Dat het hoofd een kop kan zijn.
Het been een poot.
De mond eensklaps een muil.
Adem beweegt niet enkel borsten meer.
Speeksel niet de hand tot vegen.
Wie dacht wil enkel gevend nemen.
Wie zweeg: grommend kleine dood.
Lakens kneden oorlog in een bed.
Lichaamsdelen grijpen bij de keel.
Totdat uit het niets een hond verschijnt
Hijgend blaft hij de dingen weer tot orde
tot rusten tot sussen en waar hij zelf het
hardst om kwispelt: tot Adams grote schaamte.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
TINE ZIET (536): Bus
Deze zomerdagen probeer ik meer en meer de confrontatie aan te gaan met al mijn persoonlijkheden. Zo heb ik er meer en meer de behoefte aan ...
-
Tany Minoek! liet zich dit weekend onderdompelen in het lentegroen poëziefestival * zaoem * en weet ineens geen klanken meer. Een dik jaar ...
-
Dinsdagavond zat ik met leerlingen in CC Guldenberg in Wevelgem voor de voorstelling ‘Serdi’. Een tweetal weken geleden volgden wij nog een ...
-
Sinds kort bewandel ik een nieuw pad. Ik ga uitvaarten voor in aula’s. Niet als uitdaging maar voor écht. Naast mijn job als juf. Voor sommi...
Geen opmerkingen:
Een reactie posten