Dan zit je opeens op een receptie op een prachtige locatie. Balen stro vormen de bank aan een lange gezellige tafel met veldbloemen. Er is ambachtelijke cider, bier, wijn en fruitsapjes. Er is een draaitafel waarachter een DJ met koptelefoon met z’n lange haren schudt, maar vooralsnog is er geen muziek uit de boxen te horen. Er zijn lekkere bordjes met kwaliteitsvolle hapjes. Maar die moet je zelf gaan halen bij een raam. Dan merk je dat er opeens twee soorten mensen zijn. Mensen die in hittegolftijd graag loom vanuit een zeteltje met een glas naar de andere gasten kijken en anderzijds de mensen die voor dat raam gaan postvatten en alles opvreten wat er wordt aangeboden. Kunnen jullie raden welk type ik ben? Het type dat eenmaal terug in eigen stad stopt bij de pittazaak omdat ze maar een anderhalf kommetje kon scoren.
Het is geen kritiek. Ik was blij op die receptie te mogen
zijn. Uiteindelijk ga je daar nooit heen om te eten maar voor de gezelligheid.
Soms zelfs gewoon om je gezicht te tonen. In dit geval was ik zelfs niet eens
uitgenodigd. Ik mocht mee als gezelschap van iemand die wel geïnviteerd was.
Zonde is het wel. Organisatoren betalen catering per hoofd. Ik miste blijkbaar
lekkere garnaal- en zeewierkroketten. Een kaasplankje. Een lekkere humus. Dat
hoorde ik van iemand die opschepte met het feit dat hij vier kroketten had
gehad!
Geef mij liever een receptie met chips en olijven, selderij
en radijzen verspreid over alle tafels. Desnoods onze befaamde peche tonijn.
Het mag voor mij best wat chiquer, als het ook sociaal kan zijn.
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 23/07/26)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten