In deze tijden van fastfood, snelle verbindingen,… is geduld een zeldzaamheid geworden. Wachten op een antwoord, duurt een eeuwigheid. Wachten op je bestelling op café een marteling. Waar ik me aan erger is het feit dat dit ook geldt voor aanbellen aan een voordeur. Meer en meer besluipt me het gevoel dat mensen die aanbellen, denken dat ik de hele dag niets anders te doen heb, dan in een tentje naast mijn deurbel post te vatten in het geval er plots iemand voor mijn deur staat. Er wordt één keer aangebeld, niet eens drie seconden gewacht en daarna vertrekt men in de veronderstelling dat er niemand thuis is.
Misschien zal het jullie verbazen: achter een voordeur zit in
de meeste gevallen een huis. Een gang wellicht. Er zijn andere kamers. De
bewoner moet zich in dat geval verplaatsen! Stel je voor! Of kan het zijn dat
er iemand nog snel een trui wil aantrekken? Andere kledingstukken misschien?
Thuiskledij is niet altijd toonbaar voor een ander. Laat staan voor de liefde
van je leven die misschien wel opeens onverwacht voor je deur staat. Waar is de
tijd gebleven dat we vroeger tot soms drie keer toe op de bel drukten om dan
een verward hoofd naar buiten te zien komen? Nu komt het steeds vaker voor dat
tussen het besef dat de deurbel gaat en de handeling om effectief de deur te
openen iemand oplost in het niets. Je hoort de bel, snelt in de toestand waarin
je bent naar de gang, opent de voordeur met de tandpasta nog op je lippen en je
ziet: niemand. Wie wou wat van mij? Mijn brein kan er de hele dag om malen. Wat
ging aan mij voorbij?
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 26/03/26)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten