maandag 24 februari 2025

TINE ZIET (461): Romcom

Dankzij CC De Steiger kreeg het Valentijnsweekend toch een hartverwarmende invulling voor mij. Samen met veel anderen, want drie uitverkochte voorstellingen, ging ik naar ‘Vitrine’ kijken bij Villa Buurvrouw.

Eerder hadden de schrijvers van het stuk Ellis Meeusen en Steven Beersmans een workshop gegeven aan één van mijn klassen. Daarin hadden ze het het erover dat ze met de voorstelling een romcom op de planken wilden brengen. Ik wist niet eens wat dat was. Nu weet ik het! Niet alleen is het de afkorting van een romantische komedie. Ook is het duidelijk iets wat met je hart kan doen.

Toen het stuk afgelopen was, voelde ik de tranen in mijn ooghoek duwen. Dat voel ik bij goede huwelijksaanzoeken en afscheidsscènes in films en series ook. Daarbij voelde ik me regelmatig overlopen met een warm gevoel voor bepaalde scènes en plotwendingen waarbij ik dan dacht: “Goh, overkwam mij dat maar…”

Ik heb dat niet vaak bij theater. Veilig achter een televisiescherm wel. Maar daar in die woonkamer waar ik al zo vertrouwd ben, deed me dat toch allemaal nét iets meer. Als de dingen zo voor je neus plaatsvinden, is het precies toch allemaal geloofwaardiger.

Later die dag bevond ik me met een leerling voor een verrassingsact in een restaurant in Menen. Daar zaten nog heel wat mensen in de Valentijnsbubbel. Omdat er een glas teveel was ingeschonken, kregen we voor ons vertrek elk de helft van dat glas aangeboden. Misschien is mijn leven ook gewoon een romcom, bedacht ik. De maker heeft alleen geen geschikte tegenspeler gevonden.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  20/02/25)

maandag 17 februari 2025

TINE ZIET (460): Single

Het ziet er niet rooskleurig uit voor mij. Ook dit jaar heeft Cupido niet op mij geschoten. Alhoewel ik zaterdag tijdens het Lerarenconcert de ware liefde heb geschapen, werd ik alweer niet door zijn pijl geraakt. Er is een tijd geweest dat men mij daar vaak naar vroeg. Leerlingen en familie dan toch. Nu zijn ze op het punt gekomen dat ze er wellicht niet meer naar durven vragen. Behalve dan de jongste leerlingen. Die vragen soms eens naar mijn man, mijn kinderen of mijn lief. Ze bekijken me dan vol medelijden als ik zeg dat ik alleen een kat en heel veel vrienden heb.

De laatste tijd heb ik het er vaker over met vrijgezelle vriendinnen. Dat ondanks het feit dat we zelfstandig, vrij en goed omgeven zijn, we toch soms die ware liefde missen. Dat is meestal rond deze tijd van het jaar. Niet omdat de commerce met hartjes en Valentijnsacties strooit, maar eerder omdat er al iets van lente in de lucht hangt. Dat uit zich in verschillende dingen om ons heen. Zo zien we opeens botjes in de tuin ontluiken en verstokte vrijgezellen verliefd glunderen naast een vrouw op een barkruk. Wat fleuren ze daarvan op!  Daarenboven lonken de tulpen traditioneel in de winkel. Feit is dat we ze voor onszelf moeten kopen.

Het is ronduit schokkend te beseffen dat nergens in de wereld de alleenstaanden zonder kinderen zo zwaar belast worden als in ons land. In het nieuwe regeerakkoord wordt al een beetje aan ons gedacht en er lonkt ons in de toekomst nog meer voordeel. Heeft de regering ons ook al opgegeven? Dat we het nu zijn en betalen. Blijven we alleenstaand heel ons leven?

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  13/02/25)

maandag 10 februari 2025

TINE ZIET (359): Gedicht



In kader van de Poëzieweek bevond ik me afgelopen weekend op een krukje naast een raam in Wevelgem. Bedoeling was om voorbijgangers en deelnemers van de ‘Dichterlijke Route’ het gedicht van Jules Deelder voor te lezen dat op dat raam geschreven stond. Dit voor twee uurtjes. Het eerste uurtje bevond ik me dik ingeduffeld aan de zonnekant van de straat. Ik had bijna het terrasjesgevoel al was er geen drankje in mijn nabijheid. Maar een uurtje gratis opladen in de buitenlucht, deed me wel goed.  Na dat ene uurtje verschoof de zon en werd het weer kouder. De meeste mensen wilden effectief naar het gedicht luisteren. Sommigen waren nietsvermoedende voorbijgangers en waren niet geïnteresseerd. Een enkeling negeerde me volkomen.

Ik vind het wel fijn om via zo’n manier stiekem een buurt te begluren. Zo was er een paar huizen verder een huis waarin boven- en onderburen blijkbaar met elkaar communiceerden via open ramen en dat zonder enige vorm van gêne. Ook merkte ik dat het nabijgelegen vliegveld op zondag best ook een stoorzender kan zijn en dat de meeste automobilisten en zelfs ook wielrenners lak hebben aan het begrip ‘fietsstraat’.

 Het gedicht dat ik voorlas was een erg eenvoudig en licht gedicht waarin Deelder, stelt dat we tevreden mogen zijn met wat er is en met wat we zijn. Een toevallige passante die eigenlijk te koud had voor een gedicht, liet zich toch verleiden en bleef zeker nog een tiental minuten naar de tekst kijken en zei tenslotte: “Bedankt voor wat dit met me doet.” Dàt kan een gedicht als geen ander: laten kijken en de kou even bestrijden.  

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  06/02/25)

maandag 3 februari 2025

TINE ZIET (458): Lynch

Vorige week schrok ik toen ik ontdekte dat David Lynch overleden is. Voor mij was mijn eerste kennismaking met hem er door ‘The Elephant Man’. Die film greep me heel erg aan. Daarna had ik een lief dat bezeten was door Laura Palmer en zijn missie was natuurlijk om mij ook tot TwinPeaksdom te bekeren. Uren kon hij doorratelen over personages alsof het zijn vrienden waren. Hij schreef gedichten voor Laura en zette haar schepper op een voetstuk. Hoewel ik de fascinatie voor Laura Palmer overnam, zonder de serie gezien te hebben, doofde de verliefdheid voor dat eerste liefje uit maar nam ik zijn liefde voor de schepper van Palmer wel over. Als ik later die liefde aan anderen wou doorgeven, botste ik almaar op het feit dat ik net als hem maar kon blijven ratelen, maar dat ik nooit beknopt kon vertellen waarom ik door iets van hem geraakt was.

De serie heb ik ondertussen wel met de mond open uitgekeken. Met kippenvel ontdekte ik ‘Eraserhead’. Ik liep verloren in zijn ‘Lost Highway’ en ‘Mulholland Drive’. Nooit kon ik benoemen waarover die films nu juist gingen en telkens als ik ze opnieuw zag en me voornam om de dingen te onthouden, verloor ik me telkens weer in een ander beeld of een andere sfeer. Net zoals ik mijn dromen ook nooit helemaal kan vertellen zonder dingen weg te laten of toe te voegen.

Afgelopen weekend keek ik nog eens naar ‘Lost Highway’ en het overkwam me weer: ik verloor me opnieuw en bleek praktisch de hele film vergeten. Lynch kon als geen ander dromen scheppen waarin ik graag vertoef. Wie wil ze eens wakker met mij delen?

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  30/01/25)

maandag 27 januari 2025

TINE ZIET (457): Grenzen aan huppeltijd

Wandelen is goed voor lijf en gemoed, al kan het toch wel eens fout lopen… De laatste dagen was ik dus voluit strompelend te zien in onze straten. Daar zit hielspoor voor iets tussen. Hoogst onaangenaam is dat! Vooral nu ik mezelf een schouderklopje had gegeven met de woorden:” Goed bezig, Tine!’ toen ik alweer de  beoogde 10 000 stappen had gezet. Nu schipper ik dus tussen rusten, manken, balmassage, hielkussentjes en sportschoenen in en haal amper 7000 stappen. Ik besef dat ik me daar niet blind op moet staren en dat er dingen zijn die veel erger zijn dan dat.

Maar mag ik dit dan buitengewoon frustrerend vinden? Vooral nu ik in volle voorbereiding zit om een monoloog te brengen op het leraarsconcert begin februari. Teksten memoriseren gaat toch beter als je vlotjes mobiel bent. Ik leer beter uit het hoofd als ik rondstap of fladder. Liggend op de bank leert het stukken lastiger. Gelukkig zijn we creatief.

 De tijd waarin ik kon opscheppen met mijn olifantengeheugen is trouwens al grondig verstreken. Zelfs de grootste olifanten blijken te krimpen en te verschrompelen. Zeker als ze hinken. Al is dat wellicht niet officieel gerelateerd. Feit is wel dat over enkele weken jarig ben met het idee dat ik dichter bij mijn pensioen sta dan bij mijn studietijd. En dat er duidelijk grenzen zijn aan mijn huppeltijd. Netjes drink ik mijn gembercitroensap en slik extra vitamine D. Mijn hoogbejaarde kat Frieda neemt daar spinnend naast mij vrede mee maar ik weet nu al dat ze over enkele uren haar dagelijkse portie kolder in de kop krijgt. Er is nog hoop.

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  23/01/25)

maandag 20 januari 2025

TINE ZIET (456): Vampier

Zondag liet ik me vrijwillig tot drie maal toe in de nek bijten door een enge succubus. Het betrof geen lugubere inzameling voor het Rode Kruis. Ik ging in de Budascoop naar maar liefst drie verschillende versies van de film ‘Nosferatu’ kijken. De eerste versie werd gemaakt in 1922, de tweede versie kwam uit in mijn geboortejaar 1979. De laatste versie kwam net uit. 

Vrees niet: ik heb zelf geen bloedzuigerambities. Ik ben eerlijk gezegd zelfs niet zo tuk op de horrorfilms van tegenwoordig. Oude horrorfilms daarentegen fascineren me wel. Vooral het feit hoe er met weinig techniek suspens geproduceerd wordt, boeit me. Zo vind ik het bijvoorbeeld spannender om het bijten in de nek niet echt te zien maar om dat aan mijn eigen verbeelding over te laten. De meest recente film zit natuurlijk vol special effects. Het publiek is dat inmiddels al zo gewend dat het erg vreemd zou zijn om de vooruitgang niet te gebruiken.

Ook al ben ik geen fan van al die snufjes, ze zorgen toch voor minder levensechte horror.  Zo werden voor de tweede film zo eventjes 11000 witten ratten vanuit Hongarije naar Nederland verscheept en in het zwart geschilderd. Want hoe anders toonde je het publiek dat er een rattenplaag uit brak? In de laatste versie kwamen ze niet uit Hongarije maar uit een computer. Dat scheelt toch een pak dierenmishandeling.

 Wat dat met je doet als je meer dan vijf uur na elkaar vampierenfilms ziet? Ik kreeg alvast zin een Bloody Mary. Een échte. Voorlopig laat ik mijn tanden nog niet vijlen.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  16/01/25)

maandag 13 januari 2025

TINE ZIET (455): Wachtwoord

Het nieuwe jaar ben ik alvast vloekend ingezet. Dit allemaal omdat mijn mobiele telefoon het ineens liet afweten. Gelukkig had ik al een nieuwe klaarliggen voor het geval de barsten op mijn scherm ineens alles zouden verprutsen. Ik had natuurlijk geen andere voorzorgen genomen. Bijgevolg zag ik me uren klungelen met apps herinstalleren. Piekeren over wachtwoorden, sukkelig met papier en potlood om codes die per sms binnenkomen op te schrijven (omdat ik ze niet meer kan onthouden), op zoek gaan naar een ouderwetse eID-lezer. Zorgvuldig geselecteerde foto’s verloren en het allervervelendste: ik had opeens een lege kalender bij aanvang van het tweede semester. Hoe heerlijk dat ook mag klinken, het is behoorlijk tijdrovend om alles weer op te moeten snorren.

Ik had heimwee naar de tijd waarin ik slechts mijn klasnummer, leeftijd, adres, en telefoonnummer moest onthouden. Zoveel wachtwoorden! Misschien noemen ze daarom wel wachtwoorden: ze zetten alles in wacht als je ze niet meer herinnert. Opschrijven in een boekje wordt afgeraden. Een briefje in je portefeuille met daarop alle codes ook. De wachtwoorden op een notitie in je gsm bewaren heeft dan geen enkele zin. Met die hersenpan is memoriseren ook niet zo makkelijk meer als voorheen.

Bij dat wanhopig sprokkelen en tokkelen, vervloekte ik het bestaan van de gsm, de cloud en verficatiecodes zo danig dat ik er ’s nachts zwetend van wakker werd. Wat als ik op een dag mijn eigen wachtwoord tot ontwaken niet meer zal herinneren?

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op  09/01/25)

 

TINE ZIET (542): Fietsschrik

Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...