In de tijd dat ik nog thuis woonde, waren mijn buren koeien en 'Bambi’s' en droomde ik van opgroeien in een buurt als Ramsay Street. Zoveel series gingen over buren en buurten. Een groepering huizen waarbij de buren zomaar bij mekaar konden over de vloer konden komen. Het leek me leuk om zo op de liefde van mijn leven te botsen. Al wist ik toen al dat ik bij jongens als Scot Robinson of zelfs bij Johnnie Flodder nooit kans zou maken. Ook het sociale aspect leek me heerlijk.
Toen ik later alleen ging wonen, had ik buren, sloot ik me
uiteindelijk op voor hen. Ik schaamde me voor het feit dat ik geen huisvrouw
ben. Bij mijn verhuis naar Menen nam ik mezelf voor om dat sociale aspect in
mij toch wat te stimuleren. Alsook om wat meer te investeren in onkruid wieden
en toe af en toe de ramen lappen. Ik maakte praatjes met sommige mensen uit
mijn buurt. Nu ik hier woon, doe ik nog beter mijn best. Maar vaak heb ik –
eerlijk waar – gewoon minder zin in een babbel voor de deur en verkies ik het
obligate knikje omdat ik bijvoorbeeld op weg ben van hot naar her. Of omdat ik
naar de wc moet of gewoon languit alleen met mezelf wil zijn.
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 28/05/26)