maandag 27 februari 2023

TINE ZIET (362): Misnoegen

Afgelopen dagen had ik vakantie. Dat vertel  ik niet om jullie jaloers te maken. Aangezien ik in het avondonderwijs werk, heb ik normaliter geen tijd om ’s avonds in een weekavond iets te gaan eten met vriendinnen. Dat maak ik graag goed als er vakantie is. Nu bevond ik me een zaak waarvan ik de naam niet ga noemen. Achter mij zaten een man en een vrouw. Dat ik hun gesprekken kon horen daar stoorde ik me niet aan. Maar dat de man de meest verschrikkelijke smak- en kreungeluiden maakte tijdens het verorberen van zijn varkenswangetjes, daarvan gingen al mijn aanwezige en denkbeeldige haren van overeind staan. Het was ronduit onsmakelijk. Mijn vriendin en ik keken elkaar dikwijls gegeneerd aan. Gelukkig konden we er ook hetzij wat groenig bij lachen. Het was echt alsof er een horror- of een slechte pornofilm achter ons werd afgespeeld. Het eten smaakte er niet slechter door, maar het maakte de totaalbeleving toch een stuk minder gezellig.

Ik vond het van mezelf toch ook bekrompen, als ik eerlijk moet zijn. “Ben ik dan zo onverdraagzaam geworden?” vroeg ik aan de vriendin.  Was ik die verzuurde vrouw geworden, die ik zelf zo verafschuw? De vrouw die onredelijke reacties op een site plaatst in de hoop er een bepaalde compensatie uit te wringen. De vrouw, of nee de persoon die zich stoort aan de woorden ‘dik’ en ‘lelijk’ in een volkomen onschuldig kinderboek? De treinreiziger die verbitterd vraagt dat de kinderen op de trein hun mond willen houden omdat ze zich moet focussen op haar feng shui.   De vrolijke Frans die naast een café gaat wonen en achteraf toch klaagt over het geluid van een stoel die verschuift. Nee, zo’n mens ben ik nog niet.  

Het zijn geen makkelijke tijden voor wie zich ergert. De maat is almaar voller. De emmer der irritatie stroomt dagelijks over. Geduld is een almaar zeldzamere zaak. In een tijd van almaar minder, is er misnoegen genoeg.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  24/02/23) 

maandag 20 februari 2023

TINE ZIET (361): Roze

Afgelopen dagen kleurden weer opvallend roze en rood. Dat het dinsdag Valentijn was, heeft iedereen wel geweten. Ons stadsbestuur wou ons zien zoenen, we werden verleid met restaurantbonnen, winkeliers wilden ons aan een partner helpen met een roze winkelmandje. Heel erg mooi allemaal. Zeker in tijden waarin er zoveel ramp aan de hand is. In deze maatschappij die steeds dieper wegzakt, mag de liefde wel eens een keer triomferen. Als dat gelijk staat met meer consumeren, dan wens ik dat de zelfstandigen ook eens toe.

Het is overigens nog nooit zo makkelijk geweest om je liefde te laten blijken. Kinderen sturen het naar elkaar zonder woorden.  Ook zonder verliefd te zijn. Volwassenen typen ook vaker hartjes dan kusjes. Dat er daardoor wel eens bizarre misverstanden ontstaan is een feit. Zo begrepen puberende leerlingen die elkaar elke dag streaks sturen niet waarom er in een eenvoudig chatgesprek ook opeens hartjes verschenen. Er ontstond paniek: “Ze zal toch niet verliefd zijn? Het zijn toch hartjes!” 

Als ik een hartje krijg, vind ik het meestal aandoenlijk.  De dag  dat er een echt hart op mijn stoep ligt, is gelukkig nog niet voorgekomen. Om eerlijk te zijn zou ik dat soort liefde niet waarderen. Ooit vond ik een Valentijnskaart in mijn schooltas. Heel even maakte mijn hart een huppelpasje, tot ik besefte dat het een flauw mopje betrof van vriendinnen. Marc bestond helaas niet. Toch niet op  mijn route. Mijn ontgoocheling was overigens van korte duur: ooit zal iemand me toch de liefde verklaren op een manier die origineler en verrassender is dan met een kaart in mijn boekentas? Ik maakte me toen nog illusies.  Vergis jullie niet: er wordt ontiegelijk van me gehouden. En ook mijn hart klopt niet voor mij alleen. Misschien is dat wel de echte kern.  Ons geliefd te weten in tijden vol tegenstrijdigheden. Eens vol overtuiging roze kleuren in wereld vol puin.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  17/02/23) 

maandag 13 februari 2023

TINE ZIET (360): Huisjesslak

Het zal een aandachtige kijker wellicht niet opgevallen zijn: ik ben afgelopen dagen een pak lichter geworden. Het moge duidelijk zijn: het gaat hier helegaar niet over vermageren. Helaas! Ik volgde geen crashdieet of liet geen vet wegzuigen. De verkoop van mijn huis in de Koningstraat is sinds vrijdagmiddag achter de rug. Het scheelt enorm: een gigantische zorg minder. Het was te merken aan de slaap die ik in enkele nachten tijd al heb ingehaald.

Begin april vorig jaar stortte ik me in een risicovol avontuur. Ik ging eens naar een huis kijken, werd er zowaar verliefd op en bedacht dat ik het wel moest kopen. Een huis kopen deed ik al eerder. Ik wist dat ik het kon. Maar een huis verkopen deed ik nog nooit. Hoe moet dat? Is het niet verstandiger om eerst je huis te verkopen voor je een ander huis koopt? Het is eigenlijk volkomen onbegrijpelijk dat dergelijke dingen niet in één of andere cursus in de middelbare school worden aangeleerd. Waar je bijvoorbeeld op moet letten. Wat een overbruggingskrediet doet en hoe het werkt.  Hoe een inboedel efficiënter te sorteren? Hoe de juiste makelaar en een notaris te vinden die  bij je past? Het zijn dingen die vanzelfsprekend lijken, maar die verdorie toch als een suffe aap uit de mouw komen piepen als het eenmaal zover is. Alsof het verkopen van een huis nog niet moeilijk genoeg is,  hing er mij opeens ook van alles boven het hoofd: asbestattest, boetes omdat mijn huis misschien niet binnen het jaar werd verkocht,… Kortom, de druk werd almaar opgevoerd. Er werd van alle kanten in mijn oor gehijgd.

Dat ik nu eindelijk een streep kan trekken onder dat hoofdstuk is fantastisch! Ik ben weer gewone huisjesslak op mijn dooie gemak. Twee huizen op eenzelfde rug wogen voor me toch erg zwaar.  Ik weet wel dat ik niet hoor te klagen: ik ben tenslotte geen naaktslak. Beeldspraak of niet: elke slak maakt noodgedwongen een eigen spoor.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  10/02/23) 

maandag 6 februari 2023

TINE ZIET (359): Politie en Dieven

In een vorig leven speelde ik meer toneel op de planken. Tegenwoordig wordt het soms van me verlangd in levensechte situaties of kan ik de dramaqueen in me laten brullen in mijn band of in de klas. Ik hield ervan om repetitie per repetitie het personage te worden en dan uiteindelijk in het spotlicht te bedenken – na het groeten – dat ik mijn personage nu met spijt van me moest afschudden. Mis ik het? Amper. Ik kan mijn ei voorlopig op genoeg andere plaatsen kwijt.

Toen ik afgelopen weekend in CC De Steiger zat bij de première van ‘Politie en Dieven’ is het na lange tijd toch nog eens voorgevallen dat ik een steek van spijt voelde. Of was het toch de drang om mee op de planken te staan?  De unieke theaterproductie van eigen bodem is nog twee weekends te bewonderen in ons cultureel centrum. Meer dan twintig acteurs gingen aan de slag met de flamboyante Arne Sierens en improviseerden maandenlang samen om tot een kleurrijke en boeiende theatervoorstelling te komen. Dat die ploeg uit bekende toneelgezichten uit onze eigen stad bestaat in een mix met professionals en stagairs maakt het allemaal nog unieker.

Dat dit überhaupt allemaal tot stand kon komen is, is buitengewoon wonderbaarlijk. Niet in het minst omdat het naast de hele omkadering en de praktische zaken erom heen enorm veel engagement van de hele ploeg acteurs vroeg. Vier repetitiedagen per week. Maandenlang! Een aanslag op een gezinsleven. Op studies. Op voetbaltrainingen. Op ontluikende liefde. Op vriendschapsbanden. Op gezondheid zelfs. Voor mij was het bijvoorbeeld al heel wat dat ik één avond kon vrijhouden om samen met collega’s en leerlingen naar de voorstelling te gaan kijken.   Laat staan dat ik er al mijn weekends moest aan spenderen.

Ik kan me voorstellen dat na al die voorstellingen de hele ploeg in een zwart gat zal vallen waarin de kleurrijke kostuums, de make-up en huppelpasjes enorm zullen worden gemist. Doe de spelers, maar vooral jezelf een groot plezier en ga dat zien voor het is geweest!

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  03/02/23) 

maandag 30 januari 2023

TINE ZIET (358): Leef!

Maandagochtend was ik in een drukke stationshal van Antwerpen. Tussen enkele ochtendrochels en wat verfomfaaide gedachten door, wandelde ik met mijn tas van het ene perron naar het andere. Opeens kreeg ik in de gaten dat er wat ophef was. Ik zag politie-agenten met bezorgde gezichten.  Er was een lichaam in een blinkend isolatiedeken dat op de schoot van iemand anders lag die duidelijk probeerde om het wellicht onderkoelde lichaam moed in te spreken. Deze onverwachte levensechte piëta in die prachtige stationshal slingerde mij meteen met mijn twee voeten op de grond. Het ongemak sloop daardoor onmiddellijk in één beweging door van mijn hoofd tot in mijn tenen en weer terug. Ik word met dergelijk ongemak dan dat heel erg kleine onbeholpen meisje.  Met als gevolg dat ik mezelf er op betrapte dat ik almaar hetzelfde rondje maakte om bij een verkeerde trap te arriveren en telkens werd ik er met mijn neus op de feiten gedrukt: iemand was daar aan het afzien en ik had net een fijn weekend achter de rug. Er zat een chocoladebroodje in mijn tas, enkele gesmolten sneeuwvlokken, een verfrommeld filmticket en iemand lag daar misschien wel dood te gaan.  Hoe ik het niet wilde, maar dat deken steeds in mijn ooghoek bleef zien. Wat vooral bleef plakken in mijn blikveld waren de ongeruste gezichten om het deken heen.

Ondertussen gingen mensen naar hun werk alsof er niets aan de hand was. Studenten gingen naar hun examen. Ik zag schijnbaar apathische gezichten die naar hun smartphoneschermpje staarden. Een razende vrouw schreeuwde in haar telefoon in het Frans dat de persoon aan de andere kant van de lijn haar billen maar eens in beweging moest zetten als ze centen wou. Iemand anders klonk duidelijk nog met zijn gedachten in het bed waar hij zijn lief wat eerder die ochtend had achtergelaten. Daar in die stationshal, vlakbij het wafelkraam, stokte mijn adem. Leef! Verdorie, leef!

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  27/01/23) 

 

maandag 23 januari 2023

TINE ZIET (357): Hekelen

 

Bij het lezen van vorige editie van deze krant trok ik grote ogen bij het artikel over wantoestanden in rusthuizen. Een paar weken eerder ging het over schandalige taferelen in kinderdagverblijven.  We zouden nog gaan geloven dat je in dit leven blijkbaar in de fase tussen het kind-zijn en het ouder worden kan blijven hangen. Wellicht klopt dit ook. Onze hele samenleving lijkt totaal geen voeling meer te hebben met de ongemakken van het minder mobiel zijn. Post- en bankkantoren verdwijnen. Meer en meer ook de automaten. Er zijn al heel wat gemeentes zonder bakker of buurtwinkel. Onze ouderen die graag zo lang mogelijk hun eigen boontjes doppen omdat ze na al hun jaren werken en zorgen graag zelfstandig functioneren, moeten voortdurend hulp inschakelen voor de meest banale alledaagse dingen. Leg daarnaast nog eens de beelden van mensen die op straat moeten leven of tussen schimmelmuren en men zou zich zelfs de vraag kunnen stellen of we niet beter gewoon dieren waren gebleven. Als een kat het avontuur opzoekt en even in een vreemde tuin gaat jagen, wordt er in geen tijd in paniek gecommuniceerd: “Van wie is die kat?”  Men heeft tegenwoordig meer medelijden met een paard dat met zijn benen in de modder staat, dan met een vluchteling die zich in een geïmproviseerd tentenkamp moet staande houden in bij elkaar geplakte schoenen. Wat zijn we toch voor mensen geworden?

Natuurlijk moet ik niet generaliseren. Er zijn nog goede verzorgingshuizen en de meeste crèches deugen. Er is gelukkig ook nog liefdadigheid. We moeten het licht in de duisternis blijven zien. Feit is dat het lastig is om het zoete te blijven zien.  Er wordt zoveel aan de kaak gesteld dat het pijn doet aan onze ogen en oren. Alsof dat nog niet genoeg is, verzuren buren en krijgen die meestal gelijk. Petities tegen clubs, cafés en andere gezelligheid.  Het regent naast al dat gemiezer klachten over scholen en lawaai maar als we een doelpunt scoren, mag dat over de hele straat worden gehoord.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  20/01/23) 

maandag 16 januari 2023

TINE ZIET (356): Gastvrouw

Afgelopen dagen heb ik me maar liefst drie maal in een gastvrouwjurk gewurmd. Eerlijk gezegd kan ik me niet meer herinneren wanneer dat daarvoor voor het laatst was. Dus was ik best een beetje bang om uit die jurk te scheuren. Gelukkig gebeurde dat niet. De jurk was soepel. De reden dat het zo lang duurde is niet enkel te wijten aan de mondiale epidemie en crisis, maar is vooral te vinden in het feit dat ik er tegenop zag om meer dan twee mensen in huis te ontvangen. Het is ook zo makkelijk om gewoon aan een andere tafel aan te schuiven.

Om te weten of ik grandioos schitterde zou ik een kleine enquête moeten voorleggen aan alle gasten. Als ik me op mijn eigen instinct, de koelkast en de reacties achteraf baseer, kan ik wel concluderen dat ik niet echt flopte.  Zeker niet voor het item ‘Sfeer en Gezelligheid’.  Aan de rubriek catering kan nog worden gesleuteld. Koken voor twaalf personen bijvoorbeeld blijkt geen sinecure. Alleen al de soep opwarmen leek opeens ellenlang te duren. Almaar meer mensen eten geen vlees en/of vis meer: de standaard hapjes worden opeens gemeden. Zelf drank uit de koelkast nemen is geen vanzelfsprekend automatisme.

Wat ik echter als gastvrouw was vergeten, is wat er moet gebeuren nadat de gastvrouwjurk in de wasmand is gegooid: het afwassen en het opruimen. Dat ging niet telkens even vlot. Al moet ik wel bekennen dat ik er met de juiste playlist verrassend veel plezier in terug vond.

De enige gedupeerde  van de hele kwestie is natuurlijk de kat. Ze is het zo gewend dat ze een huis met mij deelt. Niet met anderen. Voor haar hoeft het ondanks de extra beetjes zalm en ham niet meer. Haar bank. Haar tafel. Haar baasje. Alles hoort onder onze eigen haren te zitten. Waarom maken anderen toch een ander soort kabaal? Nu hervindt ze de rust en spint weer op haar vaste plekjes. De gastvrouwjurk blijft voor haar part in de kast. Voor eeuwen.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  13/01/23) 

TINE ZIET (542): Fietsschrik

Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...