zondag 19 april 2026

TINE ZIET (521): Leeg

Het hing al een tijdje in de lucht. Maar op een mooie lentedag heb ik poes Frieda toch moeten laten inslapen. Dat is voor mij mijn eerste huisdier dat ik zo zie vertrekken. Anderen kwamen nooit meer terug of vertrokken zonder hulp die dood tegemoet. Dat we die dag nog eerder buiten zaten naast mekaar en dat ik haar moest zeggen dat ik écht niets meer kon doen. Ze kreeg al enkele dagen niets meer binnen en ze was zo onrustig. Ze mauwde klaaglijk. Net op dat moment landden twee duiven op het dakje van het schuurtje. Haar ogen lichtten op. Ze spon dat het een lieve lust was en toen vlogen ze op, de lucht in. Ze deed zelfs nog een spurtje. Maar het was goed. Enkele uren na het dierenartsenbezoek, legde ik haar in een kuil in de tuin van een vriendin. Ook taaie poezen verdienen het niet om te lang af te zien. 

Nu is het de eerste keer in mijn hele Friedaleven dat meer dan achttien jaar duurde, dat ik alleen ben in een huis. Ik mis haar trappelende pootjes op de vloer en op de trap. Haar  gespin naast me. Haar haar zelfs dat de laatste maanden overdadig losliet. Het besef dat ze ergens in huis was, weegt niet op tegen die stilte van er niet meer zijn. Ook al dacht ik even: “Dit soort afscheid kan ik niet nog eens aan”, wellicht duurt het niet lang voor ik weer katten in huis haal.

Gelukkig ben ik goed omringd. Al enkele avonden kreeg ik uitnodigingen om te gaan eten of bij te kletsen. Dat doet me goed. “Het is maar een kat”, zegt men soms. Een dier dat zo dicht en zo lang bij me was moeten missen, ik geef het toe, het doet me immens veel verdriet.  

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 16/04/26) 

 

Geen opmerkingen:

TINE ZIET (521): Leeg

Het hing al een tijdje in de lucht. Maar op een mooie lentedag heb ik poes Frieda toch moeten laten inslapen. Dat is voor mij mijn eerste hu...