zondag 18 januari 2009

Woesh!

Windstil?
Maar het waait!

Onder een bijzondere scanner zou men het zien: letters - letters - letters van in het vlees tot in het bot. 'Gedichtendagvirus' zou het verdict luiden.

Waarom toch telkens weer dat gespurt en dat gesputter voor die laatste donderdag van de maand januari?
Omdat het moet.
Omdat het voelt.
Omdat het er toe doet.

Zit alvast op het puntje van de stoel.
Op 29 januari 2009 ziet iedereen wat ik met dit virus doe.

dinsdag 23 december 2008

Zwaartekracht

Op een ochtend word je wakker. Veel te vroeg. En je vindt niet jezelf onder het dons. Maar het is ook niet iemand anders. Het voelt als iets. Iets dat hoopje heet. Iets dat ongetwijfeld zwaarte heeft. Veel zwaarte. Het drukt je matras tot door de vloeren en de kelder naar het zwarte gapende gat. En jij glijdt mee.
Is dat nu waanzin? Is dat nu het begin van het allerlaatste eind?

Op een ochtend word je wakker. Veel te vroeg. En je vindt jezelf opeens terug als hoopje. Blaas je jezelf tot moes? Huil je iets maar uit je lijf? Je doet maar wat je moet. Het voelt niet goed. Het voelt als stuipen. Je schokt je eigen leven uit. Je schudt je hoopje door elkaar. Weet niet meer waar je ooit beginnen moet.
Dat is toch waanzin?

Op een ochtend word je nog eens wakker. Je denkt opgelucht: "Dit was een droom." Je springt uit bed en maakt je dag wat minder grijs. Maar de hele dag en zelfs daarna begrijp je niet wat dat gat daar in de kelder doet.

Het komt wel goed, Tany! Het komt wel goed.

donderdag 20 november 2008

Meet

Stel: iemand wil de omtrek van bepaald lichaamsdeel meten.

Dat kan. Uit nieuwsgierigheid. Uit ijdelheid. Uit bezorgdheid. Het maakt nu niet uit over welke 'heid' het gaat. Om die omtrek te kunnen meten, is er natuurlijk een meetinstrument nodig. Dan loopt die iemand dus in het warenhuis op zoek naar één of ander ding om mee te meten. Maar dan geen lat. Die kan er niet omheen.
Vraagt die iemand dan aan een medewerker van dat warenhuis: "Excuseer, ik zoek iets om de omtrek van mijn eh... (want je gaat een toevallige medewerker van een warenhuis toch niet verklappen wat je dan wel wil meten) te meten?"

Verwijst die medewerker je dan onmiddellijk naar de doe-het-zelf-afdeling? Een plooimeter misschien? Of probeert hij je toch een lineaaltje aan te smeren?
En moet je dan met een rode kop bekennen: "Het is voor mijn buik. Die kan er toch niet omheen, mijnheer?"

Kijkt die mijnheer dan naar je buik?
Schrikt hij?
Kleurt hij rood?
Of zegt hij dan droog: "Die valt met niets uit deze winkel hier te meten. Maar met een lintmeter uit onze naai-afdeling lukt het vast na enkele maanden diëten."

En wat zeg jij dan?

Tany Minoek! zou van slag de hele supermarkt maskeren. Dit met de geur van ui en van citroenen. Met haar wagentje zou ze in gedachten rijden naar de slagroomsoezen...

zaterdag 1 november 2008

Allerheiligen

Ze liep er heen. Naar alle doden. Met een paraplu en een veel te grote pet.
Geen boeket in haar hand. Ze dacht: "Ik lach ze allemaal een bloem toe." Haar grootouders een roos. Sommigen een tulp. Anderen een orchidee.

Eerst moest ze voorbij een grote hond. Zo leek hij toch vanachter die ijzeren deur. Hij blafte al enkele bloemen uit haar mond. Ze schrok.
Toen ze voor het kerkhof stond, herpakte ze zich en zag dat er bijna niemand was.

Ze deed haar ronde. Begon waar ze altijd begint. Aan de stenen en de tekeningen te zien, was ze lang niet de eerste. Hier: de roos. Daarna de geranium. Een grote tulp. Maar toen ze op het nieuwe gedeelte kwam en een orchidee maakte, leken de zerken opeens te drijven. Haar voeten werden de aarde ingezogen. Ze moest zich losrukken en vergat te lachen. Het regende tot in haar ogen. Vooral toen ze voor die graven stond, die er vorig jaar nog niet waren. Ze gleed er bijna uit.

Haar schoenen staan nu mooi te drogen. Daarnaast zitten haar ogen. Voor haar neus een scheefgezakte en verlepte bloementuil. Tany Minoek! bekomt.

Doden blaffen niet. Ze bijten. Trekken je voor altijd naar zich toe.


(zie ook: vorig jaar)

woensdag 29 oktober 2008

To be or not to be!

Sinds Tany Minoek! zich heeft voorgenomen om niet langer te kijken naar mensen in de trein, zeker niet als ze de deur van de coupé openschuiven en al zeker niet als ze voor haar neus komen zitten, maakt ze zich ernstige bedenkingen over haar zijn.

Een eerste voorval: een man. Deftig. Dat kan ze zien als hij vanuit de verte op haar toestapt. Maar ze kijkt niet op wanneer hij schuin voor haar neerploft. Ze verstopt zich achter haar tijdschrift. Het is dan ook al bijna middernacht. Ontspanning op een trein is dan een must. Het duurt nog geen halve minuut of ze hoort de man praten. Niet tegen haar. Gelukkig. Dat kan ze toch tenminste opmaken uit zijn toon. Het is duidelijk dat hij een Engelse tekst voor ogen heeft en dat hij die tekst moet corrigeren. Hij is een strenge corrector. Zo eentje met een arrogante toon. Elke zin moet eraan geloven. Korte metten maakt hij met de man aan de andere kant van zijn telefoon. "Moet dat nu?" denkt Tany. "Moet dat hier?" en omdat ze niet durft op te staan, blijft ze de hele zit zitten. Een antwoordapparaat. Ze is er niet. Echt niet.

Een tweede voorval: een man. Donkere huidskleur. De coupé zit nog lang niet vol, toch gaat hij vlak voor Tany zitten. Zoiets zorgt er natuurlijk voor dat ze dieper in haar tijdschrift duikt (ja, het is weer bijna middernacht). De hele rit kijkt ze naar de letters en zijn voeten. Hij spreekt geen woord. Zelfs niet in zijn telefoon.
Het is een stillere en langere reis dan anders. Pijnlijk zelfs. Als ze opstaat omdat ze bij haar eindbestemming is, ziet ze dat hij ook opstaat. Door dezelfde deur stapt hij na haar op het verlaten perron. Ze zijn de enige twee mensen die die nacht de trap afdalen. De enige mensen die die nacht hun fietsen moeten ontsluiten.
Hij rijdt weg met een vaart. Zij rijdt trager want bevroren. Bijna vergeet ze hem. Tot ze bijna thuis is en een fiets inhaalt. Hij is het. Een blik en ongemak. Ze knikt dus verlegen "goeiennacht!" Maar hij bekijkt haar of ze zwart is. Laat haar knikje voor wat het is.

Misschien moet Tany weer gaan kijken. De vreemdste gesprekken krijgt ze dan. Maar ze is er dan en lijkt dan tenminste van wat pietluttig klein belang.

dinsdag 21 oktober 2008

Meestopper

Toen haar zus enkele maanden geleden maar geen moeder werd, ontdekte Tany Minoek! de meemoeder. Een etiketje dat perfect op haar grote voorhoofd paste.
Intussen is ze al een tijdje meemoeder af.

Op haar voorhoofd kon het niet lang leeg blijven. Na meemauwer (de katten moesten het nog leren) en de meezweter (ze zit zowaar op fitness, maar wacht nog steeds op haar eerste zweetbeurt) is er plaats voor de mee-stopper-met-roken. Dit laatste bedekt niet alleen letterlijk het hele hoofd inclusief meervoudige onderkinnen van Tany. Haar hele lijf moet eraan geloven.

In het huis van Tany was er lang een Roker. Hij rook de gordijnen bruin. Hij rookte nicotine op de ramen. Hij rookte tabak op het toetsenbord. En bovenal: hij rookte de parkieten bijna gaar.

Sinds kort is de Roker Niet-Roker en (onder invloed van winegums, koffie en ijskoude kalkoen)is de hele woonkamer onherkenbaar netjes.
Tany heeft het ontzettend moeilijk om de woonkamer onherkenbaar te houden. Iedere keer als er weer een rommeltje op stapel ligt, denkt ze: "Niet doen." en "Laat dat!" Hij laat immers ook wat... En nog ook nog eens heel wat. Maar als Niet-Roker even niet in de buurt is, legt ze af en toe een stapel neer voor de goede orde. Dan gooit ze haar vieze sokken voor even op de vloer, kruimelt chips op het toetsenbord en licht een paar keer de aansteker op. Om daarna alles vliegensvlug weer op te ruimen. Want ook zij stopt op haar manier met roken (inclusief winegums - vooral winegums).

Alleen de parkieten hebben het niet echt moeilijk met de onherkenbare plaats bovenaan de kast. Ze piepen en springen vrolijker. Frisser. Als herboren.

maandag 20 oktober 2008

Te droog:



Een stukje theater in je huis, in je tuin, in je zaak, voor je voordeur of op je festival?

Nodig Gabriëlla eens bij je uit!
Ze heeft niet zoveel nodig.

De voorstelling Amen & Uit! duurt circa 30 minuten én is vochtig.


Mail als de bliksem naar dit adres.

TINE ZIET (542): Fietsschrik

Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...