maandag 9 maart 2026

TINE ZIET (515): Kater

Zaterdag was ik jarig. Geen wereldnieuws. Ik had mijn eigen verjaardagsfeest georganiseerd bij Matinee Moniek. Een tafel vol taart. Boeiende gasten en  een bib vol mensen. Aandacht en een presentjes. En ’s middags aan tafel met fijne vrienden. Meer moest dat eigenlijk niet zijn. Daar stopte het natuurlijk niet. Wie mij kent, kent mij als veel en niet als weinig. Het was pas op zondag, dat jarig rijmde op karig, want zelfs de voordeur openen voor een koerier vroeg nét te veel inspanning. Zet me in stilstand, en ik snooze de hele dag.

Mijn kat Frieda zit momenteel in haar laatste seizoen, denk ik. Ze kent alleen nog de snooze-modus en zoekt minder mijn aanwezigheid op. Ze kijkt me ook aan met een vernietigende blik als ik weer naar buiten glip. Maar als ze spint, dan spint ze. En als ik haar mag aanraken, raak ik haar aan, de trouwe lieve dame.

Het klinkt misschien wat sentimenteel, maar geen enkel iemand moet me zo goed kennen als zij mij kent. Ze kent me in mijn glorie, mijn naaktje en in mijn schaamte. Ze weet wat ik doe als ik ziek ben. Ze weet hoe ik eet. Ze weet zoveel. Zondag heeft me gemeden. Ze heeft genoeg venijnige katers gezien in haar leven. Maandag mocht het weer. Dan kwam ze weer naast me zitten. Een plekje in de lentezon. We zien elkaar graag. Zij laat al bijna twintig jaar jarig rijmen op harig en meewarig. En hopelijk dit jaar ook op voorbarig. Dat ze nog maar wat bij me blijft, mijn meisje. Ik beloof haar dit jaar – plechtiger dan ooit – dat ik het rustig aan zal doen met katers.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 05/03/26)

maandag 2 maart 2026

TINE ZIET (514): Vooruitgaan

Deze week liet ik op mijn benen schrijven. Niet zoals vroeger in de jeugdbeweging. Het was de posturologe die me moest opmeten. Een jaar geleden deed ze dat ook al eens. Maar nu moest ze kijken of de zooltjes die een jaar geleden had laten maken, mijn houding daadwerkelijk hadden bijgestuurd. Ze wist te bevestigen dat het inmiddels al veel beter gaat, maar dat er nog veel werk aan de winkel is. Je leven lang met een verkeerde houding rondlopen, is niet recht te trekken in een jaar tijd. Dat is natuurlijk zo. In een tijdsgeest waarin snelheid de norm is, zouden we wel eens durven vergeten dat sommige dingen tijd vragen. Gezelligheid bijvoorbeeld. Lichaamsaanpassing. Herstel.

Nu ja, sommige herstellingen duren wel heel erg lang. Ik kan me niet voorstellen hoe het voelt om in de J.M. Sabbestraat te wonen deze dagen. Als ik zie dat de parking van de Tyber-site nu al onder water staat, heb ik de neiging om te denken dat het modderwater daar de bewoners inmiddels aan de lippen staat. Ik zou aan ramptoerisme kunnen doen maar dat zit me toch echt niet in het bloed. Daarenboven zie ik ook geregeld een update verschijnen via de sociale media. Foto’s zien is natuurlijk niet hetzelfde als elke dag ervaren hoe het aan de lijve  voelt als iets niet vooruit lijkt te gaan, terwijl de wereld maar blijft verder draaien. Ik kan nu al chagrijnig worden van het feit dat ik mijn auto niet voor de deur kan parkeren. Zeker als ik boodschappen moet uitladen.

 Mijn eigen lijf.  Dat krijgt tijd. Het kan immers niet anders. Zeker met die extra jaarring in mij.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 26/02/26)

 

maandag 23 februari 2026

TINE ZIET (513): Kist der Herinneringen

Afgelopen week had ik uitgebreid contact met het verleden. Geheel onverwacht. Zo was er op een uitvaart een man die me aansprak. Ik was net de dienst van zijn vader voorgegaan. Blijkbaar had ik in mijn eerste computerjaren een hele tijd met hem gechat  Hij had me herkend en haalde iets op wat ik totaal vergeten was. Het feit dat ik hem totaal niet herkend had, vond ik ongemakkelijk.

Enkele dagen later was er een toonmoment in CC De Steiger. Dit voor een project waarvoor ik een groep leerlingen van mij samenwerkte met de academie van Waregem. Meer bepaald met een woordklas uit Beveren-Leie, mijn dorp van afkomst. Eén van de leerlingen die deelnam, is de zoon van iemand waarmee ik in de lagere school zat. Ze sprak me aan en confronteerde me met de naam van een ex die ik liever niet meer hoor. Zo op mijn huidige werkvloer in mijn eigen hometown werd ik er zowaar ongemakkelijk van. Ik had lievere andere oude koeien uit de sloot gehaald en ging dan maar opruimen.

Maar het hoeft niet altijd gênant te zijn. Vrijdag trad ik op in GC Gilwe samen met het koor ASEM. Na afloop werd ik aangesproken door iemand waarmee ik heel wat jaren uit mijn prille jeugd gesleten heb. In de academie en in het jeugdkoor. Hij was samen met zijn vriendin komen luisteren naar een collega en kreeg er mij bij cadeau. Het was een fijn weerzien en een leuke babbel.

Als het verleden je zomaar dag komt zeggen, dan kan dat een mooi moment zijn. Maar soms ben je er gewoon niet aan toe en dan blijft de kist der herinneringen beter dicht.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 19/02/26)

maandag 16 februari 2026

TINE ZIET (512): Tien

Toevallig werd ik er afgelopen week aan herinnerd dat ik inmiddels tien jaar elke week een stukje schrijf in deze krant. Het is best confronterend dat ik al zo lang in mij laat kijken. Hoe oppervlakkig, naïef of moraliserend ik ook mag lijken: elke huis- tuin- en keukenpsycholoog zal het beamen: ik geef me in die wekelijkse kolom bloter dan ik wil. Wie dat wil, kan een persoonlijkheidsanalyse opmaken die best wel eens kan kloppen. Of niet natuurlijk. Niet iedereen heeft het buikgevoel van een gedegen analist.

 Ik bedacht dat er in die tien jaar tijd heel wat aan mij is veranderd: dat ik mondiger en assertiever ben geworden bijvoorbeeld. Ook mijn kleerkast is serieus aangepakt. Zo is er een aparte afdeling ‘wandelkledij’ en ‘optreedoutfits’. In deze column ben ik zo op zich niet zoveel geëvolueerd denk ik dan. Ik had wat pittiger kunnen worden. Ik had meer tegen schenen kunnen schoppen. Ik had scherper uit de hoek kunnen komen. Ik ben meestal wollig en werk toe naar dat typische punt.

 Toch word ik nog steeds ‘ontdekt’. Onlangs hadden de jongste leerlingen mijn hoofd uit de krant geknipt. “Je stond in de krant!” zeiden ze alsof ik een rolletje had gespeeld in hun favoriete tv-programma. Ik had ze in die waan kunnen laten, maar ik bekende dat ik dat elke week doe. Dat ik soms ook over mijn leerlingen schrijf. “Als je ooit eens over mij schrijft, maak je mijn oma blij!” zei iemand. Bij deze. Ergens zit nu een oma te glunderen. Bij een doordeweekse column met daarboven een hoofd van iemand die dus al tien jaar kleine stukjes van zichzelf ontbloot.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 12/02/26)

 

maandag 9 februari 2026

TINE ZIET (511): Empathie

Dinsdagavond zat ik met leerlingen in CC Guldenberg in Wevelgem voor de voorstelling ‘Serdi’. Een tweetal weken geleden volgden wij nog een workshop beatboxen bij Serdi in NTGent. Waar anderen misschien in zouden falen, lukte hem: iedereen, alle leerkrachten incluis, durfde het aan om een stukje solo te beatboxen voor de groep. Het enthousiasme en het humeur van deze man is zo aanstekelijk, dat alle schroom onnodig was. In de voorstelling ‘Serdi’ vertelt hij zijn verhaal. Hoe hij het slachtoffer werd van het systeem en hij met beatboxen erin is geslaagd om iets te bereiken. Hoewel hij in die workshop al een stukje van zijn leven had verteld, kwam de voorstelling erg binnen bij sommige leerlingen. Ze hadden moeite met het verwerken dat zo’n enthousiaste man, zo’n verschrikkelijke jeugd heeft gehad. Ze zullen er ongetwijfeld ook kracht uithalen. Dat je ondanks alle dieptepunten toch een bestemming kan bereiken die bewonderenswaardig is en ondanks miserie kan uitgroeien tot een positieve mens.

 Toch waren er enkelen die achteraf te kennen gaven dat het verhaal niet was blijven plakken. Dat de voorstelling niets had bijgebracht wat ze nog niet wisten. Dat kan best. Maar het doet me wel wat fronsen. We leven mee met een volk. We verplaatsen ons in schoenen van wie ziek zijn of in armoede leven. Maar zo’n indringend levensecht verhaal van een sympathieke knuffelbeer raakt niet? Empathie is niet verplicht, maar wat zou het de wereld verzachten. Wat had ik het graag geleerd op school: te omarmen wat binnenkomt. Zacht worden van wat raakt.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 05/02/26)

maandag 2 februari 2026

TINE ZIET (510): Gezinswarmte

Dit weekend kon ik landen bij het gezin van een vriendin. Ik durf wel vaker te landen, maar meestal is dat niet in een gezin met kinderen. In dit gezin staat het samen centraal. We dronken met zijn vijven een aperitiefje terwijl de kinderen ook een klein concertje gaven terwijl ze hun muziekstukjes oefenden voor het nakend toonmoment op de academie. We aten samen vol-au-vent met frietjes. We trokken samen de wandelschoenen aan, trotseerden de kou en aten samen taart. Dit allemaal in het gezelschap van de hond.

Ik kan daar eerlijk gezegd van genieten als dat organisch gebeurt. Om opgenomen te worden in dat samen. Kinderen die je willen knuffelen. Pubers zelfs. Zo kreeg ik een spontane knuffel van de veertienjarige zoon toen ik vertrok. Daarbij de woorden dat hij het leuk vond dat ik er was. Vandaag kreeg ik het bericht dat hij met koorts in bed ligt en dat men hoopt dat ik niet aangestoken ben. Om eerlijk te zijn, ook al is het echt geen tijd om te ziek te zijn (maar wanneer is dat het ooit wel?), ik zou mijn griep koesteren als ik die op dat ene moment zou hebben opgelopen.

Soms heb ik het er maar lastig mee. Met die jeugd van tegenwoordig. Ik begrijp hun humor steeds minder. Of waarom ze liever zwijgend in spelletjes op hun gsm verdwijnen dan te vertellen wat er nu weer op school gebeurde. Of waarom ze liever een dansje na-apen in plaats van dat dansje gewoon zelf te bedenken. Maar het is nog niet helemaal verloren. Genieten zolang het duurt. Voel ik daar al die eerste tekenen van koorts?

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 30/01/26)

maandag 26 januari 2026

TINE ZIET (509): Agendablunder

Gisteren ontdekte ik per ongeluk dat ik al een paar jaar verkeerdelijk mijn agenda invul in mijn gsm. Omdat ik met verschillende google-accounts zit, privé en werk en niet wist dat ik dus telkens het juiste account moest selecteren. Zo plaatste ik privé-afspraken zoals ‘gynaecoloog’ , ‘moeke’ en ‘mosselen’ in de agenda van het werk. In combinatie met ‘Drift’ en dates die ik met vrienden en vriendinnen had, moet  ik wie dat heeft opgemerkt nogal een inkijk in mijn privéleven hebben gegeven. Heeft iemand dat gemerkt?

Het is op zich geen wereldramp, maar ik kreeg toch een beschaamde kramp in mijn maag bij de gedachte dat mijn onkunde me zo heeft blootgegeven. Of het nu werd vastgesteld of niet. Het is erg gênant dat oversten en collega’s dit überhaupt hadden kunnen zien en misschien nog verontrustender dat ze het zagen, maar dat niet te kennen gaven.

Wat me dan weer tot dit brengt: Zou ik het melden? Of zou ik liever stiekem meelezen in de persoonlijke dagindeling van mijn collega? Wil ik weten dat ze een date hadden? Of ze een urinestaal moesten binnenbrengen? Dat ze niet mogen vergeten om brood te kopen? Of welke vrienden ze na hun werktijden zien? Ik zou kunnen vertellen dat het me niet zou boeien. Maar op een slapeloze nacht, zou ik het misschien wel eens durven onderzoeken. Of er een bijeenkomst was, waar ik niet was op uitgenodigd bijvoorbeeld. Wie elkaar naast het werk zag. En vooral: wie ziek was na een feest? Of voor vakantie.

Eigenlijk is het niet ok. Onkunde in al die vooruitgang zet ons constant met de billen bloot.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 23/01/26)

TINE ZIET (515): Kater

Zaterdag was ik jarig. Geen wereldnieuws. Ik had mijn eigen verjaardagsfeest georganiseerd bij Matinee Moniek. Een tafel vol taart. Boeiende...