maandag 27 maart 2023

TINE ZIET (366): Geluksjuf

Het zal de meeste mensen worst wezen, maar afgelopen maandag was het Internationale Dag van het Geluk. Zelf vind ik het belangrijk om daar met de leerlingen bij stil te staan.  Daarom vroeg ik eens hoe geluk er voor hen uitziet. Het was ontzettend mooi te zien dat een jongen bij hoog en laag beweerde dat geluk niet te koop is, zoals de televisie ons probeert wijs te maken. Erg fijn was dat slechts een enkeling aan geld dacht. Diezelfde persoon dacht trouwens ook aan snoep. Velen hadden het over uitstapjes met vrienden en familie en over extra tijd met de ouders die ze nu niet hebben. Over natuur. Maar ook rijden met de tractor.  Iemand vond geluk in de waterdruppels van een waterval of de regendruppels op het dakraam.  Er was zelfs iemand die het had over een meteorietenregen. De mooiste was wellicht: “Het zou me gewoon gelukkiger maken als lammetjes lammetjes blijven en dat de dood niet bestaat.” Het geeft moed te bedenken dat kinderen geluk op die manier blijven inkleuren. Dat ze het nog vinden in wolken en springende konijntjes. In een zon. Terwijl we vaak denken dat ze almaar materialistischer worden.

Aan de leerlingen heb ik het altijd over blote voeten in het gras, over wolken en de geur van versgemaaid  gras. Over giechelen en soms zelfs over slagroomtaart. Toch moet ik bekennen dat zij het ook vaak doen: mij gelukkiger maken. Al is het maar door hun (h)eerlijke uitspraken en hun aanstekelijke enthousiasme om als eerste in de klas te zijn en het leukste plekje te kunnen hebben. Dat is een van de voorrechten van een job in het onderwijs. Hoe zwaar de klappen ook zijn die je moet verwerken, leerlingen tillen je vaak op door gewoon zichzelf te zijn. Of toch een beetje anders met de hulp van elastiekjes en verkleedkleren. Zo werden twee jongens opeens twee meisjes. Guitig proestend met jassen onder hun trui maakten ze daarmee zelfs de hele klas blij.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  24/03/23) 

maandag 20 maart 2023

TINE ZIET (365): Bekende taart

Zondag haalde ik taart bij de bakker en ik werd na lange tijd nog eens herkend. De vrouw achter de toonbank had ik er nog nooit gezien. Ze was opgetogen dat ze me herkende van in de krant. Ze wist dat ik verhuisd was deze zomer en legde tussen de frambozen ook wat weetjes over mezelf neer die ze gelezen had.  Het was lang geleden dat dit mij overkomen was. Af en toe verrassen leerlingen me met een verwijzing naar een stukje. Ook al is dat inmiddels alweer een tijd geleden.  Dat ik taarten kocht, was ook al een tijd geleden. Enkele leerlingen van me traden op tussen neptaarten en aangezien ik één écht stukje en een doos nodig had, leek het me  fijn om ze dan maar allemaal in de kleedkamer op levensecht gebak te trakteren. Uiteindelijk waren ze toch maar enthousiast aanwezig op een zondagnamiddag!

Terwijl ik met de twee dozen naar mijn huis wandelde, bedacht ik dat ik het soms vergeet dat deze stukjes worden gelezen. En dat ik toch misschien veel bloot geef uit mijn leven. Misschien wel veel te veel. Dat ik frambozentaart koop voor mijn leerlingen als ze optreden bijvoorbeeld. Of dat ik blijkbaar op wandelafstand van een bakker woon. Opeens bedacht ik met schrik dat mensen misschien doelbewust uit mijn leven weg blijven omdat ze bang zijn om in een of ander stukje in de krant te verschijnen. Je zal maar mijn geliefde worden bijvoorbeeld en over jezelf hier moeten lezen. Of – erger! - doodgezwegen worden. Bedolven als het ware onder een lekkere frambozentaart. Alsof je helemaal geen deel uitmaakt van wat ik een week mee maak.

De taarten werden met dat besef elke stap wat zwaarder.  En dit is dan nog op kleine schaal. Stel je nu eens voor dat je echt bekend bent. Je kan maar beter over gebak schrijven. Over hoe je het koopt of maakt. Over hoe je klungelt zonder elektrisch mes  en meegenomen bordjes. Of gewoon over de verrassende heerlijke zoetzure smaak.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  17/03/23) 

maandag 13 maart 2023

TINE ZIET (364): Vieren

Afgelopen week is mijn teller een cijfertje opgeklommen. Vierenveertig jaarringen tel ik al in die stevige bast van mij! Als ik het de leerlingen vertel, vallen ze vaak steil achterover en roepen verschrikt: “Je bent ouder dan mijn mama en papa!” Zolang ze niet zeggen: “Je bent ouder dan mijn mama en papa samen!” is het goed.  Het is natuurlijk altijd een groot compliment om jonger geschat te worden dan ik ben.

Omdat het de enige leeftijd is waarop vieren naast elkaar staan en omdat ikzelf dringend ook wat meer positiviteit kan gebruiken, heb ik dit levensjaar uitgeroepen tot dat ‘van het vieren’. Ik verplicht mezelf om elke dag iets te vieren. Hoe klein ook. Vieren hoeft niet altijd groots en zonder mate te zijn. Vaak zijn het superkleine en voor een ander onbenullige dingen, maar voor mezelf maakten ze in mijn dag al een wereld van verschil. Een onverwacht leuk cadeautje. Een benzinepomp die me op het nippertje redt van een rood lampje. Een vergeten ui waaruit de lente al geschoten is. Er komt geen confetti aan te pas en meestal wordt er geen glaasje bij gedronken. Het is me extra openstellen voor wat mijn dag iets leuker maakt,  gevoelig zijn voor de kwinkslag, de onverwachte meevaller, de grappige of ontroerende momentopname in mijn dag. Dat ik dat met anderen deel, doe ik alleen maar omdat ik hoop dat anderen ook hun dag meer op die manier zullen overschouwen. Ik kan zeuren over verzuring en over negativiteit. Ik kan er ook doelbewust iets proberen aan doen.

Ik kan het iedereen aanraden. Zonder vierenveertig te zijn. Doordat ik meer vier, vallen mij meer leuke dingen op. Ik stel me meer open naar mensen die me aanspreken op straat en ik maak zowaar weer meer huppelpasjes.  Alle truukjes om wat lichtvoetiger op deze aardbol te zijn, zijn mooi meegenomen. Je hebt er in principe geen lifestylemagazine of wellnessabonnement voor nodig. Alleen het besef dat niet alles om zeep is en dat het geluk soms gewoon voor het oprapen ligt. Als je maar goed kijkt. 

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  10/03/23) 


maandag 6 maart 2023

TINE ZIET (363): Vogelgod

Het leven herbergt heel wat vreemde buitelingen. De ene dag kan je je zowaar God voelen. De andere dag door iedereen vergeten en verstoten. Vorige week moest ik door omstandigheden in het appartement van mijn moeder zijn, terwijl ze er niet was.  In de vogelkooi zat de kanarie niet op zijn gebruikelijke stokje. Wel hoorde ik een raar geluid. Ik merkte dat Pierro, de dikbuikige gevederde vriend van mijn moeder op zijn rug in het kooitje lag. Zijn ene pootje bewoog tegen het plastic gedeelte van het kooitje.  Het is moeilijk voor te stellen, hoe hemeltergend dat geluid mij in de oren klonk. Dat pootje dat zich almaar zwakker liet horen. Hoewel ik maar al te goed weet dat deze kanarie volkomen ongevaarlijk is, versteende ik bij de gedachte dat ik hem moest aanraken.  Kon ik hem wel nog helpen? Tik. Tik. Niet alleen voelde ik me machteloos en onbeholpen omdat ik de dood als het ware al op zijn stokje zag. Ook heb ik last van dat soort fobie dat vogels niet durft op te pakken. Het kostte me erg veel zweet, moeite en zelfs tranen om me de moed te geven Pierro voorzichtig te aaien en op zijn buikje te draaien. Na dat verschrikkelijke moment vloog hij wild op en ging oog in oog met mij op z’n stokje zitten. Hij piepte blij en begon speels op zijn stokje te pikken zoals hij doet als ik naar hem fluit. Op dat moment geloofde ik echt dat ik de gave had om stervende vogeltjes terug te halen.

Een dag later leefde de vogel nog, maar de hoop dat ik almachtig was, was geslonken. Daar wandelde ik in mijn eentje door de verlaten velden. Iedereen had opeens afgebeld. Alle afspraken vielen zowel letterlijk als figuurlijk in het water. Zo ontzettend verlaten. De kraaien dichtbij het kerkhof groetten mij niet terug. De eenden keken slechts naar elkaar. De hoentjes stoven weg. Er was slechts één mus die aarzelde. Hoe jammer ook. Er is geen goddelijke kracht aan toeval verbonden. Al moet het wel gezegd: als Pierro op dit moment nog leeft, is dat gewoon een zaligmakend wonder.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  03/03/23) 



IM Pierro - op de dag van het schrijven van dit stukje overleden

maandag 27 februari 2023

TINE ZIET (362): Misnoegen

Afgelopen dagen had ik vakantie. Dat vertel  ik niet om jullie jaloers te maken. Aangezien ik in het avondonderwijs werk, heb ik normaliter geen tijd om ’s avonds in een weekavond iets te gaan eten met vriendinnen. Dat maak ik graag goed als er vakantie is. Nu bevond ik me een zaak waarvan ik de naam niet ga noemen. Achter mij zaten een man en een vrouw. Dat ik hun gesprekken kon horen daar stoorde ik me niet aan. Maar dat de man de meest verschrikkelijke smak- en kreungeluiden maakte tijdens het verorberen van zijn varkenswangetjes, daarvan gingen al mijn aanwezige en denkbeeldige haren van overeind staan. Het was ronduit onsmakelijk. Mijn vriendin en ik keken elkaar dikwijls gegeneerd aan. Gelukkig konden we er ook hetzij wat groenig bij lachen. Het was echt alsof er een horror- of een slechte pornofilm achter ons werd afgespeeld. Het eten smaakte er niet slechter door, maar het maakte de totaalbeleving toch een stuk minder gezellig.

Ik vond het van mezelf toch ook bekrompen, als ik eerlijk moet zijn. “Ben ik dan zo onverdraagzaam geworden?” vroeg ik aan de vriendin.  Was ik die verzuurde vrouw geworden, die ik zelf zo verafschuw? De vrouw die onredelijke reacties op een site plaatst in de hoop er een bepaalde compensatie uit te wringen. De vrouw, of nee de persoon die zich stoort aan de woorden ‘dik’ en ‘lelijk’ in een volkomen onschuldig kinderboek? De treinreiziger die verbitterd vraagt dat de kinderen op de trein hun mond willen houden omdat ze zich moet focussen op haar feng shui.   De vrolijke Frans die naast een café gaat wonen en achteraf toch klaagt over het geluid van een stoel die verschuift. Nee, zo’n mens ben ik nog niet.  

Het zijn geen makkelijke tijden voor wie zich ergert. De maat is almaar voller. De emmer der irritatie stroomt dagelijks over. Geduld is een almaar zeldzamere zaak. In een tijd van almaar minder, is er misnoegen genoeg.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  24/02/23) 

maandag 20 februari 2023

TINE ZIET (361): Roze

Afgelopen dagen kleurden weer opvallend roze en rood. Dat het dinsdag Valentijn was, heeft iedereen wel geweten. Ons stadsbestuur wou ons zien zoenen, we werden verleid met restaurantbonnen, winkeliers wilden ons aan een partner helpen met een roze winkelmandje. Heel erg mooi allemaal. Zeker in tijden waarin er zoveel ramp aan de hand is. In deze maatschappij die steeds dieper wegzakt, mag de liefde wel eens een keer triomferen. Als dat gelijk staat met meer consumeren, dan wens ik dat de zelfstandigen ook eens toe.

Het is overigens nog nooit zo makkelijk geweest om je liefde te laten blijken. Kinderen sturen het naar elkaar zonder woorden.  Ook zonder verliefd te zijn. Volwassenen typen ook vaker hartjes dan kusjes. Dat er daardoor wel eens bizarre misverstanden ontstaan is een feit. Zo begrepen puberende leerlingen die elkaar elke dag streaks sturen niet waarom er in een eenvoudig chatgesprek ook opeens hartjes verschenen. Er ontstond paniek: “Ze zal toch niet verliefd zijn? Het zijn toch hartjes!” 

Als ik een hartje krijg, vind ik het meestal aandoenlijk.  De dag  dat er een echt hart op mijn stoep ligt, is gelukkig nog niet voorgekomen. Om eerlijk te zijn zou ik dat soort liefde niet waarderen. Ooit vond ik een Valentijnskaart in mijn schooltas. Heel even maakte mijn hart een huppelpasje, tot ik besefte dat het een flauw mopje betrof van vriendinnen. Marc bestond helaas niet. Toch niet op  mijn route. Mijn ontgoocheling was overigens van korte duur: ooit zal iemand me toch de liefde verklaren op een manier die origineler en verrassender is dan met een kaart in mijn boekentas? Ik maakte me toen nog illusies.  Vergis jullie niet: er wordt ontiegelijk van me gehouden. En ook mijn hart klopt niet voor mij alleen. Misschien is dat wel de echte kern.  Ons geliefd te weten in tijden vol tegenstrijdigheden. Eens vol overtuiging roze kleuren in wereld vol puin.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  17/02/23) 

maandag 13 februari 2023

TINE ZIET (360): Huisjesslak

Het zal een aandachtige kijker wellicht niet opgevallen zijn: ik ben afgelopen dagen een pak lichter geworden. Het moge duidelijk zijn: het gaat hier helegaar niet over vermageren. Helaas! Ik volgde geen crashdieet of liet geen vet wegzuigen. De verkoop van mijn huis in de Koningstraat is sinds vrijdagmiddag achter de rug. Het scheelt enorm: een gigantische zorg minder. Het was te merken aan de slaap die ik in enkele nachten tijd al heb ingehaald.

Begin april vorig jaar stortte ik me in een risicovol avontuur. Ik ging eens naar een huis kijken, werd er zowaar verliefd op en bedacht dat ik het wel moest kopen. Een huis kopen deed ik al eerder. Ik wist dat ik het kon. Maar een huis verkopen deed ik nog nooit. Hoe moet dat? Is het niet verstandiger om eerst je huis te verkopen voor je een ander huis koopt? Het is eigenlijk volkomen onbegrijpelijk dat dergelijke dingen niet in één of andere cursus in de middelbare school worden aangeleerd. Waar je bijvoorbeeld op moet letten. Wat een overbruggingskrediet doet en hoe het werkt.  Hoe een inboedel efficiënter te sorteren? Hoe de juiste makelaar en een notaris te vinden die  bij je past? Het zijn dingen die vanzelfsprekend lijken, maar die verdorie toch als een suffe aap uit de mouw komen piepen als het eenmaal zover is. Alsof het verkopen van een huis nog niet moeilijk genoeg is,  hing er mij opeens ook van alles boven het hoofd: asbestattest, boetes omdat mijn huis misschien niet binnen het jaar werd verkocht,… Kortom, de druk werd almaar opgevoerd. Er werd van alle kanten in mijn oor gehijgd.

Dat ik nu eindelijk een streep kan trekken onder dat hoofdstuk is fantastisch! Ik ben weer gewone huisjesslak op mijn dooie gemak. Twee huizen op eenzelfde rug wogen voor me toch erg zwaar.  Ik weet wel dat ik niet hoor te klagen: ik ben tenslotte geen naaktslak. Beeldspraak of niet: elke slak maakt noodgedwongen een eigen spoor.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  10/02/23) 

TINE ZIET (542): Fietsschrik

Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...