Zaterdag ging een nieuwe editie van ‘Matinee Moniek’ door. Deze keer over grotten, spleten en spelonken. Er was enorm veel volk aanwezig en de interesse was groot. Na het middageten met twee van de gasten, besloot ik de expo van Johan Tahon te doen. Om in het thema te blijven. Ik was er nu toch.
De
tentoonstelling vond ik erg aangenaam om te doen. Vooral het gedeelte in ‘t
Schippershof. Daar geeft de kunstenaar met een filmpje uitleg bij elk
kunstwerk. Hij doet dat heel beknopt en rustig. Maar het meest geboeid was ik
eigenlijk door de montage van verschillende fragmenten uit het archief waarin
je als bezoeker een beeld krijgt van de evolutie van Tahon. Als kunstenaar,
maar ook als mens. Het is ook belangrijk om te beseffen dat een kunstenaar als
Johan Tahon, afkomstig uit Menen en geworteld in de academiekelder, ooit ook
een student was, dat hij soms kunstwerken van zichzelf toespreekt en dat hij
ook gewoon een spontaan vreugdedansje maakt als hij complimenten krijgt van een
idool.
Na het bezoekje
reed ik naar huis om mijn was in te stoppen. Ik deed mijn jas aan en wou
richting kunstenfestival NUTZ in BGWG vertrekken, toen ik merkte dat ik al een
vol kwartier bewegingsloos in de zetel zat. Het kwartier werd een half uur en
ineens besefte ik dat mijn vat gewoon af was of dat ik genoeg prikkels had
gehad voor één dag. Daarom besloot ik met spijt in het hart, want je mist
altijd wat, om gewoon de verwarming wat hoger te draaien en thuis in mijn eigen
grot te nestelen. Mijn katten als ronkende dierenhuiden om me heen.
Jabbedabbe-luikentoe!.
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 30/10/26)