Ze liep er heen. Naar alle doden. Met een paraplu en een veel te grote pet.
Geen boeket in haar hand. Ze dacht: "Ik lach ze allemaal een bloem toe." Haar grootouders een roos. Sommigen een tulp. Anderen een orchidee.
Eerst moest ze voorbij een grote hond. Zo leek hij toch vanachter die ijzeren deur. Hij blafte al enkele bloemen uit haar mond. Ze schrok.
Toen ze voor het kerkhof stond, herpakte ze zich en zag dat er bijna niemand was.
Ze deed haar ronde. Begon waar ze altijd begint. Aan de stenen en de tekeningen te zien, was ze lang niet de eerste. Hier: de roos. Daarna de geranium. Een grote tulp. Maar toen ze op het nieuwe gedeelte kwam en een orchidee maakte, leken de zerken opeens te drijven. Haar voeten werden de aarde ingezogen. Ze moest zich losrukken en vergat te lachen. Het regende tot in haar ogen. Vooral toen ze voor die graven stond, die er vorig jaar nog niet waren. Ze gleed er bijna uit.
Haar schoenen staan nu mooi te drogen. Daarnaast zitten haar ogen. Voor haar neus een scheefgezakte en verlepte bloementuil. Tany Minoek! bekomt.
Doden blaffen niet. Ze bijten. Trekken je voor altijd naar zich toe.
(zie ook: vorig jaar)
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
TINE ZIET (542): Fietsschrik
Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...
-
Dinsdagavond zat ik met leerlingen in CC Guldenberg in Wevelgem voor de voorstelling ‘Serdi’. Een tweetal weken geleden volgden wij nog een ...
-
De plaids zijn weer uit de kast gekomen. Ook de wollen truien. De nylons. Het wordt kouder. Mijn hoofd staat al op de waakvlam, maar ik stel...
-
Een vraag die ik afgelopen dagen een paar keer kreeg was of ik dit jaar geen zomerproject doe. Na meer dan tien jaar knippen, plakken, op ra...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten