zondag 9 mei 2021

TINE ZIET (270): Instinct

Vorig weekend geraakte ik toch lichtjes in paniek toen ik de krant in handen kreeg. Alles stond in het teken van het moederschap. Even vreesde ik dat ik Moederdag zou zijn vergeten. Voor alle zekerheid vroeg ik het toch aan mijn vriendin die moeder is. Ze stelde me gerust en garandeerde me dat ik niet te laat was om alsnog iets te regelen voor mijn moeder.

Vorig jaar op Moederdag konden we eindelijk nog eens langsgaan. Ik herinner me de opluchting van toen. We mochten weer kopen, mochten op bezoek en hopen op een samen. In een jaar tijd is veel gebeurd. Te veel. Helaas geen samen. Ik zou over mijn eigen moeder kunnen schrijven. Dat deed ik al vaker. Soms zijn er echter zaken die niet op papier moeten worden gelezen, maar tussen de regels worden begrepen. Dat ik blij ben dat mijn moeke dit nog kan lezen, is misschien toch het belangrijkste om mee te geven.

Ooit zei een collega mij dat ik eigenlijk geen goede juf kon zijn voor de jongste leerlingen, omdat ik  geen moeder ben. Dat kwetste me toen en nog steeds.  Ik kan het niet vergeten. Het klopt dat ik geen moederkloek ben, maar maakt me dat een mindere juf?  Is elke moeder dan een goede juf?  Mijn huishoudhulp heeft het steevast over ‘mama’ als ze over mij tegen mijn kat praat. Het klopt wel dat ik Frieda bemoeder, maar ik zie haar meer als een vriendin dan als mijn dochter.

Wat een persoon tot moeder maakt?  Ik weet het soms niet zo goed. Feit is dat ik geen kinderen baarde. Niet omdat ik een hekel aan ze heb, maar omdat ik geen samen vond om er hand in hand naar te verlangen. Op een dag besef je dat je hoe dan ook een moeder voor bijvoorbeeld je eigen moeder wordt. Gewoon vanzelf. Omdat iemand haar eigenlijk ook eens bemoederen moet.  Dat gaat met vallen en opstaan. Soms gaat dat slecht. Soms gaat dat goed. Soit: er is een instinct. Heel misschien is het dat, wat met moederschap wordt bedoeld.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 07/05/21) 

maandag 3 mei 2021

TINE ZIET (269): Vanouds

Nu de Paaspauze voorbij is, wordt alles in gereedheid gebracht voor een terugkeer naar vanouds. Al lijkt dat vanouds toch saaier en vergt het creativiteit om die bevrijding op een veilige en reglementaire wijze te vieren. We moeten blijven tellen met wie we afspreken. We worden geacht op onze klok te blijven kijken en afstand is nog steeds een norm. Daarom dat het voor mij niet als een bevrijding aanvoelt. Wel voelt het als een opluchting: een welkom licht aan het einde van de tunnel. Het kan weer! Yes!

Evenwel: om de horeca echt te steunen lijkt het me noodzakelijk dat ik een bubbel van drie kan vinden waar ik bij kan aansluiten. Anders is mijn komst op het terras eigenlijk bij voorbaat al verlieslatend voor de uitbater.  Tenzij ik voor vier drink.  Wat zelfs mij overdreven lijkt. Bovendien zou ik met mijn allenigheid kwade blikken kunnen oogsten bij een volle bubbel die nog een tafel wil scoren. Ik zou hierbij een oproep kunnen doen naar een vaste horecabubbel van drie. Dat lijkt me toch al te wanhopig.

Daarenboven ben ik nogal kritisch. Zo wil ik niemand in dat gezelschap die zeurt over de prijs die gestegen is. Geen enkele crisis wordt opgelost met lagere prijzen. Dat is een nuchter feit. Ook is me op gaan vallen dat ik lichtjes panikeer als ik merk dat mijn gesprekspartner na al die maanden nog niet weet men een mondmasker op correcte wijze moet dragen. Als dat nog geen gewoonte is geworden, vraag ik me af uit welke kelder mijn gezelschap is gekropen. Ook heb ik de laatste maanden zoveel gehoord over vaccinaties en besmettingen dat ik het gewoon eens over koetjes en kalfjes wil hebben. Of over schaapjes mijn part. Als we na al die tijd nog eens uit ons kot mogen komen, laten we het C-woord dan vooral niet al te vaak vallen.

Laat ons kameraadschap vieren met een K. Binnen de perken en met mate. Als we flink zijn, kan het misschien ooit nog als weleer.   

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 30/04/21) 

maandag 26 april 2021

TINE ZIET (268): Charleroi

Heel recent was ik enkele dagen op logement in Marcinelle, een plek die onlosmakelijk verbonden is met herinneringen die een bepaalde periode hebben afgesloten.  Want hoe je het ook draait of keert, er is wel degelijk een tijdperk voor en een tijdperk na Dutroux. Heel even voelde ik de drang om die plek op te zoeken. Ik bleek vlakbij te zijn. Gelukkig waren er nog meer dan genoeg andere dingen om naar te gaan kijken.

Het is opmerkelijk hoe op amper anderhalf uur rijden een andere wereld lijkt te liggen. Het wegennet bijvoorbeeld is toch merkbaar verschillend. Rare bochten en abrupte hindernissen in Charlerloi zorgen er voor opvallend meer gedeukte carrosserie. Sluikstorten is er volgens mij besmettelijk. De leegstand is er zo gigantisch dat er een soort leegstandtoerisme ontstaat. Er bestaat een hippe naam voor dit fenomeen: urbex. Als je aan urbex doet, breek je binnen in leegstaande gebouwen om er foto’s in te maken. Het levert niet alleen prachtige foto’s op en de kick van het naar binnendringen en niet gesnapt te worden (want meestal is zo’n site toch verboden terrein), er is natuurlijk ook een risico aan verbonden: verval zorgt ook voor gevaar.  Loshangende lichtbakken kunnen naar beneden vallen. Glasscherven snijden. Muren kunnen nog zo stevig lijken, ze brokkelen af. Houten vloeren vermolmen. Wat in deze panden opvalt, is dat de natuur het beetje voor beetje overneemt.

Ik deed dus aan een veredelde (en veilige) vorm van urbex. Dit met een heuse Charleroi Safari. Kunstenaar en rasechte Waal Nico bracht ons naar verschillende plekken. We hoefden niet in te  breken, want hij had gewoon de sleutels op zak.  Hij vertelde heel geanimeerd en onomwonden over zijn Charleroi. Een begeesterende one-man-show als het ware. Op weg naar huis bedacht ik dat de stad met haar noeste rauwheid stiekem in mijn hart was geslopen en een nieuwe periode afbakende: er is een tijdperk voor en na Charlerloi dat alle vooroordelen eigenlijk doet vergeten.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 23/04/21) 

maandag 19 april 2021

TINE ZIET (267): Allesbehalve Standaard

Vorige week werd bekend gemaakt dat het pand van Standaard Boekhandel in de Rijselstraat vanaf juli leeg komt te staan. Wat een vaste waarde in onze stad was, verdwijnt. Er komt geen nieuw filiaal in Menen omdat men daar geen toekomst in ziet. Dat wil zeggen dat wij hierdoor onze enige boekhandel zien verdwijnen. Dat is een zware klap. Wie de winkel al eens binnenstapt, weet dat die allesbehalve standaard is. Eigenzinnige liefde voor woorden, boeken en kunst stralen hier tot ver de etalage uit. En dat heeft alles te maken met de grote passie waarmee de uitbaatster Emmanuelle al bijna twintig jaar boekenliefde aanreikt. Die liefde was blijkbaar wederzijds: want ze werd verliefd op onze stad, ze investeerde in de zaak en extra fijne activiteiten en kwam hier wonen. Behalve het obligate aanbod, hield ze altijd een plek vrij voor werk dat je minder vaak ziet. Ook was er plaats voor activiteiten buiten het papier om: interviews, boekvoorstellingen, poëziemiddagen. Twee jaar terug nog durfde ze het aan om een waar festival voor de boekhandel op poten te zetten.

Het is intriest dat deze buitengewone passie nu zomaar uit Menen moet verdwijnen. Of ze misschien aan een andere toonbank wil gaan staan van dezelfde winkelketen, voelt na zoveel jaar van inzet toch als een vergiftigd geschenk. Na twintig jaar, zomaar zonder enige waarschuwing een geliefd hoofdstuk moeten dichtslaan en dan opnieuw geacht worden opnieuw te investeren, dat lijkt me ondankbaar. Een zelfstandige uitbater die eigenlijk volledig wordt uitgekleed en trouwens verboden wordt om zich in deze buurt nog met papier en letters te tooien.

Het punt is dan wel gezet: we maken ons op voor een ongetwijfeld spectaculaire climax van deze klepper.  Laten we tot eind juni odes strooien daar in de Rijselstraat, waar het boekenhart bloedt maar zovele jaren zo uitzinnig mocht feesten. 

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 16/04/21) 

maandag 12 april 2021

TINE ZIET (266): Imke

In tijden waarin de meeste families zich keurig aan de afstandsregels houden, zijn er meer en meer gezinnen die via een app contact met elkaar houden. Sinds vorige week ben ik in de familieapp van de fictieve familie Vercauteren terechtgekomen waarin de jongste dochter Imke, een familiegroepschat start en even later vermist wordt. Het is virtuele theatervoorstelling van SKAGEN. Peter De Graef schreef de tekst en Mathijs F Scheepers regisseert hiermee al zijn derde digitale theateravontuur. Het is buitengewoon vernuftig hoe het verhaal zich via filmpjes, berichten en zogenaamde live-momenten ontspint.  Aan de app is ook een ‘virtuele foyer’ verbonden, waarin de andere kijkers zich met elkaar verbonden voelen en gedachten met elkaar uitwisselen over wat er in de chat verschijnt.

Dit soort theater en foyer leggen de vinger op de wonde. Nu meer dan ooit neemt onze smartphone het over van ons geduld. Benieuwd naar het vervolg van een serie? Klik gewoon verder! Nieuwsgierig om iets op te zoeken? Staak het gesprek en de zoekmachine wordt opeens ook gesprekspartner. Altijd en overal bereikbaar zijn is een must.  Onze mening wordt klakkeloos online gezet.  Sommige kijkers haakten al na twee dagen af omdat reacties soms nogal traag in de app verschijnen of omdat de personages helemaal niet reageren zoals wij dat zelf zouden doen. Natuurlijk: het is en blijft natuurlijk toneel.

En toch: het tempo waarmee alles over ruim twee weken wordt verspreid, zorgt ervoor dat ik ga ontbijten met de familie en ermee ga slapen. Of dat ik Imke soms zie lopen voor mijn raam. Ook betrap ik mezelf er op dat ik me wil bemoeien met de familiechat. Maar als publiek ben ik gedoemd geduldig af te wachten. Dat is mijn lot.

 Ik kauw, herkauw en adem.  Als theater fastfood wordt, is er volgens mij geen kunst meer aan. Bedankt CC De Steiger om me deze paaspauze in gulzigheid aan te bieden!

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 09/04/21) 

 

dinsdag 6 april 2021

TINE ZIET (265): Steun

Vrijdag zag ik een vechtpartij op straat. Om eerlijk te zijn zag ik er niet veel van, want er stond een bestelwagen voor geparkeerd: maar ik hoorde het en zag af en toe een arm, een been vanachter het voertuig schieten. Vraag is natuurlijk: wat moet je doen als je zoiets ziet gebeuren? Een zwarte rookpluim fotograferen en zeuren over de stank is stukken makkelijker dan moeten tussenkomen in een afranseling. Op zo’n moment houden we de gordijnen toch liever gesloten en hebben we niets gezien.  

Gelukkig waren er twee dappere meisjes die vanaf de andere kant van de straat begonnen te roepen. Ze staken de straat over en gingen tussen de betrokkenen staan. Bewonderenswaardig! Tegen dat ik ter hoogte was van het gebeuren, waren de jongens gestopt met het aftuigen van hun slachtoffer, maar ze richtten nu het agressieve woord tot de meisjes. Een kleine jongen die bij de relschoppers hoorde, filmde alles met een lach. Dus begon ik ook te roepen. Dat ze moesten ophouden. Twee aanvallers en één ukkepuk dropen af om wellicht op een andere moment terug te slaan. Het slachtoffer leek in shock, wou geen hulp en wandelde gepijnigd verder.

Later heb ik nog een mail gestuurd naar de politie. Dat voelde toch wat laf. Was ik als de meisjes er niet waren, tussengekomen? Had ik durven ingrijpen? Had ik ze moeten filmen?  Had ik de jongen moeten achternalopen om hem naar het politiebureau te brengen? Had ik de daders moeten achtervolgen? Het zijn dingen die we niet aangeleerd kregen. Geweld is iets van in films of op tv. Vanuit mijn zetel zag ik afgelopen weken stoere Vikings hoofden afhakken en met speren gooien, maar op straat op een lentedag, verwacht je geen knokpartij.

Rennen zat er trouwens niet in. Ik loop deze dagen steunzolen in die me voorlopig beletten te spurten.  Ik voel me nog niet ondersteund. Maar steun kunnen we allemaal – als we durven tenminste – wel bieden.

(verschenen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 02/04/21) 

 

DE SPLEET: Zullen we??




TINE ZIET (270): Instinct

Vorig weekend geraakte ik toch lichtjes in paniek toen ik de krant in handen kreeg. Alles stond in het teken van het moederschap. Even vrees...