zondag 28 juni 2026

TINE ZIET (531): Verhit

We snakten zo naar zon en terrasjes. Dat het zo’n vaart zou lopen, hadden we natuurlijk niet verwacht. Zelfs de grootste zonnekloppers zullen het wel voelen: dat het veel is voor een lijf. Zeker als we niet op reis zijn. Het leven gaat door. Het afval moet worden opgehaald. Brood moet gebakken worden. Er moet nog steeds verkocht en gekocht worden. Al stemt zon meestal wel vrolijk, al lijkt alles veel sensueler, discussies laaien misschien nog hitsiger op. Meer hoofden slaan tilt. Leve de zweetsnor en de opgezwollen enkels!  Bij de minste actie voel ik mij toch een vetsmelterij op pootjes. Hoezee!

 Dan betrap ik mezelf op nachtelijke zoektochten naar een opblaasbaar zwembad om in te zitten. Op het gemakzuchtig aanschaffen van voorverpakte salades. Op het te gulzig drinken. Op het gretig kopen van fruit dat ondanks goede voornemens niet tijdig opgeraakt. Op billen die alleen maar willen zitten en minuscule ergernissen die moeiteloos aanzwellen. Zo goed bezig weer om de wereld nog wanstaltiger te maken en alles meer om zeep. We kunnen er niets aan doen: we zijn niet verantwoordelijk en wijzen beschuldigend naar het uitzonderlijke weer.

Eerlijk? Ik voel het verlangen om me in een cocon terug te trekken. Waarom toch word ik kregelig van een overdaad aan prikkels.? Waar is mijn slaap naartoe? Mijn concentratie? Ik snak naar een reset naar mijn fabrieksinstellingen. We hebben het te ver laten komen en zien het niet. Terwijl ik mezelf op de borst sla, neem ik nog een koude douche.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 25/06/26) 


maandag 22 juni 2026

TINE ZIET (530): Walvis

Zaterdag was ik één van de gelukkigen die aanwezig was bij de première van ‘De exploderend walvismusical’ bij het vroegere jukeboxmuseum. Voor die spetterende opening van het Boulevard Solarseizoen durfde ik het me nog te beklagen dat ik na het jureren van maar liefst acht voorstellingen in de kelder van CC Gildhof in Tielt het idee had om naar nog een voorstelling te gaan kijken. Buiten dan nog!

Zodra ik in de tribune zat, voelde ik dat het wel eens geweldig zou kunnen zijn. De andere aanwezigen ook met mij. Onbeschaamd giechelen met het vreemde taaltje die de mensels van het eiland het UUS brabbelden of met de aandoenlijke flair van Jonas in de walvis. De schaamklak. De fijne melodietjes. Het serene van het lokale zeekoor.

De voorstelling was uitverkocht. In het publiek ook veel mensen die Menen niet kennen en onder de indruk waren van de fijne locatie. Even waanden we ons al op ons eigen Theater Aan Zee in Menen of zo. Wat ongelooflijk fijn dat dat kan! Zo dicht bij ons eigen oes een totaal betoverende ervaring. Het fijne is dat je er niet voor op reis hoeft te gaan en dat je er zelfs niet moet voor betalen.

 Het belooft een mooie zomer te worden. Dat voel ik nu al aan mijn vleugels. De grasmachines ronken aan de overkant. De geur van versgemaaid gras. De belofte van een week met zuiderse temperaturen. Het lonkend ijs in de diepvries. De laatste evaluatiefiches moeten nog worden ingevuld. De leerlingen uitgezwaaid. De bloempotten van de vensterbank in stukken door de ontdekkende poezels in huis. Laat maar komen!

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 18/06/26) 

maandag 15 juni 2026

TINE ZIET (529): Basiscomfort

Donderdagavond was ik bij vrienden voor een BBQ. De vriend die het vlees aan het bakken was, was kwaad omdat hij een brief gekregen had van Stad Menen betreffende de actualisering van het kadaster. We lachten er wat mee. In de brief vragen ze of hij intussen basiscomfort heeft zoals verwarming en/of een badkamer.

De dag daarop kreeg ik dezelfde brief in mijn bus. Toegegeven: ik lachte ook groen. Het is niet dat ik mijn huis aangepast heb in de jaren dat ik er woon, ik heb het huis zo gekocht. Met een badkamer. En twee gaskachels. Ik heb ze er niet stiekem in laten plaatsen. Toch krijg ik het gevoel dat ik betrapt ben op het hebben van basiscomfort. Ik voel me een profiteur. Ik voel me zelfs bedreigd, want bij de brief zit ook een uittreksel uit het wetboek van de inkomstenbelastingen. Met daarbij de sancties die kunnen volgen bij het niet naleven van de wet.

Ik gok dat we met velen zijn die die brief ontvangen hebben. Er is wellicht wat paniek: want de ‘actualiseren van het kadaster’ staat in dit geval natuurlijk gelijk aan een hoger kadastraal inkomen. Hoeveel hoger dat precies zal zijn, is een raadsel. Men pleit voor een eerlijk bedrag voor iedereen. Ik pleit voor een overzichtelijk handboek waarin mensen zoals ik kunnen lezen wat er precies van hen verwacht wordt in dit leven.

Je eigen huis opwaarderen met premies of zonder premies betekent ook een hoger kadastraal inkomen. Je kan maar beter bij je buren gaan douchen. Of helemaal niet.  Waarom leren ze ons dat niet op school? Of heb ik misschien niet goed opgelet?

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 11/06/26) 

 

maandag 8 juni 2026

TINE ZIET (528): Aaibaar gezelschap

Een autorit kan lang duren als er op de achterbank een poes zielig zit te miauwen.

Donderdag was het zover: ik ging nieuwe poezelige huisgenoten Cézar en Charlie ophalen. Via de website van een asiel, kwam ik ze op het spoor. Ze woonden in een huis waar ze niet konden aarden met de nieuwe baby in huis en de eigenaars zochten dringend een nieuwe thuis waarin ze onafscheidelijk mochten blijven. Ik had speciaal een draagmand voor hen samen gekocht, maar toen één van de twee in de mand werd geplaatst, werd duidelijk dat ik toch niet het grootste model had gekocht. De katten waren in elk geval groter dan ik ze me kon herinneren. De twee werden uiteindelijk in twee verschillende mandjes met hun kopjes naar elkaar naast mekaar geplaatst. De ene hield zich tot vandaag stil. De andere mauwde de hele rit door.

Ik betrapte mezelf erop dat ik begon mee te mauwen. Want praten hielp niet. Muziek opzetten ook niet. Ik voelde me een heuse catnapper. Ze zomaar wegplukken uit hun vertrouwde omgeving om ze meer dan een half uur later op een vreemde zolderkamer vol nieuwe kattenspulletjes uit te laten. Hoe durfde ik!

Er is geen losgeld. Maar ik ben ook niet van plan om ze terug te brengen! Onder geen beding. De vroegere baasjes krijgen af en toe een foto of filmpje doorgestuurd. Meer niet. Charlie komt al heerlijk tegen me aan spinnen en rollen. Cézar zit zijn eigen schaduwstaart vrolijk achterna. Nog even wennen. Over enkele weken zijn ze helemaal vertrouwd. Aaibaar gezelschap in huis! Wat is dat een heerlijkheid in dit leven! Het voelt warempel als zomer!

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 04/06/26) 

maandag 1 juni 2026

TINE ZIET (527): Buren

In de tijd dat ik nog thuis woonde, waren mijn buren koeien en 'Bambi’s' en droomde ik van opgroeien in een buurt als Ramsay Street. Zoveel series gingen over buren en buurten. Een groepering huizen waarbij de buren zomaar bij mekaar konden over de vloer konden komen. Het leek me leuk om zo op de liefde van mijn leven te botsen. Al wist  ik toen al dat ik bij jongens als Scot Robinson of zelfs bij Johnnie Flodder nooit kans zou maken. Ook het sociale aspect leek me heerlijk.

Toen ik later alleen ging wonen, had ik buren, sloot ik me uiteindelijk op voor hen. Ik schaamde me voor het feit dat ik geen huisvrouw ben. Bij mijn verhuis naar Menen nam ik mezelf voor om dat sociale aspect in mij toch wat te stimuleren. Alsook om wat meer te investeren in onkruid wieden en toe af en toe de ramen lappen. Ik maakte praatjes met sommige mensen uit mijn buurt. Nu ik hier woon, doe ik nog beter mijn best. Maar vaak heb ik – eerlijk waar – gewoon minder zin in een babbel voor de deur en verkies ik het obligate knikje omdat ik bijvoorbeeld op weg ben van hot naar her. Of omdat ik naar de wc moet of gewoon languit alleen met mezelf wil zijn.

 Tijdens de afgelopen Matinee Moniek over ‘Beter een goede buur dan een verre vriend’ sprak er een kunstenares die door de goede band met haar buurvrouw op haar verjaardagsfeest terechtkwam en zowaar op een buurman botste die ze nog niet eerder had ontmoet. Al acht jaar steken ze nu geregeld de straat naar elkaars huis over. Het lijkt me mooi. Vrijdag 29 mei is het weer 'Dag van de Buren'. Ik moet dringend weer eens buurtturen.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 28/05/26) 

 

maandag 25 mei 2026

TINE ZIET (526): Pensioenstralend

Woensdag ging ik na de traditionele toonmomenten van de leerlingen in Moorsele naar OC ’t Klokhuis in Beveren-Leie alwaar mijn oud-leerkracht woord verrast werd door al haar oud-afgestudeerden, omdat ze straks op pensioen gaat. Ik kwam er later aan, maar blijkbaar waren er meer dan zestig aanwezigen die net als ik onder haar vleugels zaten. Dat lijkt voor mensen die het vak niet kennen misschien wat banaal. Maar als je bedenkt dat je meestal tien jaar les volgt bij iemand voor je afstudeert in dat vak dan weet je dat het niet zo voor de hand liggend is om daadwerkelijk die finish samen te bereiken. Zeker de laatste jaren niet. Velen haken af na zeven jaar. Want dat is toch meer dan genoeg? Maar het fijnste zit nét in dat staartje van het traject.

Zelf ervaar ik het ook als iets bijzonders als leerlingen die je ooit als klein kind in je klas had de eindmeet ziet halen. Je leert ze kennen als negenjarige en wuift ze uit als ze achttien zijn. Wat zit daar allemaal niet tussen? In het vak dat wij geven, begeleid je hen niet alleen met spreken en spelen, maar ook in het leven.

Zo kweekte ik bij haar naast mijn liefde voor poëzie vooral ook zelfvertrouwen en durf. Het besef dat ik grappig kon zijn.  Ik ontdekte er mijn talent. Door haar koos ik voor hetzelfde werk. Het was dus best een fijn feestje daar. Al die verschillende generaties samen. Met als gemeenschappelijke factor dat zij ons kon doen blinken tot ver naast de planken. Het bleek besmettelijk: hoe zij op enkele weken van haar pensioen van oor tot oor straalde!

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 21/05/26) 

maandag 18 mei 2026

TINE ZIET (525): Schuldboeket

Zondag voelde ik me schuldig omdat ik na het kopen van een rijkelijk gevulde bloempot voor op het terras van mijn moeder terug in de rij voor de kassa van de bloemenwinkel ging staan voor een boeket voor mezelf. Ik koop wel vaker een tulpenboeket voor mezelf in het warenhuis. Zelden koop ik een écht boeket voor mezelf en ik vond dat ik ondanks het feit dat ik geen moeder ben een boeket verdiend had. Eerder had mijn moeder aan de telefoon gezegd dat ik dit jaar onder geen beding een boeket voor haar mocht kopen omdat ze het jammer vindt dat de bloemen niet blijven. Toen de vrouw in de winkel de ruiker feestelijk wou inpakken, zei ik dat het niet nodig was. Dat ze maar voor mezelf waren. Ze wikkelde er dan maar een gewone folie om ter bescherming.

Waarom ik me schuldig voelde? Niet omdat ik geen moeder ben. Maar wel omdat ik bloemen, helpende handen en tijd die speciaal voor moeders waren bestemd ingenomen heb. Onzin eigenlijk. Ik betaal er gewoon de prijs voor.

Dat ingebakken schuldgevoel. Wat moet ik daar toch mee? Kon ik dat maar laten inpakken met een mooie strik en achterlaten bij een voordeur of verzenden met de post. Zelf ben ik er bitter weinig mee. Ongetwijfeld maak ik er iemand rijker mee.

Mijn moeder was overigens blij met haar kleurige bloempot. Ze zei: “Ah! Die gaan tenminste nog een zomer mee!”  De ruiker op mijn eigen tafel zal op het moment dat dit stukje verschijnt wat minder fleurig zijn, dat is een feit. Tegen dan is het schuldgevoel dat ik ervoer, verwelkt. Geen nood: er is de zekerheid van nieuwe bloemen.



TINE ZIET (531): Verhit

We snakten zo naar zon en terrasjes. Dat het zo’n vaart zou lopen, hadden we natuurlijk niet verwacht. Zelfs de grootste zonnekloppers zulle...