Zondag voelde ik me schuldig omdat ik na het kopen van een rijkelijk gevulde bloempot voor op het terras van mijn moeder terug in de rij voor de kassa van de bloemenwinkel ging staan voor een boeket voor mezelf. Ik koop wel vaker een tulpenboeket voor mezelf in het warenhuis. Zelden koop ik een écht boeket voor mezelf en ik vond dat ik ondanks het feit dat ik geen moeder ben een boeket verdiend had. Eerder had mijn moeder aan de telefoon gezegd dat ik dit jaar onder geen beding een boeket voor haar mocht kopen omdat ze het jammer vindt dat de bloemen niet blijven. Toen de vrouw in de winkel de ruiker feestelijk wou inpakken, zei ik dat het niet nodig was. Dat ze maar voor mezelf waren. Ze wikkelde er dan maar een gewone folie om ter bescherming.
Waarom ik me schuldig voelde? Niet omdat ik geen moeder ben.
Maar wel omdat ik bloemen, helpende handen en tijd die speciaal voor moeders
waren bestemd ingenomen heb. Onzin eigenlijk. Ik betaal er gewoon de prijs
voor.
Dat ingebakken schuldgevoel. Wat moet ik daar toch mee? Kon
ik dat maar laten inpakken met een mooie strik en achterlaten bij een voordeur
of verzenden met de post. Zelf ben ik er bitter weinig mee. Ongetwijfeld maak
ik er iemand rijker mee.
Mijn moeder was overigens blij met haar kleurige bloempot.
Ze zei: “Ah! Die gaan tenminste nog een zomer mee!” De ruiker op mijn eigen tafel zal op het
moment dat dit stukje verschijnt wat minder fleurig zijn, dat is een feit. Tegen
dan is het schuldgevoel dat ik ervoer, verwelkt. Geen nood: er is de zekerheid
van nieuwe bloemen.
