Huiskamerconcerten zijn als het ware kleine cadeautjes. Zeker als ze in vertrouwd huis plaatsvinden. Zondagnamiddag zat ik met een klein groepje mensen te luisteren naar een hele mooie hommage aan Joni Mitchell. De zangeres had een dijk van een stem en de twee muzikanten die haar begeleidden vulden haar goed aan. Helaas zat er ook in die huiskamer iemand die teveel Irish Coffees op had. Of zo. Hij was al opgevallen in zijn mondig zijn. Toen hij ook nog eens in slaap viel en zo zijn eigen glas wijn op de houten vloer zag plenzen, op een van de mooiste nummers, begon mijn verdraagzaamheid te sputteren. Zeker toen hij met veel misbaar en veel geluid de vlek wou deppen met een dweil en een doek. Om eerlijk te zijn, had deze persoon zelfs in een concertzaal voor ergernis gezorgd. Maar omdat hij nu in de gezelligheid en de knusheid van een woonkamer zat, viel hij natuurlijk nog meer op. Zeker toen hij even later de inhoud van zijn tas begon te controleren. Inclusief rinkelende sleutelbos.
Sommige mensen ergeren gewoon. Ze kunnen er weinig aan doen.
Maar deze man was van een ander kaliber. Naast het gewoon luidop praten met
zijn buurman en het constant opmerkingen geven, verstoorde hij ook de
intimiteit van het concert door doodgewoon ongegeneerd luidruchtig te zijn.
Soms lijkt het me heerlijk om zo schaamteloos door het leven
te hobbelen. In dit geval weet ik het niet. Hoe kan je nu niet doorhebben dat
je een storende factor bent? Als ik het ooit ben, maal me dan maar fijn.
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 27/11/25)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten