Oops, I did it again. Ook al beloofde ik het hier op 14 maart 2013 voor al uw ogen dat ik het nooit meer zou doen. Dat ik het toch deed, komt een stukje door mijn moeder. Ze had een artikel voor me bewaard, zoals ze dat wel vaker doet. Ze gooide het tussen aperitiefje en frietjes voor mijn ogen met de woorden: 'Kijk eens.' En toen verdween ze snel even richting kelder. Subtiel. Ik zag onmiddellijk wat het was: een onderzoek naar datingsites. En welke site nu meer hoop geeft op succes.
Toen ze terug kwam uit de kelder, zei ik: 'Drie van de vijf heb ik al geprobeerd.' Ze schrok er niet eens van. 'Maar de beste? Die ook?' vroeg ze. De datingsite die het meest succesvolle aflopen kende, was volgens de test 'Elitedating'. 'Zie jij me al bij de elite?' grapte ik. En toen zei ze: 'Je moet toch wat.' We hebben het er verder niet over gehad. De frietjes smaakten me wat minder. Ook al waren ze vers. Mijn moeder bedoelde het ongetwijfeld goed, maar haar wanhoop viel toch als papperige aardappelpuree in mijn strot.
Nooit meer. Nooit meer. Heb ik trouwens al een paar keer gezegd. Maar in een of andere vlaag van mijn eenzaamheid beklagen, meldde ik me toch aan. Ik moest een kleine €140 betalen. Er werd mij een persoonlijke aanpak beloofd. Daarvoor moest ik allerlei vragen invullen. Meer dan een uur tijd was daarvoor nodig. En met die €140 zou ik een half jaar lang 'gematcht' worden aan mannen die aan mijn profiel voldeden. Dat leek me allemaal terecht. Ik betaalde namelijk om 'serieus' gekoppeld te worden.
Een dag later al, kreeg ik een achttal partnervoorstellen. Dat is meer dan zonder site in een heel jaar! Blijkbaar waren er op deze planeet toch mannen die bij me pasten... In gedachten zag ik me al in een huwelijksjurk de trap afdalen. Maar na een paar muisklikken zat ik alweer in een of ander huishoudpak: er was geen enkele man die iets gemeenschappelijks met me deelde. Behalve dan een liefde voor wijn. 'Geduld, Tine, geduld.' Zo sprak ik mezelf toe. 'Een man voor jou, valt niet zomaar uit de lucht. Uniek als jij bent, zo moet ook die ander zijn.' Dus ploos ik elke dag met zorg de partnervoorstellen door. En echt waar: na meer dan twee maanden, is er nog geen enkele man die nog maar in de buurt van een dekseltje komt. Mijn ware zit ongetwijfeld op een andere planeet die geen weet heeft van het woord date.
Mijn foto's circuleren intussen al als 'eenzame wanhopige' op het net. Ik zie wie mijn profiel bezoekt, maar niet reageert. Dat is bijna iedere keer. Tussen al die 'discretie' door, zie ik bekende gezichten en zij dus ook het mijne. Niemand geeft zich publiekelijk bloot: 'Hey, jij date toch ook?' Het voelt als een nederlaag. Een schandvlek. Een publiek verlies: 'Tine vindt geen lief.'
Onlangs zei ik het mijn moeder. Dat ik me toch had ingeschreven. Ze haalde duidelijk opgelucht adem. 'Maar het is niets,' zei ik meteen. 'We zullen het maar moeten doen met mijn alleen.' En af en toe, als ze durft, vraagt ze het me: 'En? Is het al wat?' Als ik dan zwijg, zwijgt ze met me mee en schudt het hoofd.
Begrijp me niet verkeerd: ik zoek geen lief voor mijn moeder. Want als ik heel eerlijk ben, vind ik het stiekem wel leuk om naast haar op een bankje te zwijgen. Maar zo naast elkaar, dat kan alleen met haar. Alleen zij mag er deze dagen naar vragen. Dus vraag het me maar niet. Ook niet grappend.
Het voelt als een laatste poging. Een laatste kansje tot dansje. Bloter dan dit, kan jagen niet zijn. Ik, vr, 36, best aardig, spontaan, grappig en creatief. Maar niemand, pakt mij in zijn armen, vindt mij liever dan lief. En hoe lichtvoetig ik soms ben, mijn hart heeft het zwaar van dat falen. Ik heb het in dit leven best fijn, maar niemand zou voor de liefde moeten betalen.
dinsdag 9 juni 2015
donderdag 16 april 2015
stelt paal en perk (26):
Geachte Heer, Geachte Vrouw,
Ruim een week geleden vond ik uw kaartje tussen mijn
ruitenwisser met de vraag of ik mijn auto niet wou verkopen. Een tijdje voelde
ik me uitverkoren. ‘Ik heb blijkbaar een mooie wagen,’ dacht ik. ‘Een auto met toekomst. Wat een investering!’ Het kaartje
brandde in mijn broekzak. Maar dat
trotse gevoel verdween algauw. Blijkbaar waren alle auto’s in mijn straat
interessant. Zelfs zonder technische controle, beschadigd of met veel
kilometers. Tussen de overgebleven confettiresten van carnaval vond ik op
straat overal uw kaartjes. Mijn auto was niet meer uniek. Of U niet bepaald
kieskeurig.
Nu meer dan een week later had ik er vandaag genoeg van om
naar die kaartjes te kijken. Ik raapte ze allen op. In totaal sprokkelde ik in
mijn straat alleen al 23 kaartjes. Voor de duidelijkheid: mijn straat telt iets
meer dan 136 huisnummers…Ook in anders straten werd er kwistig mee gestrooid,
zag ik. Maar ik ben geen reinigingsbedrijf… Dreigde U te verdwalen en markeerde u op deze
manier uw weg terug naar huis?
In elk geval, aangezien al die kaartjes op straat bleven
slingeren, kwam ik tot de conclusie dat er weinig mensen van plan zijn om hun
wagen te verkopen in mijn straat. Wij zijn blijkbaar gehecht aan onze vier
wielen. U moet dus bij ons niet meer langskomen met uw kaartjes. Ze hebben
namelijk totaal geen zin.
Graag zou ik de gevonden kaartjes naar u opsturen. Zodat u
ze opnieuw kan gebruiken. Ergens anders. Geplastificeerde kaartjes in
dubbeldruk (en bovendien in kleur!) zijn niet goedkoop, denk ik. Mag ik uw
postadres ontvangen?
Misschien moet u in het vervolg was selectiever zijn met uw
kaartjes. Zodat wij de indruk hebben dat onze bolide toch bijzonderder is dan
die aftandse roestbak van de buren.
vrijdag 3 april 2015
Schrijf elke dag een brief: een jaarproject
Vorige zomer schreef ik in een opwelling de hele maand augustus brieven. Iedereen die mij beloofde een brief terug te schrijven, schreef ik een ambachtelijk schrijfseltje. Een handgeschreven ontboezeming. Vijfenvijftig enveloppes likte ik dicht. Maar een kleine helft mensen schreef mij nu, ruim een half jaar later nog steeds niet terug. Eerst was ik daar een beetje zurig om, dat geef ik grif toe. Een briefje terugschrijven, hoeveel moeite is dat nu? Een kaartje mocht ook. En beloofd is toch beloofd? Afijn, inmiddels ben ik er al lang niet meer chagrijnig om. Het is zoals het is.
Bij het ingaan van het nieuwe jaar beloofde ik mezelf om elke dag een brief te schrijven. Elke dag één brief. Vandaag gooi ik brief 95 in de rode brievenbus. Ik schrijf spontaan en op verzoek. Aan bekenden en wildvreemden. Aan vrienden en vage virtuele kennissen. Terugschrijven hoeft niet. Maar het mag natuurlijk altijd en maakt me erg blij.
Waarom ik dit in godsnaam doe? Omdat ik vaak heimwee heb naar die goeie oude brieventijd. Vroeger schreven we elkaar brieven in plaats van mailtjes en smsjes. We legden briefjes op de keukentafel, we schreven elkaar een brief en moesten dan een week op een antwoord wachten. Een groot deel van mijn tienertijd versleet ik aan het op wacht staan bij de brievenbus. Als ik thuiskwam waren mijn eerste woorden tegen mijn moeder: 'En was er post voor mij?' Nu zijn de momenten dat postbodes nog blij maken schamel. Een brief in de brievenbus betekent meestal betalen.
Het is zelfs al zover gekomen dat al verschillende mensen mij bekenden dat ze mijn brief nog niet gevonden hadden, omdat ze hun brievenbus niet eens durven openmaken.
Brieven schrijven, is eigenlijk best wel naakt. Er is geen ingebouwde spellingscontrole. Een vlek is een vlek. Een scheurtje een scheur. Breng de brief binnen bij een labo en je vindt mijn geur, mijn parfum, de geur van taart, een verdwaalde huidschilfer, een kattenhaar,... Als je blij bent, schrijf je blij. Ben je triestig, weegt de inhoud misschien wat zwaar. Er is geen standaard lettertype. Een brief van mij is niet een literair meesterwerkje. Het is geen grappige Facebookstatus. Het is een weergave van hoe ik op het moment dat ik schrijf ben: chagrijnig, aangeschoten, vrolijk, verlangend, ziek, dartel, boos,... Ik kan me voorstellen dat wie een brief ontving, ontroerd kan zijn. Of misschien zelfs ontgoochelend. Of gewoon vertwijfeld. Maar je schrijft nu eenmaal zoals je bent.
En ja, het vraagt me veel. Het kost me briefpapier (mijn derde schrijfblok al dit jaar), enveloppes, inktpatronen, postzegels en tijd. Maar ik heb het er graag voor over. Ik kijk dan maar wat minder onzintelevisie, ik was een keer minder af en laat het stof nog meer ophopen. Brieven schrijven geeft me rust tussen de oren. Ik beschrijf het als een weitje in mijn hoofd, waar ik op kan liggen. In dat weitje kijk ik naar de wolken. Naar mijn dag. En wie me leest, ligt naast me op dat weitje. Die laat ik meekijken met mij. Ik besef ook dat het de lezer moeite kost: een brief lezen vraagt meer tijd dan het lezen van een mail. Een handschrift als het mijne ontwarren vraagt om concentratie en geduld. En niet iedereen wil mij in mijn blootje zien.
Toch pleit ik ervoor om weer massaal brieven te schrijven. Het hoeft daarom niet naar mij te zijn. Maar iedereen verdient af en toe nog eens een echte brief op de deurmat. Een brief waarin je je schaamteloos kan verliezen. Een brief die je onder je hoofdkussen kan leggen. Een brief die je kan herlezen. Aaien. Ruiken. Een beetje extra moeite. Aandacht op papier. Wat je in een brief schrijft, is meer doordacht dan in een mail of in een sms. Ook al is het best spontaan. Gun mensen gewoon eens weer het kampgevoel. Geef hen het kriebelig gevoel cadeau. Want geef toch toe: een hart huppelt toch altijd een beetje bij de aanblik van een échte brief tussen al die onpersoonlijke post. Gun jezelf ook weer eens dat weitje. Durf je handschrift weer aan elkaar te laten zien.
Wie nog een brief van mij wil, kan zich bij mij aanmelden en hoeft niet voor een opdringerige liefdesbrief te vrezen. Daar doe ik niet meer aan. Die paar exemplaren die ik ooit schreef waarin ik mijn verliefdheid bekende, bleven onbeantwoord, ondanks het hoopvol wachten. Liever koester ik de hoop dat de postduif ooit terug zal komen, dan dat ik mijn hart nog een keer helemaal in een enveloppe plooi. Maar verwacht je wel aan een brief van iemand met liefs aan de vingers. En moois in de ogen. Meer liefde krijg je van mij niet: net genoeg om je aan te warmen.
Bij het ingaan van het nieuwe jaar beloofde ik mezelf om elke dag een brief te schrijven. Elke dag één brief. Vandaag gooi ik brief 95 in de rode brievenbus. Ik schrijf spontaan en op verzoek. Aan bekenden en wildvreemden. Aan vrienden en vage virtuele kennissen. Terugschrijven hoeft niet. Maar het mag natuurlijk altijd en maakt me erg blij.
Waarom ik dit in godsnaam doe? Omdat ik vaak heimwee heb naar die goeie oude brieventijd. Vroeger schreven we elkaar brieven in plaats van mailtjes en smsjes. We legden briefjes op de keukentafel, we schreven elkaar een brief en moesten dan een week op een antwoord wachten. Een groot deel van mijn tienertijd versleet ik aan het op wacht staan bij de brievenbus. Als ik thuiskwam waren mijn eerste woorden tegen mijn moeder: 'En was er post voor mij?' Nu zijn de momenten dat postbodes nog blij maken schamel. Een brief in de brievenbus betekent meestal betalen.
Het is zelfs al zover gekomen dat al verschillende mensen mij bekenden dat ze mijn brief nog niet gevonden hadden, omdat ze hun brievenbus niet eens durven openmaken.
Brieven schrijven, is eigenlijk best wel naakt. Er is geen ingebouwde spellingscontrole. Een vlek is een vlek. Een scheurtje een scheur. Breng de brief binnen bij een labo en je vindt mijn geur, mijn parfum, de geur van taart, een verdwaalde huidschilfer, een kattenhaar,... Als je blij bent, schrijf je blij. Ben je triestig, weegt de inhoud misschien wat zwaar. Er is geen standaard lettertype. Een brief van mij is niet een literair meesterwerkje. Het is geen grappige Facebookstatus. Het is een weergave van hoe ik op het moment dat ik schrijf ben: chagrijnig, aangeschoten, vrolijk, verlangend, ziek, dartel, boos,... Ik kan me voorstellen dat wie een brief ontving, ontroerd kan zijn. Of misschien zelfs ontgoochelend. Of gewoon vertwijfeld. Maar je schrijft nu eenmaal zoals je bent.
En ja, het vraagt me veel. Het kost me briefpapier (mijn derde schrijfblok al dit jaar), enveloppes, inktpatronen, postzegels en tijd. Maar ik heb het er graag voor over. Ik kijk dan maar wat minder onzintelevisie, ik was een keer minder af en laat het stof nog meer ophopen. Brieven schrijven geeft me rust tussen de oren. Ik beschrijf het als een weitje in mijn hoofd, waar ik op kan liggen. In dat weitje kijk ik naar de wolken. Naar mijn dag. En wie me leest, ligt naast me op dat weitje. Die laat ik meekijken met mij. Ik besef ook dat het de lezer moeite kost: een brief lezen vraagt meer tijd dan het lezen van een mail. Een handschrift als het mijne ontwarren vraagt om concentratie en geduld. En niet iedereen wil mij in mijn blootje zien.
Toch pleit ik ervoor om weer massaal brieven te schrijven. Het hoeft daarom niet naar mij te zijn. Maar iedereen verdient af en toe nog eens een echte brief op de deurmat. Een brief waarin je je schaamteloos kan verliezen. Een brief die je onder je hoofdkussen kan leggen. Een brief die je kan herlezen. Aaien. Ruiken. Een beetje extra moeite. Aandacht op papier. Wat je in een brief schrijft, is meer doordacht dan in een mail of in een sms. Ook al is het best spontaan. Gun mensen gewoon eens weer het kampgevoel. Geef hen het kriebelig gevoel cadeau. Want geef toch toe: een hart huppelt toch altijd een beetje bij de aanblik van een échte brief tussen al die onpersoonlijke post. Gun jezelf ook weer eens dat weitje. Durf je handschrift weer aan elkaar te laten zien.
Wie nog een brief van mij wil, kan zich bij mij aanmelden en hoeft niet voor een opdringerige liefdesbrief te vrezen. Daar doe ik niet meer aan. Die paar exemplaren die ik ooit schreef waarin ik mijn verliefdheid bekende, bleven onbeantwoord, ondanks het hoopvol wachten. Liever koester ik de hoop dat de postduif ooit terug zal komen, dan dat ik mijn hart nog een keer helemaal in een enveloppe plooi. Maar verwacht je wel aan een brief van iemand met liefs aan de vingers. En moois in de ogen. Meer liefde krijg je van mij niet: net genoeg om je aan te warmen.
zondag 29 maart 2015
Droom (49):
Je leert lesjes van je dromen. Zover is het al gekomen. Daarnet droomde je dat je eindelijk eens aandacht kreeg van wie je dat eigenlijk best wel wilt. Je kreeg zijn aandacht door gewoon naast hem te zitten zwijgen. Tijdenlang. Op een bankje in de zon. En na slechts een blik sloeg de vlam in de pan. En dan lig je wakker al de moeite te vervloeken die je in je jagersleven al deed. Want het klopt: uitsloverij is geen jas die je past, uit stilte groeit er meer.
Droom (48):
Ze wordt in haar dromen al enkele nachten gekoppeld omdat dat in het echte leven ook zo gaat. Maar anders dan overdag heeft ze in haar dromen nooit iets door. Dat scheelt een hoop jeuk. Afgelopen nacht bijvoorbeeld werd ze gekoppeld aan een chocoladetaart, een springveer en een grasveld. Ze beet in de eerste, kneep in de tweede en legde haar volle gewicht op nummer drie. Het lijkt onbenullig. Dat is het niet: eens wakker is er niemand die blijft en zo valt bij het ontbijt weer op een oude broodkorst te kauwen.
vrijdag 13 maart 2015
Droom (47):
Ze was vannacht succesvol in haar droom. Dat uitte zich vooral in al die onbekende mannen die haar na afloop van haar optreden kwamen kussen. De stoppels gloeien nog na op haar wangen. Er is nog hoop. Maar hoe vindt ze in godsnaam die ene die zo lekker rook terug? Ze heeft niet eens een naam maar weet dat hij naar de ware geurde. Wil iedereen die haar vandaag ziet haar wangen zoenen? Wie weet zal ze de geur herkennen zonder dromen.
Droom (46):
Met een klein toefje koorts draaien ze weer overuren: dromen die zo heftig spartelen onder dons en in een hoofd, maar eens wakker zijn vervlogen tot de klamheid van je laken. Het is als nachtvissen voor beginners en niets vangen omdat je hengelt naar de dag in plaats van vis. Was er maar een opvanghuis voor verloren dromen.
Abonneren op:
Posts (Atom)
TINE ZIET (536): Bus
Deze zomerdagen probeer ik meer en meer de confrontatie aan te gaan met al mijn persoonlijkheden. Zo heb ik er meer en meer de behoefte aan ...
-
Tany Minoek! liet zich dit weekend onderdompelen in het lentegroen poëziefestival * zaoem * en weet ineens geen klanken meer. Een dik jaar ...
-
Dinsdagavond zat ik met leerlingen in CC Guldenberg in Wevelgem voor de voorstelling ‘Serdi’. Een tweetal weken geleden volgden wij nog een ...
-
Sinds kort bewandel ik een nieuw pad. Ik ga uitvaarten voor in aula’s. Niet als uitdaging maar voor écht. Naast mijn job als juf. Voor sommi...
