maandag 1 juni 2026

TINE ZIET (527): Buren

In de tijd dat ik nog thuis woonde, waren mijn buren koeien en 'Bambi’s' en droomde ik van opgroeien in een buurt als Ramsay Street. Zoveel series gingen over buren en buurten. Een groepering huizen waarbij de buren zomaar bij mekaar konden over de vloer konden komen. Het leek me leuk om zo op de liefde van mijn leven te botsen. Al wist  ik toen al dat ik bij jongens als Scot Robinson of zelfs bij Johnnie Flodder nooit kans zou maken. Ook het sociale aspect leek me heerlijk.

Toen ik later alleen ging wonen, had ik buren, sloot ik me uiteindelijk op voor hen. Ik schaamde me voor het feit dat ik geen huisvrouw ben. Bij mijn verhuis naar Menen nam ik mezelf voor om dat sociale aspect in mij toch wat te stimuleren. Alsook om wat meer te investeren in onkruid wieden en toe af en toe de ramen lappen. Ik maakte praatjes met sommige mensen uit mijn buurt. Nu ik hier woon, doe ik nog beter mijn best. Maar vaak heb ik – eerlijk waar – gewoon minder zin in een babbel voor de deur en verkies ik het obligate knikje omdat ik bijvoorbeeld op weg ben van hot naar her. Of omdat ik naar de wc moet of gewoon languit alleen met mezelf wil zijn.

 Tijdens de afgelopen Matinee Moniek over ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’ sprak er een kunstenares die door de goede band met haar buurvrouw op haar verjaardagsfeest terechtkwam en zowaar op een buurman botste die ze nog niet eerder had ontmoet. Al acht jaar steken ze nu geregeld de straat naar elkaars huis over. Het lijkt me mooi. Vrijdag 29 mei is het weer 'Dag van de Buren'. Ik moet dringend weer eens buurtturen.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 28/05/26) 

 

maandag 25 mei 2026

TINE ZIET (526): Pensioenstralend

Woensdag ging ik na de traditionele toonmomenten van de leerlingen in Moorsele naar OC ’t Klokhuis in Beveren-Leie alwaar mijn oud-leerkracht woord verrast werd door al haar oud-afgestudeerden, omdat ze straks op pensioen gaat. Ik kwam er later aan, maar blijkbaar waren er meer dan zestig aanwezigen die net als ik onder haar vleugels zaten. Dat lijkt voor mensen die het vak niet kennen misschien wat banaal. Maar als je bedenkt dat je meestal tien jaar les volgt bij iemand voor je afstudeert in dat vak dan weet je dat het niet zo voor de hand liggend is om daadwerkelijk die finish samen te bereiken. Zeker de laatste jaren niet. Velen haken af na zeven jaar. Want dat is toch meer dan genoeg? Maar het fijnste zit nét in dat staartje van het traject.

Zelf ervaar ik het ook als iets bijzonders als leerlingen die je ooit als klein kind in je klas had de eindmeet ziet halen. Je leert ze kennen als negenjarige en wuift ze uit als ze achttien zijn. Wat zit daar allemaal niet tussen? In het vak dat wij geven, begeleid je hen niet alleen met spreken en spelen, maar ook in het leven.

Zo kweekte ik bij haar naast mijn liefde voor poëzie vooral ook zelfvertrouwen en durf. Het besef dat ik grappig kon zijn.  Ik ontdekte er mijn talent. Door haar koos ik voor hetzelfde werk. Het was dus best een fijn feestje daar. Al die verschillende generaties samen. Met als gemeenschappelijke factor dat zij ons kon doen blinken tot ver naast de planken. Het bleek besmettelijk: hoe zij op enkele weken van haar pensioen van oor tot oor straalde!

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 21/05/26) 

maandag 18 mei 2026

TINE ZIET (525): Schuldboeket

Zondag voelde ik me schuldig omdat ik na het kopen van een rijkelijk gevulde bloempot voor op het terras van mijn moeder terug in de rij voor de kassa van de bloemenwinkel ging staan voor een boeket voor mezelf. Ik koop wel vaker een tulpenboeket voor mezelf in het warenhuis. Zelden koop ik een écht boeket voor mezelf en ik vond dat ik ondanks het feit dat ik geen moeder ben een boeket verdiend had. Eerder had mijn moeder aan de telefoon gezegd dat ik dit jaar onder geen beding een boeket voor haar mocht kopen omdat ze het jammer vindt dat de bloemen niet blijven. Toen de vrouw in de winkel de ruiker feestelijk wou inpakken, zei ik dat het niet nodig was. Dat ze maar voor mezelf waren. Ze wikkelde er dan maar een gewone folie om ter bescherming.

Waarom ik me schuldig voelde? Niet omdat ik geen moeder ben. Maar wel omdat ik bloemen, helpende handen en tijd die speciaal voor moeders waren bestemd ingenomen heb. Onzin eigenlijk. Ik betaal er gewoon de prijs voor.

Dat ingebakken schuldgevoel. Wat moet ik daar toch mee? Kon ik dat maar laten inpakken met een mooie strik en achterlaten bij een voordeur of verzenden met de post. Zelf ben ik er bitter weinig mee. Ongetwijfeld maak ik er iemand rijker mee.

Mijn moeder was overigens blij met haar kleurige bloempot. Ze zei: “Ah! Die gaan tenminste nog een zomer mee!”  De ruiker op mijn eigen tafel zal op het moment dat dit stukje verschijnt wat minder fleurig zijn, dat is een feit. Tegen dan is het schuldgevoel dat ik ervoer, verwelkt. Geen nood: er is de zekerheid van nieuwe bloemen.



maandag 11 mei 2026

TINE ZIET (524): Gevelgeluk


 Elke lente word ik ermee geconfronteerd: ik moet mijn stoep meer onderhouden. Anders zou ik wel eens een GAS-boete kunnen krijgen. Ik merk in de loop van de jaren toch zeker een mildere toon in de jaarlijkse verwittiging die in de brievenbus steekt.  Maar omdat ik betreffende dat onderwerp enkele jaren geleden een open brief schreef naar het stadsbestuur, die ook de lokale pers en de gemeenteraad haalde, heb ik de indruk dat er extra aandacht is voor de begroeiing voor mijn voorgevel. Tine Moniek, dé patroonheilige van menig stevig begroeide voorgevels….

Dit weekend vond ik de moed. Ik moet het bekennen: ik doe dat echt niet graag. Open en bloot met mesje in de hand gebukt voor elke voorbijganger staan. In feit is de klus zo geklaard. Zeker na een regenbuitje. Toch voelt het als een soort lijfstraf. Dat ik het weer zover liet komen zeg!

Sinds ik in de Gen. Lemanstraat woon, krijg ik trouwens jaarlijks gratis en voor niets campanula’s cadeau. Elk jaar komen ze gratis en voor niets tevoorschijn via de voeg tegen mijn voorgevel. Twee jaar geleden trok ik ze er nog uit, omdat ik bang was voor een bekeuring. Vorig jaar verwijderde mijn buurman ze omdat hij zo aardig was om mijn stoep in een vlijtige bui mee te wieden met een hogedrukreiniger. Dit jaar laat ik ze koppig staan.  Hopelijk hij ook. Ik heb dan wel geen officieel geveltuintje, ik heb wel spontaan gevelgeluk. Gelieve dat geluk niet zomaar van me weg te plukken of erger nog: als hardnekkig onkruid uit de voeg te rukken! Campanula’s zijn gewoon officieel erkende bloemen!

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 07/05/26) 


maandag 4 mei 2026

TINE ZIET (523): Vlinderseizoen

Tijdens een rouwgesprek met een familie, bekende de kleindochter haar overleden grootvader in een vlinder te herkennen. Ze deed dat met enige schroom. Alsof ze mij bekende in spoken te geloven. Ik stelde haar gerust. Mijn vader heb ik lang in een duif herkend. Een vriendin vertelde me dat ze haar moeder ook in een specifieke duif in de tuin herkende. Een collega vertelde hoe ze in een eekhoorntje of een roodborstje de groet van een overledene ziet. Een vriendin ziet een groet van haar overleden echtgenoot in een dubbele regenboog. Nog iemand ziet in zonlicht herkenning. Of in een bloem. Naast het feit dat het een mooi symbool is om iemand die we missen te blijven zien in natuurlijke fenomenen, biedt het ons ook troost op ons levenspad.

Nu we weer in de tuin gaan zitten, al is dat in de avond nog met een fleece-dekentje om ons heen, is het vlinderseizoen weer geopend. Dit weekend voor het eerst weer samen met de vrienden en wat wijn. De eerste spin werd gillend verwelkomd.  Zou iemand eigenlijk ooit al in een spin of een mug de aanwezigheid van een overledene gezien hebben? Kan een naaktslak ook een teken zijn?

Een leerlinge vertelde deze week dat ze graag een vlinder zou hebben als huisdier. Dat ze er zo goed voor zou zorgen. Ook al wist ze dat vlinders niet lang leven: ze zag geen enkel probleem, want ergens zou wel een goedkope vlinderverkoper te vinden zijn. Ik wens het haar toe. Een vlinder die op haar schouder landt en denkt: hier wil ik blijven. En als die dan sterft, die  vlinder blijven zien. In een zoen op je wang.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 29/04/26) 

zondag 26 april 2026

TINE ZIET (522): Bruxelles, ma belle

Toen ik mijn vrienden vertelde dat ik deze vakantie op reis zou gaan naar Brussel, kreeg ik een paar vreemde blikken. Ik vertelde erbij dat ik eigenlijk dringend onze hoofdstad wou ontdekken. Ik ga zonder probleem naar andere hoofdsteden,… Brussel op anderhalf uur rijden daarentegen ken ik helemaal niet en onbekend maakt onbemind, toch?

Ik moet bekennen: het viel me zwaar te vertrekken. Ik kon pas vanaf 18u in het appartement dat ik gehuurd had en ik leek dat vertrek almaar uit te stellen. Ik had een paar loodzware weken gehad en wou me wat opsluiten. Die eerste avond vervloekte ik mezelf in Vorst. Wat had ik daar nu toch te zoeken?  Maar de flat zelf gaf me een ongekende rust. En de dagen nadien ontdekte ik aan de hand van tips van Facebookvrienden heerlijke plekjes en fijne adresjes zonder de grote toerist te hoeven uit te hangen.

Het heeft me goed gedaan de confrontatie met onze hoofdstad aan te gaan. Een paar vooroordelen zijn alvast weer van de baan. Ik werd niet lastig gevallen. Ook niet in het donker op straat. Van de pizzabakker kreeg ik een gratis blikje. Mijn verloren gsm werd gewoon op de toog van het café achtergelaten. Wat een groen en rust is er in en rond deze stad! Ik kan het in elk geval iedereen aanbevelen daar eens op onderzoek uit te gaan. We denken vaak iets te kennen. Nu weet ik het zeker: Brussel is veel meer dan je plan moeten trekken in de Franse taal, een monument met negen bollen en Manneken Pis. Onze hoofdstad is lang niet mis.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 23/04/26) 

zondag 19 april 2026

TINE ZIET (521): Leeg

Het hing al een tijdje in de lucht. Maar op een mooie lentedag heb ik poes Frieda toch moeten laten inslapen. Dat is voor mij mijn eerste huisdier dat ik zo zie vertrekken. Anderen kwamen nooit meer terug of vertrokken zonder hulp die dood tegemoet. Dat we die dag nog eerder buiten zaten naast mekaar en dat ik haar moest zeggen dat ik écht niets meer kon doen. Ze kreeg al enkele dagen niets meer binnen en ze was zo onrustig. Ze mauwde klaaglijk. Net op dat moment landden twee duiven op het dakje van het schuurtje. Haar ogen lichtten op. Ze spon dat het een lieve lust was en toen vlogen ze op, de lucht in. Ze deed zelfs nog een spurtje. Maar het was goed. Enkele uren na het dierenartsenbezoek, legde ik haar in een kuil in de tuin van een vriendin. Ook taaie poezen verdienen het niet om te lang af te zien. 

Nu is het de eerste keer in mijn hele Friedaleven dat meer dan achttien jaar duurde, dat ik alleen ben in een huis. Ik mis haar trappelende pootjes op de vloer en op de trap. Haar  gespin naast me. Haar haar zelfs dat de laatste maanden overdadig losliet. Het besef dat ze ergens in huis was, weegt niet op tegen die stilte van er niet meer zijn. Ook al dacht ik even: “Dit soort afscheid kan ik niet nog eens aan”, wellicht duurt het niet lang voor ik weer katten in huis haal.

Gelukkig ben ik goed omringd. Al enkele avonden kreeg ik uitnodigingen om te gaan eten of bij te kletsen. Dat doet me goed. “Het is maar een kat”, zegt men soms. Een dier dat zo dicht en zo lang bij me was moeten missen, ik geef het toe, het doet me immens veel verdriet.  

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 16/04/26) 

 

TINE ZIET (527): Buren

In de tijd dat ik nog thuis woonde, waren mijn buren koeien en 'Bambi’s' en droomde ik van opgroeien in een buurt als Ramsay Street....