zondag 9 augustus 2026

TINE ZIET (537): Washandje

In een soort spontane ingeving werd een dagtripje met een vriendin een tweedaagse in Mons. Het was voor mij enkele jaren geleden dat ik er was. Zij was er al eens kort voor een expo, maar was niet op verder onderzoek uit gegaan.

Het appartement dat we gehuurd hadden, was erg bescheiden. Wat opvallend was dat er ook washandjes voorzien waren. Iets wat in Vlaanderen toch niet zo veel meer voorkomt. Ik hou erg van de Waalse sfeer. Dat heeft natuurlijk niet alleen met washandjes te maken. Vaak denk ik dat alles er veel trager en rustiger is. Als kind was ik een paar jaar elke zomer op vakantie in een boerderij in Vellereille-les-Brayeux. Op de kermis allemaal aan een lange tafel. De hele avond hetzelfde cassettebandje. Iedereen at dezelfde witte bonen met rode saus. De schommel de enige attractie. Ik hield ervan mijn grote broer te gaan bezoeken die in Doornik studeerde. Hij zat op kot naast de koeien. De Waalse studentes droegen mijn broer op handen.  

Toen we op een gezellig terrasje zaten, viel ons op dat het boekenkastje gretig bezocht werd. Even geloofden we dat er wel wat extra in die boeken moest zitten.  Gedurende een periode van een uur, kwamen er wel zeker drie mensen boeken ruilen. De dag later zagen we weer hetzelfde opvallende tafereel. Toen ik zelf het boek dat ik gratis gekregen had in het museum, in het kastje ging stoppen, merkte ik dat er alweer allemaal andere boeken in zaten. Wat fijn dat hier nog gelezen wordt en dat men zo massaal wil delen! Zou dat met de washandjes ook het geval zijn, bedenk ik nu met schrik.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 06/08/26)

zondag 2 augustus 2026

TINE ZIET (536): Bus

Deze zomerdagen probeer ik meer en meer de confrontatie aan te gaan met al mijn persoonlijkheden. Zo heb ik er meer en meer de behoefte aan om in mijn eentje al die verschillende versies van mezelf los te laten in één kamer. Niet dat het officieel is gediagnosticeerd, maar die verschillende personages in mij, zijn onmiskenbaar aanwezig.

Zo is er de dramaqueen. Dat exemplaar van mij dat graag op een podium staat. Energiek. Zelfzeker. Over the top. Helemaal los. Evengoed is er die introverte Tine, die ik soms het huis moet uit verplichten met een bezem. Er is een empathische kant, die al het verdriet of alle zorgen van anderen wil opvegen. Er is een neutrale versie, waarmee ik de andere kant kan uitkijken. Een nukkige vorm. Een huppelende. We kunnen eigenlijk met z’n allen een bus vullen. Ik met al die wezens.

Soms schrik ik zelf nog van een plotse ommezwaai maar er valt prima met die bus in mij samen te leven, mits ik dus van tijd tot tijd al die busreizigers eens in de ogen kan kijken. Voor anderen is het natuurlijk stukken lastiger. Vooral voor mensen die me maar in één versie kennen. Wie me kent als een geduldige vrolijke juf of als voorganger van een uitvaart, vindt het bijvoorbeeld raar om me in rare outfits schreeuwend op een podium te zien. Wie me anderzijds kent met de glitters op het gezicht, schrikt ervan om mij als een zielig hoopje op een stoel te zien zitten. Daar kan ik inkomen. Daarom hecht ik zoveel waarde aan mensen die de bus in mij aankunnen en een halte voor mij maken, waar ik welkom ben. In elke hoedanigheid van mij.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 30/07/26)

maandag 27 juli 2026

TINE ZIET (535): Receptie

Dan zit je opeens op een receptie op een prachtige locatie. Balen stro vormen de bank aan een lange gezellige tafel met veldbloemen. Er is ambachtelijke cider, bier, wijn en fruitsapjes. Er is een draaitafel waarachter een DJ met koptelefoon met z’n lange haren schudt, maar vooralsnog is er geen muziek uit de boxen te horen. Er zijn lekkere bordjes met kwaliteitsvolle hapjes. Maar die moet je zelf gaan halen bij een raam. Dan merk je dat er opeens twee soorten mensen zijn. Mensen die in hittegolftijd graag loom vanuit een zeteltje met een glas naar de andere gasten kijken en anderzijds de mensen die voor dat raam gaan postvatten en alles opvreten wat er wordt aangeboden. Kunnen jullie raden welk type ik ben? Het type dat eenmaal terug in eigen stad stopt bij de pittazaak omdat ze maar een anderhalf kommetje kon scoren.

Het is geen kritiek. Ik was blij op die receptie te mogen zijn. Uiteindelijk ga je daar nooit heen om te eten maar voor de gezelligheid. Soms zelfs gewoon om je gezicht te tonen. In dit geval was ik zelfs niet eens uitgenodigd. Ik mocht mee als gezelschap van iemand die wel geïnviteerd was. Zonde is het wel. Organisatoren betalen catering per hoofd. Ik miste blijkbaar lekkere garnaal- en zeewierkroketten. Een kaasplankje. Een lekkere humus. Dat hoorde ik van iemand die opschepte met het feit dat hij vier kroketten had gehad!

Geef mij liever een receptie met chips en olijven, selderij en radijzen verspreid over alle tafels. Desnoods onze befaamde peche tonijn. Het mag voor mij best wat chiquer, als het ook sociaal kan zijn.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 23/07/26)

maandag 20 juli 2026

TINE ZIET (534): The Lobster

Omdat ik het ongeveer een jaar geleden met een vriendin bij een andere vriendin over een film van Giorgos Lanthimos had, kwam het gesprek bij een film van hem uit, die we nog niet gezien hebben. ‘The Lobster’.  De derde vriendin meende dat wij die film moesten zien. Dat die echt iets voor ons was. Dus planden we afgelopen maanden tot driemaal toe een filmdate om samen met ons drietjes naar die film te kijken. Telkens kwam er wel iets tussen. Afgelopen weekend was het eindelijk zover!

Eenmaal we in de zetel geïnstalleerd waren om de film te bekijken, bleek de dvd-speler, die speciaal voor de gelegenheid tweedehands werd aangeschaft, niet te werken. Daarna probeerden we via allerlei streamingapps om de film toch op het scherm te krijgen, maar op geen enkele app, bleek de film beschikbaar. De gastvrouw ging dan maar bij buren van haar appartement aanbellen, met de vraag of zij misschien nog een dvd-speler beschikbaar hadden. Een zoektocht als naar een speld in een berg hooi. Wie heeft nu nog zoiets in huis? Er werd er uiteindelijk eentje gevonden op een andere verdieping en na een tweede installatie, bleek het dvd-schijfje zelf stuk te zijn.

We hadden ook zonder film een erg fijne namiddag. Het hele proces was hilarisch absurd. ‘The Lobster’ wil ons overduidelijk niet. Feit is wel dat die kreeft ons inmiddels flink in de scharen heeft. Onze eigen queeste zowaar! Begin augustus proberen we het nog een keer. We weten nog niet hoe. Mocht iemand - aan zee misschien? -  het schaaldier spotten, gelieve dan drie keer op mijn raam te komen kloppen! 

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 16/07/26)

maandag 13 juli 2026

TINE ZIET (533): JOMO

Een vraag die ik afgelopen dagen een paar keer kreeg was of ik dit jaar geen zomerproject doe. Na meer dan tien jaar knippen, plakken, op ramen schrijven, gedichten maken, fietsen en wandelen op verzoek, buurtturen, brieven schrijven,… is het eens tijd om te niksen. Al is niksen veel gezegd. Ik maakte mezelf één belofte: mijn terras zomerklaar maken en vrienden en vriendinnen sturen dat ze welkom zijn. Zonder feestjes. Zonder programma. Ik verplichtte mezelf in gang te schieten voor een tweede hittegolf. Eindelijk is dat opruimen gelukt. Al stond het huilen me nader dan het lachen toen een vuilniszak kattenbakvulling over het kunstgras lekte en de stofzuiger die ik voor buiten had gekocht het liet afweten…

Het feit dat ik zomerprojectjes organiseerde was vaak om een soort verveling tegen te gaan. Een reden om op te staan en onder de mensen te komen, creatief te blijven en nuttig te zijn. Na een zeer intense tien maanden van lesgeven en leerlingenoptredens voorbereiden, Matinees organiseren en presenteren, optreden en uitvaarten voorgaan, bedacht ik dat het wel eens op de pauzeknop mag drukken in die schoolvakantie. Ik blijf natuurlijk beschikbaar voor uitvaarten. Er wordt niet gestopt met sterven. Laat staan met missen. De data van een nieuw Matinee-seizoen zijn al bepaald: over enkele weken kan ook dat organiseren weer beginnen.

Dus nu even niks. Ik blijf deze dagen zelfs graag binnen. Even wat minder prikkels en wat meer quality time met mezelf en de poezen. Vroeger FOMO, nu eerder JOMO. Misschien mijn grootste zomerproject ooit.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 09/07/26)

zondag 5 juli 2026

TINE ZIET (532): De Voute

Zondag waren wij met het hele gezin voor het eerst in Uzien in Deerlijk. Dit voor de officiële voorstelling van De Voute, een woonproject voor mensen met een beperking. Een warm tussenverdiep dat zal gebouwd worden naast Uzien. Naast het feit dat ik onder de indruk was van Uzien zelf en de sfeer daarrond, was ik natuurlijk vooral ook in volle bewondering voor het project zelf. Dat ouders die elkaar daarvoor niet kenden, de handen in elkaar slaan voor dergelijk groots initiatief is bijzonder. 

Het gebouw moet nog worden gebouwd, maar de bezoekers konden zien hoe het er zal uitzien. Dit met linten op het grasveld, met pancartes en met een VR-bril. Voor mijn moeder een hele belevenis. “Wat kunnen ze al veel!” zei ze. Dat klopt! Door de muren van een gebouw kunnen lopen dat er nog alleen in gedachten is, is best uitzonderlijk. 

Voor mezelf was het een fijn om met de hele familie hierbij aanwezig te zijn. Niet alleen gingen we allemaal naar huis met een tombolaprijs, ook was er een liefde in mij. Een fierheid. De wens op een voorspoedige afloop van dit verhaal. Ik merkte dat ik daar niet alleen in was. Het is een fijne gedachte dat zoiets kan gedragen worden door familie en sympathisanten. Naast die grote sponsors natuurlijk! Die zijn onontbeerlijk voor het slagen. Daarbij maak ik ook de kanttekening: spijtig dat het nodig is om zoveel krachten te moeten bundelen. Het vergt zoveel inzet en engagement. Het vraagt moed en lef.

Vroeger bij mij thuis was er een voute. Daar lagen onze kleren. Zonder voute waren wij naakt. De Voute vzw zorgt voor zoveel warms.

verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 02/07/26) 


zondag 28 juni 2026

TINE ZIET (531): Verhit

We snakten zo naar zon en terrasjes. Dat het zo’n vaart zou lopen, hadden we natuurlijk niet verwacht. Zelfs de grootste zonnekloppers zullen het wel voelen: dat het veel is voor een lijf. Zeker als we niet op reis zijn. Het leven gaat door. Het afval moet worden opgehaald. Brood moet gebakken worden. Er moet nog steeds verkocht en gekocht worden. Al stemt zon meestal wel vrolijk, al lijkt alles veel sensueler, discussies laaien misschien nog hitsiger op. Meer hoofden slaan tilt. Leve de zweetsnor en de opgezwollen enkels!  Bij de minste actie voel ik mij toch een vetsmelterij op pootjes. Hoezee!

 Dan betrap ik mezelf op nachtelijke zoektochten naar een opblaasbaar zwembad om in te zitten. Op het gemakzuchtig aanschaffen van voorverpakte salades. Op het te gulzig drinken. Op het gretig kopen van fruit dat ondanks goede voornemens niet tijdig opgeraakt. Op billen die alleen maar willen zitten en minuscule ergernissen die moeiteloos aanzwellen. Zo goed bezig weer om de wereld nog wanstaltiger te maken en alles meer om zeep. We kunnen er niets aan doen: we zijn niet verantwoordelijk en wijzen beschuldigend naar het uitzonderlijke weer.

Eerlijk? Ik voel het verlangen om me in een cocon terug te trekken. Waarom toch word ik kregelig van een overdaad aan prikkels.? Waar is mijn slaap naartoe? Mijn concentratie? Ik snak naar een reset naar mijn fabrieksinstellingen. We hebben het te ver laten komen en zien het niet. Terwijl ik mezelf op de borst sla, neem ik nog een koude douche.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 25/06/26) 


TINE ZIET (537): Washandje

In een soort spontane ingeving werd een dagtripje met een vriendin een tweedaagse in Mons. Het was voor mij enkele jaren geleden dat ik er w...