Zoals in eerdere stukjes aangegeven ben ik geen held als het over sneeuw gaat. Ik kan naar sneeuw blijven kijken en daar stopt het eigenlijk mee. Ik zou mezelf het liefste thuis verschansen achter het raam. Autorijden is niet leuk. Wandelen is niet aangenaam, behalve dan die eerste krakende stapjes. En fietsen is helemaal not done. Er moest evenwel gewerkt worden. Dus ik verplichtte mezelf natuurlijk de verstevigde burcht uit. Goed ingeduffeld. Maar zonder sneeuwschoenen. Om een of andere reden, slippen mijn schoenen altijd. Ook al is hun profiel duidelijk.
Van alle dingen die ik uit mijn kindertijd mis, is het
sneeuwpret misschien datgene wat ik het meeste mis. Vol bewondering naar die
vlokken kijken. Sneeuwballen rollen. Sneeuwpop maken. En moeiteloos lopen op
een witte ondergrond zonder de krampachtigheid van een oud dametje.
Mijn leerlingen van het eerste middelbaar speelden samen in
de sneeuw woensdag toen ik ze ging halen voor het begin van hun les. Ik werd er
zowaar een beetje emotioneel van om ze zo samen te zien en begon enkele minuten
later met de les. Het plezier was hen gegund.
Heel even dacht ik nog: zal ik ook mijn pret uit de kast halen? Toch koos ik voor de veilige en minder koude optie om ze vanachter het glas gade te slaan. Het deed me goed te zien dat het nog bestaat dat ongeremde. Dat de impact van sneeuw nog magisch is. Terwijl ze anders alle drie zwijgend naast elkaar zitten te appen, kozen ze voor samen spelen. Ze kozen voor het kind in hun lijf. Dat maakte me blij.
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 16/01/26)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten