm. Omdat ik met verschillende google-accounts zit, privé en werk en niet wist dat ik dus telkens het juiste account moest selecteren. Zo plaatste ik privé-afspraken zoals ‘gynaecoloog’ , ‘moeke’ en ‘mosselen’ in de agenda van het werk. In combinatie met ‘Drift’ en dates die ik met vrienden en vriendinnen had, moet  ik wie dat heeft opgemerkt nogal een inkijk in mijn privéleven hebben gegeven. Heeft iemand dat gemerkt?

Het is op zich geen wereldramp, maar ik kreeg toch een beschaamde kramp in mijn maag bij de gedachte dat mijn onkunde me zo heeft blootgegeven. Of het nu werd vastgesteld of niet. Het is erg gênant dat oversten en collega’s dit überhaupt hadden kunnen zien en misschien nog verontrustender dat ze het zagen, maar dat niet te kennen gaven.

Wat me dan weer tot dit brengt: Zou ik het melden? Of zou ik liever stiekem meelezen in de persoonlijke dagindeling van mijn collega? Wil ik weten dat ze een date hadden? Of ze een urinestaal moesten binnenbrengen? Dat ze niet mogen vergeten om brood te kopen? Of welke vrienden ze na hun werktijden zien? Ik zou kunnen vertellen dat het me niet zou boeien. Maar op een slapeloze nacht, zou ik het misschien wel eens durven onderzoeken. Of er een bijeenkomst was, waar ik niet was op uitgenodigd bijvoorbeeld. Wie elkaar naast het werk zag. En vooral: wie ziek was na een feest? Of voor vakantie.

Eigenlijk is het niet ok. Onkunde in al die vooruitgang zet ons constant met de billen bloot.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 23/01/26)

maandag 19 januari 2026

TINE ZIET (508): Kind in lijf

Zoals in eerdere stukjes aangegeven ben ik geen held als het over sneeuw gaat. Ik kan naar sneeuw blijven kijken en daar stopt het eigenlijk mee. Ik zou mezelf het liefste thuis verschansen achter het raam. Autorijden is niet leuk. Wandelen is niet aangenaam, behalve dan die eerste krakende stapjes. En fietsen is helemaal not done.  Er moest evenwel gewerkt worden. Dus ik verplichtte mezelf natuurlijk de verstevigde burcht uit.  Goed ingeduffeld. Maar zonder sneeuwschoenen. Om een of andere reden, slippen mijn schoenen altijd. Ook al is hun profiel duidelijk.

Van alle dingen die ik uit mijn kindertijd mis, is het sneeuwpret misschien datgene wat ik het meeste mis. Vol bewondering naar die vlokken kijken. Sneeuwballen rollen. Sneeuwpop maken. En moeiteloos lopen op een witte ondergrond zonder de krampachtigheid van een oud dametje.

Mijn leerlingen van het eerste middelbaar speelden samen in de sneeuw woensdag toen ik ze ging halen voor het begin van hun les. Ik werd er zowaar een beetje emotioneel van om ze zo samen te zien en begon enkele minuten later met de les. Het plezier was hen gegund.

Heel even dacht ik nog: zal ik ook mijn pret uit de kast halen? Toch koos ik voor de veilige en minder koude optie om ze vanachter het glas gade te slaan. Het deed me goed te zien dat het nog bestaat dat ongeremde. Dat de impact van sneeuw nog magisch is. Terwijl ze anders alle drie zwijgend naast elkaar zitten te appen, kozen ze voor samen spelen.  Ze kozen voor het kind in hun lijf.  Dat maakte me blij.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 16/01/26)

maandag 12 januari 2026

TINE ZIET (507): Gespot

Omdat afgelopen dagen nogal intens waren, had ik ervoor gekozen om oudjaar in mijn eentje te vieren. In Oostende. Ik had een appartement gehuurd en had net een eerste glaasje cava op toen ik besloot om nog een wandeling te maken. Want uitwaaien, daar kwam ik voor. In Oostende neem ik altijd een beetje dezelfde routes.

In de Langestraat was de opname van ‘De Tijdloze’ bezig. Ik bleef er niet voor stilstaan, maar toen werd ik opeens aangesproken door een galante man op leeftijd die met mij wou dansen op ‘Mia’ van Gorki. Lachend nam ik zijn aanbod aan. De jeugd om ons heen spotte een beetje, maar toen dansten we dus. Het duurde een tijdje voor ik door had dat het dansje op het scherm verscheen en dat het dus ook werd uitgezonden op de TV; Een beetje van mijn melk, gaf ik de man een kus en bedankte hem en vertrok dus voor het einde van de dans. Richting dijk.

Ik lachte van oor tot oor en bedacht dat ik die man misschien wel gelukkig had gemaakt. Eenmaal op de dijk kreeg ik al berichten van mensen die me hadden herkend. Later kon ik de beelden herbekijken. Het was een mooi ontroerend dansje. Maar toen ik dus uit het camerabeeld was verdwenen, pakte de man al een andere vrouw vast. Wat voor mij bijzonder was geweest, was voor hem eentje in de rij. En dat ik de nationale televisie haalde, terwijl ik met rust wilde worden gelaten, is natuurlijk ook weer iets. Later toen het middernacht was, betrapte ik mezelf op tranen. Staand tussen een uitgelaten meute voor het indrukwekkend vuurwerk. Gelukkig werd ik daar niet gespot.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 08/01/26)

maandag 5 januari 2026

TINE ZIET (506): Generatie Y

Zaterdag stond ik oog in oog met de grootste ramp in mijn leven: mijn computer leek ineens helemaal kapot. De moed zonk me helemaal in de schoenen. Met drie uitvaarten, twee zelfgeschreven toneelstukken en een toneelbewerking en in volle voorbereiding van de biechtstoelact voor Reckebilck café, leek ik alles ineens kwijt te zijn. Want drives, clouds en back-ups? Hoe zit dat ook weer? En heb je daar dan geen andere computer voor nodig, die ik niet heb?

Gelukkig werd ik geholpen door een vriend die ICT’er is. Ik heb amper anderhalf uurtje moeten zweten, schat ik. Blijkbaar was er iets misgegaan met updates. “En nu, alles opslaan!” zei hij. En terwijl ik “Jaja” zei, was ik alweer eigenwijs niet aan het bewaren.

Hoe komt het toch dat ik herinneringen wil en kan bewaren? Dat ik lijstjes van toneelstukken, boeken, series, films, expo’s, concerten,… verzamel? Maar dat ik mijn eigen documenten nog steeds niet op de beste manier op sla? We zijn het niet geleerd, bedenk ik dan. Voor mijn zijn clouds, heerlijke wolken om naar te kijken. In mijn informatica-lessen ging het over plotters en moesten we autootjes laten rijden. Alles wat daarna kwam, is door zelfstudie. Geen automatische updates. Wat misschien dan ook weer een goede zaak is, gezien mijn geblokkeerde laptop.

Ben ik de enige? Wellicht niet. We waren met een hele generatie. Generaties nitwits. Het is een magere troost dat er ook een andere generatie is, die ons uit de nood kan helpen of niet. Hierbij een boodschap van algemeen nut, maar vooral voor mezelf: “Sla in dit nieuwe jaar massaal op!”

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 31/12/25)

TINE ZIET (520): Basics

We zijn intussen een week verder en we hebben weer veel geleerd. Want wat is het leven anders dan één groot leerproces? Terwijl we als kind ...