Op het moment dat ik dit schrijf ben ik in verwachting. Het moge duidelijk zijn, ik ben niet zwanger. Vandaag starten er hier dakwerken: er is nog een strookje dak dat geïsoleerd en verstevigd mag worden. Daarvoor is een heel stuk van de parkeerplaatsen voor de deur in beslag genomen. Ik verhuisde Frieda deze ochtend dik tegen haar zin naar de zolderverdieping en maakte enkele kamers leeg. De werken moeten nog aanvangen en ik voel me nu al op een werf. Ik kijk uit op mijn wasrek. Ik vrees het moment dat ik voor het eerst naar de WC moet als de werkmannen in huis zijn. Daarom maakte ik alvast een planning op om zo weinig mogelijk thuis te zijn.
Ik kan er ook niet zo goed tegen. Bij elk gebonk denk ik:
“Daar gaat het huis!” Bij elk gedaver denk ik: “Daar gaat de muur!” Het voelt
als getuige zijn van een mishandeling. Al is het natuurlijk het omgekeerde: het
huis wordt net opgelapt. Het gaat erom om enkele dagen stof en op de tanden te
bijten. Vroeger opstaan. Een kan koffie zetten. Oplossingen bedenken voor
problemen die zich nog moeten stellen. Kan ik deze dagen ergens douchen mocht
dat niet meer lukken? Heb ik een noodwc? Zal mijn huis nog bestaan als ik
vanavond na het werk om 22u thuiskom?