zaterdag 11 januari 2014
Droom 22:
Zoals verwacht droomde ik over de man uit het postkantoor. Gisteren mankte hij nog naar de uitgang met van alles de helft van zijn gezicht. Eén oor, een oog, een halve neus en mond. Vannacht wachtte ik hem op met huiver. Maar hij zat gewoon op een bankje in de zon met een kopje koffie. Een kat op schoot. Hij aaide even de naad van kruin tot kin, zwaaide en zei: "Het weer en ik: we zijn de kwaadsten nog niet."
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
TINE ZIET (522): Bruxelles, ma belle
Toen ik mijn vrienden vertelde dat ik deze vakantie op reis zou gaan naar Brussel, kreeg ik een paar vreemde blikken. Ik vertelde erbij dat ...
-
Nu het bekend is, dat ik uit te nodigen ben om te komen meedraaien op de werkvloer, krijg ik natuurlijk aanvragen. Wat de bedoeling is. Zo n...
-
Tany Minoek! liet zich dit weekend onderdompelen in het lentegroen poëziefestival * zaoem * en weet ineens geen klanken meer. Een dik jaar ...
-
Dinsdagavond zat ik met leerlingen in CC Guldenberg in Wevelgem voor de voorstelling ‘Serdi’. Een tweetal weken geleden volgden wij nog een ...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten