maandag 26 januari 2026

TINE ZIET (509): Agendablunder

Gisteren ontdekte ik per ongeluk dat ik al een paar jaar verkeerdelijk mijn agenda invul in mijn gsm. Omdat ik met verschillende google-accounts zit, privé en werk en niet wist dat ik dus telkens het juiste account moest selecteren. Zo plaatste ik privé-afspraken zoals ‘gynaecoloog’ , ‘moeke’ en ‘mosselen’ in de agenda van het werk. In combinatie met ‘Drift’ en dates die ik met vrienden en vriendinnen had, moet  ik wie dat heeft opgemerkt nogal een inkijk in mijn privéleven hebben gegeven. Heeft iemand dat gemerkt?

Het is op zich geen wereldramp, maar ik kreeg toch een beschaamde kramp in mijn maag bij de gedachte dat mijn onkunde me zo heeft blootgegeven. Of het nu werd vastgesteld of niet. Het is erg gênant dat oversten en collega’s dit überhaupt hadden kunnen zien en misschien nog verontrustender dat ze het zagen, maar dat niet te kennen gaven.

Wat me dan weer tot dit brengt: Zou ik het melden? Of zou ik liever stiekem meelezen in de persoonlijke dagindeling van mijn collega? Wil ik weten dat ze een date hadden? Of ze een urinestaal moesten binnenbrengen? Dat ze niet mogen vergeten om brood te kopen? Of welke vrienden ze na hun werktijden zien? Ik zou kunnen vertellen dat het me niet zou boeien. Maar op een slapeloze nacht, zou ik het misschien wel eens durven onderzoeken. Of er een bijeenkomst was, waar ik niet was op uitgenodigd bijvoorbeeld. Wie elkaar naast het werk zag. En vooral: wie ziek was na een feest? Of voor vakantie.

Eigenlijk is het niet ok. Onkunde in al die vooruitgang zet ons constant met de billen bloot.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 23/01/26)

maandag 19 januari 2026

TINE ZIET (508): Kind in lijf

Zoals in eerdere stukjes aangegeven ben ik geen held als het over sneeuw gaat. Ik kan naar sneeuw blijven kijken en daar stopt het eigenlijk mee. Ik zou mezelf het liefste thuis verschansen achter het raam. Autorijden is niet leuk. Wandelen is niet aangenaam, behalve dan die eerste krakende stapjes. En fietsen is helemaal not done.  Er moest evenwel gewerkt worden. Dus ik verplichtte mezelf natuurlijk de verstevigde burcht uit.  Goed ingeduffeld. Maar zonder sneeuwschoenen. Om een of andere reden, slippen mijn schoenen altijd. Ook al is hun profiel duidelijk.

Van alle dingen die ik uit mijn kindertijd mis, is het sneeuwpret misschien datgene wat ik het meeste mis. Vol bewondering naar die vlokken kijken. Sneeuwballen rollen. Sneeuwpop maken. En moeiteloos lopen op een witte ondergrond zonder de krampachtigheid van een oud dametje.

Mijn leerlingen van het eerste middelbaar speelden samen in de sneeuw woensdag toen ik ze ging halen voor het begin van hun les. Ik werd er zowaar een beetje emotioneel van om ze zo samen te zien en begon enkele minuten later met de les. Het plezier was hen gegund.

Heel even dacht ik nog: zal ik ook mijn pret uit de kast halen? Toch koos ik voor de veilige en minder koude optie om ze vanachter het glas gade te slaan. Het deed me goed te zien dat het nog bestaat dat ongeremde. Dat de impact van sneeuw nog magisch is. Terwijl ze anders alle drie zwijgend naast elkaar zitten te appen, kozen ze voor samen spelen.  Ze kozen voor het kind in hun lijf.  Dat maakte me blij.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 16/01/26)

maandag 12 januari 2026

TINE ZIET (507): Gespot

Omdat afgelopen dagen nogal intens waren, had ik ervoor gekozen om oudjaar in mijn eentje te vieren. In Oostende. Ik had een appartement gehuurd en had net een eerste glaasje cava op toen ik besloot om nog een wandeling te maken. Want uitwaaien, daar kwam ik voor. In Oostende neem ik altijd een beetje dezelfde routes.

In de Langestraat was de opname van ‘De Tijdloze’ bezig. Ik bleef er niet voor stilstaan, maar toen werd ik opeens aangesproken door een galante man op leeftijd die met mij wou dansen op ‘Mia’ van Gorki. Lachend nam ik zijn aanbod aan. De jeugd om ons heen spotte een beetje, maar toen dansten we dus. Het duurde een tijdje voor ik door had dat het dansje op het scherm verscheen en dat het dus ook werd uitgezonden op de TV; Een beetje van mijn melk, gaf ik de man een kus en bedankte hem en vertrok dus voor het einde van de dans. Richting dijk.

Ik lachte van oor tot oor en bedacht dat ik die man misschien wel gelukkig had gemaakt. Eenmaal op de dijk kreeg ik al berichten van mensen die me hadden herkend. Later kon ik de beelden herbekijken. Het was een mooi ontroerend dansje. Maar toen ik dus uit het camerabeeld was verdwenen, pakte de man al een andere vrouw vast. Wat voor mij bijzonder was geweest, was voor hem eentje in de rij. En dat ik de nationale televisie haalde, terwijl ik met rust wilde worden gelaten, is natuurlijk ook weer iets. Later toen het middernacht was, betrapte ik mezelf op tranen. Staand tussen een uitgelaten meute voor het indrukwekkend vuurwerk. Gelukkig werd ik daar niet gespot.

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 08/01/26)

maandag 5 januari 2026

TINE ZIET (506): Generatie Y

Zaterdag stond ik oog in oog met de grootste ramp in mijn leven: mijn computer leek ineens helemaal kapot. De moed zonk me helemaal in de schoenen. Met drie uitvaarten, twee zelfgeschreven toneelstukken en een toneelbewerking en in volle voorbereiding van de biechtstoelact voor Reckebilck café, leek ik alles ineens kwijt te zijn. Want drives, clouds en back-ups? Hoe zit dat ook weer? En heb je daar dan geen andere computer voor nodig, die ik niet heb?

Gelukkig werd ik geholpen door een vriend die ICT’er is. Ik heb amper anderhalf uurtje moeten zweten, schat ik. Blijkbaar was er iets misgegaan met updates. “En nu, alles opslaan!” zei hij. En terwijl ik “Jaja” zei, was ik alweer eigenwijs niet aan het bewaren.

Hoe komt het toch dat ik herinneringen wil en kan bewaren? Dat ik lijstjes van toneelstukken, boeken, series, films, expo’s, concerten,… verzamel? Maar dat ik mijn eigen documenten nog steeds niet op de beste manier op sla? We zijn het niet geleerd, bedenk ik dan. Voor mijn zijn clouds, heerlijke wolken om naar te kijken. In mijn informatica-lessen ging het over plotters en moesten we autootjes laten rijden. Alles wat daarna kwam, is door zelfstudie. Geen automatische updates. Wat misschien dan ook weer een goede zaak is, gezien mijn geblokkeerde laptop.

Ben ik de enige? Wellicht niet. We waren met een hele generatie. Generaties nitwits. Het is een magere troost dat er ook een andere generatie is, die ons uit de nood kan helpen of niet. Hierbij een boodschap van algemeen nut, maar vooral voor mezelf: “Sla in dit nieuwe jaar massaal op!”

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 31/12/25)

maandag 29 december 2025

TINE ZIET (505): Hohoho

In een overvloed van kersttruien, feestelijke promoties en kadootjes, ben ik tot de ontdekking gekomen dat het voor mij dit jaar niet hoeft. Misschien ligt het aan het feit dat ik niet het gevoel heb dat het winter is. Kerst is toch haardvuur en sneeuw? Nieuwjaar is toch een dampende lucht uit je mond als je ’s nachts naar huis  waggelt? Wat is de zin van glühwein als je handen niet eens écht koud hebben? Daarom pleit ik op de allerlaatste valreep voor een uitstel van de jaarwisseling.

De kerstvakantie en vrije dagen mogen blijven. Onze agenda is daar nu op ingesteld. Kunnen we niet afspreken – al zullen sommige ministers hier absoluut bij steigeren – dat we over een maand nog eens een week afspreken om rond de kerstboom te zitten?

Het moge duidelijk zijn: niet alleen leerkrachten en kinderen maar werkelijk iedereen! Is het niet in het belang van elke mens om toch wat meer te kunnen ontspannen? Werkt dat niet helend voor elk mentaal welzijn?  Doen die dagen trouwens niet meer kopen? Meer investeren in familietijd? Zomaar een weekje oplaadtijd extra.  Verplicht stilstaan. Zelfs bakkers, traiteurs,… Iedereen mag er van mijn part even uit. Hamstervoorraad wegwerken. Met een gebakken ei, kan het ook.

Mijn wensballon zal snel doorprikt worden. Mensen moeten blijvend geholpen worden.  Koeien moeten nu eenmaal hun melk kwijt. Nog minder lestijd om die dekselse einddoelen te bereiken?  Er was een tijd waarin we in grotten leefden. Er was nog geen kerstman in ons midden en geluk was nog onbestaand maar er was gezelligheid. Samen dicht bij vonkend vuur. 

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 24/12/25)

dinsdag 23 december 2025

TINE ZIET (504): Studiedag

Vorige week troepten alle leerkrachten muziek en woord uit het deeltijds kunstonderwijs uit West-Vlaanderen samen in Kortrijk voor de pedagogische studiedag.  Het was een drukte van jewelste. Terwijl ik vroeger een beetje onzeker werd van deze dagen, bevind ik me de laatste jaren in een soort flow die zegt: “Laat maar komen!” Het is opeens stukken aangenamer om collega’s uit andere scholen tegen te komen.  Misschien omdat ik niet voel dat ik me moet bewijzen tussen die collega’s. Of wellicht omdat ik mezelf stukken prettiger vind zoals ik nu ben.

Ik volgde een workshop over stand-up comedy en mocht daarna ook nog luisteren naar een tovenaar van licht, die onder andere de muziekshows van Pommelien Thijs in het licht zet. Niet dat ik die specifieke ambitie heb, maar wat boeiend om gepassioneerde mensen over hun vak bezig te horen! Ik wens het iedereen toe: je werk met passie kunnen doen. Het werkt enorm aanstekelijk.

En daarom alleen al was mijn pedagogische studiedag een succes. Soms heb je aan de energie van anderen genoeg om zelf op te laden. Het omgekeerde is ook het geval. Zet een paar zwartkijkers samen en ook dit zet aan tot een samenzwering van geklaag. Het had ook zo’n studiedag kunnen worden. Positiviteit opslorpen, doet het ook uitstralen.

Enkele vriendinnen gebruiken de term ‘zuigtabletten’ als het om energievretende vriendschap gaat en ‘bruistabletjes’ over vrienden die aanstekelijk zijn. Leve de bruis! Leve de energie!

 (verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 18/12/25)

maandag 15 december 2025

TINE ZIET (503): Hoede

Afgelopen week mocht ik weer ervaren dat ik na al die jaren nog steeds bang ben van Sinterklaas en zijn knecht. Toen ik nietsvermoedend een warenhuis in wandelde, zag ik ze bij de groenten- en fruitafdeling staan om daar klanten op te wachten. Ik merkte dat ik treuzelde en dat ik hun richting toch probeerde te ontwijken. Als waren ze een politiecontrolepost. Ik voelde een opluchting door me heen gaan, toen ik constateerde dat ze me niet hadden aangesproken. Mijn blos kon onderhuids blijven. Mijn ongemak slikte ik door bij de schappen met de schoonheidsproducten. Wat bezielt een zesenveertigjarige vrouw dat ze nog altijd knikkende knietjes krijgt van dit duo?

Bij nader inzien heb ik het ook met clowns, mascottes van parken en agenten. Zelfs als ik de persoon onder vermomming ken. Niet dat ik enige verwantschap zie in deze specifieke voorbeelden. Gaat het om ontzag? Of pure schrik? De lijn is dunnetjes. Deze zomer mocht ik ervaren dat ik het ook heb met helden: ik kan echt nog dichtklappen als ze in mijn buurt komen. Maar evengoed bij mensen die ik ten alle koste wil negeren omdat ze me een onbehaaglijk gevoel bezorgen. Want die zijn er natuurlijk ook.

Ik mag dan wel erg cool lijken en grote mond hebben op een podium, ik word toch een klein meisje als ik geconfronteerd word met dergelijke ontmoetingen. Op zich is dat niet erg. Het maakt me in eerste plaats nederig en bewust van de onvolmaaktheden in mijn eigenste leven.  Daarenboven houdt het me behoedzaam als men mij negeert. Ben ik dan een held? Of een geest?

(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 11/12/25)

TINE ZIET (509): Agendablunder

Gisteren ontdekte ik per ongeluk dat ik al een paar jaar verkeerdelijk mijn agenda invul in mijn gsm. Omdat ik met verschillende google-acco...