maandag 20 mei 2024

TINE ZIET (423): Moeder

Gisteren betrapte ik me op een traantje op mijn  terras. Mensen die me kennen, weten dat dit een heftige periode is in het leven van een academiejuf. Traditionele toonmomententijd. Al moet ik bekennen dat ik deze periode best relaxed ben in vergelijking met andere jaren. Sommigen zeggen dat dat door de leeftijd komt. Ik ben toch in de veronderstelling dat mijn osteopaat er voor iets tussen zit.

Het meest emotionele aan die periode is het feit dat leerlingen afstuderen. Zo heb ik er nu een die ik al negen jaar heb begeleid in al zijn rare fratsen. Hij was altijd al een eigenzinnige leerling. Toen hij acht jaar was, was zijn held Kabouter Wesley. Nu hij afstudeert, ben ik blij dat hij bovenal zichzelf is gebleven. Gisteren na de repetitie stonden we nog wat te kletsen en opeens zei hij 'out of the blue' dat hij nog niet eerder had beseft dat hij mij 9 jaar in zijn leven elke week gezien heeft en dat ik dus een beetje zijn tweede mama ben. Wellicht had hij dit samen met zijn ouders bedacht maar het raakte me meer dan ik liet uitschijnen omdat het de eerste keer is dat een leerling dat echt zo benoemde in mijn gezicht. En omdat het zo vlak na moederdag kwam, wie weet.

De dag daarvoor had ik een vriendin op het feest van haar dochter een fijne moederdag gewenst. Zij zei in een opwelling: “Jij ook!” en schrok zichtbaar van wat ze tegen mij had gezegd. Ze voegde er verontschuldigend aan toe: “Maar jij bemoedert zo veel…” Ik gaf haar gelijk. Het was pas de avond later op mijn terras dat ik het besefte dat zelfs de gênante stukjes in mijn leven samenvallen.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  17/05/24)

maandag 13 mei 2024

TINE ZIET (422): Safari

Zaterdag ging ik op bezoek bij een vriend in Gent. Daarvoor moet ik de vervangbus tussen Menen en Kortrijk gebruiken. Die bleek goed gevuld te zijn. Er was een mountainbiker die onder de modderspatten zat. Een man die met een grote koffer op weg was naar het vliegveld. Een slapende jongeman achter mij. Voor mij zat een man die van kop tot teen onder de tattoos zat. Hij aaide met gekleurde vingers zijn dashond. Voorin was er animo door jonge gasten die wellicht naar een muziekfestival gingen. Ze maakten grapjes tegen de chauffeur en de opstappenden.  “Nee, deze bus gaat niet naar Kortrijk.” 

Vlakbij het station in Kortrijk ontstond er lichte paniek. De chauffeur die duidelijk niet vertrouwd was met de route, twijfelde ineens hoorbaar of zijn bus wel door de tunnel zou kunnen. Hij manoeuvreerde in eerste impuls zijn bus weg van de tunnel, maar bleek toen dwars over de weg vast te staan en bijgevolg het verkeer op te houden. Er bleek gewoon geen andere mogelijkheid te zijn dan de tunnel te nemen. Een passagier sprong uit de bus en begeleidde de bus uit zijn hachelijke situatie door te gebaren en met opgeluchte adem bleek ons vervoersmiddel niet veel seconden later in de tunnel te passen. Ook de weg naar de halte zelf bleek niet zonder hindernissen te zijn. We werden met z’n allen wat door elkaar geschud. 

Bijna was ik uitgebarsten in een spontaan applausje toen we met enkele minuten vertraging konden uitstappen. De trein stond gelukkig nog op ons te wachten. Van dubbele opluchting gesproken. Ik was op safari in bijzonder gezelschap op veel wielen.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  10/05/24)

maandag 6 mei 2024

TINE ZIET (421): Onbezonnen

Nu het weer beter met me gaat, durf ik weer onbezonnen te springen in de dingen. Zo besloot ik afgelopen zondag om met de trein naar Schiedam te reizen om daar de finissage van een expo mee te pakken. Die tentoonstelling was een hommage aan een gestorven kunstenaar, die in het verleden tot mijn vriendenkring behoorde. Niet dat de vriendschap was doodgebloed, maar na het breken met mijn toenmalig lief, werden ook die banden wat minder.

Meer dan drie uur deed ik er over. Ik had er vier treinen voor nodig. Eenmaal aangekomen in Schiedam wandelde ik naar de expositieruimte. Ik werd er hartelijk ontvangen en ik vond het echt waar fijn om er bij te zijn. Niet alleen voelde het als een passend uitzwaaien. Ook had ik er leuke gesprekken. Toen ik daarna de poëtische uitdaging die gekoppeld was aan de finissage samen met twee anderen won, kreeg ik een grote zeefdruk mee naar huis. Die werd keurig ingepakt en niet zo veel later, was ik alweer op weg naar het station.

Op een van de tussenstops naar Menen, besloot ik toch dat ik even tijd moest nemen om te eten. Tot mijn nieuwsgierigheid zag ik in Breda een Taco Bell. Ik ken de keten alleen van te horen in films of series, dus ik bedacht alweer onbezonnen: “Go, Tine!” Ik wees iets aan van op de kaart, op goed geluk. Het bleek lekker, maar erg weinig. Daarenboven miste ik er mijn trein door en moest hierdoor 57 minuten op een volgende trein wachten. Ik vervloek daarom vanaf nu de fastfoodketen. Maar mijn eigen onbezonnenheid mag toch naast de herinneringen en het kunstwerk blijven.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  03/05/24)

maandag 29 april 2024

TINE ZIET (420): Belofte

 Sinds ik in een interview heb verklapt dat ik aan het roman werk, krijg ik af en toe eens de vraag of het nu al wat wordt. Ik moet dan eerlijk bekennen dat ik nog niet ver zit, maar dat het me wel zal lukken. Het helpt me wel, als mensen er naar vragen. Dan beginnen mijn gedachten weer richting dat idee te stromen en sterft het niet vroegtijdig af.

Vaak denk ik dat veel beloftes of wensen op die manier werken. Hoe vaker je uitspreekt dat je een wereldreis wil maken, hoe meer druk er toch ontstaat om die reis dan ook maar eens te plannen. Zou dat in de politiek ook zo werken?

Tegenwoordig zie ik de lege houten panelen in het stadsbeeld verschijnen.  Dat er mensen die zich willen inzetten voor om het even welke partij, bewijst dat ze betrokken zijn en zich willen engageren. Dat is mooi in een wereld waarin het almaar lastiger wordt om je nek uit te steken voor een ander. Voor welke ideeën die personen staan, hangt vooral af van hun partij. Er is altijd een achterban. Dat mogen we niet vergeten.

Zaak is om de slogans na de verkiezingen als een boemerang in het gezicht te gooien en regelmatig eens naar die updates te polsen. Belofte maakt schuld. We willen toch niet dat programmapunten die we zelf op voorhand zorgvuldig wikken en wegen onderaan de stapel terecht komen? Ter vergelijking: als er geen roman van mij komt, zal ik me hartgrondig schamen en ik vertrouwde het maar toe in een interview en nu in deze column. Maar in een pamflet of op een affiche? En in functie van een ander? Je moet het maar doen!

  (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  26/04/24)

maandag 22 april 2024

TINE ZIET (419): Geduld

Lentezon doet goed. Als ze er is tenminste. Vorige week liet ik zelfs even mijn blote benen uit. Al was dat natuurlijk veel te optimistisch. Enkele uren later, besefte ik dat het nog geen zomer was en dat een broek aantrekken toch wel slimmer was geweest. Noodgedwongen kreeg ik het kouder en kouder. Ook drukte ik in een overdreven blije move, de waakvlam alvast uit mijn gaskachel, maar hoe krijg je die warmte dan opnieuw in huis? In elk van deze gevallen was ik overmoedig. Gelukkig kan ik mijn hunker naar zon en warmte ook nog een beetje beheersen: zo stond ik  al drie keer op punt om met een ontvangen geschenkbon naar een tuincentrum te rijden om een lading aan buitenplanten te kopen. Dan valt in een weerbericht een woord als ‘nachtvorst’ of ‘hagelsteen’ en dan denk ik: “Doe toch maar later.”

Volgens mij is het verlangen naar een zonnige dag zonder wispelturigheid bij iedereen heel erg groot. Zo zag ik zondag nog een ontzettend lange rij voor ijsjes terwijl een vriendin en ik op zoek waren naar een winkel met daarin een sjaal omdat die in een vlaag van lentezin in haar auto was blijven liggen. Zelf tik ik dit bijvoorbeeld met een extra trui aan. En ook al  gaat dit stukje zuiver en alleen maar over het weer tussen de witregels ligt een groter en opdringeriger verlangen: meer en mooier. Warm en beter. Op alle vlak. Keer op keer. Zo voeden we onze teleurstelling steeds meer. Geduld hebben. Waar kan je dat ook weer leren? Van alles wat we nu zo vlotjes en binnen handbereik tot aan onze voordeur kunnen bestellen mis ik ‘lankmoedigheid’ het meest.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  19/04/24)

vrijdag 19 april 2024

Triptiek Moniek: Tweede Paneel

 Begin vorige zomer werd ik 'verkozen' tot nieuwe seizoenscolumnist van Cultuurcentrum De Steiger.



In december 2023 verscheen het tweede paneel van Triptiek Moniek.
Klik hier voor het fijne Steiger Magazine.



maandag 15 april 2024

TINE ZIET (418): Madeliefjes

 

Op eerste dag dat ik de lente voelde, bezocht ik met mijn moeder mijn vader. Nu ze niet meer met de fiets rijdt, geraakt ze er zelf niet meer. Het spontane idee bleek schitterend te zijn. Toen we de trapjes bestegen, kwamen we oog in oog te staan met een mooie zee van gras met daarin paardenbloemen en madeliefjes. Een fijne verrassing was dat zeg!

Hoe dichter we bij mijn vader kwamen, hoe meer bloemen we zagen. Prachtige tuintulpen bijvoorbeeld. Narcissen. Op de plaats van eerder weggehaalde graven waren extra bollen geplant. Het deed ons wat. Allerheiligen in lentevorm. Speciaal aangelegd door de groendienst van de stad Waregem. Elke zerk was door die geweldige overdaad aan extra groen duidelijk met zorg in de bloemetjes gezet. Zelfs de zerken die nooit bezoek krijgen. Zo zou het op elke rustplaats mogen zijn, bedacht ik.

En zeg nu eens eerlijk: lieve mensen die een lege plek aan tafel blijven, verdienen beter dan jaarlijks eenmalig de tristesse van bleekwater, herfstasters en chrysanten. Namelijk: dit: badend in een zee van groen met madeliefjes en narcissen. Omdat ze lief waren en we ze blijven missen.

In mijn droom maakte ik een bloemenkransje zoals ik klein was en legde het op mijn vaders bed. Een lentekroon van witte bloempjes. Mocht hij zich na al die jaren eens vervelen dan kan hij de bloemblaadjes één voor één uittrekken met zijn grote handen terwijl hij denkt: “Er is geen twijfel mogelijk dat er liefde blijft.” En dit ook door anderen op alle andere zerken. Dat er ondanks al die knagende afwezigheid in een hart nog genoeg aan lente is.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  12/04/24)

TINE ZIET (542): Fietsschrik

Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...