maandag 22 mei 2017

TINE ZIET (67): Samen

Vorige week dinsdag belandde ik per ongeluk in de eerste voorronde van het Eurosongfestival. Niet op het podium wel te verstaan. Veilig en hoog op een barkruk. Vrij om alle commentaar te geven die ik wou. Als kind vond ik dit festival iets om naar uit te kijken. Samen met het gezin rond een grote kom chips en frisdrankjes pronostiekjes maken. Hardop lachen met te dikke mannen die door een hoepeltje kropen. Gniffelen om een jurk die meer op een gordijn leek. Zonder gezin vond ik er niets aan. Dinsdag hervond ik dus per toeval hoe fijn het was om er nog eens in groep naar te kijken. De commentaren floepten van de ene kant van de toog naar de andere. Heerlijk hoe ‘een samen’ zoveel meer kan zijn.

Later die week was ik in een kerk om afscheid te nemen. Ik moest rechtstaan, want alle stoelen waren bezet. Dat is geen ramp. Hoe meer mensen, hoe meer troost voor wie achterblijft. Verdriet wordt lichter als je het kan delen.

Zondag zat ik aan een tafeltje om de bezoekers van een beeldententoonstelling in een beeldschone tuin welkom te heten. De zon en vooral het aantal mensen dat de expo bezocht, werkten als een magneet. Voorbijgangers zien groepjes naar binnen- en buitenstappen en denken: ‘Hé, daar is wat te doen!  Gaan we ook eens kijken?’ Met een samen bereik je nog meer samen.


Toch hou ik er niet altijd van. Als je de hele dag alleen bent, moet je soms weer wennen aan een feest in een volle huiskamer waar je amper iemand kent. Of aan een volle kroeg waar je dan één specifiek persoon moet zoeken. Natuurlijk went dat snel. Het is verrassend hoe snel een samen wordt gevormd en uiteindelijk ook even snel wordt ontbonden tot elk een eigen weg. Maar dat er zoveel mogelijkheid is tot een samen, maakt veel momenten zoveel sterker.

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 19/05/17)


zondag 14 mei 2017

TINE ZIET (66): Moeder

Afgelopen week zag ik zowel in als uit mijn dichte omgeving verschillende exemplaren van een soort die ik soms wel wat benijd. Ik zag er eentje eitjes leggen in een brievenbus, zodat de postbode nu een kartonnen doos moet gebruiken om de post af te leveren. Ik zag er eentje haar jongen beschermen in het oerwoud. Er was een exemplaar met een zware zwangere buik die zuchtte: ‘Kom nu maar!’. Eén moeder was na het puberen van haar eigen zonen pleegmoeder geworden van een kleuter omdat ze moederliefde te over had. Er was een mama die op het communiefeest met de glimlach zo in de weer was geweest in de keuken om al de gasten van haar dochter te ontvangen, dat er voor een week teveel was. Er was een moeke die op de foto ging met haar dochters en dat niet kon zonder monkelen. Eentje liet haar dochter op schoot bijna winnen met een gezelschapspelletje met regenwormen. Eén dacht met heimwee aan haar kinderen, die nu in de papaweek waren. En natuurlijk was er ook wel één die een droom verloren was.

Ik hoorde verhalen over bevallingen. Over miskramen. Over het zo-graag-willen, maar niet krijgen. Over loslaten. Over vasthouden. Over trots. Over exemplaren die misschien niet altijd goed kunnen zorgen. Het moederschap, het is me wat!

Ik ben er geen. Maar toch heb ik een stiekem moederhart. Voor leerlingen, voor neefjes en nichtjes die me stilaan ontgroeien, voor huilende baby’s achter mijn muren. Voor mijn eigen moeder, die dit stukje alweer zal uitknippen en in een schrift zal bewaren. Voor mijn kat waarvoor ik af en toe een stukje uit mijn eigen bord bewaar. Voor mezelf als ik met buikpijn ga slapen.

Eigenlijk heeft iedereen wel ergens een moeder in zijn hart. Voor allemaal een fijne moederdag!

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 12/05/17)


maandag 8 mei 2017

TINE ZIET (65): Station

Eén van de grootste ergernissen die momenteel door de Meense straten gonzen, zijn toch de spoorwegwerken en vooral de belabberde planken onder de spoorwegtunnel die het voor fietsers makkelijk zouden moeten maken om de overkant te bereiken.

Zelf doe ik er alles aan om de overkant met de benenwagen te overbruggen. Van dappere leerlingen die dagelijks de moed hebben om via deze weg met de tweewieler naar school te gaan, hoorde ik dat het er vaak aanschuiven is. Van fietsende vrienden hoorde ik dat ze liever een hele omweg maken om de planken te vermijden. Met eigen ogen zag ik een vrouw met een winkeltrolley halsbrekende toeren uithalen om de oversteek van haar warenhuis naar haar huis te maken.  Ik durf me niet voorstellen hoe dat met kinderwagens moet. Gelukkig zijn er nu camera’s aan het station, die dit allemaal vastleggen. Mocht er een ongeval gebeuren, staat alles op band… Of staan ze nét niet op de spoorwegtunnel gericht?

In mijn hoofd wennen de werken maar niet. Vaak rij ik nog de kant uit die afgesloten is. Het is een goede oefening in concentratie om toch de juiste richting uit te rijden. Wat zal het in onze stad weer opgelucht ademen zijn als de werken achter de rug zijn. Iedereen zal weer op tijd op school of op z’n werk zijn. Alles zal opnieuw zijn gewone gang gaan. De verzuchtingen worden dan naar Wervik opgeschoven als ik me niet vergis.  

Op de tanden bijten. Dat is het enige wat we kunnen doen. Geduld hebben. Daarna ontspoort ons goed humeur niet meer. De treinen zullen weer als voorheen rijden. En wij? We zullen wel weer wat anders vinden om met veel chagrijn te mijden. 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 05/05/17)

maandag 1 mei 2017

TINE ZIET (64): Geven

Terwijl zaterdag schitterende bloemen en lekkere hoeveproducten de Grote Markt zullen vullen, in de inkomhal van het Stadhuis de Woonmarkt wordt georganiseerd, wordt er op de site van Wimbledon volop gegeven op het Geefplein. Hoe vaak doen we dat eigenlijk nog? Geven?

Vandaag reed ik helemaal naar Gent omdat een vriend zijn aanzienlijke collectie boeken ‘te geef’ had gezet. Ik verklaarde hem gek. Ten eerste omdat hij zijn boeken, die hij altijd heel erg kostbaar vond, zomaar weg doet. Hij gaat verhuizen naar een appartement en boeken nemen nu eenmaal (te veel) plaats in beslag. Hij noemde ze zelf schamper ‘stofnetten’. ‘Waarom verkoop je ze dan niet eigenlijk niet?’ vroeg ik. Hij antwoordde dat dat allemaal gedoe is. En dat is het misschien ook. Nu staat een grote hoeveelheid muffe dozen in mijn woonkamer. Deze week ga ik ze zorgvuldig bekijken, de dubbele exemplaren en de boeken die ik niet hoef eruit vissen en mijn eigen mini-bibliotheek dan maar herschikken. De boeken die ik niet wil zal ik ook op mijn beurt wegschenken.


We zouden het met z’n allen meer moeten geven. Maar het staat zo raar. Zo zetten mijn buren soms voedingswaren op hun vensterbank te geef. Of zie ik kastjes en ander meubilair voor de voordeur van sommige huizen staan met daarbij het opschrift: ‘gratis’. Zolang het niet op sluikstorten lijkt, vind ik dat eigenlijk een mooie zaak. Al moet ik toegeven dat ik in eerste instantie wel wat wantrouwig ben als me zomaar iets wordt aangeboden.  ‘Ik moet nu iets teruggeven’, denk ik dan. Of ‘Er zal vast iets mis mee zijn.’ Ik vervloek mezelf soms daarom. Als je zomaar iets krijgt, krijg je vaak naast het simpel goed, een warm gevoel van vriendschap en solidariteit. 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 28/04/17)

dinsdag 25 april 2017

TINE ZIET (63): Beiaard

Als de wind goed zit, kan ik hem tot in mijn huisje horen: de beiaard. Elk kwartier strooit die een klein liedje uit over onze stad. Ooit vroeg ik aan onze burgemeester of zij het was, die de liedjes koos. Dat was vooral omdat ik wilde weten wie in er in godsnaam Miley Cyrus in de lijst had gezet. Ze vertelde me dat ze daar voor niets tussen zat. Afgelopen dagen las ik dat wij een top drie mogen insturen met nieuwe beiaardsuggesties. Natuurlijk nam ik al deel. Want ik wil die naakte meid aan haar ‘wrecking ball’ eindelijk eens uit mijn vizier kwijt.

Ik ben benieuwd of er veel inzendingen zullen zijn. Ik gok dat sommige bewoners de beiaard niet eens meer horen. Als iets er altijd is, wordt het gewoonte. Vandaar dat nieuwe nummers wel eens mogen. We zullen in de zomer liedjes horen die we zelf hebben gekozen. Een Rammstein zou eens mooi zijn. Of een walsje van Strauss. Of waarom niet een liedje van K3? Een fragment uit de Carmina Burana? Stuur gerust je suggesties in! Hoe gevarieerder, hoe beter! Stadbeiaardier Wim Berteloot zal het er mooi druk mee hebben om al die 49 klokkken te temmen…

Dit weekend is er Erfgoeddag. Word er nog naar erfgoed omgekeken? Zorgen wij nog wel voor wat er al zo lang was? Is er nog interesse voor wat oud is, in een wereld waarin alles nieuw en beter moet? Ik hoop van wel. Geschiedenis is veel meer dan een verzameling aan oude stenen. Dat doet mij eraan herinneren: ooit moet ik het Belfort eens op. Ik begin alvast te oefenen op mijn eigen trap. En als ik dan boven ben, met zicht op deze stad, mijn eigen hit te horen. Ja! Challenge accepted! Mijn kuiten en ik, wij kunnen dat!

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 21/04/17)

maandag 17 april 2017

TINE ZIET (62): Buiten

De ramen kunnen weer open. De terrasstoelen zijn opgesteld en de BBQ is al in gebruik genomen. Lenteweer is buitenweer! Zelfs de kuiten mogen eindelijk nog eens om aandacht vragen. Persoonlijk liet ik enkel mijn armen al uit. De rest van mijn lijf moet nog een beetje geduld hebben.

Het valt mij altijd op dat buitenlucht een mens veel meer glimlachen en stralen doet. Bovenal maakt het ook de tongen losser. Of zou dat aan feit liggen dat de zon alcohol rijkelijker laat vloeien?  Zondag klom ik nog eens op mijn ijzeren ros. Terwijl velen aan hun scherm gekluisterd zaten voor de allerlaatste rit van Tom Boonen, waagde ik me aan mijn eigen kleine koers. Na de Lauwse kasseien beloonde ik mezelf op een terrasje. Achter mij zat een vooral vrouwelijk gezelschap luidruchtig aan de cava. Zonder schroom hadden ze het over een categorie mannen die de term ‘speelgoed’ verdiende. Of ze beseften dat anderen ook konden horen hoelang een voorspel gemiddeld dient te duren, weet ik niet. Ik ben geen luistervink, maar door het aantal decibels dat ze produceerden, lag ik bij wijze van spreken ook een beetje in hun bed.

Ik ergerde me niet aan hun gesprek: integendeel ik verkneukelde me erom. Het deed me wel bedenken dat ik het zelf misschien te weinig besef dat anderen mij ook kunnen horen. Dat sommige koppels in restaurants of op terrasjes misschien daarom gewoon zwijgend eten of drinken: om niet gehoord te worden. Als ik in mijn eentje op mijn koertje zit, kan ik al mijn buren horen. Wat ze vertellen, weet ik niet. Ze spreken bijna allemaal een taal die ik niet ken. Ik vind dat schoon. Muren hebben oren en in de zon kan ik op mijn koertje de hele wereld schroomloos horen. 

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 14/04/17)

maandag 10 april 2017

TINE ZIET(61): Magnolia

Er is een tijd geweest waarin ik alle bomen gewoon bomen noemde. Zo ging het ook met auto’s, met taart en met honden. Simpelweg omdat ik de talrijke soorten nog niet kende. Later leerde ik dat er appelbomen waren. Treurhazelaars en populieren. Onlangs verwonderde ik me erover dat pas heel recentelijk de overweldigende schoonheid van de magnoliaboom ontdekte. Hoe kan het zijn dat je al meer dan tien jaar wekelijks langs een boom passeert en dat die je telkens weer ontgaat? Hoe komt het dat je opeens wél voor een beverboom, want dat is de Nederlandse benaming, gaat stilstaan?

Ik heb het in dit geval over het prachtige exemplaar voor de Sint-Dionysiuskerk van Geluwe. Hoewel ik al heel lang wekelijks door Geluwe rij, was de boom me nog nooit eerder opgevallen. Vorige week had ik het geluk dat ik naast de boom kon parkeren. Ik nam de tijd om er even onder halt te houden en de boom, die al volop bloemen verloren had, te bewonderen. Toen ik dat deed, stopte er een vrouwtje. Ze zag me kijken en glimlachte fier. Alsof het haar boom was. Dat was het ook een beetje, want ze wist me trots te vertellen dat ze die boom al haar hele leven kende.

Opeens zie ik ze overal: die mooie magnolia’s en oude vrouwtjes. Ik ben jaloers dat ze al hun hele leven iets kennen wat ik pas na mijn 38ste deed. Misschien is het nét hun fierheid dat een ding, in dit geval de boom, opeens zo mooi laat blinken. Of is het het klimmen van de jaren dat me vaker naar boven doet kijken, dan wat ik daarvoor deed? Wordt zoiets simpel als natuur minder vanzelfsprekend? Of ben ik een mens die zich almaar meer door wat er bestaat laat raken? Met alles wat ik nog niet ken, valt vast een nog mooiere wereld te maken.

(verschenen als column in de De Weekbode / De Leie op 07/04/17)

TINE ZIET (536): Bus

Deze zomerdagen probeer ik meer en meer de confrontatie aan te gaan met al mijn persoonlijkheden. Zo heb ik er meer en meer de behoefte aan ...