Zondag bezocht ik met vrienden het Raveelmuseum in kader van
de Biënnale van de Schilderkunst. Het was erg lang geleden dat ik er nog was.
De laatste keer was wellicht voor een mislukte eerste date, waarbij de man in
kwestie het absoluut not done vond dat ik soms langzamer of sneller stapte dan
hij deed. Hij vond dat je in een museum - en al helemaal zeker op een eerste
date - gelijkmatig bij elk kunstwerk moest stilstaan. Het is dan ook bij die
ene date gebleven want ik laat me niet zo makkelijk leiden.
Bij het prachtige wandelpaadje naar het museum toe, het
Zulma De Nijspad, vernoemd naar de vrouw en de muze van de kunstenaar, vielen
me niet alleen de prachtige bloemen met bijhorende geur op. Ik zag er ook
bordjes met het opschrift: ‘Laat hier geen afval of hondenpoep achter. Raveel
ziet u!’ Ik moest er toch om gniffelen. In gedachten zag ik de geest van de
schilder met zijn pet, stofjas en schilderkwast achter de sluikstorters en hun
keffers aanrennen met de woorden: “Ik zag het wel!” Roger Raveel als een
alziend oog. Net als God. Wellicht helpt het wel want het paadje was
brandschoon.
De vrienden waarmee ik de tentoonstelling bezocht hebben elk
hun eigen pas. We wachtten elkaar op bij het einde van een zaal of van een
gang. Of zelfs aan het onthaal. We hoefden elkaar dan ook niet meer beter te
leren kennen. Alhoewel bij het drankje achteraf hoorde ik toch weer een paar
nieuwe interessante feiten uit hun leven die ik nog niet wist. En ook ik liet
in mijn diepste ziel kijken. Roger zou het eens moeten weten…
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 17/09/26)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten