maandag 8 juli 2013

Maak Tine Fitter

Voor wie denkt dat Tine deze vakantie loom en lui in haar stoel hangt: mispoes!

 Alles voor een versteviging van het silhouet en het scherp houden van een pen! Of dichten door het gat op te lichten! Hou Tine in beweging of volg het remspoor van haar fiets! Dat is hier terug te vinden.

deVakantie: programma van deVakantieganger in mij

In de week van 22 t.e.m. 28 juli ben ik een weekje curator van het fijne café deDingen in de Budastraat in Kortrijk. In die week krijg ik carteBlanche daar...

Mijn intentie is om de sfeer van de Gentse Feesten naar Kortrijk te halen met een zeer gevarieerd programma en een aangepaste kaart (met o.a. het TineMonic-drankje bij uitstek: GinTonic).
Bedoeling is dat deThuisblijver dichter bij huis ook getrakteerd wordt op een overdaad aan leuke activiteiten! Vier je congé met mij in Kortrijk!

Het programma vind je hier en wordt nog dagelijks aangepast.

Tot dan!

maandag 3 juni 2013

Ooit (24)

Ooit waren woorden voor mezelf en verder van geen tel. Op een dag  begon ik ze zomaar te verspreiden. Her en der. Sommige mensen vonden ze te zoetig. Te licht - o, ironie -  werd ik ook vaak bevonden.   Anderen vonden erin een afdak om zich even onder te verschuilen. Er waren mensen die ze verstikkend vonden. Esoterisch zelfs. Arrogant. Te pessimistisch. Maar wat kon mij dat deren? Ik bleef ze koppig over mijn wegen strooien. Inmiddels al meer dan drie vierde van mijn leven.

Groot was mijn verbazing  toen ik onlangs merkte dat mijn woorden te mooi werden bevonden. Zo mooi dat men van mij een beeld kreeg dat ik niet was. "Mooi toch," zou men kunnen denken. Maar niet heus.
Men bedacht mij meestal slank en blond met blauwe ogen. Men gaf me in gedachten lange benen die ik niet had. Ook vond men mij bij voorbaat intelligent en wellicht ook de ideale huisvrouw. Kortom: mijn woorden bouwden mij om in een vrouw die ik niet was. Een kunst! Een ware kunst!  Wie droomt er nu niet van om iemand anders te zijn?

Het is wellicht een gave. Alhoewel echt dartel draaf ik momenteel niet in de wei. Mocht het om woorden voor publicatie gaan, was ik een talent. Misschien een groot mysterie. Ik  had alle reden om op wolkjes te lopen en tussen sterren te balanceren.  Maar hier komt het addertje: het ging om persoonlijke woorden als in een brief. Taal die wellicht niet verder dan vier ogen reikt.  Dan zou je eigenlijk wel eens kunnen huilen als iemand na een eerste ontmoeting tegen je zegt: 'Je schrijft te mooi voor wie je werkelijk bent.' En het daar verder bij laat.

Net nu alles bloeien gaat, zou ik verbloemen moeten laten?
Was taal vroeger een wapen, nu lijkt het opeens camouflage.

Muze, geef mij woorden die voortaan kortzichtigheid doen bloeden als een aardbei in de keel. Wie niet verder dan z'n neus lang is kijkt, kijkt beter scheel.


vrijdag 10 mei 2013

stelt paal en perk (10):

Ik ben er zo eentje. Eentje dat liever naar een museum gaat in plaats van uren in het zand te glimmen.  Ik verkies theater boven voetbal. In soldentijd geef ik mijn geld aan boeken uit. Ik verkies een concert in een kerk boven een sauna met vrienden. Waarom zou ik me daarvoor moeten schamen?

In sommige ogen ben ik wellicht elitair snobistisch: omdat cultuur voor mij een motor is. In een eerder stukje over mijn liefde voor de poëzie schreef ik dat kunst voor mij ramen en deuren opent. Dat het mij een uitzicht geeft. Kunst maakt mij licht of biedt mij de mogelijkheid tot langer donker.  Neem het mij af en dat is voor mij een ware beproeving. Om niet te zeggen: mijn doodstraf.

Groot was mijn verbazing toen mijn moeder het laatst had over 'cultuur en volksvermaak'. Dat het de taak van cultuur is om het volk te vermaken. Bizar om dit uit de mond te horen van iemand die twee kinderen heeft met het etiket 'kunstenaar' op hun voorhoofd. Meer nog: ik vond het ronduit choquerend! Pas op, ik neem het haar niet kwalijk. Ze leeft alleen en de angst voor wat er met de wereld moet, groeit.  Ze is bijgevolg vatbaar voor wat ze hoort. Voor haar was het logisch dat een theatergezelschap dat slechts een klein publiek aantrekt, subsidies moet inleveren aan wie de zalen vult! Met haar opgedrongen blik is kunst voor meer publiek veel groter.  In elk geval trapte ze me  persoonlijk met deze woorden behoorlijk op mijn tenen. Ik treed nooit op voor grote volle zalen. Wat ik schrijf, bereikt een klein publiek. En als leerkracht in het deeltijd kunstonderwijs is het nét mijn taak om de leerlingen met de kunstenaar in zichzelf te confronteren. Hoe klein die soms ook is, in mijn ogen is die altijd de moeite waard.

Het is een feit: van kunst kunnen mensen groeien. Elk jaar zie wel ik met eigen ogen hoe iemand verandert door een tekst, een lied, een schilderij,... Meestal gebeurt dat met een boek, muziek, beeld,... dat niet voor massaconsumptie is gemaakt. Met een gedicht. Met een regel die uit de band springt.
Voor mezelf herinner ik me 'Don Quijote' van Herwig Deweerdt. Dat ik als enige van de klas mijn vinger in de lucht stak bij de vraag van de juf: "Wie vond het mooi?" Of toen ik  'La Double Vie de Véronique' in de Franse les bekeek, stoorde ik me niet eens aan het vele zuchten van de medeleerlingen. Ik zat toch helemaal in de film. Flarden zinnen zoals  'Uit het hout van de morgen, uit morgenrozenhout sneed ik een beeld heel licht en smaller dan een lijsterstem een beeld van morgenrozenhout.' schoten als 'sidderende landouwen'  in mijn hoofd toen ik ze hoorde van oudere en bezielde leerlingen. Bezeten was ik door het blauw van Dali. En ik kon beven als een riet bij sopranenhoge tonen.

Al die dingen kosten geld. Schrijvers worden niet per uur betaald. Toneelmakers maken geen winst op voorstellingen. Een idee dat broeit is nog altijd niet te schatten. Daarom is het goed dat er subsidies zijn. Maar met een crisis is alles best lastig om te verdelen.  Ook daarom is het goed dat er commissies zijn die over deze subsidies waken. Dat er gedegen ministers zijn die van cultuur iets meer dan entertainment maken. Onze maatschappij is tegenwoordig al zo gecommercialiseerd, dat wie nog puur en echt is, vertrappeld wordt door huppelende volwassen meisjes en ramptoerisme op tv.

Cultuur mag voor mij dan wel een basisbehoefte zijn, realiteit toont dat het voor velen slechts ontspanning is. Terwijl het (vaak onbewust) mensen vormt.  Ik ben een product geworden van mijn opvoeding en erfelijke elementen. Maar al die kunstzinnige ervaringen maakten mij nog mijer. Wie een boek leest, wordt verbaal en mentaal veel rijker. Als ik naar sociaal-artistiek theater ga, krijg ik meer respect voor wie in mijn straat woont. Tentoonstellingen geven mij nieuwe achtergrondafbeeldingen in mijn dromen. Muziek maakt of kraakt mijn dag. Of ik nu naar amateurtoneel ga kijken, naar een musical, een muziekfestival, een expo in mijn buurt of in Parijs,... De vraag zou niet mogen zijn: "Hoeveel volk was er?" maar "Maakt het mij als mens wat rijker?"  Met dit in hoofd, kan men best een subsidiepot spijzen.

Toen ik vandaag over cultuur nadacht, passeerde een lijkwagen in de straat. Hij bleef steken tussen twee verkeerd geparkeerde auto's. Even vreesde ik voor het lot van mijn gedachte.  Na wat klein discreet tumult, lukte het de wagen toch om zijn rit verder te zetten. Hij reed de zon in. Verdween.  Maar altijd, altijd keert hij weer.

donderdag 9 mei 2013

Ooit (23)

Ooit was ik vanzelfsprekend.

Schaamteloos ging ik met andere kinderen spelen en was ik toch opeens alleen: ergens was iemand nog allener. Daar begon ik dan een nieuw spel mee.  In het slechtste geval deelde ik mezelf in twee of meer. In mijn eentje was ik de juf  én de hele klas. Ik was verkoper en de klant. Dat ging vanzelf. Op die manier kon ik mij altijd amuseren.

Hoe het gebeurde, ik weet het niet, ik denk dat het de bril was of de beugel. Of de combinatie van de twee. Wellicht ook het huilen om de rekstok.  Ineens werd ik opvallend niet gekozen. In de turnles stond ik lang tegen de muur. Het was gedurende die wekelijkse minuten, die als uren voelden, dat ik bedacht niet zo vanzelfsprekend meer te zijn.  Met die stenen in mijn rug, voelde mijn zijn in elk geval een heel pak koeler. Wie mij had moeten kiezen, verloor. Spelen werd een soort van vechten.

Ook al speelde dat soort vechten zich alleen in de turnles af (voor heel wat andere dingen werd ik wel enthousiast gekozen),  in mijn hoofd was het toen voorgoed voorbij met onbezonnenheid. Alvorens ik spontaan bij een groep ging staan, bedacht ik dat ze me niet hadden gekozen. Had ik wel het recht om zonder uitnodiging naar daar te gaan? Was mijn aanwezigheid wel gewenst?
Ik weet wel, die turnleerkrachten bouwden aan conditie en sportiviteit, maar ze snoeiden door hun jarenlange selectiemethode behoorlijk in onstuimigheid.

 Inmiddels woon ik al meer dan 14 maanden op een nieuwe plek Een nieuwe stad. Hier geen turnverleden. Ik draag het nog steeds: dat gefnuikt gymverleden.  Ik leerde al heel wat mensen kennen en voel me hier best goed. Maar zie ik ze met anderen, durf ik niet zo goed bij hen te staan. Dan voel ik me opdringerig en ongewenst.  En begin bij voorbaat al te zweten. Dat duurt meestal een glas of twee. Dan kan ik er wel tegen. Gevat zou ik dan elke bal wel kunnen vangen. Op de balk van spreken geen trillende benen meer.  Alleen de bok blijft knap lastig. Daar kan ik na al die jaren nog steeds niet lichtzinnig mee spelen.

vrijdag 26 april 2013

Date Ex Machina: Etienne Wolfs


Op 9 april 2013 ontmoetten Etienne Wolfs en Tine Moniek elkaar ergens halverwege. Onder een snelweg. Dit in kader van Date Ex Machina, een project van het literaire tijdschrift Deus Ex Machina. De eenmalige ontmoeting resulteerde in deze unieke samenwerking.

Date Ex Machina: Reine De Pelseneer


Hoe literair te daten met bijvoorbeeld Reine De Pelseneer?


1
De uitnodiging. - Men stift de lippen, verlengt de blik en scherpt de vingertoppen tot ze vlijmrood bloeden. Daarna moet de veder worden geslepen. Men trekt stoute schoenen aan die als pantoffels voelen. De scherpe pen wordt gedoopt in een taal die uit de tijd maar in de mode is. Gegroet Dame. Nederig. Men verwittigt dat ze niets onzedigs hoeft te vrezen maar dat haar naam nu eenmaal als een konijnenvelletje voelt. Dat men daar van houdt. Oh, die vocalen! Ah, die consonanten! Zo heerlijk zacht bijeen! Verder is men eerlijk en vraagt: “Wilt u met mij daten?' Meer hoeft U niet te weten.

2
Het maken van een rendez-vous. - Lang hoeft men niet op het randje van de stoel te zitten, want een antwoord schuift in virtuele tijden snel onder een netvlies door. De dame met de naam als pluchen zetels biecht wat gniffels en wat vragen op. Daarbij proponeert ze wat vrije dagen door de kabel. Men neemt wat vernuftig staaldraad en bakent daarmee een datum af. Eloquent hengelen werkt wonderwel!

3
De rit op de trein naar de bestemming. - Men legt de laatste hand aan een boekje dat niet eens een echt boek is. Vandaag is het lievelingsboek een net vol woorden. Op de rails werkt men aan de puntjes op de i en de stokjes aan de t. Men strijkt de bladzijden de handpalm in en likt de lettergrepen op de tong. Eenmaal in het eindstation ademt alles taal.


4,
Het betreden en inspecteren van het etablissement. - Het is ideaal als de vrager van een rendez-vous als eerste de plek van afspraak ruim op tijd betreedt en inspecteert. Aan het plafond hangen enkele trompetten te bengelen. Uit veiligheidsoverwegingen gaat men daar alvast niet zitten. Men kiest voor een tafel naast de toonbank en het weidse assortiment aan thee. Men proeft bijvoorbeeld een soepje voor en bestudeert de andere gasten in de zaak. Dat ze komt, dat ze komt, hoezee!

5,
Oog in oog met de geïnviteerde. - Bij ieder geluid van de deur draait men het hoofd over de schouder heen. Toch mist men net die ene entree, want opeens doemt ze voor je op: zij, die als een pluisje klinkt. Niet alleen haar naam, maar ook haar stem. Dat blijkt. Was ze Frans was ze altijd queen. Nu is ze dat meestal op wit papier. Maar kijk: ze straalt het blauw van oceanen uit! Ze savoureert de thee met pink. Men is gerust. De spits is er van afgebeten. Geen fluweel dat knelt. Al gauw krijgt gespreksstof vaart. Alsof men hier altijd samen heeft gezeten.

6,
Het verstrijken van de tijd. - Als niemand een klok voor ogen denkt, komt het wel eens voor dat beiden opgeschrikt worden door geschuifel van stoelen en tafels. Het kuchen van de vrouw achter de toonbank. Maar men mag gerust zijn: men mag blijven. Eén van ons morst gemberlimonade. Eén van ons krijgt rode lippen van de wijn. Bij het op elkaar leggen van de woorden uit het leven, schieten enten uit de letters als gensters naar omhoog. Tot men opeens schrikt van de hoeveelheid minuten in één rendez-vous.
Men laat de stoel de stoel. De tafel tafel. Samen stapt men uit de deur. Voorbij het orgelpunt.

7,
Het salueren. - Omdat het moet neemt men van ons een plaatje. Daarna stapt men naar een station dat ons in tweeën snijdt. Zij, zachte, zwaait. Men salueert. En eenmaal uit mekaar gaat men in meute op met konijnenvel in kop. De hand van zwaai aait een boek van een filosoof met knevel die vrolijkheid belooft. Men krult de mond en voelt het bruisen in het hoofd.

De vrolijke wetenschap dat literair daten loont.

Op initiatief van het literaire tijdschrift Deus Ex Machina ontmoette Tine Moniek een FB-vriend die ze nog niet eerder ontmoette.  Een literair verslag moest als bewijs fungeren van deze Date Ex Machina.


TINE ZIET (542): Fietsschrik

Goede voornemens neem ik liever bij het begin van het schooljaar dan bij het begin van een kalenderjaar. Elk schooljaar wil ik aanvatten met...