Deze zomerdagen probeer ik meer en meer de confrontatie aan te gaan met al mijn persoonlijkheden. Zo heb ik er meer en meer de behoefte aan om in mijn eentje al die verschillende versies van mezelf los te laten in één kamer. Niet dat het officieel is gediagnosticeerd, maar die verschillende personages in mij, zijn onmiskenbaar aanwezig.
Zo is er de dramaqueen. Dat exemplaar van mij dat graag op
een podium staat. Energiek. Zelfzeker. Over the top. Helemaal los. Evengoed is
er die introverte Tine, die ik soms het huis moet uit verplichten met een
bezem. Er is een empathische kant, die al het verdriet of alle zorgen van
anderen wil opvegen. Er is een neutrale versie, waarmee ik de andere kant kan
uitkijken. Een nukkige vorm. Een huppelende. We kunnen eigenlijk met z’n allen
een bus vullen. Ik met al die wezens.
Soms schrik ik zelf nog van een plotse ommezwaai maar er
valt prima met die bus in mij samen te leven, mits ik dus van tijd tot tijd al
die busreizigers eens in de ogen kan kijken. Voor anderen is het natuurlijk
stukken lastiger. Vooral voor mensen die me maar in één versie kennen. Wie me
kent als een geduldige vrolijke juf of als voorganger van een uitvaart, vindt
het bijvoorbeeld raar om me in rare outfits schreeuwend op een podium te zien.
Wie me anderzijds kent met de glitters op het gezicht, schrikt ervan om mij als
een zielig hoopje op een stoel te zien zitten. Daar kan ik inkomen. Daarom hecht
ik zoveel waarde aan mensen die de bus in mij aankunnen en een halte voor mij
maken, waar ik welkom ben. In elke hoedanigheid van mij.
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 30/07/26)