maandag 5 december 2016
Hartverwarmende Letters op Maat
Wil je dit jaar eens bijzondere kerstwensen? Een kerstverhaaltje of -gedicht? Of wil je een unieke Nieuwjaarsbrief? Graag help ik je daarbij.
Schrijf me aan (virtueel postvak) en mijn vingers gaan voor jou aan het tikken. In ruil voor enkele kernwoorden en een vrije financiële bijdrage lever ik jou de tekst. Concreet neem je contact met mij op om je wensen kenbaar te maken. Na het afleveren van het resultaat krijg je mijn rekeningnummer en geef je wat je wenst.
Liever live? Ik zit met een tikmachine op de kerstmarkt van Ieper bij de triporterende barista SloWWings. Dit op zondag 11 december van 16u tot 20u & op donderdag 22 december en vrijdag 30 december van 17 u tot 21u.
Waarom 'Wablieft'? Zelf ben ik al jaren gebeten door taal. Soms besef ik te weinig dat niet iedereen taal met open armen omvat. Wablieft gooit leesplezier uit en zaait taal die gewoon verstaanbaar is.
TINE ZIET (43): Dansen
Het is steeds moeilijker om deze wereld te begrijpen. Groot
was mijn verbazing dat er in Brussel blijkbaar zoiets als een danstaks bestaat.
Ik had er eerlijk waar nog nooit van gehoord. Deze vorm van belasting innen
bestaat in onze hoofdstad al sinds 1950 en haalt jaarlijks ruim 90 000 euro op.
Ook in andere plaatsen in België bestaat de danstaks . Zelfs in Moeskroen
bijvoorbeeld worden er belastingen geïnd via bewegende benen. Mag ik dit raar
vinden? En ook wel een beetje spijtig? Niet dat ik plannen heb om in de nabije
toekomst te gaan dansen in Brussel of Moeskroen. Nee, ik let wel op!
Natuurlijk zullen er wel duidelijke redenen zijn waarom
dansen op bepaalde plaatsen kosten met zich meebrengt. Meer bepaald op het
gebied van veiligheid, openbare rust en orde. Ik kan me voorstellen dat als
hele bussen vol feestgangers naar een café trekken en daar massaal beginnen te
hakken, dat een dorp of een stad dan wel wat kan verzakken. Nee, serieus,
natuurlijk vraagt een groots dansgebeuren om extra politiecontroles en
geluidsoverlast. Maar het klinkt als een flauwe grap: ‘We vragen 0,50 euro per
danser!’ Ben je als je even met je armen
wappert al een danser? Waar trek je dan de lijn?
Op mijn eerste fuif bijvoorbeeld was ik nog totaal geen
danser. Met armen gekruist hief ik soms een voet op om geen geplette tenen te
hebben. Later vond men mij gewoon wat spastisch. Ook werd ik wel eens ‘de
pletwals van de dansvloer’ genoemd. Nu ik al bijna vijf jaar in deze stad woon,
dartel ik met Les Figurettes openlijk op zilveren hakken op straat. Op een
feestje durf ik te schommelen in het ritme van de maat. Wie dat al eens zag,
weet ongetwijfeld hoe dat gaat. Dansen, ik? Fred Astaire zou er zich om
schamen. Jeanne Brabants draait zich ongemakkelijk maar stijlvol om in haar
graf. Wie mij ooit in dansles zag, giechelt nog onbedaarlijk luid om de
souplesse van mijn mouvementen. Een leerkracht noemde mij ooit een nijlpaard
dat hij moest leren tapdansen. Met de feestdagen in zicht, dringt een walsje
zich op, maar wees gerust, mij in uw
zaak laten dansen, kan dus eigenlijk geen kwaad.
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 02/12/16)
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 02/12/16)
dinsdag 29 november 2016
TINE ZIET (42): Storm
Het is elke keer weer schrikken als er een storm komt
aanwaaien. Ook al werd die aangekondigd. Opeens blijken grote bomen niet meer
zo sterk te zijn. Een dak niet meer voldoende beschermend, een ruit niet
onbreekbaar en een muur zo soepel als karton. Met de krachtigste windstoot
wordt alles kwetsbaar. Alles waarop we als het windstil is bouwen, wordt opeens
één wankel kaartenhuis. Het raast en het kleppert. Het ratelt en het huilt
tussen de luiken. Alles wat los staat, is opeens vrij te ontsnappen. Als de
wind weer gaan liggen is, rest er opluchting of puinruimen.
Toen het zondag zo hard woei, zat ik gelukkig niet in een
bootje maar veilig op de trein. Ik reisde van Utrecht naar Menen. In die
treinrit van ruim vier uur met de nodige vertragingen door de wind, wervelden
mijn gedachten op het spoor. Niet alleen vroeg de dramaqueen in mij zich af of
mijn huis er bij thuiskomst nog wel zou staan ook stoven allerlei losse
dakpannen in gedachten. Een draaikolk van onrust in mijn hoofd. De hele rit
door. Dat komt voor.
Dan kom je thuis en neemt de schade op de terugweg op: die
valt best mee. Onderweg verraden herfstbladeren dat ze wel heel hard in de hoek
werden geblazen. Opvallend meer takken liggen aan je voeten. Het enige wat je thuis ontdekt, is dat
wortels van een plant niet zo stevig in de bodem zitten als je wel dacht. Voor
de rest valt alles gelukkig mee. Je zou
in een ontspannend schuimbad willen zitten. Ademhalen. Dat je geluk gehad hebt als je het vergelijkt
met foto’s uit de krant of op TV. Helaas: je hebt geen bad en ook geen schuim
dus je drijft dan maar op warme thee.
Al bij al is een windhoos bij ons vaak nog een storm in een
glaasje onbekommerd water. Alleen die puinhoop in gedachten moet nog worden
opgeveegd. Hoewel niemand die kan zien, neem je er geen vrede mee. Wat moet je
er mee? Dat je niet in een land leeft waarin tornado’s woeden. Daar ben je heel
erg dankbaar voor. Maar in een enkele gedachtenstroom kan het harder waaien dan
je zou vermoeden.
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 25/11/16)
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 25/11/16)
maandag 21 november 2016
TINE ZIET (41): Sinterklaaskoek
Gisteren reed ik naar
mijn werk voorbij een bakkerij in mijn stad. Er kwam een man naar buiten met
een zakje. Hij deed het zakje open, haalde er een Sinterklaaskoek uit en snoof
eraan. Op zijn gezicht verscheen een lach en hij stopte de koek weer in het
zakje en liep verzaligd verder. Een heel klein tafereeltje. Een fractie van een
seconde in het doodgewone leven. Maar ik heb verder de hele dag gedacht aan dit
detail. Ik vroeg me af hoe goed die Sinterklaaskoek had geroken. Of die
lekkerder zou zijn dan de koeken die ik normaal kocht. In mijn gedachten zag ik
hoe de man ‘s avonds met een kop dampende chocolademelk aan zijn keukentafel
zat. Hoe hij boter smeerde op de koek.
In een flits zag ik mezelf terug. Hoe lang is het eigenlijk geleden dat
ik nog aan een doodgewone Sinterklaaskoek rook? Dat die geur me blij kon maken?
Wellicht al veel te lang.
De koeken vind je
tegenwoordig in alle mogelijke varianten het hele jaar door. Ze passen niet
meer specifiek bij een periode in het jaar. Net zoals mandarijntjes,
picnickjes, marsepein. Er hoeft geen man meer met een lange baard aan te pas te
komen. Geen goedlachse Piet met gouden ringen. Als ik dat wil, legt de Sint
elke dag iets in mijn schoen.
De magie van 6
december. Zenuwachtig verlangen naar een dag terwijl ik eigenlijk nooit kreeg
wat ik in mijn brief geschreven had. Waar het om draaide was dat ik geloofde. Dat
er iets was om naar uit te kijken. Dat er eenmaal in het jaar opeens snoep op
tafel stond. Dat het een paar weken daarvoor opeens naar mandarijntjes rook.
Dat de hemel oranje kleurde ’s avonds en dat mijn moeder zei dat de Sint zijn
koeken aan het bakken was en ik al watertandde. Dat ik dan iets nieuws kreeg.
Het kind in mij maakt
zich wat zorgen. Misschien teveel. Het is niet omdat ooit iets was, dat zoiets
ook moet blijven. Er mag best evolutie
zijn. Het is de heimwee naar wat toen heel simpel leek. Als er na al dat
evolueren maar iets blijft waar wij onbevangen kunnen naar verlangen. Al is het
maar het eenvoudige geluk van het ruiken aan een koek.
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 18/11/16)
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 18/11/16)
vrijdag 11 november 2016
TINE ZIET (40): Wapens
Wat we nu precies op
11 november gedenken, het zal veel mensen worst wezen. Zolang er maar een vrije
dag aan verbonden is. Dat merk ik toch aan mijn leerlingen. Een woord als
‘Wapenstilstand’ kennen velen niet meer. ‘Geen school!’ kent iedereen. We leven
dan ook in een tijd waarin het moeilijk te geloven is dat wapens ook kunnen
zwijgen. Het einde van een oorlog
vieren. Soldaten herdenken die sneuvelden terwijl ze vochten voor hun land. We
kunnen het ons almaar minder voorstellen. Hier. Altijd is er wel ergens oorlog.
De media prikt wel elke dag beelden op ons netvlies die zo verschrikkelijk
prikken. Altijd blijkt iemand wel een wapen in de kast te hebben.
Persoonlijk ken ik
wapens vooral van op TV. Als kind zag ik wel eens jachtgeweren aan de muur
hangen. Maar ik zag minstens even veel gevaar in de tanden van de agressieve
labrador die daaronder in zijn mandje lag. “Ik ken iemand met geweren en een
stoute hond!” pochte ik tegen mijn vriendinnen als ze weer gezegd hadden dat
hun oom politieagent was. Als ik op sommige dagen aan de grens van Menen en
Halluin die grote kalashnikovs zie, voel ik me weer klein en denk nog altijd:
“Gevaarlijke meneren!”
Meer en meer schuw ik
wel een wapen dat iedereen bezit. Het is een mond. Een mening. Hoeveel schade
kunnen woorden niet berokkenen? Geschreven of uitgesproken kunnen ze behoorlijk
aankomen. Dat we onze mening kunnen verkondigen, is een noodzaak maar vaak heb
ik bedenkingen over de manier waarop. Zouden we niet kunnen leren om onze
woorden toch weer meer te wikken en te wegen? Kunnen we ze niet verpakken in een laagje wol
of een hoopje watten? Nu zijn ze vaak zo hard. Roekeloos of te geslepen. Nee, op een dag als 11 november zouden we met
z’n allen dicht bij elkaar moeten staan in een gigantische dikke sjaal. Het
maakt niet uit van welk land we komen. Of we de échte oorlog hebben meegemaakt.
Maar één dag zouden we met z’n allen moeten samenkomen in iets zachts. We
zouden elkaar kunnen vastpakken en zwijgen terwijl we ongestoord dromen van een
wereld zonder oorlog in daad en woord.
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 10/11/16)
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 10/11/16)
maandag 7 november 2016
TINE ZIET (39) : Griezelig
Omdat ik me al een
aantal jaren op rij schuldig voelde voor het feit dat ik geen snoep aan te
bieden had aan griezelige kinderen op Halloween, besloot ik om voorbije week
een kleine voorraad aan te maken en investeerde in zoete vriendelijkheid.
Helaas wachtte ik maandag de hele avond vruchteloos met mijn gevulde blikken
doos op het geluid van de deurbel of het gebonk op mijn raam. Blijkbaar sta ik
intussen op de lijst van ‘Gierige buurtbewoners!’ want geen enkele enge heks
vloog op haar bezemsteel voorbij. Geen enkele vertederende vampier stelde me
voor om in mijn nek te bijten. Of hadden werkelijk alle macabere monsters van
Menen zich verzameld in de Barakken? In elk geval: ik ben dan zelf maar
beginnen vreten. Tegen alle verwachtingen in deed ik dat met lange tanden.
Snoep smaakt niet meer zoals voorheen.
Misschien is het maar
goed dat er geen beschilderde engerds op mijn stoep stonden, want ik kan er
eigenlijk niet zo goed tegen. Ook al weet ik wie er onder het kostuum schuilgaat,
mijn eerste reactie is toch altijd: “Brrrr!”Hetzelfde heb ik met clowns,
goedheilige mannen en hun knechten. Ik schrik me steeds in eerste instantie een
hoedje.
Als de griezels niet
allen met de Halloweentocht mee stapten, verdenk ik hen ervan een feestje
gebouwd te hebben in het ‘Nieuwe Ziekenhuis’ in de Bruggestraat, want dat zou
hun laatste kans geweest moeten zijn. Wordt het naargeestig oord met daarin
rondgestrooide documenten en naalden eindelijk gesloopt? Dit vervallen en
verlaten gebouw mag voor velen een doorn in het oog zijn, voor de zombies en de
spoken van deze maatschappij is het een schoon onderkomen.
Zelf heb ik meer
schrik voor mensen dan voor gebouwen. Tenzij het het leegstaande huis van de
buren betreft. Terwijl ik in mijn troostblik grabbelde, hoorde ik na 21u tegen
de muren schrapen. Ik heb de doos dan maar dichtgedaan en opzijgeschoven en ik
heb mijn koptelefoon opgezet. Schrik zit niet in een vermomming, in lange
donkere gangen of in gigantische webben van bloeddorstige spinnen, nee, ware
angst zit gewoon vanbinnen.
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 04/11/16)
(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 04/11/16)
woensdag 2 november 2016
Gij waart ons zo genegen
Word wakker, lieve
doden.
Word wakker, allemaal.
We weten wel:
ge ligt al zo lang te
slapen onder uw stenen bed.
Velen van U hebben al hun
eigen dood verslapen.
Maar wilt u toch
alstublieft ontwaken?
Helden groot en klein,
Vandaag hebben wij
ervoor gekozen om
heel even bij u te
zijn om U te groeten.
Bonjour! Helaba! Oe
ist? Ca va?
Sommigen van ons
hadden bloemen mee,
meestal is het hier
veel kaler.
Wij herkennen in u
namen van een straat, een plein.
Zo belangrijk waart
gij levend dat ge eens ge niet meer zijt, een weg vormt.
Ge brengt ons tot in eeuwigheid
van hier naar daar naar hier.
Op uw naam leren
kinderen fietsen, tieners rijden,
spreken af bij U om voor
het eerst op u op stap te gaan.
Maar hier komt gij tot
rust. Hier moogt ge slapen.
Hier moogt ge zonder
schroom uw botten laten kraken.
Maar niet iedereen was
burgemeester in dit soms te kort bestaan.
Kapitein of brigadier
of luitenant, niet iedereen vocht voor een land,
doch sneuvelen deed
gij stukske voor stukske allemaal.
Zovelen liggen hier
zonder neergepend verhaal.
Octavie, Arlette,
Henri,
Amedee, Lotje, André
Emiel, Zozima en
Espérance.
Uw namen klinken even
zeer als groot verlies.
Ook op u werd gebouwd,
ook gij verdiende een beeld,
een vlagske voor
zelfopoffering.
Een monument van klein
geluk.
Een prijsje voor de
mooiste lach.
Een oorkonde voor wat
u zo wonderwel kon maken.
Ook op uw bestaan kan
men nog bewegen, blijven staan.
Enkelen van U vallen
niet eens meer te lezen.
Naamloos lijkt gij
weggeveegd.
Zijt gij werkelijk
vergeten?
Maar gij waart ons zo genegen.
We mogen en kunnen
niet vergeten dat den 27sten maart 1918
Plotsklaps 16 kinderen
in Nieuwenhove stopten met spelen.
Jammerlijk door den oorlog omgekomen in een
veld.
Omdat kinderen geen
kwaad zien in een obus opgegraven
als een schat om zich
na schooltijd niet te hoeven vervelen.
We mogen en kunnen
niet vergeten dat er vaders hun leven gaven
terwijl ze als verzet
tegen schenen schopten van wie de macht.
Dat ze daarom werden
opgepakt en uit een gezin werden weggerukt.
Dat hier in ons eigen
land een tijd was waarin werd gefusilleerd
of door een vijand tot
zelfopknoping werd genoopt.
We mogen en willen
niet vergeten dat er wel heel veel lege plaatsen aan een tafel zijn,
dat kinderen soms
gewoon voor eeuwig met hun knuffelbeer moeten slapen
dat wie godsvruchtig
gelooft, ook gewoon een regel op een grafzerk wordt
dat wie vurig wordt
bemind opeens in een hart kan doven
dat wie alleen sterft,
toch sneller wordt gewist.
Hoe groener het hier
wordt,
hoe grijzer ons
geheugen.
Weet: ook al vervaagt uw
foto:
gezichten komen altijd
weer.
Sinds uw ogen zijn geloken,
is ons hart gebroken.
Uw plaats is ledig rond de haard,
maar uw beeld blijft in ons hart bewaard.
In deze zee vol licht,
Zien wij het als onze plicht
om
langs uw stenen bed te
gaan
en nu nog eens in te
stoppen
voordat het vergeten U
heeft opgeslokt.
Ergens staat het hier
te lezen:
Ge beseft pas in de avond hoe schoon de dagen
zijn geweest.
Slaapt nu maar schoon.
Ge zijt waarschijnlijk
moe.
Maar wij missen u en
aaien nu uw ogen toe.
(tekst geschreven en voorgelezen in opdracht van CC De Schakel, Waregem
voor Reveil 2016 voor het kerkhof Den Olm)
Abonneren op:
Posts (Atom)
TINE ZIET (542): Fietsschrik
Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...
-
Dinsdagavond zat ik met leerlingen in CC Guldenberg in Wevelgem voor de voorstelling ‘Serdi’. Een tweetal weken geleden volgden wij nog een ...
-
De plaids zijn weer uit de kast gekomen. Ook de wollen truien. De nylons. Het wordt kouder. Mijn hoofd staat al op de waakvlam, maar ik stel...
-
Een vraag die ik afgelopen dagen een paar keer kreeg was of ik dit jaar geen zomerproject doe. Na meer dan tien jaar knippen, plakken, op ra...
