zondag 23 november 2014

stelt paal en perk (22):

Deze week zag ik - net als zoveel anderen - de reportage 'Oe ist' in Koppen (*) waarin Kamagurka op onderzoek gaat naar het psychisch welbevinden in de provincie West-Vlaanderen.   Het doen alsof is een  algemeen syndroom van deze tijd.

Laten we er geen doekjes om winden. Laten we die doekjes varen. Doen alsof is waar het in een maatschappij als de onze om gaat. We verbergen onze probleempjes met een laagje foundation of een maskertje. 'Alles goed?' 'Alles goed!' We passen ons aan in alle omstandigheden. We zijn kameleons van emoties geworden. Bij sommige mensen kan je droevig zijn. Bij andere moet je vrolijk zijn. We vlakken ons humeur af met wat een richtlijn wordt: "Alles kits. Maar niet heus."

Natuurlijk hoeft niet iedereen je zorgen te weten. Of je grootste angsten. Je zwaarste gevoelens. Maar het is al erg geworden dat we dit blijkbaar niet meer aan onze naaste naasten kunnen zeggen. Velen moeten tegenwoordig naar professionele mensen stappen om het hart te luchten omdat men het simpelweg niet meer kwijt kan tegen zijn allerliefsten. Omdat die er geen oren naar hebben. Of omdat ze er niet mee overweg kunnen. Of omdat men ze niet nog extra wil belasten. Andere mensen vreten hun eigen hart in stilte op.

Begrijp me niet verkeerd: ik heb helemaal niets tegen psychologen of tegen het feit dat mensen professionele oren zoeken bij hun woorden. Ik heb iets tegen die nepheid die zo zwaar op onze schouders drukt. Alles netjes. Alles prima. Alles stralend. Alles heerlijk nep. We kunnen zoveel schijn niet aan.  Stel je het eens voor: hoe verlichtend het zou het zijn om gewoon zonder die schijn op onze schouders gewoon thuis onszelf te zijn. Ik geef toe: het zou wel wennen zijn. Maar hoe heerlijk helder zou het zonder al die leugens of die onopgeloste vragen zijn. 

Eerlijk gezegd: soms vraag ik het me serieus af: als al mijn lichamelijke gebreken heerlijk weggevaagd zouden worden: zou ik dan opeens meer van deze wereld zijn? Als mijn huis meer op een toonzaal zou lijken in plaats van op mijn huis: zou ik dan echt waar meer waard zijn in deze maatschappij? Zou ik dan gelukkiger zijn?

We moeten lachen. Vooral lachen. Altijd lachen. Omdat dat hoort. Hoe vaak heb ik niet gehoord, als mensen foto's van me maken, of ik niet kan lachen. 'Maar ik lach...' zeg ik dan meestal. Ik lach niet standaard de tanden bloot.  Lachen zit niet in geforceerde lippenfrons. Ik hoef mijn tanden niet te tonen als ik vrolijk ben. Lachen zit meer in mijn ogen.

Met grote ogen kijk ik soms naar televisieprogramma's waarin koppels een andere look wordt gegeven. Die koppels zijn meestal op een punt gekomen waarin ze niet zo bijzonder meer gelukkig zijn met elkaar. Na een complete restyling worden ze altijd weer verliefd op elkaar. Ik wil die koppels wel eens zien na een week: zonder make-up, zonder professionele kapper in hun badkamer, cameraloos en met hun nieuwe outfit in de was.  Verandert de inhoud, naast een tijdelijke boost aan zelfvertrouwen, ook mee?  Uiterlijke schijn, mooie verpakking: we doen er allemaal aan mee.We doen allemaal alsof. We spelen allemaal toneel.

In dit leven begeef ik me het liefst tussen mensen bij wie ik mezelf kan zijn. Ik geef het toe: ik gebruik ook shapewear, een vleugje make-up af en toe. Kortom: ik ben ook met mijn verpakking bezig. Maar bij hen kan ik de vraag 'Ca va?' zo eerlijk beantwoorden. Of ze weten zonder antwoord hoe ik me voel. Omdat vrienden dat zien. Ze hebben begrip voor mijn nukken en grillen. Ze worden mijn zeuren niet moe en leggen mij geen limieten op. Ze zijn blij als ik blij ben. Om mij. Ze begrijpen dat ik even niet aanspreekbaar ben. Ze leggen mij geen schuldgevoel op mijn nek nep te zijn. En wat zij doen voor mij, probeer ik zo goed mogelijk ook voor hen te doen. Niet uit plichtsbesef maar omdat het simpelweg goed voelt dat te doen.

Let wel: soms dan zit het vol met echtheid dat ik het even niet meer opslorpen kan: 'even buiten werking' wil ik dan met grote letters op mijn hart schrijven. En 'morgen werkt het weer.'  Echt!


(*) Voor wie de uitzending niet zag: Oe ist - Koppen

vrijdag 7 november 2014

stelt paal en perk (21):

Ja, ik ben bang! Bang voor heel veel dingen. Bang om minder te verdienen. Mijn rekeningen niet meer te kunnen betalen. Bang om langer te moeten werken. Bang om zonder stroom te zitten. Bang om mijn job niet meer te kunnen uitoefenen. Bang om met de feestdagen alleen te zijn. Bang voor oorlog: een bom op ons hoofd. Bang om vergeten te worden. Genegeerd. Bang om spijt te krijgen geen kinderen te hebben ooit. Bang om te parkeren in een grootstad. Bang om te sterven zonder afscheid. Bang om mijn verstand te verliezen. Mijn geheugen. Mijn vrienden. Mijn familie. Mijn passie. Mijn vrijheid in wat ik mag eten. Bang om ziek te worden. Bang om van te trap te vallen en niemand die me op tijd zal vinden. Bang om te verbitteren. Bang om op te drogen. Bang om dat gat in de ozonlaag. Bang om een tsunami aan stommiteiten. Bang voor algehele oppervlakkigheid. Bang voor apathie. Bang voor radicalisering, criminaliteit, verloedering en armoede.

Zoveel angst in één lijf. En elke dag komt er wel iets bij. Dat ik met al die vrees niet alleen ben, is te merken aan deze wereld. Alles bewijst het. Vooral het nieuws. Maar ook een blik in de straat. In de stad. In het hart. Met schrik in het ik, doet men de vreemdste dingen. Men slaat tilt. Men ontploft. Men zegt de dingen verkeerd. Men slaat de bal mis. Men wordt overgevoelig. Men zondert zich af. Men bijt. Men verdwijnt. Men slaat verbijsterd om zich heen. Men vecht. Men strijdt. Men stort in. Terecht.

Angst is van alle tijd. Vroeger was men bang om naar de hel te gaan. Men had het geloof nodig om zijn zonden af te kopen. We geloven almaar meer in onszelf. In feiten. Steeds minder in de ander. Laat staan in een god. We geloven in geluk. Het almaar verlangen naar geluk. Geluk als hedendaagse hemel. Doe dit, laat dat en je zal gelukkig zijn.

 Ik ben niet bang om mezelf te zijn. Ik ben niet bang dat kunst ooit zal ophouden met bestaan. Ik ben niet bang dat er geen lieve anderen meer zijn. Ik heb geloof in hoop. In woorden. Beelden. In ontroering. In fantasie. In droom. In slaap. In kussen. In knuffels. In een glimlach van oor tot oor. In samenwerken. Ik hou me recht aan kannetjes thee. Aan fijne gesprekken. Het zien groeien van mensen. Het zien bloeien. Ik ben dapper door de zon. De maan. De regen zelfs. De vogels. De katten. De liefde. Muziek. Wijn. Een dansje. Een lichtje in de verte. Een landschap. Ik geloof in verrassing. In het slijten. In het kunnen dragen.

Ik ben momenteel niet bang dat de kruimels geluk ooit niet meer voor het grijpen zullen zijn. Maar als angst mij op een dag toch zo heeft verblind, geen snipper geluk meer te zien, dan is daar mijn hel. Dan is het voor mij gedaan. Dan haal ik misschien het journaal. Als martelaar.

maandag 3 november 2014

Droom (40)

In de nacht barstte de hel los. De hel was als volgt: alles en iedereen maakte ruzie. Mijn bankier en ik. De tafel en de stoel. De thee en het kopje. Maar vooral met mij. Uitgejoeld liep ik door mijn straat. Ik joelde terug. "Ga zélf terug van waar je komt!" riep ik. Toen viel er een gigantische stilte over mijn droom. Zo eentje om te snijden met een vlijmscherp mes. Ik werd opeens vloeibaar en stroomde over de stoep uit als een hele grote plas. Iemand riep: "Het is klaar!" En alles was weer vrede.

Droom (39)

Ze zag vannacht elk hoekje van Het Grote Falen. Er was werkelijk niets waarin ze slaagde. Ze mislukte zich te pletter bont en blauw. Het resultaat is dat ze een loser baarde: een grote nietsnut trof ze onder lakens. Hij blèrt verfrommeld tussen de slapen. Aai haar. Klop haar schouder. Verstop een hart onder haar riem. Draag haar lief op al de handen. Sukkels moeten meer nog dan de sterren Het Glimmen Van De Dingen blijven zien.

Droom (38)

Tine ging vannacht naar een feest waarbij ze een expliciete dresscode gekregen had: burlesque. Weken had ze daar naar uitgekeken want ze had een mooie outfit bij elkaar gesprokkeld, waar ze zich toch goed in voelde. Toen ze daar uiteindelijk met de nodige poses haar entree maakte, bleek dat ze als enige 'verkleed' was. De anderen hadden gewoon chique outfits aan met één van de letters van 'burlesque' als corsage op hun borst gespeld. Ze viel behoorlijk uit de toon en werd uiteindelijk (met outfit en al) roze geverfd. De ober van dienst grimeerde een varkenssnoet op haar blozende tronie. "Het is niet roze." zei een strenge stem in haar hoofd. "Het is magenta." De anderen sisten: "Interpretatie is alles, Tine! Interpreteer!"

Droom (37)

Ik mocht vannacht in een ondergrondse kelder optreden tussen oude bekenden. 'Wie is die lompe trut in pyjama?' En: 'Sinds wanneer heeft poëzie dit verdiend?' Verstoten verdween ze uit de backstage-ruimte. Aan de andere kant stond een simpele houthakker die zei: 'Trek het je niet aan! Het bos mort maar heeft nood aan sjofele pyjama's.' Hij rolde mij op en dankte God.

Droom (36)

Tine zat vannacht in een restaurant en bestelde een portie magere troost. 'Alweer?' zei de ober. 'We hebben ook lekkere stuitjes.' 'Nee, magere troost met een beetje van die zure spijtazijn,' hield ze dapper vol. Maar toen opeens werd ze een stoel. 'Ik had u nog zo gewaarschuwd,' zuchtte de ober. 'Die stuitjes hadden u niet zo vastgeroest.' Hij nam haar vast en gooide haar op een grote stapel kapotte stoelen en siste: 'Zelfs zure spijtazijn is hier niet te krijgen.' Ze viel in partjes uit elkaar en weende bitter.

TINE ZIET (542): Fietsschrik

Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...