Tegenwoordig leef ik op andere voeten. Sinds ik bekend ben met hielspoor en besefte dat mijn voeten niet langer iets waren om vrolijk op te steunen, maakte ik een afspraak bij een podoloog/posturoloog. Ik moest op een band staan, werd zorgvuldig opgemeten en onderging nog een paar testen om twee weken later zooltjes in mijn schoenen te schuiven. Op het moment dat ik dit schrijf, ben ik ze nog aan het inlopen en ik moet zeggen dat ik letterlijk op goede hoop leef. Al is het natuurlijk geen sinecure om een dagdagelijkse houding ineens te veranderen, want dat doet zo’n zool natuurlijk wel. Niet alleen je voeten moeten zich aanpassen: je hele lichaam volgt automatisch. Zo is het met elke verandering in het levenspatroon. Hoe minuscuul ook.
Zo had ik in een of andere vakantie de slechte gewoonte
gekweekt om een belachelijk spelletje op mijn gsm te downloaden. Op den duur
kon ik niet meer opstaan of gaan slapen zonder het spelletje uitgespeeld te
hebben. Nu ik het spelletje en ook mijn topscore in een opwelling verwijderde,
zit er een gat in mijn rituelen, die ik graag zou opvullen met voetenwerk. Of
iets creatief. Een mix van beide? Stapschrijven bijvoorbeeld. Wandellezen. Tot
een paar jaar geleden, waren dit compleet waanzinnige ideetjes. Sinds de komst
van oortjes, dicteerapps, podcasts en luisterboeken,… zijn die dingen ook
effectief perfect uitvoerbaar. Zouden die zolen me ook in die mate kunnen
hervormen? Dat zou nogal wat zijn!
Dat ze impact hebben is een feit. Zo hoor ik ze nu
fluisteren dat ik naar buiten moet. Of zou dat de lente zijn?
(verscheen als column in KW Kortrijk-Menen-Waregem op 27/03/25)