maandag 12 mei 2014
Droom 29
In mijn droom moest ik me verplaatsen in een museum. De tentoonstelling had als titel: 'De mens en zijn vernedering'. Overal waren harde en gênante performances. Iedereen liep vrolijk door de zalen. Ik verdwaalde als enige steeds dieper in vernedering. Voelde me als zeldzame bezoeker almaar lelijk naakter. Zwetend ontwaakte ik. Op mij lag geen donsdeken. Enkel diepe klamme schaamte.
Droom 28
In mijn droom kreeg ik seksuele voorlichting van een 10-jarige. Terwijl hij zijn arm in een rubberen handschoen wurmde, zei hij dat alle mannen een slurfje hadden dat soms - in prettige omstandigheden - een windbeen werd. Ik fronste mezelf wakker.
Droom 27
Sommige dromen zijn lieve doden zo onwaardig dat je ze 's ochtends uit hun vermolmde kist zou willen halen. Aaien. Nooit meer willen slapen.
Droom 26
Ze werd deze nacht met de ogen dicht door Rodin kussend uit een marmerblok gehouwen. In het begin vond ze dat nog opwindend. Maar na enige tijd werd dat versteende toch heel erg koud. En niet wetend wie aan haar lippen hing, leek het uiteindelijk toch wel op kussen met de dood.
Vrij
Weten jullie dat ik wekelijks naar de gevangenis van Brugge
ging om daar alleen met een gedetineerde in een bureautje te zitten. Om hen te
vragen een brief te schrijven over hun grootste ervaring van vrijheid? De
meesten weten het wel, want ik kon daar niet over zwijgen, omdat het zo'n grote
indruk maakte. In elk geval: het was een bijzondere periode dit jaar. En
ik weet dat ik die gevoelens die ik daar heb opgedaan zal meedragen mijn hele
leven.
De brieven/teksten die geschreven werden, kwamen in handen van
de leerlingen fotografie van de academie van Menen en Gent. Die maakten bij
elke tekst een foto. Afgelopen donderdag was er een ontmoetingsmoment tussen de
fotografen en de gedetineerden. Het was een zeer magische avond. En bovenal: de
resultaten mogen gezien worden!
Graag nodig ik jullie uit voor de tentoonstelling 'Vrij'
in het Stadsmuseum 't Schippershof (Rijselstraat 77 in Menen). De opening
vindt plaats op 24 mei om 19u. Ikzelf kan daar door examens niet
bij aanwezig zijn. Maar Delphine Denaghel zal met verve een tekst
voorlezen die ik geschreven heb naar aanleiding van het project.
Mochten jullie graag een persoonlijke toelichting krijgen:
ikzelf voorzie enkele momenten waarop ik aanwezig zal zijn. Maar het is
niet de bedoeling dat ik traditioneel zal gidsen: want elke brief lezen jullie
best zelf. Dat verdienen de gedetineerden wel. Maar ik ben best wel trots dat
ik hieraan mocht/kon meewerken.
zondag 25 mei: 15u30 tot 17u30
zaterdag 31 mei: 15u30 tot 17u30
zondag 1 juni: 14u tot 16u
De tentoonstelling is te bezichtigen tot 8 juni.
Het museum is van woensdag tot en met zondag open van 14u
tot 17u30,
Niet-Menenaren betalen €2.
dinsdag 29 april 2014
stelt paal en perk (16):
Als kind las ik strips om niet in een gesprek betrokken te worden. Een ideaal wapen vond ik dat. Vanachter de plaatjes deed ik alsof ik las, men liet mij met rust maar eigenlijk hoorde ik meer dan de helft van het gesprek toch. Ik hoefde er alleen niet aan deel te nemen en vormde terwijl ik Jommeke, Urbanus, Suske en Wiske las een eigen mening.
Een grote fan van Suske en Wiske was ik niet. Maar met één exemplaar had ik een bijzondere band. Ik nam het telkens weer de handen als er een zware discussie door huis ketste. Het was De parel in de lotusbloem. Een speciaal nummer dat Paul Geerts maakte als hommage aan Willy Vandersteen. In deze strip wordt Tante Sidonia doodziek omdat ze het slechte nieuws om zich heen niet meer kan verwerken. Meer nog: ze zal sterven als er geen wonder geschiedt. Suske en Wiske vinden uiteindelijk in Nepal dé redding. Na een heleboel spannende avonturen, mogen ze bij de Dalai Lama komen die twee witte sjaals de lucht in laat vliegen. Diegene die de sjaal draagt zal nooit sterven. Eén sjaal komt om de nek van Willy Vandersteen te hangen, de ander waait helemaal tot rond het smalle nekje van Sidonia. Wonder boven wonder: met die sjaal is tante weer zo optimistisch als een fris en levend hoentje.
Het leek me onzin. Dat iemand doodziek kon worden van slecht nieuws. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik natuurlijk tot het besef kom dat dit helemaal niet zo onzinnig is. Meer nog: ik krijg er zelf ook last van. De eerste keer dat ik het besefte was toen ik enorm zwaarmoedig werd bij het nieuws van de opgravingen in de tuin van Marc Dutroux. Dagen luisterde ik met de ramen open naar de Noodlotsymfonie. Horendol werden mijn ouders daarvan. Maar voor mij was het een soort verwerken. Vanaf dat moment had ik het wel vaker als ik naar het nieuws keek. De eerste keer dat ik ook fysiek onwel werd, was toen ik het nieuws hoorde over de dolle schutter in Utøya. Ik hoorde het nieuws in de auto en moest mezelf dwingen aan de kant te gaan staan. Vanaf dat moment stelde ik een buffer in bij mezelf: minder naar het nieuws luisteren en kijken en meer misdaadfictie voor mij: die is toch niet echt. Tegenwoordig zijn hier allerlei psychische termen voor en is dit op te lossen met therapie en een pilletje. Maar voorlopig weet ik dat nog liever niet. In elk geval: de oplossing zal ik wellicht niet vinden in de handen van de Dalai Lama en eeuwig leven wil ik al helemaal niet. Stel je voor!
Me helemaal afsluiten voor slecht nieuws wil ik niet. Niet alleen zou ik dan nog meer naïviteit kweken of alle zin voor realiteit verliezen. Ik zou misschien de mens worden die ik veracht: de bikkelharde bulldozer die apathisch iedereen plat walst. Dus probeer ik het nieuws dat tot bij mij komt op te nemen met een denkbeeldige strip in handen. Ik bedenk er lichte tekstballonnen bij. Soms lukt me dat. Maar evenveel ook niet.
Voorlopig valt er op zich nog wel mee te leven met die overdosis aan empathie.In deze dagen met de hoogste algehele zuurtegraad in tijden (bijna alles en iedereen drijft tegenwoordig in azijn), krijg ik het wel steeds lastiger om mezelf van zwartgalligheid te bevrijden. Dat geef ik hier grif en eerlijk maar met een kwinkslag toe. Al is het strikje van Wiske inmiddels wat oubollig achterhaald en hoewel we fysiek wel uitersten zijn, zit er toch een behoorlijk stukje Tante Sidonia in mij. Wie of wat zal mijn Parel in de Lotusbloem zijn?
Een grote fan van Suske en Wiske was ik niet. Maar met één exemplaar had ik een bijzondere band. Ik nam het telkens weer de handen als er een zware discussie door huis ketste. Het was De parel in de lotusbloem. Een speciaal nummer dat Paul Geerts maakte als hommage aan Willy Vandersteen. In deze strip wordt Tante Sidonia doodziek omdat ze het slechte nieuws om zich heen niet meer kan verwerken. Meer nog: ze zal sterven als er geen wonder geschiedt. Suske en Wiske vinden uiteindelijk in Nepal dé redding. Na een heleboel spannende avonturen, mogen ze bij de Dalai Lama komen die twee witte sjaals de lucht in laat vliegen. Diegene die de sjaal draagt zal nooit sterven. Eén sjaal komt om de nek van Willy Vandersteen te hangen, de ander waait helemaal tot rond het smalle nekje van Sidonia. Wonder boven wonder: met die sjaal is tante weer zo optimistisch als een fris en levend hoentje.
Het leek me onzin. Dat iemand doodziek kon worden van slecht nieuws. Maar hoe ouder ik word, hoe meer ik natuurlijk tot het besef kom dat dit helemaal niet zo onzinnig is. Meer nog: ik krijg er zelf ook last van. De eerste keer dat ik het besefte was toen ik enorm zwaarmoedig werd bij het nieuws van de opgravingen in de tuin van Marc Dutroux. Dagen luisterde ik met de ramen open naar de Noodlotsymfonie. Horendol werden mijn ouders daarvan. Maar voor mij was het een soort verwerken. Vanaf dat moment had ik het wel vaker als ik naar het nieuws keek. De eerste keer dat ik ook fysiek onwel werd, was toen ik het nieuws hoorde over de dolle schutter in Utøya. Ik hoorde het nieuws in de auto en moest mezelf dwingen aan de kant te gaan staan. Vanaf dat moment stelde ik een buffer in bij mezelf: minder naar het nieuws luisteren en kijken en meer misdaadfictie voor mij: die is toch niet echt. Tegenwoordig zijn hier allerlei psychische termen voor en is dit op te lossen met therapie en een pilletje. Maar voorlopig weet ik dat nog liever niet. In elk geval: de oplossing zal ik wellicht niet vinden in de handen van de Dalai Lama en eeuwig leven wil ik al helemaal niet. Stel je voor!
Me helemaal afsluiten voor slecht nieuws wil ik niet. Niet alleen zou ik dan nog meer naïviteit kweken of alle zin voor realiteit verliezen. Ik zou misschien de mens worden die ik veracht: de bikkelharde bulldozer die apathisch iedereen plat walst. Dus probeer ik het nieuws dat tot bij mij komt op te nemen met een denkbeeldige strip in handen. Ik bedenk er lichte tekstballonnen bij. Soms lukt me dat. Maar evenveel ook niet.
Voorlopig valt er op zich nog wel mee te leven met die overdosis aan empathie.In deze dagen met de hoogste algehele zuurtegraad in tijden (bijna alles en iedereen drijft tegenwoordig in azijn), krijg ik het wel steeds lastiger om mezelf van zwartgalligheid te bevrijden. Dat geef ik hier grif en eerlijk maar met een kwinkslag toe. Al is het strikje van Wiske inmiddels wat oubollig achterhaald en hoewel we fysiek wel uitersten zijn, zit er toch een behoorlijk stukje Tante Sidonia in mij. Wie of wat zal mijn Parel in de Lotusbloem zijn?
donderdag 17 april 2014
stelt paal en perk (15):
Geachte,
Toen ik inmiddels meer dan twee jaar geleden in uw stad kwam wonen, had ik lak aan wat vrienden en familieleden van Menen dachten. Velen verklaarden me eerlijk gezegd gek. Maar aangezien ik in deze stad werk en omdat ik me hier eigenlijk goed voelde, leek het mij heerlijk om Menenaar te worden. Worden, ja, want als je meer dan dertig jaar in een ander dorp leefde, duurt het wel even voor het etiket 'Menenaar' op je voorhoofd kleeft.
Vooreerst is er natuurlijk het sappige dialect. Dat heb ik nog steeds niet echt onder de knie. 'Leer eens Menens!' grapt men soms. Daarnaast is het belangrijk om te integreren in een stad waar je woont. Dat je de mensen kent, de gebruiken, de tradities,... Voor iemand die eigenlijk best verlegen is, is dat niet altijd makkelijk, maar ik geloof dat dat eigenlijk wel lukt. Steeds meer herken ik mensen in het straatbeeld en meer nog: zij herkennen ook mij. Ik daag regelmatig op bij culturele activiteiten: zo ben ik vaste bezoeker van uw cultureel centrum en van de bibliotheek. Ik laat mij zien of werk mee op festiviteiten. Mijn boodschappen doe ik meestal lokaal en in de plaatselijke horeca durf ik me ook meer en meer te laten zien. Via mijn werk en interesses leer ik steeds meer Menenaars kennen. Ik smeed hier vriendschapsbanden voor het leven met mensen die het me niet kwalijk nemen dat ik hier ben komen wonen. Kortom: ik denk wel dat ik op goede weg ben, een rasechte Menenaar te worden. Eenmaal ik die titel verworven heb, zal ik hem met trots dragen.
Groot was mijn verbazing om begin deze week een briefje van de Gemeenschapswacht in mijn brievenbus te vinden. Daarin werd ik op de vingers getikt omdat mijn 'terrein-woning-gebouw-gevel-voetpad sterk begroeid is met onkruid'. Nu, ik ben geen grootgrondbezitter: ik bewoon een klein rijhuisje in de Koningstraat. Het kon dus alleen maar over mijn stoepje gaan, want de grijze gevel vertoonde geen tikje groen. Maar waar ik me eigenlijk nog meer zorgen over maakte was de volgende zin: 'Je hebt er alle belang bij om dit in orde te brengen, want bij aanhoudende verwaarlozing kan een GAS-boete opgemaakt worden.' Dat is toch even schrikken, want hoe je het ook leest, dit leest als een bedreiging, maar ook als een belediging. Het simpel briefje wijst me met de vinger en zegt dat ik verwaarloos. Niemand wil boetes betalen, maar niemand wil ook het etiket 'verwaarlozer' op zijn voorgevel geplakt krijgen. Ik repte me naar buiten en inspecteerde mijn stoep: er stonden wat zielige plukjes mos. Meer niet.
Ik begreep het eerlijk gezegd niet. Dus ik liet bovenstaande foto en het briefje van de Gemeenschapswacht aan enkele vrienden zien. Eén enkeling vond het maar normaal. Sommigen vonden het schandalig en zaten onmiddellijk weer op het paard: 'Dat komt ervan als je in Menen gaat wonen!' Anderen vonden het hilarisch en waarschuwden mij dat ik, lichtgelovige, me weer had laten beetnemen. Dus ik twijfelde even. Aarzelend mailde ik de Preventiedienst. Al heel snel kreeg ik een vriendelijk antwoord dat het wel degelijk om een serieuze aangelegenheid ging. Dat men mij, in het vooruitzicht van de zomermaanden gewoon had willen informeren over onkruid aan mijn voorgevel. Maar de woorden 'Je hebt er alle belang bij om dit in orde te brengen, want bij aanhoudende verwaarlozing kan een GAS-boete opgemaakt worden.' lieten me niet los.
Die nacht droomde ik dat ik Menen uitgezet werd om wat onkruid op mijn stoep. Badend in het zweet, besloot ik die ochtend om wat aan dat zwaard van Damocles te doen. Om paal en perk te stellen aan de 'verwaarlozer' die ik was. Ik maakte mijn scherpe schilmesje bot, haalde bleekwater, azijn én schuurborstel. Ik nodigde zelfs vrienden uit voor de 'ontgroening van mijn stoep', maar helaas kwam niemand opdagen. Uiteindelijk was het eindresultaat: een klein hoopje groen in een potje maar vooral een schone stoep.
Het gemis aan die sprietjes, maakte ik goed door even naar de plaatselijke bloemist te rijden en een grote bak viooltjes te kopen. Enfin: als u voorbijkomt, mijn voorgevel vertoont nu echt wat groen. Ik hoop dat U dan trots denkt: 'Hier woont een Menenaar die meewerkt aan een schone en aangename stad!' Want natuurlijk: onkruid hoort naast hondenpoep en zwerfvuil niet in het straatbeeld thuis. De briefjes van de Gemeenschapswacht waren niet zonder succes: de Koningstraat werd afgelopen dagen toch een beetje Schrapersstraat.
Bij deze beloof ik plechtig om in de toekomst zo weinig mogelijk groen uit mijn stoeptegels te laten piepen. Maar verlos me van die nachtmerries en dat zwaard: mag ik nu in Menen blijven? Mag ik nog Menenaar worden?
Hartelijk,
Tine
PS: Voordat ik met het botte schilmesje aan de slag ging, wou ik wel leren hoe te ontgroenen. Daarom wandelde ik even naar het postadres van de Preventiedienst en daarna ook nog even naar het Stadhuis. Die voorstudie bleek uiterst nuttig.
Abonneren op:
Posts (Atom)
TINE ZIET (536): Bus
Deze zomerdagen probeer ik meer en meer de confrontatie aan te gaan met al mijn persoonlijkheden. Zo heb ik er meer en meer de behoefte aan ...
-
Tany Minoek! liet zich dit weekend onderdompelen in het lentegroen poëziefestival * zaoem * en weet ineens geen klanken meer. Een dik jaar ...
-
Dinsdagavond zat ik met leerlingen in CC Guldenberg in Wevelgem voor de voorstelling ‘Serdi’. Een tweetal weken geleden volgden wij nog een ...
-
Sinds kort bewandel ik een nieuw pad. Ik ga uitvaarten voor in aula’s. Niet als uitdaging maar voor écht. Naast mijn job als juf. Voor sommi...





